WelzijnWelke rol kunnen de diensten binnen Welzijn vervullen in de spijbelaanpak? Er zijn heel wat diensten waarop scholen en CLB's een beroep kunnen doen en waarmee ze samenwerken, bijvoorbeeld de Comités Bijzondere Jeugdzorg, de gesloten gemeenschapsinstellingen en de andere residentiële instellingen binnen Bijzondere Jeugdzorg. De actoren binnen welzijn, wie zijn dat?De Comités Bijzondere JeugdzorgHet Comité Bijzondere Jeugdzorg (CBJ) is een dienst van de Vlaamse Gemeenschap. Er zijn twintig CBJ's verspreid over heel Vlaanderen. Elk comité bestaat uit een bureau en een preventiecel:
Het CBJ biedt hulp aan jongeren die in een moeilijke situatie leven en hulp nodig hebben. Al die problemen samen worden ‘een Problematische Opvoedingssituatie (POS)’ genoemd. De jongere zelf, zijn/haar ouders of andere diensten kunnen bij het comité terecht. Het comité zoekt dan, samen met de eventuele verwijzer en de cliënt (de
jongere) naar hulpverlening zo dicht mogelijk bij de cliënt. De sociale dienst van de jeugdrechtbankWanneer het dossier van een jongere voorkomt bij de jeugdrechtbank wordt hij of zij begeleid door een consulent van de sociale dienst van de jeugdrechtbank. Hij onderzoekt dan de situatie, luistert naar het verhaal, praat met iedereen die betrokken is en stelt een oplossing voor aan de jeugdrechter. De jeugdrechter bekijkt het voorstel van de consulent en beslist dan hoe hij de jongere best kan helpen. Ook na de beslissing van de jeugdrechter blijft de consulent de jongere verder opvolgen. De consulent organiseert de hulpverlening of de opgelegde maatregel. Als de jeugdrechter beslist dat de jongere geplaatst wordt, zoekt de consulent uit waar de jongere het best terecht kan. De consulent volgt de jongere, zijn/haar gezin en de hulpverlening op. Minstens één keer per jaar wordt onderzocht of de beslissing van de
jeugdrechter nog aangepast is aan de situatie. De consulent komt minstens twee
keer per jaar met de jongere en zijn/haar ouder(s) praten. Dan wordt bekeken hoe
de hulpverlening of de maatregel verloopt, wat er veranderd is, wat er nog
moeilijk of nodig is. De consulent maakt hierover een verslag en geeft advies
aan de jeugdrechter. De verbindingsfunctionarissen in de gesloten gemeenschapsinstellingenIn de gesloten gemeenschapsinstellingen speelt onderwijs een belangrijke/cruciale rol. De gesloten gemeenschapsinstellingen proberen steeds de thuisschool van de jongeren te contacteren en samen te werken met scholen en CLB’s. Daarnaast versterken ze zelf ook onderwijs, proberen ze hun jongeren indien nodig in te schrijven in een nieuwe school, geven ze advies rond studie- en beroepskeuze ... Gedurende 2 schooljaren (2008-2009 en 2009-2010) waren er verbindingsfunctionarissen aan de slag in de Gemeenschapsinstellingen voor Bijzondere Jeugdzorg te Mol, Beernem en Ruiselede. Zij hebben als opdracht:
Het project beoogt op die manier om:
Download hier de voorstellingstekst over de verbindingsfunctionarissen. Deze 2 schooljaren mondden uit in een eindverslag met aanbevelingen voor de ministers van welzijn en onderwijs. Gedurende het schooljaar 2010-2011 zullen de verbindingsfunctionarissen verder werken aan de verankering van de samenwerking tussen de gemeenschapsinstellingen en onderwijs (scholen en CLB's.) Zij werken niet langer op dossierniveau, maar op een meer structureel niveau. De residentiële voorzieningen van de Bijzondere JeugdbijstandKinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar en hun gezinnen kunnen begeleid worden door een voorziening, project of dienst binnen de Bijzondere Jeugdzorg op basis van een verwijzing door het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg (BJZ) of via de jeugdrechtbank. Binnen de sector Bijzondere Jeugdzorg onderscheiden we zeven categorieën van private voorzieningen. In een aantal van deze voorzieningen verblijven jongeren residentieel, bijvoorbeeld in begeleidingstehuizen, gezinstehuizen en in opvang-, oriëntatie- en observatiecentra (kan ambulant of residentieel zijn). Meer informatie over de werking van de Comités Bijzondere Jeugdzorg, de bemiddelingscommissie en de verschillende voorzieningen binnen de Bijzondere Jeugdzorg kan u vinden via www.osbj.be Rol van de actoren binnen welzijn in de spijbelaanpakDe Comités Bijzondere JeugdzorgHet CLB wordt door de scholen verplicht ingeschakeld vanaf het moment dat een leerling 10 halve dagen gespijbeld heeft. Uiteraard kan de school ook al eerder een beroep doen op het CLB. Het CLB helpt de school bij de begeleiding van de leerplichtproblemen van de jongere. Als de achterliggende problemen de begeleiding van school en CLB overstijgen, neemt het CLB zijn draaischijffunctie op. Dit betekent dat het CLB samenwerkt met andere diensten uit de welzijns- en gezondheidssector. Eén van de diensten waarop het CLB een beroep kan doen, wanneer het spijbelen veroorzaakt wordt door of een signaal is van een achterliggende problematische opvoedingssituatie, is het Comité Bijzondere Jeugdzorg. De samenwerking tussen deze beide actoren kan nog wat verbeterd worden, op de volgende twee vlakken:
Daarom werd tijdens het schooljaar 2008-2009 in drie arrondissementen een meer intensieve samenwerking tussen de CLB’s en de CBJ's tot stand gebracht m.b.t. spijbeldossiers waarvan men vermoedt dat de oorzaak te vinden is in een ernstige problematische opvoedingssituatie. In die pilootregio's werd bijvoorbeeld gewerkt aan het uitwerken van een soort 'standaarddossier' voor het aanmelden door het CLB bij het CBJ. Lees meer over dit pilootproject en de conclusies ervan. De verwijzende instantiesHieronder vallen de sociale dienst van de jeugdrechtbank en de comités bijzondere jeugdzorg. Beide instanties kunnen namelijk een jongere plaatsen in een voorziening. Eén van de voorzieningen waarin jongeren geplaatst kunnen worden is het onderwijsinternaat. Zulke plaatsingen in een internaat komen steeds vaker voor. Elk internaat is er al wel eens mee geconfronteerd. Tijdens het schooljaar 2009-2010 zaten een aantal internaten en verwijzers samen rond de tafel om te kijken hoe ze beter kunnen samenwerken bij zo een plaatsing. Welke informatie verwacht het internaat van de verwijzer? Welke hulpverlening kan een verwijzer verwachten van het internaat? Wie betaalt de rekeningen? Hoe kan het internaat de verwijzer contacteren bij problemen? Dit zijn slechts enkele van de vele vragen die men zich stelde. We kwamen tot een oplijsting van de aandachtspunten langs beide kanten en maakten een instrument op om de communicatie te verbeteren. Tijdens een ontmoetingsmoment op 16/11/2010 werd uitleg gegeven over de werking van beide sectoren en werd de inlichtingenfiche om de communicatie te verbeteren voorgesteld. In februari-maart 2011 volgen nog regionale ontmoetingen tussen internaten en verwijzers om de samenwerking verder op punt te stellen. Bekijk hier de presentaties van 16/11/2010 en de inlichtingenfiche:
De verbindingsfunctionarissen in de gesloten gemeenschapsinstellingenEén van de problematieken waarover de verbindingsfunctionarissen zich buigen is spijbelen. Jongeren die in de gemeenschapsinstellingen zitten, hebben vaak een minder goed lopende schoolcarrière en er kan tijdens het verblijf in de instelling dus zeker gewerkt worden rond motivatie om naar school te gaan. Daarnaast is de overgang van de gemeenschapsinstelling terug naar de school
een erg belangrijke en mogelijk kritieke periode voor de jongere, waarin er
zeker voldoende aandacht moet besteed worden aan het regelmatig naar school gaan
door de jongere. De residentiële voorzieningen van de Bijzondere JeugdbijstandTijdens het schooljaar 2007-2008 vond er een aantal keren overleg plaats tussen de pedagogische begeleidingsdiensten van onderwijs, een aantal vertegenwoordigers van scholen en CLB's, een aantal vertegenwoordigers van residentiële voorzieningen uit de Bijzondere Jeugdzorg en het departement Onderwijs & Vorming en het Agentschap Jongerenwelzijn. Het doel van dit overleg was komen tot een betere samenwerking/communicatie tussen school/CLB en de residentiële voorziening op het moment dat een jongere naar de voorziening gaat en tijdens zijn/haar verblijf daar. De schoolcarrière van de jongere zou zo weinig mogelijk hinder mogen ondervinden hiervan. Daarnaast kan de voorziening de school en het CLB ook ondersteunen in hoe ze best omgaan met de jongere. De ouders en de jongere zelf moeten zoveel als mogelijk betrokken worden in deze communicatie en samenwerking. Dit overleg leidde ertoe dat Minister Frank Vandenbroucke en minister Veerle
Heeren een
engagementsverklaring ondertekenden over deze samenwerking tussen scholen/CLB’s
en residentiële voorzieningen Bijzondere Jeugdbijstand. Ook de netten en de
koepels van scholen en CLB’s en vertegenwoordigers van de residentiële
voorzieningen in de Bijzondere Jeugdzorg zullen deze verklaring ondertekenen. Acties van het spijbelactieplan die relevant zijn voor welzijn: |