We hebben onder wat is grensoverschrijdend gedrag op school duidelijk gemaakt wat we hieronder verstaan. Wanneer we het hebben over cijfergegevens, maken we opnieuw de opsplitsing in de verschillende gedragsvormen:
In Vlaanderen is er tot nu toe nog niet zo veel onderzoek gedaan naar de frequentie van grensoverschrijdend gedrag op school. Indien er Vlaams onderzoek is gedaan, dan verwijzen we ernaar. Anders verwijzen we naar internationale studies.
In Vlaanderen ontbreekt momenteel een duidelijke kijk op de aard en omvang van schoolgeweld.
In 2001 voerde de Onderzoeksgroep Jeugdcriminologie van de K.U.Leuven onder leiding van professor Vettenburg een onderzoek naar onveiligheidsgevoelens bij leerkrachten en het antisociaal gedrag bij leerlingen. Hierin werd aan de onderzochte leerlingen gevraagd af ze in het afgelopen schooljaar bepaalde delicten hadden gepleegd, waaronder ook slagen (met verwondingen.) Maar dat gaat dan over alle slagen, dus niet enkel degenen die binnen de schoolcontext zijn voorgevallen. Ook het normovertredend gedrag van jongeren op school werd bevraagd. Uit dit onderzoek valt niet af te leiden of het anti-sociaal gedrag bij leerlingen toe- of afneemt. Als men de resultaten vergelijkt met buitenlandse onderzoeksresultaten, dan laat dit toe dat het in Vlaanderen niet meer voorkomt dan in de ons omringende landen. Meer lezen over dit onderzoek.
Sinds enkele jaren tracht het JeugdOnderzoeksPlatform (JOP) alle beschikbare onderzoeksgegevens te bundelen en op basis daarvan conclusies te formuleren. Met behulp van de JOP-monitor wil men het gedrag, de belevings- en ervaringswereld van jongeren op een meer systematische manier bekijken en opvolgen.
De eerste grootschalige bevraging bij 2.503 Vlaamse jongeren (14- tot 25-jarigen) vond plaats tussen augustus 2005 en mei 2006. Hier vallen wel wat interessante resultaten uit te halen. Ook hier gaat het echter niet specifiek over geweld op school, eerder over delinquent gedrag van jongeren in het algemeen. Meer informatie over dit onderzoek
Wat we wel weten uit een bijdrage van Grietens aan het boek Jongeren met leer- of gedragsproblemen uit 2006 is dat epidemiologische studies aantonen dat de omvang van agressie en antisociaal gedrag in de schoolbevolking aanzienlijk is. De cijfers variëren van studie tot studie, afhankelijk van de onderzochte groep, de gebruikte definities en de onderzoeksmethode. Gemiddeld liggen de prevalentiecijfers van ernstige agressie en regelovertreding tussen 5 en 10 %.
Het Vlaams onderzoek naar pesten op school dateert van 1994. Het werd uitgevoerd door Stevens en Van Oost. Hun belangrijkste bevindingen waren dat:
Meer recente informatie over het pestgedrag bij de Vlaamse schoolgaande jeugd is terug te vinden in het onderzoek van het viWTA (Vlaams Instituut voor Wetenschappelijk en Technologisch Aspectenonderzoek) uit 2006 over cyberpesten. In dit onderzoek werden ook enkele vragen gesteld over klassiek pestgedrag. Enkele resultaten:
Deze cijfers zijn hoger. De manier van bevragen verschilt echter tussen deze twee onderzoeken, waardoor het onmogelijk is om iets te zeggen over de evolutie van het pestgedrag bij onze schoolgaande jeugd.
Als we kijken naar alle eerder beschikbare cijfers, dan komen we tot de volgende conclusie:
Het onderzoek van het viWTA uit 2006 en een vervolgonderzoek (pdf, 261 p.) uit 2008 door het Observatorium voor de Rechten van het Individu over cyberpesten leren ons dat:
In de meeste gevallen is cyberpesten een verdieping van bestaand
pestgedrag. Het komt dus bovenop het klassieke pesten. In mindere
mate
leidt het tot een verbreding van het pestgedrag: nieuwe daders en slachtoffers
komen er op deze manier bij.
Meer cijfermateriaal over pesten en
cyberpesten.
Er zijn geen specifieke onderzoeken over OSG op school, als afzonderlijke uitingsvorm van geweld.
Er zijn wel de jaarverslagen van het Steunpunt Ongewenst Gedrag op School van Limits. Limits maakt in haar laatste jaarverslag een onderscheid tussen verschillende soorten oproepen die zij binnenkrijgen:
Ze vergelijken de aanmeldingen van de periode 2007*-2008 met die van voorgaande jaren.
| JAAR | ONGEWENST SEKSUEEL GEDRAG | ONGEWENST GEDRAG VOLWASSENEN | ONGEWENST GEDRAG VOLWASSENEN - LEERLINGEN | ONGEWENST GEDRAG LEERLINGEN - VOLWASSENEN | PESTEN | INFOVRAGEN | TOTAAL AANTAL OPROEPEN |
| 04-05 | 21 | 116 | 44 | 3 | 33 | 102 | 319 |
| 05-06 | 8 | 110 | 48 | 5 | 23 | 51 | 245 |
| 06-07* | 13 | 95 | 26 | 8 | 36 | 32 | 210 |
| 07-08** | *** | 93 | 47 | 7 | 50 | 40 | 237 |
*Voor 06-07 werd er enkel geregistreerd in de periode
16/11/2006 tot 31/08/2007. Dit kan een vertekend beeld geven. Omdat het
aantal oproepen niet evenredig verdeeld is over alle maanden, kan er ook
geen omrekening naar 12 maanden worden gemaakt.
** De meldingen over Ongewenst seksueel gedrag worden sinds 07-08 niet meer
apart gerapporteerd maar zitten opgenomen in de andere categorieën.
*** Voor 07-08 werden de meldingen voor OSG niet meer apart vermeld in het jaarverslag. Het aandeel van ongewenst seksueel gedrag in de volgende cijfers is erg klein, namelijk 1 melding onder volwassenen, 9 meldingen van volwassenen naar leerlingen toe, geen meldingen van leerlingen naar volwassenen toe en 5 meldingen van leerlingen onderling.
Er zijn de afgelopen jaren enkele OBPWO's verricht rond het thema welbevinden op school:
De 'World Health Organisation' voert regelmatig onderzoeken uit naar onderwijsthema's. Zo is er bijvoorbeeld de crossnationale studie "Health Behaviour of School Aged Children" (HBSC). Deze studie heeft als doel nieuw inzicht te verwerven in de gezondheid en welbevinden van jonge mensen. Ook over hun gezondheidsgedrag en hun sociale context wil men via dit onderzoek meer te weten komen. Zo rapporteert men over de frequentie van pesten en vechten, de relatie met leeftijdsgenoten en de jongeren hun gevoel van welbevinden.
Het onderzoek vindt vierjaarlijks plaats en ondertussen zijn er 43 landen en regio's die hieraan deelnemen. Vlaanderen is daar ook bij. De laatste onderzoeksronde vond plaats in 2005-2006. Het onderzoeksrapport hiervan verscheen in 2008.
De Vlaamse onderzoeksgroep die betrokken is bij de HBSC is Jongeren en Gezondheid van de Universiteit Gent.