|
| |
Frequently Asked Questions
Op deze pagina kan u de antwoorden vinden op vaak gestelde vragen. Deze
vragen werden gerangschikt per doelgroep:
Vindt u op deze pagina geen antwoord op uw vraag,
contacteer dan het spijbelteam.
Algemene vragen
Je vindt hier de antwoorden op de volgende vragen:
Wat is geoorloofd verzuim?
Men spreekt van geoorloofd verzuim, wanneer een leerling afwezig is en
daarvoor een geldige reden heeft. De mogelijkheden zijn:
- Wanneer de leerling maximum drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is,
volstaat een ziektebriefje van de ouders. Dit is maximum vier maal per
schooljaar toegelaten, vanaf de vijfde keer is een medisch attest vereist.
Ook wanneer de leerling langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is,
is er een medisch attest van een arts vereist om de afwezigheid te wettigen.
In de examenperiodes is de regel hieromtrent enigszins anders in het
secundair onderwijs; afwezigheid tijdens de examenperiode dient daar steeds
gewettigd te worden met een medisch attest van een arts;
- Begrafenis of huwelijk van aanverwanten in de tweede graad of inwonenden;
- Bijwonen van een familieraad;
- Dagvaarding voor de rechtbank;
- Opname in een instelling voor bijzondere jeugdzorg die een
schoolvervangend programma aanbiedt;
- De leerling heeft het topsportstatuut en zit in het secundair onderwijs;
- De school is onbereikbaar, bijvoorbeeld bij zwaar winterweer of een
staking;
- Specifieke feestdagen verbonden met de erkende levensbeschouwing van de
leerling (bv. het Offerfeest, het Suikerfeest,…)
In een aantal andere situaties moet de leerling echter vooraf toestemming
vragen aan de school. De school kan over elke situatie afzonderlijk beslissen.
Het gaat onder andere om de volgende situaties:
- Rouwverwerking, bij het overlijden van aanverwanten in de tweede graad
of inwonenden;
- Deelname aan culturele of sportieve manifestaties, bijvoorbeeld
audities, een optreden, een internationaal toernooi, … als de leerling het
topsportstatuut niet bezit. Deze afwezigheid kan maximaal 10 al dan niet
gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen;
- De leerling bezit het topsportstatuut en zit in het basisonderwijs;
- Uitzonderlijk voor persoonlijke redenen (de restcategorie); hieromtrent
moet er meer informatie in het schoolreglement opgenomen worden. Dit kan in
het basisonderwijs voor maximaal 4 al dan niet gespreide halve lesdagen per
schooljaar verkregen worden. In het secundair onderwijs is hier geen
maximaal aantal halve lesdagen voorzien.
Wat is ongeoorloofd verzuim?
Wanneer een leerling afwezig is op school en daarvoor geen grondige reden
heeft, dan spreekt men van ongeoorloofd verzuim of spijbelen. Daarin kan er een
onderscheid gemaakt worden tussen:
- Absoluut verzuim, de leerling is niet ingeschreven in een school
of onderwijsinstelling;
- Ongeoorloofd relatief verzuim, de leerling verzuimt de lessen,
hoewel hij/zij is ingeschreven in een school of onderwijsinstelling. Hierin
kunnen vier categorieën onderscheiden worden:
- De incidentele spijbelaar: de leerling die eens een les
'brost';
- De berekende spijbelaar: de leerling die systematisch
theorievakken overslaat, steeds bij dezelfde leraar afwezig is, altijd
hetzelfde uur wegblijft,...;
- De periodieke spijbelaar: de leerling die gedurende een
periode spijbelt, dan enige tijd niet meer en dan weer wel, etcetera;
- De permanente spijbelaar: de leerling die helemaal niet naar
school gaat, hoewel hij/zij ingeschreven is.
Deze voorbeelden van ongeoorloofd relatief verzuim zijn meestal voorbeelden
van signaalverzuim. Dit betekent dat er achterliggende problemen zijn,
waardoor een leerling niet goed kan functioneren op school. Naast signaalverzuim
is er ook nog het luxeverzuim, waarbij een leerling zonder toestemming,
maar met medeweten van de ouders, van de school wegblijft om bv. extra op
vakantie te gaan of een familiebezoek af te leggen.
Wanneer spreekt men van onwil als oorzaak van spijbelen?
Wanneer ouders moedwillig hun kinderen thuis houden van school of op de
hoogte zijn van het spijbelprobleem van hun kinderen, maar daar verder
ongeïnteresseerd voor blijven, dan spreekt men over onwil van de ouders. Zij
moeten op hun verantwoordelijkheid gewezen worden, eventueel door middel van
sancties. Hetzelfde geldt voor leerlingen die weigeren naar school te gaan. In
dat geval spreekt men van onwil van de leerling om de leerplicht na te leven.
Wanneer spreekt men van onmacht als oorzaak van
spijbelen?
Wanneer ouders inspanningen leveren om hun kinderen naar school te laten
gaan, maar hier toch niet in slagen, dan spreekt men van onmacht van de ouders.
Zij zullen niet bestraft worden, maar kunnen genieten van begeleiding en
ondersteuning. Hetzelfde geldt voor leerlingen die niet naar school kunnen gaan,
omdat zij bijvoorbeeld moeten helpen in het huishouden. In dat geval spreken we
van onmacht van de leerling.
Wat is een code B?
Code B wordt, zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs,
gebruikt om een problematische afwezigheid van een leerling te registreren. Dit
zijn meer bepaald afwezigheden van minstens een halve dag, die niet met de in de
regelgeving vermelde codes verantwoord kunnen worden of waarvan de wettiging in
vraag wordt gesteld. De ‘B’ staat in dat geval voor ‘Begeleiding’.
Voor problematische afwezigheden tot en met 10 halve schooldagen - aangezien er
twee registratiemomenten per dag zijn komt dit overeen met 10 codes B - is er
geen specifieke begeleiding voorzien. De school werkt zelf een aanpak uit om de
leerling in kwestie zo goed mogelijk te begeleiden. De school neemt daaromtrent
afspraken op in het schoolreglement en neemt zo vlug mogelijk contact op met de
ouders.
Bij problematische afwezigheden vanaf 10 halve schooldagen – oftewel 10 codes B
- moet de school minimaal aan een aantal door de overheid opgelegde voorwaarden
voldoen. Een eerste stap daarin is het contacteren van het CLB. Daaropvolgend
kunnen eventueel ook andere instanties ingeschakeld worden, zoals Comité
Bijzondere Jeugdzorg, Bijzondere Jeugdbijstand,…
Van zodra een leerling 30 codes B heeft moet de school dit melden aan het
Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi), zodat zij een zicht hebben op het
percentage leerlingen dat vaak problematisch afwezig is. Indien de school hulp
wenst van de overheid uit, kunnen ze een zorgwekkend dossier indienen.
Twee schooljaren op rij 30 of meer codes B hebben, kan
gevolgen hebben voor de schooltoelage van de leerling.
Wat is een code L?
Code L mag, zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs, enkel
worden gebruikt om de afwezigheid van een leerling te registreren indien de
leerling laattijdig op school aankomt. Dit wil zeggen dat de afwezigheid van de
leerling minder dan een halve dag beslaat.
Wat is een dixit-attest?
Wanneer jongeren om een doktersbriefje vragen, wanneer ze niet ziek zijn, dan
kan dit wijzen op een een ander probleem. Het is mogelijk dat er een ernstige,
achterliggende oorzaak is die de jongere verhindert om naar school te gaan.
Artsen kunnen dan een signaal doorgeven aan de school, door in plaats van een
medisch attest een dixit-attest te schrijven. Daarin verklaren ze duidelijk dat
de jongere in kwestie om een doktersbriefje is komen vragen, maar dat zijzelf
geen ziekteverschijnselen vaststellen. Op die manier worden scholen immers
tijdig geïnformeerd over het feit dat er zich mogelijk problemen voordoen bij de
leerling. Ze kunnen dan uitzoeken wat de problemen precies zijn om vervolgens
een gepaste begeleiding te voorzien. Het uitschrijven van dixit-attesten is dus
voornamelijk in het belang van de jongere zelf.
Wat is een geantedateerd attest?
Dit zijn attesten die uitgeschreven worden na de ziekteperiode, wanneer de
arts de ziekte niet meer kan vaststellen. Bijvoorbeeld een medisch attest op de
datum van 17 oktober voor het wettigen van een ziekteperiode van 9 tot en met 13
oktober.
Het feit dat leerlingen na een ziekteperiode om een doktersattest komen vragen,
kan erop wijzen dat de leerling helemaal niet ziek was, maar dat het ook hier
weer gaat om een problematische afwezigheid.
Wanneer kan een schooltoelage ingetrokken
worden?
Wanneer er sprake is van een zeer hardnekkige vorm van spijbelen bij een
leerling aan wie een schooltoelage wordt toegekend, dan kan men beslissen om
deze schooltoelage in te trekken. Dit gebeurt echter niet onmiddellijk en zonder
meer. Vooraleer men tot deze drastische beslissing overgaat, onderneemt men een
aantal stappen om het spijbelgedrag van de leerling een halt toe te roepen,
zonder te raken aan de schooltoelage. Meer bepaald worden de volgende extra
stappen gezet, naast de gewone opvolging van het spijbelen:
- In de toewijzingsbrief (van de schooltoelage) worden de regels en de
voorwaarden om een schooltoelage te blijven ontvangen duidelijk uitgelegd;
- Na 1 schooljaar waarin de leerling 30 halve dagen of meer problematisch
afwezig was, volgt een waarschuwingsbrief;
- Als de leerling in het schooljaar daarna opnieuw 10 halve dagen
problematisch afwezig was, zal het CLB in haar begeleiding van de spijbelaar
ook nog eens wijzen op het risico van het verlies van de schooltoelage;
- In de terugvorderingsbrief die naar de ouders wordt gestuurd, hebben zij
de mogelijkheid om bezwaar in te dienen als de terugvordering volgens hen
onterecht is. Zij kunnen dan bij de school een rechtzetting van
afwezigheidscodes vragen.
Vragen van ouders
Je vindt hier de antwoorden op volgende vragen:
Wanneer ik als ouder geen toestemming geef om mijn kinderen te laten
deelnemen aan meerdaagse uitstappen, kan de directie mij daar dan alsnog toe
verplichten?
Eerst en vooral is het belangrijk om te beseffen dat de meerdaagse uitstappen
die heel wat scholen organiseren niet zomaar ‘plezieruitjes’ zijn zonder verdere
inhoud, maar dat ze zowel een sociale als een pedagogische dimensie hebben. Men
streeft er dan ook naar dat alle leerlingen deelnemen aan buitenschoolse
activiteiten ten voordele van het ontwikkelen van sociale en pedagogische
vaardigheden.
De ouders zijn in dat opzicht niet de enige verantwoordelijken; om in dit opzet
te kunnen slagen dienen de scholen immers de meerdaagse uitstappen grondig voor
te bereiden en te kaderen in het pedagogische project. Zowel in het
basisonderwijs als in het secundair onderwijs zijn er aan de organisatie van
dergelijke uitstappen een aantal voorwaarden verbonden.
Indien uw kind in het basisonderwijs zit, kunt u als ouder de
regelgeving in verband met meerdaagse schooluitstappen terugvinden in de
omzendbrief
'BaO/2001/13 Extra-muros-activiteiten' .
Deze regelgeving geeft u het recht om uw kind niet te laten meegaan op
buitenschoolse activiteiten van één dag of meer. In dat geval dient de school
voor uw kind opvang te voorzien in de school zelf. Kinderen zouden gedurende die
periode wel moeten kunnen deelnemen aan activiteiten die zo dicht mogelijk
aanleunen bij de pedagogisch-didactische aanpak die aan de deelnemende kinderen
op de buitenschoolse activiteit wordt aangeboden. Toch benadrukken wij dat deze
buitenschoolse activiteiten deel uitmaken van het leerprogramma en mede daardoor
een diepere intentie hebben. Daarom raden wij u aan om uw hun kind de deelname
ertoe niet te ontzeggen.
In principe dienen ouders een schriftelijke toestemming te geven voor de
buitenschoolse activiteiten. Vaak gaan scholen – om planlast te verminderen - er
echter van uit dat elk kind automatisch deelneemt, tenzij zij een tegenbericht
krijgen van de ouders. Deze regeling wordt vastgelegd in een algemene bepaling
in het schoolreglement. Ze geeft ouders eveneens het recht om hun kind niet te
laten deelnemen mits ze deze weigering vooraf uitdrukkelijk schriftelijk
meedelen aan de school.
Indien uw kind in het secundair onderwijs zit, kunt u als ouder de
regelgeving omtrent meerdaagse schooluitstappen terugvinden in de omzendbrief
'SO/2004/06 Extramuros activiteiten in het secundair onderwijs'.
Ook hier streeft men ernaar om alle leerlingen te laten deelnemen aan de
buitenschoolse activiteiten en dit om dezelfde redenen als hierboven. U kunt
enkel weigeren om uw kind te laten deelnemen indien:
- het een meerdaagse uitstap betreft;
- het schoolreglement de deelname niet verplicht heeft gesteld;
- u de instelling op voorhand en op gemotiveerde wijze op de hoogte brengt
van de niet-deelname.
Ook in dit geval zal de school opvang voorzien op een pedagogisch
verantwoorde manier.
Voor verdere informatie over het schoolbeleid betreffende buitenschoolse
activiteiten kan u het schoolreglement raadplegen, waarin deze informatie
normaal gezien is opgenomen. Op de bijdragenlijst die vóór het begin van het
schooljaar wordt opgesteld komen eveneens de eventuele kosten voor die voor deze
buitenschoolse activiteiten aan u als ouder worden doorgerekend. U kunt erop
vertrouwen dat de school naar best vermogen initiatieven probeert te nemen die
financiële belemmeringen vermijden, bijvoorbeeld via het opzetten van een
systeem van schoolsparen.
Kan ik met mijn kinderen op reis vertrekken
tijdens het schooljaar (voor het einde van het schooljaar, voor andere vakanties
of los van de vakantieperiodes)? In vele secundaire scholen worden de examens reeds afgerond in de
derde week van juni en zelfs op het rapport hoeven leerlingen niet te wachten
tot 30 juni. Ook tijdens de laatste dagen in het basisonderwijs wordt eigenlijk
niets meer bijgeleerd. Kan ik met mijn kinderen op reis vertrekken van zodra zij
het rapport ontvangen hebben, zelfs indien de datum van 30 juni nog niet bereikt
is?
Elk kind is verplicht om aanwezig of gewettigd afwezig te zijn vanaf de
eerste dag van het schooljaar tot en met de laatste dag van het schooljaar.
Vroeger op vakantie vertrekken of later terugkomen is geen gewettigde
afwezigheid, maar wel ‘luxeverzuim’, een vorm
van ongewettigde afwezigheid. Om die reden plegen ouders die hun kinderen
vroegtijdig mee op reis nemen of te laat laten terugkeren een inbreuk op de wet
op de leerplicht (29 juni 1983). Bovendien brengt dit voor de school
organisatorische problemen met zich mee.
In tegenstelling tot wat heel wat ouders denken zijn de eerste en de laatste
schooldagen voor uw kinderen, maar ook voor uzelf erg cruciaal. Aan het begin
van het nieuwe schooljaar vinden er steeds een aantal belangrijke momenten
plaats, zoals kennismaking met de nieuwe klas en met de nieuwe leerkracht(en).
Het is belangrijk dat uw kind deze momenten niet mist. Het einde van het
schooljaar wordt afgesloten in groep. Het is voor de sociale ontwikkeling van uw
kind belangrijk dat hij/zij samen met zijn/haar klasgenoten het jaar kan
afsluiten. Daaraan wordt de afhaling van het rapport en het oudercontact
gekoppeld. Voor u als ouder is het belangrijk dat u via het oudercontact op de
hoogte wordt gehouden van de schoolloopbaan van uw kind.
In het basisonderwijs loopt het schooljaar tot en met de laatste dag van het
schooljaar. Daar kan men dus zonder problemen een zinvolle invulling voorzien
voor de laatste dagen. In het secundair onderwijs stopt het schooljaar over het
algemeen vroeger dan de laatste schooldag. Daarom pleiten wij er ook voor dat
secundaire scholen tussen de afhaling van het rapport en de eerste dag van de
vakantie eveneens een zinvolle invulling voorzien, zodat ouders er niet meer toe
aangezet worden hun kinderen vroegtijdig mee op vakantie te nemen.
Ten slotte moet u er rekening mee houden dat ongewettigde afwezigheden of
problematische afwezigheden gedurende het hele schooljaar – en dus ook tijdens
de eerste en de laatste schooldagen - geregistreerd en opgevolgd worden door de
school en het CLB.
Vaak beëindigen secundaire scholen het schooljaar eerder dan de eigenlijke
laatste schooldag. Voor ons als werkende ouders is het gedurende die extra dagen
verlof erg moeilijk om opvang te vinden voor onze kinderen. Kunnen wij hiervoor
alsnog op de school rekenen?
De combinatie werken - schoolgaande kinderen is niet altijd evident. Een
efficiëntere invulling van de schooldagen op het einde van het schooljaar door
de school is daarom noodzakelijk. Momenteel bekijken wij dan ook hoe we hieraan
tegemoet kunnen komen.
In welke situaties kan ik een afwezigheid van mijn kind omwille van
persoonlijke redenen wettigen?
In principe horen leerlingen elke schooldag aanwezig te zijn op school. Er
zijn echter een aantal situaties waarin de leerling afwezig mag zijn. Daartoe
dienen zij een medisch attest, een verklaring van de ouders of een document met
officieel karakter voor te leggen. Meer bepaald betreft het de situaties die
onder geoorloofd verzuim vallen.
Onlangs vernam ik dat ouders die kunnen genieten van een schooltoelage deze
kunnen verliezen indien hun kinderen twee jaar op rij 30 halve dagen of meer
spijbelen. Ik vind dat door deze regel alweer een bepaalde groep binnen onze
maatschappij geviseerd wordt, namelijk ouders die het financieel moeilijk
hebben. Zij dreigen gestraft te worden door het intrekken van hun schooltoelage,
terwijl gezinnen die door hun hoger loon geen schooltoelage krijgen, buiten
schot blijven. Hoe kan dit gerechtvaardigd worden?
We begrijpen dat deze regel op heel wat tegenkanting stoot. De kritiek is
enerzijds terecht, maar anderzijds willen we dit toch enigszins nuanceren.
Met deze nieuwe regel willen wij geenszins ouders met minder financiële
mogelijkheden viseren. Integendeel, door hen een schooltoelage te geven willen
wij ervoor zorgen dat ze een stimulans krijgen om hun kinderen naar school te
sturen; als ze dit niet doen verliezen ze immers hun schooltoelage en dit is
voor de meeste van deze ouders geen optie. Met de schooltoelage kunnen ook
eventuele financiële drempels die leiden tot schoolverzuim worden weggewerkt.
Sinds het schooljaar 2008-2009 is er een uitbreiding van de schooltoelagen
gekomen. Ook in het basisonderwijs zal men voortaan gebruik kunnen maken van
schooltoelagen. Het aantal ouders/leerlingen dat recht heeft op schooltoelagen
is toegenomen tot 1 op 4.
Bovendien moet het duidelijk zijn dat het niet onze bedoeling is om de ouders in
eerste instantie te straffen door hun schooltoelage in te trekken. Wij zien het
eerder als een laatste stap, wanneer alle voorgaande ingrepen
niks hebben uitgehaald.
Als laatste willen we benadrukken dat het spijbelbeleid bedoeld is voor alle
spijbelende leerlingen. De stappen die worden ondernomen zijn voor alle
spijbelaars dezelfde. Ook op lokaal niveau wordt bovendien een aanpak voor
spijbelen ontwikkeld.
Wanneer mijn kind plots ziek wordt op school of namiddag niet meer
terugkeert, hoe moet ik deze afwezigheid dan wettigen?
Vaak gaan ouders ervan uit dat wanneer zij tijdens de schooluren hun zieke
kind van school gaan afhalen de directie daarvan op de hoogte is en er aldus
geen verder attest vereist is. Dit is niet noodzakelijk het geval.
Op school zijn er twee registratiemomenten per dag; één in de voormiddag en één
in de namiddag. Leerlingen moeten tijdens de hele schooldag op school aanwezig
zijn en aldus zouden zij om in orde te zijn, voor beide registraties als
‘aanwezig’ of ‘gewettigd afwezig’ moeten genoteerd worden. Met andere woorden:
- Een leerling is zowel in de voormiddag als in de namiddag al
geregistreerd als aanwezig, voordat hij naar huis vertrekt:geen verdere
wettiging meer nodig;
- Een leerling is enkel in de voormiddag als aanwezig geregistreerd,
voordat hij naar huis vertrekt:een verdere wettiging is nodig voor de
namiddag dat hij afwezig is;
- Een leerling vertrekt in de voormiddag, zonder dat hij geregistreerd is:
een wettiging is nodig voor de dag van zijn afwezigheid.
De directeur moet voor elke afwezigheid een wettiging kunnen aantonen. Let
wel, slechts een aantal afwezigheden kan gewettigd
worden. Ziekte is daar uiteraard één van.
Ziekte kan niet gewettigd worden door de directeur zelf en dus mag u er niet van
uitgaan dat wanneer de directeur op de hoogte is van het vertrek, alles in orde
is.
Als de directeur geen wettiging binnenkrijgt voor deze afwezigheid, zal hij deze
afwezigheid als een problematische afwezigheid moeten registreren (B-code),
want hij mag geen velden blanco laten in zijn aanwezigheidsregister.
Kan ik als ouder gestraft worden wanneer mijn kind spijbelt?
Als ouder kan u niet in alle gevallen verantwoordelijk gesteld worden voor
het spijbelgedrag van uw kind. Om die reden wordt er in het spijbelactieplan, ‘een
sluitende aanpak van spijbelen en schoolverzuim’, wanneer het gaat over
mogelijke maatregelen voor spijbelaars en hun ouders, een duidelijk onderscheid
maak tussen onwil en onmacht.
Of u als ouder daadwerkelijk een sanctionering krijgt, hangt dus af van de
omstandigheden. Men gaat daarom op voorhand na in welke situatie een spijbelende
leerling en zijn ouders zich bevinden.
Hoe moet ik de afwezigheid van mijn kind tijdens de examenperiode wettigen?
Het wettigen van afwezigheid tijdens de examenperiode is anders in
basisonderwijs dan in secundair onderwijs.
In het basisonderwijs is er geen examenperiode en geldt dus gedurende
heel het schooljaar dezelfde regeling:
- Als uw kind maximum drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is, dan
volstaat een briefje van de ouders. Dit is slechts vier maal per jaar
toegelaten, vanaf de vijfde keer is er een medisch attest nodig;
- Als uw kind langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is, dan is
er een medisch attest van de dokter nodig.
In het secundair onderwijs is er in de examenperiode altijd een
medisch attest nodig van de dokter, ook al is uw kind minder dan drie
opeenvolgende kalenderdagen ziek.
Hoeveel dagen heb ik de tijd om het doktersbriefje van mijn kind binnen te
brengen op school?
In de omzendbrief SO/2005/04 is vastgelegd dat alle afwezigheden in het
secundair onderwijs om medische reden moeten worden gewettigd wanneer uw
kind terug op school komt. Wanneer echter de afwezigheid meer dan 10
opeenvolgende lesdagen bedraagt, moet het attest onmiddellijk aan de school
worden bezorgd.
Voor het basisonderwijs bestaat hieromtrent geen regelgeving.
Om het indienen van geantedateerde attesten
te vermijden, is het aangewezen dat scholen hieromtrent duidelijke regels
hanteren en inderdaad vragen dat het medisch attest zo snel mogelijk ingediend
wordt. Kijk dit even na in het schoolreglement: misschien heeft de school van uw
kind hier zelf bepaalde regels voor.
Vragen van leerlingen
Je vindt hier de antwoorden op volgende vragen:
In mijn secundaire school worden de examens reeds afgerond in de derde week
van juni en zelfs op ons rapport hoeven we niet te wachten tot 30 juni. Kan ik
met mijn vrienden op reis vertrekken van zodra ik mijn rapport ontvangen heb?
Elke leerplichtige is verplicht om aanwezig of gewettigd afwezig te zijn
vanaf de eerste dag van het schooljaar tot en met de laatste dag van het
schooljaar. Vroeger op vakantie vertrekken of later terugkomen is geen
gewettigde afwezigheid, maar wel ‘luxeverzuim’,
een vorm van ongewettigde afwezigheid. Om die reden plegen leerlingen die
vroegtijdig op reis vertrekken of te laat terugkeren een inbreuk op de wet op de
leerplicht (29 juni 1983).
In het secundair onderwijs stopt het schooljaar over het algemeen vroeger
dan de laatste schooldag. Daarom pleiten wij er ook voor dat secundaire scholen
tussen de afhaling van het rapport en de eerste dag van de vakantie eveneens een
zinvolle invulling voorzien, zodat vroegtijdig op vakantie vertrekken minder
‘aanlokkelijk’ wordt.
Houd er tenslotte rekening mee dat de ongewettigde afwezigheden of
problematische afwezigheden gedurende het hele schooljaar – en dus ook tijdens
de eerste en de laatste schooldagen - geregistreerd en opgevolgd worden door de
school en het CLB.
In welke situaties kan ik een afwezig zijn omwille van persoonlijke redenen ?
In principe horen leerlingen elke schooldag aanwezig te zijn op school. Er
zijn echter een aantal situaties waarin de leerling afwezig mag zijn. Daartoe
dienen zij een medisch attest, een verklaring van de ouders of een document met
officieel karakter voor te leggen. Meer bepaald betreft het de situaties die
onder geoorloofd verzuim vallen.
Ik
ben 15 jaar en ik wil graag zo snel mogelijk gaan werken. Wat kan ik doen?
De voltijdse leerplicht geldt tot de leeftijd van vijftien of zestien jaar.
Tot die leeftijd blijf je ingeschreven in het voltijds secundair onderwijs. Na
die leeftijd geldt enkel nog de deeltijdse leerplicht. Vanaf dan kan je
onderwijs volgen in het deeltijds onderwijs.
Voorwaarden om deeltijds te leren:
- Vijftien jaar zijn én de eerste graad van het secundair onderwijs
beëindigd hebben (al dan niet
geslaagd zijn) of;
- Zestien jaar zijn
Verschillende mogelijkheden in het deeltijds onderwijs:
- Het deeltijds beroepssecundaironderwijs (DBSO), georganiseerd door de
Centra Deeltijds Onderwijs (CDO)
- De leertijd: voor leerlingen die een praktische opleiding wensen
voor een beroep als zelfstandige, georganiseerd door
Syntra
- Volgen van een erkende vorming in een centrum voor deeltijdse vorming (CDV)
Meer informatie over
deeltijds onderwijs of
leren en werken
Je zal dus sowieso naar school moeten gaan tot je 18e, maar je kan eventueel
vanaf 15/16 jaar wel overstappen naar deeltijds onderwijs. Op die manier
doe je al heel wat arbeidservaring op. Belangrijk om
gemotiveerd te blijven, is dat je een studierichting vindt die bij je interesses
aansluit. Doe hiervoor eventueel een beroep op
het CLB, zij kunnen je helpen
bij je studiekeuze.
Vragen van scholen en
leerkrachten
Je vindt hier de antwoorden op volgende vragen:
Wanneer ouders geen toestemming geven om hun kinderen te laten deelnemen aan
meerdaagse uitstappen, kan de directie hen daar dan alsnog toe verplichten?
Omdat meerdaagse uitstappen die heel wat scholen organiseren niet zomaar
‘plezieruitjes’ zijn zonder verdere inhoud, maar ze zowel een sociale als een
pedagogische dimensie hebben, moet de school proberen na te streven dat alle
leerlingen ook daadwerkelijk aan deze activiteit deelnemen. Om in dit opzet te
kunnen slagen dienen de scholen de meerdaagse uitstappen grondig voor te
bereiden en te kaderen in het pedagogische project. Zowel in het basisonderwijs
als in het secundair onderwijs zijn aan de organisatie van dergelijke uitstappen
een aantal voorwaarden verbonden.
De regelgeving in verband met meerdaagse schooluitstappen in het
basisonderwijs is terug te vinden in de omzendbrief
'BaO/2001/13 Extra-muros-activiteiten'.
Deze regelgeving geeft ouders het recht om hun kind niet te laten meegaan op
buitenschoolse activiteiten van één dag of meer. In dat geval dient de school
voor het kind opvang te voorzien in de school zelf. Kinderen zouden gedurende
die periode wel moeten kunnen deelnemen aan activiteiten die zo dicht mogelijk
aanleunen bij de pedagogisch-didactische aanpak die aan de deelnemende kinderen
op de buitenschoolse activiteit wordt aangeboden.
In principe dienen ouders een schriftelijke toestemming te geven voor de
buitenschoolse activiteiten. Vaak gaan scholen – om planlast te verminderen - er
echter van uit dat elke kind er automatisch aan deelneemt, tenzij er een
tegenbericht is gekomen van de ouders. Deze regelgeving wordt dus best
vastgelegd in een algemene bepaling in het schoolreglement. Ze geeft ouders
eveneens het recht om hun kind niet te laten deelnemen mits ze deze weigering
vooraf uitdrukkelijk schriftelijk meedelen aan de school.
De regelgeving omtrent meerdaagse schooluitstappen in het secundair
onderwijs is terug te vinden in de omzendbrief
'SO/2004/06 Extramuros activiteiten in het secundair onderwijs'.
Ook hier moet de school ernaar streven om alle leerlingen te laten deelnemen aan
de buitenschoolse activiteiten en dit om dezelfde redenen als hierboven. Ouders
kunnen enkel weigeren om hun kind te laten deelnemen indien:
- het een meerdaagse uitstap betreft;
- het schoolreglement heeft de deelname niet verplicht gesteld;
- de ouders/meerderjarige leerling brengen de instelling op voorhand en op
gemotiveerde wijze op de hoogte van de niet-deelname.
Ook hier zal de school opvang moeten voorzien op een pedagogisch verantwoorde
manier.
Verdere informatie over het schoolbeleid betreffende buitenschoolse activiteiten
kan best in het schoolreglement opgenomen worden. Op de bijdragenlijst die vóór
het begin van het schooljaar wordt opgesteld komen eveneens de eventuele kosten
voor die voor deze buitenschoolse activiteiten aan ouders worden doorgerekend.
Ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de school naar best vermogen
initiatieven probeert te nemen die financiële belemmeringen vermijden,
bijvoorbeeld via het opzetten van een systeem van schoolsparen.
Vaak zijn de officiële lessen en examens reeds afgerond voor 30 juni. Mogen
wij ouders de toestemming geven om met hun kinderen op reis te vertrekken?
Elk kind is verplicht om aanwezig of gewettigd afwezig te zijn vanaf de
eerste dag van het schooljaar tot en met de laatste dag van het schooljaar.
Vroeger op vakantie vertrekken of later terugkomen is geen gewettigde
afwezigheid, maar wel ‘luxeverzuim’, een vorm
van ongewettigde afwezigheid. Om die reden plegen ouders die hun kinderen
vroegtijdig mee op reis nemen of te laat laten terugkeren een inbreuk op de wet
op de leerplicht (29 juni 1983). Bovendien brengt dit voor de school
onvermijdelijk organisatorische problemen met zich mee.
In tegenstelling tot wat velen denken zijn de eerste en de laatste schooldagen
voor leerlingen, maar ook voor ouders erg cruciaal. Aan het begin van het nieuwe
schooljaar vinden er steeds een aantal belangrijke momenten plaats, zoals
kennismaking met de nieuwe klas en met de nieuwe leerkracht(en). Het is
belangrijk dat leerlingen deze momenten niet missen. Het einde van het
schooljaar wordt afgesloten in groep. Het is voor de sociale ontwikkeling van de
leerlingen belangrijk dat ze samen met hun klasgenoten het jaar kunnen
afsluiten. Daaraan wordt de afhaling van het rapport en het oudercontact
gekoppeld. Voor de ouders is het belangrijk dat ze via het oudercontact op de
hoogte worden gehouden van de schoolloopbaan van hun kind.
In het basisonderwijs loopt het schooljaar tot en met de laatste dag van
het schooljaar. Daar kan men dus zonder problemen een zinvolle invulling
voorzien voor de laatste dagen. In het secundair onderwijs stopt het
schooljaar over het algemeen vroeger dan de laatste schooldag. Daarom pleiten
wij er ook voor dat secundaire scholen tussen de afhaling van het rapport en de
eerste dag van de vakantie eveneens een zinvolle invulling voorzien, zodat
ouders er niet meer toe aangezet worden hun kinderen vroegtijdig mee op vakantie
te nemen.
Ten slotte moeten scholen ongewettigde afwezigheden of problematische
afwezigheden gedurende het hele schooljaar – en dus ook tijdens de eerste en de
laatste schooldagen - registreren en opvolgen samen met het CLB.
Is de norm van 2 schooljaren op rij 30 halve dagen spijbelen voor het
verliezen van de schooltoelage geen te lage norm, aangezien er voldoende
mogelijkheden overblijven om veelvuldige afwezigheden te wettigen met
doktersbriefjes?
Eerst en vooral is het belangrijk om te beseffen dat er reeds een
begeleiding moet worden opgestart door de school vanaf de
eerste halve dag dat een leerling spijbelt. Het is dus niet zo dat er 30 halve
dagen moet worden gewacht, alvorens men kan ingrijpen.
Onlangs werd er een nieuwe maatregel ingevoerd, omtrent de aanwezigheden aan
het begin van het schooljaar: sinds het schooljaar 2007-2008 vraagt het
Ministerie van Onderwijs en Vorming aan alle scholen de aan- en
afwezigheidsgegevens van de eerste drie schooldagen op. Leerlingen die tijdens
deze eerste drie schooldagen problematisch afwezig waren of op geen enkele
manier aan de leerplicht voldeden (noch door inschrijving in een erkende
gesubsidieerde of gefinancierde school, noch door het volgen van collectief of
individueel huisonderwijs, noch een vrijstelling van de leerplicht hebben),
krijgen meteen vanuit de overheid het signaal dat ze niet in regel zijn met de
wet op de leerplicht.
Uiteraard zijn we ons ervan bewust dat deze maatregel geen oplossing biedt
voor de afwezigheden op het einde van het schooljaar en bij andere vakanties
tijdens het schooljaar (bijvoorbeeld drie dagen eerder herfstvakantie nemen) .
Daarom hopen we dat daar de mogelijkheden - die er nu al zijn om spijbelaars te
begeleiden en indien nodig te bestraffen - volstaan (bv. begeleiding door de
school en/of het CLB, inschakelen van het Ministerie van Onderwijs en Vorming
met behulp van een zorgwekkend dossier, het inschakelen van de politie, het
parket...). Voor meer informatie
Ouders van leerlingen die 30 halve dagen of meer problematisch afwezig waren in
de loop van het schooljaar ontvangen - ongeacht of ze recht hebben op een
schooltoelage of niet – vanuit het Ministerie van Onderwijs en Vorming een
waarschuwingsbrief waarin hen nogmaals gewezen wordt op de leerplicht.
Leerlingen die twee schooljaren op rij 30 halve dagen of meer problematisch
afwezig zijn, zullen daarbovenop ook nog eens hun recht
op een schooltoelage verliezen. Deze brief fungeert dus min of meer als een
‘laatste waarschuwing’.
Toch begrijpen we dat vele mensen 30 halve dagen problematische afwezigheid
alvorens er een signaal gegeven wordt te veel vinden. De beslissing om 30 halve
dagen spijbelen als maatstaf te nemen in het kader van de schooltoelagen is
echter deels pragmatisch: we beschikken hier al centraal over deze gegevens,
aangezien scholen een zending doen van elke leerling met 30 halve dagen
code B – voor problematische afwezigheid - of meer. We
moeten dus niet extra bij de scholen gaan aankloppen voor gegevens. We zijn er
ons van bewust dat B-codes soms verdoezeld worden, maar anderzijds worden
B-codes soms ook onterecht gegeven. Bovendien zijn er verschillende redenen
waarom leerlingen spijbelen. Soms is er sprake van onwil
van ouders en/of leerlingen, maar soms is er ook sprake van
onmacht. Vandaar dat we hierin een gulden middenweg hebben proberen te
vinden.
Ook zijn wij erg waakzaam voor doktersbriefjes die problematische afwezigheden
toedekken. Vandaar dat in 2007 afspraken werden gemaakt met de medische sector
omtrent dixit- en geantedateerde attesten*.
Afwezigheden met een dixit-attest en een
geantedateerd attest worden beschouwd als
problematische afwezigheden en men zal hiervoor de code B gebruiken. Hetzelfde
geldt voor medische attesten wanneer deze gebruikt worden om vroeger op vakantie
te vertrekken of later terug te keren uit vakantie. Ook voor die dagen moet de
school de afwezigheden met een code B registreren.
Wij willen er ook nog eens extra op wijzigen dat scholen zelf de vraag naar
geantedateerde attesten niet in de hand mogen werken, door leerlingen aan te
zetten om afwezigheden te wettigen met een medisch attest.
In welke situaties kunnen leerlingen een afwezigheid omwille van
persoonlijke redenen wettigen?
In principe horen leerlingen elke schooldag aanwezig te zijn op school. Er
zijn echter een aantal situaties waarin de leerling afwezig mag zijn. Daartoe
dienen zij een medisch attest, een verklaring van de ouders of een document met
officieel karakter voor te leggen. Meer bepaald betreft het de situaties die
onder geoorloofd verzuim vallen.
Wanneer een leerling plots ziek wordt op school of namiddag niet meer
terugkeert, hoe moet deze afwezigheid dan gewettigd worden?
Vaak gaan ouders ervan uit dat wanneer zij tijdens de schooluren hun zieke
kind van school gaan afhalen de directie daarvan op de hoogte is en er aldus
geen verder attest vereist is. Dit is niet noodzakelijk het geval.
Op school zijn er twee registratiemomenten per dag; één in de voormiddag en één
in de namiddag. Leerlingen moeten tijdens de hele schooldag op school aanwezig
zijn en aldus zouden zij om in orde te zijn, voor beide registraties als
‘aanwezig’ of ‘gewettigd afwezig’ moeten genoteerd worden. Met andere woorden:
- Een leerling is zowel in de voormiddag als in de namiddag al
geregistreerd als aanwezig, voordat hij naar huis vertrekt: geen verdere
wettiging meer nodig;
- Een leerling is enkel in de voormiddag als aanwezig geregistreerd,
voordat hij naar huis vertrekt: een verdere wettiging is nodig voor de
namiddag dat hij afwezig is;
- Een leerling vertrekt in de voormiddag, zonder dat hij geregistreerd is:
een wettiging is nodig voor de dag van zijn afwezigheid.
De directeur moet voor elke afwezigheid een wettiging kunnen aantonen. Let
wel, slechts een aantal afwezigheden kan gewettigd
worden. Ziekte is daar uiteraard één van.
Ziekte kan niet gewettigd worden door de directeur zelf en dus mag men er niet
van uitgaan dat wanneer de directeur op de hoogte is van het vertrek, alles in
orde is.
Als de directeur geen wettiging binnenkrijgt voor deze afwezigheid, zal hij deze
afwezigheid als een problematische afwezigheid moeten registreren (B-code),
want hij mag geen velden blanco laten in zijn aanwezigheidsregister.
Kunnen kinderen zonder geldige verblijfspapieren toch ingeschreven worden in
een school?
De wet op de leerplicht (29 juni 1983) werd ontwikkeld voor alle kinderen die
in België verblijven. Hieronder vallen uiteraard kinderen met de Belgische
nationaliteit, maar ook kinderen met een vreemde nationaliteit die ingeschreven
zijn in het vreemdelingenregister, het bevolkingsregister of het wachtregister
van de gemeente. Vanaf de zestigste dag na hun inschrijving in één van deze drie
registers, moeten deze kinderen ingeschreven zijn in een school en de lessen op
regelmatige basis volgen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de ouders.
Ook kinderen die geen officiële verblijfspapieren (meer) bezitten, hebben een
leerrecht, net als alle andere kinderen. Een school kan om deze reden niet
weigeren een leerling in te schrijven.
Deze kinderen zijn echter vaak niet gekend in het vreemdelingen-, bevolkings- of
wachtregister, maar ze blijven wel leerplichtig. Voor niet-begeleide
minderjarigen of minderjarigen zonder wettig verblijf geldt hetzelfde.
Het Ministerie van Onderwijs & Vorming houdt dus wel degelijk vast aan de
leerplicht, naast het leerrecht.
Vanuit onderwijs bewaken we het leerrecht van minderjarige vluchtelingen door te
verbieden dat de kinderen door politie worden opgehaald of opgewacht aan de
school of schoolpoort.
Mag/moet ik als leerkracht leerlingen die spijbelen aangeven op mijn school
als deze leerlingen meerderjarig zijn?
Aangezien spijbelen geen als misdrijf omschreven feit (MOF) is, kan niemand
verplicht worden om spijbelen aan te geven. In sommige scholen neemt men echter
wel in het schoolreglement op dat leerkrachten spijbelaars moeten melden, maar
dat is dus afhankelijk van de school.
Bovendien zijn meerderjarige leerlingen niet meer leerplichtig. Daardoor zijn de
gevolgen van hun spijbelgedrag minder groot dan de gevolgen voor minderjarige
leerlingen, die uiteraard wel nog leerplichtig zijn. Toch kunnen ook
meerderjarige leerlingen het recht op hun schooltoelage
verliezen, indien zij twee jaar op rij hardnekkig spijbelen.
Het is wel belangrijk dat u als leerkracht in eerste instantie de spijbelende
leerling in kwestie zelf aanspreekt op het moment dat u hem/haar op spijbelen
betrapt. Op die manier kan u proberen na te gaan wat de reden is voor het
spijbelen en kan u de leerling wijzen op het feit dat hij/zij eigenlijk op
school aanwezig moet zijn.
Ook is het aangewezen om de school op de hoogte te brengen van het spijbelgedrag
van de leerling in kwestie, aangezien de afwezigheid dan als problematische
afwezigheid kan worden geregistreerd op school. Door die registratie kan er op
school, eventueel samen met het CLB, een begeleiding worden opgestart voor de
leerling. Zo kan men de oorzaak van het spijbelen achterhalen en de leerling
helpen. Dit alles moet ondernomen worden met het oog op een uitstroom van de
leerling mét een kwalificatie.
Scholen kunnen daarenboven de hulp inroepen van de lokale politie, het parket
en/of het Ministerie van Onderwijs & Vorming, indien ze zelf geen oplossing
vinden voor het probleem van de jongere. Maar, wanneer het om een meerderjarige
en dus niet meer leerplichtige leerling gaat, zijn de mogelijkheden daarin
beperkt en zullen de partners waarschijnlijk niet geneigd zijn om dit als
prioritair te behandelen.
Meer achtergrondinformatie over spijbelen en
de opvolging ervan door school, CLB, ministerie, politie en parket
Mag/moet ik als leerkracht van een school het spijbelgedrag van leerlingen
die niet op mijn school zitten aangeven?
Hier geldt hetzelfde als hierboven. Spijbelen is geen MOF en moet dus in
principe niet aangegeven worden.
Indien u met zekerheid weet dat het gaat om een leerplichtige leerling van een
andere school en indien u ook weet om welke school het gaat, dan kan u de
desbetreffende school inlichten. Dit om dezelfde reden als hierboven, namelijk
in het belang van een aangepaste begeleiding. Toch is er geen meldingsplicht.
Hoe moet een afwezigheid wegens ziekte tijdens de examenperiode gewettigd
worden?
Het wettigen van afwezigheid tijdens de examenperiode is anders in
basisonderwijs dan in secundair onderwijs.
In het basisonderwijs is er geen examenperiode en geldt dus gedurende
heel het schooljaar dezelfde regeling:
- Als het kind maximum drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is, dan
volstaat een briefje van de ouders. Dit is slechts vier maal per jaar
toegelaten, vanaf de vijfde keer is er een medisch attest nodig;
- Als het kind langer dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek is, dan is
er een medisch attest nodig van de dokter.
In het secundair onderwijs is er in de examenperiode altijd een
medisch attest nodig van de dokter, ook al is de leerling minder dan drie
opeenvolgende kalenderdagen ziek.
Als kleuterleidster merk ik dat er elk jaar kleuters zijn die vaak niet of
te laat komen opdagen. Hoe kan ik dit probleem aanpakken?
De leerplicht vangt aan op 1 september van het kalenderjaar waarin het kind
zes jaar wordt. Kleuters zijn dus niet leerplichtig en er kan bij kleuters
jonger dan 6 jaar dan ook niet gesproken worden van ‘spijbelen’. Evenmin kan er
‘streng’ opgetreden worden, wanneer kleuters niet, op onregelmatige basis of te
laat naar school komen.
Toch kan de school - en de kleuterleidsters in het bijzonder - het fenomeen niet
zomaar links laten liggen. Vele onderzoeken tonen immers aan dat zo vroeg en zo
regelmatig mogelijk schoollopen –vooral voor de sociaal zwakkeren - en een
intensieve begeleiding in een georganiseerde structuur, positieve effecten
hebben op kleuters. Eveneens verkleint dit het risico op (taal-)achterstand. Het
is dus wel degelijk van belang om kleuters vanaf 2,5 jaar op school te krijgen
én om kleuters van alle leeftijden op regelmatige basis en op tijd op school te
hebben.
Om dit na te streven zijn er een aantal dingen waar de school aan kan werken. Zo
moet ervoor gezorgd worden dat er een gedeelde visie heerst op school wat
betreft het schoollopen van kleuters en dat iedereen bereid is om daaraan te
werken. Dit kan op verschillende manieren gebeuren:
- Zorg ervoor dat er een positief schoolklimaat heerst en dat
kleuters dus graag naar school komen. Een correcte en
vriendelijke omgang tussen kleuters onderling, tussen kleuters en
kleuterleidsters en tussen kleuterleidsters onderling kan daartoe zeker
bijdragen. De kleuters moeten zich immers ‘veilig’ kunnen voelen op school.
Ook het voorzien van voldoende activiteiten gedurende de dag, inclusief de
pauzes, kan ertoe bijdragen dat kleuters zich goed voelen op school en
daarom graag naar school komen. Voor de jongste kleutertjes zijn voldoende
rustmomenten, zoals een middagdutje, ook van belang. Ouders die merken dat
hun kind zich goed voelt op school, zullen wellicht meer geneigd zijn om hun
kind op tijd en op regelmatige basis naar school te laten gaan.
- Zorg voor een duidelijke en regelmatige communicatie naar ouders
toe. Ouders kunnen zich slechts betrokken voelen, wanneer ze voldoende
ingelicht worden over de werking, het beleid,… van de school. Daarom moeten
kleuterleidsters ervoor zorgen dat er voldoende contactmomenten zijn
met de ouders. Dit kan formeel via een oudercontact, maar in de
kleuterschool gebeurt dit eerder informeel, namelijk aan het begin van de
dag - wanneer ouders kun kind naar school brengen - of aan het einde van de
dag - wanneer ze hun kind weer komen ophalen. Op die mannier leren
kleuterleidsters en ouders elkaar beter kennen en krijgen de ouders de kans
om kennis te nemen van de verschillende activiteiten tijdens de dag.
Bovendien moeten ouders het belang van de kleuterschool beseffen. De school
moet ervoor zorgen dat ouders weten hoe belangrijk het is voor de
ontwikkeling van hun kind dat ze zo vroeg en zo regelmatig mogelijk naar
school komen. Wanneer kleuterleidsters te maken krijgen met kleuters die
vaak te laat of helemaal niet naar school komen, dan kunnen ze de ouders
hierover aanspreken en hen opnieuw op het belang van de kleuterschool
wijzen. Ook het geven van inspraak wat betreft het schoolgebeuren kan
ouders stimuleren hun kind naar school te sturen, ze voelen zich dan immers
een ‘partner’ van de school. Ze krijgen het gevoel ernstig genomen te
worden.
- Zorg ervoor dat ook allochtone ouders bereikt worden. Wanneer
allochtone kleuters ingeschreven zijn in de kleuterschool, maar niet
regelmatig naar school komen, kan de oorzaak daarvan zijn dat de ouders niet
voldoende geïnformeerd zijn over het belang van de kleuterschool. Toch is
het belangrijk dat ook deze ouders daarover ingelicht worden, maar indien
zij de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn, glippen ze al te
vaak door de mazen van het net. Hiertegen moet men specifieke acties
ondernemen. Dit kan bijvoorbeeld door deze ouders apart uit te nodigen,
zonder dat zij het gevoel krijgen geviseerd te worden. Met behulp van een
tolk kan er voldoende tijd uitgetrokken worden voor het informeren van deze
ouders.
- Zorg ervoor dat kleuters graag op tijd komen. Om het op tijd
komen te stimuleren kunnen leerkrachten de ‘leukste’ activiteiten op het
begin van de dag plannen. Zo is er bijvoorbeeld het kringgesprek dat de
meeste kleuters niet graag aan zich voorbij zien gaan. Ook het kiezen van
het ‘kindje van de dag’ kan best aan het begin van de dag gebeuren. Daarbij
kan de afspraak gemaakt worden dat, wanneer de kleuter die normaal gezien
‘kindje van de dag’ zou zijn niet aanwezig is, de beurt naar de volgende
kleuter doorschuift. Het is dus belangrijk om een kleuter te stimuleren om
graag op tijd te komen. Op die manier is de kans groter dat de ouders hun
best doen om hun ‘ongeduldige’ kleuter op tijd aan de schoolpoort af te
zetten.
Door met voorgaande tips rekening te houden kan de school ernaar streven
zoveel mogelijk kleuters tijdig en op regelmatige basis op school te krijgen. De
verantwoordelijkheid daarvoor ligt zowel bij de school als bij de ouders zelf.
Uiteindelijk zijn het nog steeds ouders die een beslissing nemen.
Meer informatie over kleuterparticipatie
Aanwezigheden worden ook beloond. Sinds 2007-2008 bestaat er een
schooltoelage voor kinderen in het kleuteronderwijs. Ouders die recht hebben
op een schooltoelage kunnen deze alleen krijgen als hun kind voldoende aanwezig
was. Hoe ouder het kind hoe meer dagen zij aanwezig moeten zijn.
Code L of code B bij te laat komen?
Er is een duidelijk verschil tussen beide codes. Het is van belang dat
scholen dit onderscheid maken, aangezien er bij een code L
niet noodzakelijk sprake is van een probleem, terwijl een code
B moet leiden tot opvolging en begeleiding van de leerling in kwestie.
Scholen kunnen zelf bepalen vanaf wanneer zij het te laat komen van leerlingen
nog als code L, dan wel als code B registreren. Afhankelijk van de omvang van
het te laat komen op school, kan men hier strenger dan wel losser mee
omspringen. Men dient wel rekening te houden met de mogelijke gevolgen van het
registreren van een code B. Ook is het belangrijk dat leerlingen en ouders weten
welke afspraken hieromtrent op de school gelden, onder andere door dit op te
nemen in het schoolreglement.
Hoeveel dagen hebben ouders de tijd om het doktersbriefje van hun kind
binnen te brengen op school?
In de omzendbrief SO/2005/04 is vastgelegd dat alle afwezigheden in het
secundair onderwijs om medische reden moeten worden gewettigd wanneer de
leerling terug op school komt. Wanneer echter de afwezigheid meer dan 10
opeenvolgende lesdagen bedraagt, moet het attest onmiddellijk aan de school
worden bezorgd.
Voor het basisonderwijs bestaat hieromtrent geen regelgeving.
Om het indienen van geantedateerde attesten
te vermijden, lijkt het ons echter aangewezen dat de school hieromtrent
duidelijke regels hanteert en inderdaad vraagt dat het medisch attest zo snel
mogelijk ingediend wordt.
Vragen van artsen
Je vindt hier de antwoorden op de volgende vragen:
Mag ik als clb-arts rechtstreeks contact opnemen met de behandelende arts
van een leerling, of heb ik hiervoor toestemming nodig van de ouders en/of de
leerling?
U kan als CLB-arts - rekening houdend met de deontologische artsencode -
contact opnemen met de huisarts van een leerling, wanneer scholen zich vragen
stellen bij een medisch attest.
De wettelijke basis hiervoor zijn de omzendbrieven 'BaO/2002/11 Afwezigheden van
leerlingen in het basisonderwijs' en 'SO/2005/04 Afwezigheden en in- en
uitschrijvingen in het voltijds gewoon secundair onderwijs en het deeltijds
secundair onderwijs', die bepalen dat "medische attesten waarrond twijfel
bestaat of die onaanvaardbaar zijn, door de betrokken scholen worden
gesignaleerd aan de CLB-arts, die het best geplaatst is om, rekening houdend met
de deontologische artsencode, deze zaak verder op te volgen."
In de omzendbrieven wordt niets vermeld over een verplichting om eerst de ouders
van de leerling op voorhand te informeren over het contact tussen CLB- en
huisarts. In het kader van de begeleiding van de spijbelende leerling, die de
school samen met het CLB opzet, is het uiteraard wel aan te raden om de ouders
op de hoogte te brengen van de contactname, maar dit kan eventueel ook achteraf.
Op de hoogte houden is immers niet hetzelfde als toestemming vragen.
Omdat deze procedure vaak weerstanden opriep en niet altijd effectief was, sloot
minister Vandenbroucke een
samenwerkingsprotocol af tussen de medische sector en de onderwijssector met
betrekking tot het oneigenlijke gebruik van medische attesten. Het doel van dit
samenwerkingsprotocol was onder andere om artsen te sensibiliseren over de rol
die zij kunnen spelen bij de aanpak van een spijbelprobleem en om hen in functie
daarvan hulpmiddelen aan te reiken om contact op te nemen met de school van een
spijbelende patiënt. Het protocol streeft er dan ook naar om op lange termijn
ervoor te zorgen dat leerlingen niet langer afwezigheden proberen te maskeren
door middel van medische attesten.
Er werd ook een databank opgezet waardoor artsen makkelijker
rechtstreeks contact kunnen opnemen
met de CLB-arts van een leerling, wanneer ze problemen willen signaleren.
Vaak komen dezelfde patiënten om een doktersbriefje vragen, maar ik stel
geen ziekte vast. Wat moet ik hiermee aanvangen?
Wanneer jongeren om een doktersbriefje vragen, wanneer ze niet ziek zijn, dan
kan dit wijzen op een probleem. Het is mogelijk dat er een ernstige,
achterliggende oorzaak is die de jongere verhindert om naar school te gaan. U
kunt als arts dit signaal doorgeven aan de school, door in plaats van een
medisch attest een dixit-attest te schrijven.
Ook is het belangrijk dat u geen geantedateerde
attesten uitschrijft.
Wees u ervan bewust dat er heel wat mogelijkheden zijn voor leerlingen om een
afwezigheid wegens andere reden dan ziekte te
wettigen. U hoeft voor deze afwezigheden dus geen ziektebriefje te
schrijven.
|