Onderwijsinspectie. Oog voor kwaliteit

Wat is een doorlichting?

Waarom?

De onderwijsinspectie gaat na of scholen, centra en academies hun maatschappelijke opdracht realiseren: streven ze de ontwikkelingsdoelen, leergebiedoverschrijdende en vakoverschrijdende eindtermen na en bereiken ze de eindtermen en leerplandoelstellingen? Scholen voor buitengewoon onderwijs moeten een handelingsplanning realiseren.

Meer informatie over ontwikkelingsdoelen en eindtermen vind je op
www.ond.vlaanderen.be/dvo

Waar?

De onderwijsinspectie voert doorlichtingen uit in

  • het basisonderwijs (bao)
  • het buitengewoon basisonderwijs (bubao)
  • het secundair onderwijs (so)
  • het buitengewoon secundair onderwijs (buso)
  • het deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso)
  • de centra voor basiseducatie (CBE)
  • de centra voor volwassenenonderwijs (CVO)
  • de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB)
  • het deeltijds kunstonderwijs (dko)

We gebruiken regelmatig de term ‘instelling’ als verzamelnaam voor scholen, centra en academies.

Wat?

Een doorlichting bestaat uit drie fases:

  • het vooronderzoek: de inspecteurs verzamelen in deze fase zoveel mogelijk informatie over de door te lichten instelling. Ze doen dit aan de hand van informatie die in Brussel beschikbaar is: vorige doorlichtingsverslagen, cijfergegevens over het aantal leerlingen, het aantal zittenblijvers, de schoolse achterstand, het personeelsverloop, … en een vragenlijst die de directeur van de instelling als voorbereiding op de doorlichting aan de onderwijsinspectie heeft bezorgd.

    De inspecteurs gaan ook één dag op bezoek in de instelling. Op het einde van die dag leggen ze de doorlichtingsfocus vast: dit is een inschatting van de sterktes en zwaktes van de instelling en wordt nader onderzocht tijdens het doorlichtingsbezoek. Naast leergebieden, vakken of studierichtingen bestaat de doorlichtingsfocus uit enkele processen. Hoe verloopt het personeelsbeleid, het evaluatiebeleid, de begeleiding van de leerlingen of cursisten, … in die instelling?

  • het doorlichtingsbezoek: tijdens de week van het doorlichtingsbezoek gaan de inspecteurs de ingeschatte sterktes en zwaktes van de instelling toetsen aan de praktijk. Ze doen dit aan de hand van gesprekken met de directeur en de leerkrachten (soms ook met de leerlingen of cursisten), door observaties in de klassen en door het analyseren van allerlei documenten. Ze zoeken die week een antwoord op drie vragen:

    • Voldoet de school aan de erkenningsvoorwaarden?
      Hier bekijken de inspecteurs of de school de leerplannen realiseert. Ze bekijkt ook andere regelgeving.
    • Bewaakt de school haar kwaliteit?
    • Wat met het algemeen beleid van de school?

  • het doorlichtingsverslag: de inspecteurs noteren hun bevindingen in het doorlichtingsverslag dat afsluit met een advies aan de Vlaamse Regering.

Wanneer?

Het schoolbestuur en de directeur ontvangen enkele maanden voor de start van de doorlichting een brief met de aankondiging van de doorlichting. De directeur informeert het personeel, de leerlingen en de ouders over de schooldoorlichting.
Op de homepagina van onze website vind je ook telkens een overzicht van de scholen die in het eerste of het tweede semester van het lopende schooljaar worden doorgelicht.

Welke gegevens verzamelt de inspectie?

Tijdens een doorlichting kijken onderwijsinspecteurs door een ‘CIPO-bril’. Dit wil zeggen dat ze gegevens verzamelen over de context, de input, het proces en de output van de betrokken school:

  • Context: de gegevens in en rond de school die de onderwijskwaliteit kunnen beïnvloeden, maar waar de school zelf weinig vat op heeft. Is het een grote of kleine school, een stadsschool of buurtschool?
  • Input: welke leerlingen (nationaliteit, gezinstoestand) krijgt de school binnen en welke leerkrachten (leeftijd, geslacht, speciale bekwaamheden) werken er? Hoe zit het met haar uitrusting (computers, sportvelden)?
  • Proces: Wat gebeurt er in de klas en op school? Welke inspanningen doen de leerkrachten en de school?
  • Output: Wat is het resultaat bij de kinderen van al die inspanningen? Zijn er veel zittenblijvers? Wat dragen de kinderen mee van het onderwijs in de school?

Om dat allemaal te weten volgen de onderwijsinspecteurs de lessen, bekijken ze het lesmateriaal, de schoolagenda's, leerlingendossiers, notities van de leerlingen, toetsen, examens, jaarplannen, verslagen van de klassenraad…
Maar ze praten ook met de directeur, de leerkrachten en eventueel met een afvaardiging van de ouders en de leerlingen.

Welke adviezen bestaan er?

Gunstig advies (advies 1)
Oordeel Erkenning Wat doet de onderwijsinspectie?
De instelling handelt voldoende kwaliteitsvol en is sterk genoeg om zelf de kwaliteit op te volgen en te verbeteren. De instelling blijft erkend. Er is geen opvolgingsdoorlichting. De onderwijsinspectie gaat pas opnieuw naar de instelling bij een volgende doorlichting.
Beperkt gunstig advies (advies 2)
Oordeel Erkenning Wat doet de onderwijsinspectie?
De instelling moet binnen een bepaalde termijn tekorten wegwerken. De instelling blijft voorlopig erkend. Tijdens de opvolgingsdoorlichting gaat de onderwijsinspectie na of de tekorten zijn weggewerkt.
Zo ja, krijgt de instelling een gunstig advies.
Zo niet, krijgt de instelling een ongunstig advies.
Ongunstig advies (advies 3)
Oordeel Erkenning Wat doet de onderwijsinspectie?
De instelling moet belangrijke tekorten wegwerken. De onderwijsinspectie spreekt zich uit over de vraag of de instelling dit zelfstandig kan of externe begeleiding nodig heeft. De procedure tot intrekking van de erkenning wordt opgestart. De instelling krijgt twee maanden tijd om een verbeteringsplan in te dienen. De procedure wordt voor minimum één schooljaar en maximum drie schooljaren opgeschort als de instelling een verbeteringsplan indient dat wordt goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
  • als de instelling geen verbeteringsplan indient, volgt er binnen drie maanden na het verstrijken van de termijn om een verbeteringsplan in te dienen, een nieuwe doorlichting door een ander inspectieteam (een paritair college)
  • als de instelling een verbeteringsplan indient, maar de Vlaamse Regering keurt het niet goed, volgt er binnen drie maanden na die afwijzing een nieuwe doorlichting door een ander inspectieteam (een paritair college)
  • als de instelling een verbeteringsplan indient en de Vlaamse Regering keurt het goed, volgt er tijdens de laatste drie maanden van de opschortingsperiode (minimum één en maximum drie schooljaren) een nieuwe doorlichting door een ander inspectieteam (een paritair college)

Dit is een algemene beschrijving van een doorlichting. Wil je meer weten, surf dan naar www.onderwijsinspectie.be.