Actoren

De aanpak van spijbelen staat of valt met de samenwerking tussen onderwijs en verschillende andere actoren, zoals de huisarts, de overheid, de lokale politie, het parket, een time-outproject... 

Al deze actoren komen met spijbelaars in contact, maar ze kennen elkaar niet altijd even goed.  Daarom is er op deze website per actor een pagina gemaakt, waar zowel de actor zelf als andere geïnteresseerden informatie vinden over de rol van deze actor in de spijbelaanpak. 

Een kort overzicht van de betrokken actoren:

  • School: iedereen die in de school werkzaam is: de directie, de leerkrachten, de leerlingbegeleiders, de coördinatoren, het secretariaatspersoneel. Allemaal vervullen zij een rol in de aanpak van spijbelen.
     
  • CLB: het Centrum voor Leerlingenbegeleiding is een dienst waarop leerlingen, ouders, leerkrachten en schooldirecties een beroep kunnen doen voor informatie, hulp en begeleiding.
     
  • Ouders en leerlingen: uiteraard zijn de leerling zelf en zijn ouders een belangrijke partner in de aanpak van spijbelen.
     
  • Artsen: alle artsen die met leerplichtige jongeren in contact komen, spelen een rol in de aanpak van spijbelen. We denken dan in de eerste plaats aan huisartsen, kinderartsen en kinderpsychiaters.
     
  • De overheid: de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming staat in voor de aansturing, de voortgangsbewaking en de evaluatie van het Vlaamse onderwijsbeleid. De aanpak van spijbelen is hier een onderdeel van. Het departement Onderwijs en Vorming ondersteunt de minister bij de beleidsvoorbereiding en de vier agentschappen voeren dat beleid uit. Zo gebeurt onder andere de controle op de leerplicht door het agentschap voor onderwijsdiensten.
     
  • time-out: time-outprojecten bieden aan leerlingen, die een grondig verstoorde relatie met de school hebben, de mogelijkheid om hun leertijd voor een afgebakende periode buiten de school door te brengen. Het doel is om de leerling weer terug op school te krijgen. Zowel de leerling als de school krijgen een adempauze.
     
  • LOP: de lokale overlegplatforms proberen alle leerlingen gelijke kansen te bieden om te leren en zich te ontwikkelen. Tegelijkertijd tracht het LOP elke vorm van uitsluiting, discriminatie en sociale scheiding tegen te gaan. In het LOP zitten alle onderwijsverstrekkers uit de regio én een breed gamma van lokale organisaties die van zeer nabij geconfronteerd worden met (on)gelijke kansen binnen het onderwijs.
     
  • Lokale besturen en diensten: ook steden en gemeenten kunnen een rol spelen in de aanpak van spijbelen. Dit kan een taak zijn van de schepen van onderwijs, de dienst onderwijs of het gemeentepersoneel. Zij kunnen hiervoor een beroep doen op heel wat lokale partners, zoals het OCMW, de lokale politie, het LOP,...
  • Welzijn: binnen de welzijnssector zijn er heel wat diensten waarop scholen en CLB's een beroep kunnen doen en waarmee ze samenwerken in het kader van spijbelen. 
     
  • Politie: de lokale politie helpt de scholen binnen hun zone vaak bij de aanpak van spijbelen. Sinds 2006 beschikt elke lokale politiezone over een aanspreekpunt voor de scholen.  
     
  • Parket: op het einde van de rit is soms een gepaste sanctie of gedwongen hulpverlening nodig voor een spijbelaar en/of zijn ouders. Daarvoor staat het parket in. Sinds september 2006 nemen de parketcriminologen hier een belangrijke taak in op.