Actie 1. Gerichte informatiecampagnes over spijbelen

Regelmatig naar school gaan is een belangrijke voorwaarde voor een vlotte schoolloopbaan met aan het eind een diploma of getuigschrift. Het voorkomen en opvolgen van schoolverzuim en afwezigheden is dan ook een onderwerp dat blijvend maatschappelijke (én politieke) aandacht verdient.

Het spijbelteam maakte daarom een communicatieplan om meer mensen bewust te maken van de problematiek van schoolverzuim en spijbelen.

Hierbij gaat bijzondere aandacht naar gerichte campagnes voor bijzondere doelgroepen, zoals huisartsen, hulpverleners, migrantenorganisaties, ouders van kleuters, onthaalbureaus,…

Update actie 1:

  • Ronde van Vlaanderen georganiseerd eind juni en begin juli 2008 voor schoolsecretariaten van het basis- en het secundair onderwijs met o.a. uitleg over registratie van afwezigheden en het voeren van een spijbelbeleid.
  • Lancering van de vernieuwde website leerplicht op 25/10/2007.
     
  • Lancering van de spijbelinleg (pdf, 5 p.) in Klasse voor Leerkrachten, een brochure mét en vóór alle actoren die een rol kunnen spelen in de aanpak van spijbelen, op 25/10/2007.
  • Persconferentie voor correspondenten van Turkse en Marokkaanse media over een aantal onderwijsthema's waaronder spijbelen op 13/07/2007.
     
  • Proefproject in Mechelen over communicatie naar autochtone en allochtone kansarme ouders van kinderen en jongeren jonger dan 18 jaar over regelmatig naar school gaan vanaf de eerste schooldag.  Dit proefproject liep tijdens het schooljaar 2006-2007.

Actie 2. Betere registratie afwezigheden door school

De Vlaamse secundaire scholen beschikken over een elektronisch registratiesysteem dat toelaat oog te hebben voor alle soorten afwezigheden. Tevens biedt het de mogelijkheid om analyses op de geregistreerde gegevens uit te voeren, waardoor scholen een nog gerichter beleid kunnen voeren. De meeste basisscholen beschikken nog niet over een elektronisch registratiesysteem.

Uit een rapport van de onderwijsinspectie blijkt dat scholen de geregistreerde afwezigheden onvoldoende benutten als vertrekbasis voor een spijbelbeleid.

Dat is jammer, want een zorgvuldige registratie van de aan- en afwezigheidsgegevens is een goede vertrekbasis voor allerhande acties op schoolniveau:

signaaldetectie:

  • op tijd een spijbelprobleem detecteren, zodat er iets aan gedaan kan worden (een leerling die steeds briefjes van een andere huisarts binnenbrengt of die steeds op dezelfde momenten afwezig is,...);
  • kijken naar de afwezigheidsgegevens en hier patronen, trends, tendensen uit afleiden (als we een hele voormiddag studie geven, dan zijn de leerlingen in de namiddag afwezig, als we de sportdag op een vrijdag zetten zijn er meer afwezigheden dan als we ze op een dinsdag laten doorgaan,...)

structurele preventie: spijbelen kan vaak door eenvoudige ingrepen voorkomen worden, zoals:

  • maar één in-en uitgang aan de school, zodat men meer controle heeft
  • zorgen voor activiteiten tijdens de middagpauze waardoor de leerlingen op school blijven

de verbetering van de eigen werking: op basis van wat men leert uit signaaldetectie en structurele preventie de eigen werking verbeteren.

Update actie 2:

  • Iedere basis- en secundaire school in Vlaanderen ontving in november 2008  een spijbelkijkwijzer (dit is een vragenlijst om hun spijbelbeleid in kaart te brengen, te evalueren en indien nodig bij te sturen.) Tegelijkertijd verscheen een artikel hierover in Klasse voor Leerkrachten. De kijkwijzer werd tevens verstuurd naar de CLB’s en de lerarenopleidingen.
  • Op 23 september 2008 werd de spijbelkijkwijzer voorgesteld aan de pedagogische begeleidingsdiensten op een studiedag rond spijbelen.  Deze spijbelkijwijzer werd samen met de PBD ontwikkeld en zij zullen dan ook scholen kunnen ondersteunen wanneer ze deze willen gebruiken.
  • Ronde van Vlaanderen georganiseerd eind juni en begin juli 2008 voor schoolsecretariaten van het basis- en het secundair onderwijs met o.a. uitleg over registratie van afwezigheden en het voeren van een spijbelbeleid.

Actie 3. Ondersteunen van een positief schoolklimaat

Graag naar school gaan is nog altijd de beste remedie tegen spijbelen.  Het schoolklimaat speelt hier een belangrijke rol in.  De aanpak van schoolverzuim en spijbelen kan dus niet los worden gezien van dit schoolklimaat.

Zo blijven kinderen die ernstig gepest worden soms weg uit school wanneer ze het gevoel hebben dat er niet (of foutief) op gereageerd wordt.  Of wanneer ouders en leerlingen te weinig betrokken worden bij het spijbelbeleid van de school, dan voelen ze zich ook minder verantwoordelijk wanneer er gespijbeld wordt en zijn ze minder geneigd om mee te werken aan de aanpak van dit probleem door de school.

Het belang van een positief en democratisch schoolklimaat wordt daarom blijvend benadrukt en scholen worden gestimuleerd om hun eigen schoolklimaat kritisch te analyseren en waar nodig bij te sturen.

Update actie 3:

  • Op deze website vindt u informatie over hoe ouders, leerlingen, leerkrachten, directie,... kunnen bijdragen aan een positief schoolklimaat.

Actie 4. Duidelijke afspraken tussen school en centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB)

Goede afspraken tussen school en CLB zijn noodzakelijk voor een succesvolle begeleiding van schoolverzuim . Deze afspraken moeten schoolspecifiek zijn en voldoende concreet geformuleerd. Dat is volgens de onderwijsinspectie nu niet steeds het geval.

Concrete en schoolspecifieke afspraken rond spijbelen kunnen opgenomen worden in beleidsplannen, -contracten, afsprakennota's en bijzondere bepalingen.  Deze moeten evolueren tot instrumenten waarin school en CLB hun rol en positie in het spijbelbeleid op elkaar afstemmen.

Update actie 4:

  • Een nieuw besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de operationele doelstellingen van de centra voor leerlingenbegeleiding werd goedgekeurd op 3 juli 2009. 
  • Op 23 maart 2009 organiseert de VLOR, op vraag van de minister, een brede conferentie over leerlingenbegeleiding.  Ook het thema spijbelen zal hier aan bod komen in een workshop.

Actie 5. Leerlingen en ouders nauw betrekken bij opvolging leerplicht

Jongeren en ouders worden best betrokken bij het schoolbeleid en meer specifiek het spijbelbeleid.  Dit gebeurt in de praktijk niet altijd.  Ook de begeleiding van spijbelen gebeurt nog vaak over de hoofden van de jongeren en de ouders heen.

Om meer betrokkenheid te realiseren, moeten scholen alle middelen aangrijpen om leerlingen en hun ouders te bereiken. Zo kan er aan structurele preventie worden gedaan, bijvoorbeeld:

  • een goed inschrijvingsbeleid voeren
  • goede afspraken maken over de zinvolle invulling van de momenten voorafgaand aan de schoolvakanties
  • informatieve ouderavonden organiseren
  • informatie over leerplichtopvolging aanbieden in een begrijpelijke taal
  • samen zoeken naar oplossingen bij individuele spijbelproblemen

Uit de analyses van afwezigheidsgegevens blijkt dat maatschappelijk kwetsbare jongeren meer spijbelen. Voor die groepen is het zinvol om op lokaal niveau samen te werken met niet-onderwijsorganisaties voor allochtonen en kansarmen zoals onthaalbureaus, minderhedencentra, verenigingen waar armen het woord nemen. 

Uit het inspectieverslag blijkt echter dat dit nog te weinig gebeurt.  De LOP’s kunnen hiervoor een goed platform bieden.

Scholen moeten alle middelen aangrijpen om de betrokkenheid van leerlingen en hun ouders te verhogen, met bijzondere aandacht voor de maatschappelijk kwetsbare groepen.

Update actie 5:

  • Om alle ouders bij het schoolgebeuren te betrekken werd de engagementsverklaring tussen de school en de ouders in het basis- en secundair onderwijs ingevoerd (geregeld bij decreet van 20 maart 2009).  Hierdoor neemt elke school vanaf het schooljaar 2010-2011 in haar schoolreglement afspraken op over oudercontacten, voldoende aanwezigheid op school en spijbelbeleid, individuele leerlingenbegeleiding,... Het gaat om wederzijdse afspraken tussen school en de ouders: zowel de school als de ouders nemen dus engagementen op. 
  • Een 'activeringsgroep spijbelen' met een aantal LOP-deskundigen en het spijbelteam werd opgericht om de rol van de LOP’s in de aanpak van spijbelen uit te klaren. 
  • De regelgeving voor het verkrijgen van een schooltoelage is gewijzigd vanaf schooljaar 2007-2008: meer leerlingen in het secundair onderwijs hebben recht op een toelage en de procedure om een toelage aan te vragen is vereenvoudigd.  Vanaf het schooljaar 2008-2009 zullen ook leerlingen in het basisonderwijs een schooltoelage kunnen ontvangen.  Hiermee hopen we het naar schoolgaan te stimuleren en de financiële drempels te verlagen.

    Meer informatie over schooltoelagen.
     
  • Het Jojo-project (project ‘Preventie van antisociaal gedrag op school’, beter gekend onder de naam ‘Scholen voor jongeren en Jongeren voor scholen’ of JoJo) werd uitgebreid: ongeveer 200 bijkomende voltijdse jobs werden voorzien, wat meer dan een verdubbeling is.  Het project richt zich op scholen met een publiek van leerlingen met schoolse problemen. De JoJo-er is een startbaner (een laaggeschoolde jongere die niet in het bezit is van een diploma secundair onderwijs), die een aantal taken kan verrichten ter aanvulling van de inzet van het schoolpersoneel. De JoJo-er kan een schakel vormen tussen leerlingen en lerarenkorps en taken opnemen die kunnen bijdragen tot de verbetering van het schoolklimaat.

Actie 6. Doelgroepenbeleid

Participatie van kleuters

Onderzoek toont aan dat zo vroeg en zo regelmatig mogelijk schoollopen belangrijke positieve effecten op de ontwikkeling van kinderen heeft.

Er moet daarom een impulsplan komen om de deelname van kleuters aan het onderwijs zo vroeg en zo regelmatig mogelijk te laten verlopen.


Voltijds engagement voor deeltijds leerplichtigen

Jongeren in het deeltijds onderwijs werken drie dagen en volgen twee dagen per week les.  De drie werkdagen zijn echter niet verplicht.  Dit moet veranderen, er moet een voltijds engagement zijn:  de component leren wordt verplicht gekoppeld aan een component werkplekleren.  De werkcomponent wordt dus even verplicht als de leercomponent. 

Daarnaast wordt bijzondere aandacht besteed aan de registratie en de opvolging van afwezigheden en schoolverzuim in de deeltijdse leersystemen.


Het kind in de residentiële hulpverlening

Informatie-uitwisseling tussen school, CLB en de instelling is nodig wanneer een jongere residentieel wordt opgenomen in een instelling van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, of van de Bijzondere Jeugdzorg.

Ook een optimale samenwerking met het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap met betrekking tot de doelgroep van de voorzieningen voor niet-schoolgaanden is nodig.

Update actie 6:

Participatie van kleuters

  • Er werden schooltoelagen voor het kleuteronderwijs ingevoerd.  Deze worden gekoppeld aan de inschrijving en regelmatig aanwezig zijn op school.  Deze gingen in vanaf het schooljaar 2008-2009.  Meer uitleg over afwezigheden en over schooltoelagen.
  • Het Jaar van de Kleuter is ondertussen afgerond.  Gedurende het schooljaar 2007-2008 werden er heel wat acties ondernomen omtrent het thema Kleuterparticipatie, zoals het ontwikkelen van een onthaalbrochure voor ouders en een spel, het maken van een brochure over kleuterparticipatie en alle hierbij betrokken actoren, het organiseren van studiedagen,... 

Voltijds engagement voor deeltijds leerplichtigen

Het kind in de residentiële hulpverlening

  • Minister Vandenbroucke en minister Heeren ondertekenden een engagementsverklaring over de samenwerking tussen scholen/CLB’s en residentiële voorzieningen Bijzondere Jeugdbijstand. Ook de netten en de koepels van scholen en CLB’s en vertegenwoordigers van de residentiële voorzieningen in de Bijzondere Jeugdzorg zullen deze verklaring ondertekenen.  Bij deze engagementsverklaring hoort ook een netwerkficheMeer informatie
     
  • Vanaf 01/09/2008 zijn er verbindingsfunctionarissen aan de slag in de Gemeenschapsinstellingen voor Bijzondere Jeugdzorg te Mol, Beernem en Ruiselede.  Deze zullen een brug slaan tussen de werking van de Gemeenschapsinstellingen voor Bijzondere Jeugdbijstand en het onderwijs met als doel samen bij te dragen tot:
    de maximale integratiekans van de leerling, het realiseren van leervorderingen en het realiseren van de algemene hulpverleningsdoelstellingen. 
     

Actie 7. Heldere afspraken met artsen over medische attesten

Wanneer scholen zich vragen stellen bij een medisch attest, kunnen zij contact opnemen met de CLB-arts die, rekening houdend met de deontologische artsencode, de betrokken arts kan contacteren.  Deze procedure roept echter weerstanden op en is niet effectief. Meer controle bij twijfelachtige medische attesten lijkt nodig.

Er wordt overleg gepleegd met de artsenorganisaties met betrekking tot de problematiek van zorgwekkende medische attesten.

Update actie 7:

  • Jaarlijks vindt een evaluatievergadering van het protocol tussen onderwijs en de medische sector plaats. 
  • Dixit-attesten zijn attesten die louter op de verklaring van de leerling gebaseerd zijn en niet op een echte diagnose. In het samenwerkingsprotocol werd afgesproken dat leerlingen met (meerdere) dixit-attesten door de school als problematisch afwezig worden beschouwd. Dit leidt er toe dat de school en het CLB de leerling nauw opvolgen en een gepaste begeleiding opstarten vanaf de eerste dag. De voornaamste bedoeling is een signaalfunctie te creëren om leerlingen te helpen.  Voor de dixit-attesten bereikten verschillende artsenverenigingen en de Nationale Raad van de Orde der Geneesheren een akkoord over een model. U kan het correcte dixit-attest bij Domus Medica bestellen.
    Ook het sportattest (attest lichamelijke opvoeding) werd ondertussen vereenvoudigd. Huisartsen ontvingen een bestelformulier in hun brievenbus om zich van deze vernieuwde attesten te voorzien.
     
  • In mei 2008 vond een eerste evaluatievergadering plaats van het samenwerkingsprotocol.  Er werden verdere afspraken gemaakt m.b.t. de uitvoering van het protocol.

Actie 8. Sterkere samenwerking onderwijs - welzijn/gezondheid

Spijbelen en schoolverzuim zijn vaak signalen van complexe achterliggende problemen. De aanpak van dergelijke problemen vereist nauwe samenwerking met het welzijnsveld rond de school.

De CLB's zijn hiervoor de ideale partner van de scholen, aangezien zij de opdracht hebben een netwerk uit te bouwen met de welzijns- en gezondheidsorganisaties in hun omgeving, zodat zij leerlingen indien nodig kunnen doorverwijzen.  In die zin fungeren de CLB's als draaischijf tussen de school en de externe diensten.

De bestaande netwerken zijn vooral gebaseerd op losse contacten naar aanleiding van doorverwijzingen in concrete dossiers. De praktijk in sommige CLB’s bewijst dat er met welzijns- en gezondheidsdiensten ook structureel kan samengewerkt worden onder andere door het afsluiten van samenwerkingsprotocollen.

De volgende schooljaren wordt verder werk gemaakt van een betere samenwerking tussen onderwijs en welzijn/gezondheid.

De CLB’s vormen één van de sectoren van de Integrale Jeugdhulp (IJH) en worden verder ondersteund in hun rol hierin.  Ook de structurele samenwerking van CLB met aanverwante sectoren (kinderpsychiatrie, huisartsen, integratiediensten,… ) zullen we verder stimuleren.

Update actie 8:

  • Minister Vandenbroucke en minister Heeren ondertekenden een engagementsverklaring over de samenwerking tussen scholen/CLB’s en residentiële voorzieningen Bijzondere Jeugdbijstand. Ook de netten en de koepels van scholen en CLB’s en vertegenwoordigers van de residentiële voorzieningen in de Bijzondere Jeugdzorg zullen deze verklaring ondertekenen.  Bij deze engagementsverklaring hoort ook een netwerkficheMeer informatie
  • Een pilootproject rond standaarddossiers voor het doorsturen van ernstige spijbeldossiers van de CLB’s naar de Comités Bijzondere Jeugdzorg én voor feedback over opvolging door CBJ’s liep tijdens het schooljaar '08-'09 in drie regio’s (Sint-Niklaas, Brugge en Mechelen)  Meer informatie
  • Vanaf 01/09/2008 zijn er verbindingsfunctionarissen aan de slag in de Gemeenschapsinstellingen voor Bijzondere Jeugdzorg te Mol, Beernem en Ruiselede.  Deze zullen een brug slaan tussen de werking van de Gemeenschapsinstellingen voor Bijzondere Jeugdbijstand en het onderwijs met als doel samen bij te dragen tot:
    de maximale integratiekans van de leerling, het realiseren van leervorderingen en het realiseren van de algemene hulpverleningsdoelstellingen. 

Actie 9. Projecten op maat bij ernstige problemen

Voor sommige jongeren is een intensieve samenwerking tussen onderwijs en welzijn nodig, zodat men de jongere een aanpak op maat kan aanbieden.

Zo biedt time-out aan leerlingen die een grondig verstoorde relatie met de school hebben, de mogelijkheid om hun leertijd voor een afgebakende periode buiten de school door te brengen. Er worden verschillende methodieken gebruikt om de relatie tussen school en leerling te herstellen.

Ook op andere manieren kunnen onderwijs en welzijn in gedeelde verantwoordelijkheid een traject op maat aanbieden aan jongeren met moeilijkheden. Voorbeelden hiervan ontstonden op initiatief van de Lokale Overlegplatforms of naar aanleiding van projectoproepen van stichtingen of organisaties.

Wanneer de spijbelproblematiek een intensieve samenwerking tussen onderwijs en welzijn vraagt, moet het mogelijk zijn dat op maat van de jongeren trajecten worden uitgezet, in gedeelde verantwoordelijkheid tussen onderwijs en welzijn.

Update actie 9:

  • In januari 2009 werd een nieuwe oproep voor time-outprojecten gelanceerd.  De aanvragen werden beoordeeld door een jury en er werd een selectie gemaakt van time-outprojecten voor de komende 3 schooljaren.  Meer informatie over time-out.
  • Vanaf 01/07/2008 loopt een evaluatie-onderzoek naar de time-outprojecten.  Dit onderzoek zal lopen tot eind december 2008.  Onder meer aan de hand van de resultaten van dit onderzoek zal er beslist worden over de verderzetting en eventuele uitbreiding van de financiering.

Actie 10. Streng als het moet: van gedwongen hulp tot sanctionering

Als hulpverlening op vrijwillige basis geen effect heeft, en er sprake is van een zware spijbelproblematiek, moet het mogelijk zijn dat de rechtbank maatregelen oplegt, hetzij aan de leerling, hetzij aan de ouders, hetzij aan beiden.

We maken hierbij een onderscheid tussen:

  • dossiers waarbij er sprake is van onmacht van de leerling en/of de ouders (opvoedingsonmacht. Vaak is dit te wijten aan een problematische opvoedingssituatie.  In deze dossiers is, al dan niet gedwongen, hulpverlening aangewezen.
  • dossiers waarbij er duidelijk sprake is van onwil van de ouders om het leerrecht van hun kinderen te waarborgen, zonder dat er daarom sprake is van een problematische opvoedingssituatie.  In deze dossiers moet het mogelijk zijn om sancties op te leggen. 

Er wordt dus steeds aanvullend gewerkt:  eerst moet gekeken worden of vrijwillige hulp mogelijk is, daarna moet eventueel aanklampend (niet vraaggestuurd, maar actief de betrokkenen motiveren om de aangeboden hulp te aanvaarden) worden gewerkt, pas daarna wordt gekeken of het nodig is om een begeleidingsmaatregel met dwang (via gerechtelijke weg) op te leggen.

Update actie 10:

  • Er werd een krijtlijnennota gemaakt om te verduidelijken hoe de samenwerking tussen scholen en politie in de praktijk concreet vorm kan krijgen.  Deze krijtlijnennota wordt verspreid naar de scholen en de lokale politiezones.  Voor de scholen werd er tevens een samenvattende tekst gemaakt.  Lees er alles over. 
  • Vanuit het parket van het Hof van beroep te Brussel werd in april 2009 een omzendbrief over spijbelen en schoolverzuim verstuurd naar alle Vlaamse parketten.  De bedoeling van de omzendbrief is komen tot een gelijkaardige aanpak van deze problematiek in de verschillende parketten.
  • In oktober 2008 werd een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen AgODi en de verschillende Vlaamse parketten over het doorsturen van dossiers in het kader van de leerplichtcontrole en zorgwekkende dossiers.
  • In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden toezichtscellen aangesteld voor, onder andere, de aanpak van spijbelen.  Voor deze toezichtscellen werd een infovoormiddag rond de aanpak van spijbelen in Vlaanderen georganiseerd.
  • De aanstelling van de aanspreekpunten jeugdcriminaliteit in elke lokale politiezone, in navolging van de omzendbrief PLP 41 van 7 juli 2006
     
  • Voor deze aanspreekpunten werden in januari 2007 provinciale infovoormiddagen georganiseerd door het departement Onderwijs & Vorming.
     
  • Elk parket geniet sinds 1 september 2006, in het kader van de hervorming van de wet op de jeugdbescherming, de ondersteuning van een criminoloog die 3 belangrijke opdrachten vervult, waaronder het uitwerken van samenwerkingsverbanden met scholen en CLB’s inzake spijbelgedrag.

Actie 11. Stedelijk/gemeentelijk beleid

Lokale overheden kunnen een bijzondere rol opnemen in het stimuleren en organiseren van samenwerking tussen diensten, voorzieningen en instellingen, het organiseren van ontmoetingen tussen verschillende partners en het stimuleren van een gemeenschappelijke visie op de aanpak van spijbelen.

Lokale besturen nemen ook vaak het initiatief om plaatselijk opgestarte projecten te ondersteunen of te stimuleren.

Met de steden en gemeenten met een ernstige spijbelproblematiek, worden bilateraal afspraken gemaakt i.v.m. een snelle en efficiënte controle op de inschrijvingen en een efficiënte opvolging van het spijbelen op stedelijk/gemeentelijk niveau.
Naast deze gesprekken met steden en gemeenten wordt overleg gepleegd met de VVSG om te komen tot een gezamenlijke visie over de rol van de lokale overheid bij de opvolging van leerplichtproblemen.

Het ministerie van Onderwijs & Vorming onderzoekt op welke wijze  centraal verzamelde gegevens aangeleverd kunnen worden aan de lokale overheden om zo hun werking op dit vlak te versterken.

Update actie 11:

  • Op 23 oktober organiseert het departement Onderwijs & Vorming samen met de VVSG de studievoormiddag "nieuwe wetgevende initiatieven inzake onderwijs en impact op hulpverlening OCMW's".  Meer info vindt u via de website van VVSG
  • Sinds september 2006 kent het departement Onderwijs & Vorming een detachering toe aan de VVSG.  De gedetacheerde houdt zich voornamelijk bezig met de thema's flankerend lokaal onderwijsbeleid, spijbelen en kleuterparticipatie.
     
  • In samenwerking met de VVSG organiseerde het departement Onderwijs & Vorming in het schooljaar 2007-2008 een aantal vormingsdagen voor schepenen van onderwijs, gemeentepersoneel die rond onderwijs werken,....  Deze studiedagen gaan over flankerend lokaal onderwijsbeleid en aanverwante thema's zoals kosteloos onderwijs, kleuterparticipatie, spijbelen en de leerplichtcontrole,... 

Actie 12. Totale en snelle controle op de leerplicht

De leerplichtcontrole is één van de kerntaken van het Ministerie van Onderwijs & Vorming.

Het behoort tot de opdracht van het Ministerie om te komen tot een zo sluitend mogelijk toezicht op de inschrijvingen, op de aanwezigheid van leerlingen en op het huisonderwijs.

Om tot een daadwerkelijke controle op de leerplicht te komen, wordt een grondige hervorming doorgevoerd van de interne procedures van opvolging en controle.

Update actie 12:

  • De leerplichtcontrole in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door de gemeenschappelijke cel ging van start in het schooljaar 2008-2009.
  • Op 12 november 2008 ondertekenden minister Vandenbroucke en zijn collega van de Franse Gemeenschap minister Dupont een samenwerkingsprotocol (pdf, 8 p.) waarin een sluitende controle op de leerplicht in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd vastgelegd. Diezelfde dag hebben de burgemeesters van de 19 Brusselse gemeentes zich in een gemeenschappelijke engagementsverklaring (pdf, 3 p.) akkoord verklaard met deze werkwijze.  Dit zorgt ervoor dat er vanaf dit schooljaar ook een leerplichtcontrole plaatsvindt in het BHG. 
  • In oktober 2008 werd een samenwerkingsovereenkomst afgesloten tussen AgODi en de verschillende Vlaamse parketten over het doorsturen van dossiers in het kader van de leerplichtcontrole en zorgwekkende dossiers.
  • De ouders van leerlingen uit het secundair onderwijs die vorig schooljaar 30 halve dagen of meer problematisch afwezig waren, hebben een waarschuwingsbrief ontvangen.  Dit om hen erop te wijzen dat ze het recht op een schooltoelage kunnen verliezen.  Ouders van leerplichtige leerlingen worden ook gewezen op de mogelijke gerechtelijke gevolgen van overtreding van de wet op de leerplicht.  De mogelijkheden om hulp te zoeken indien nodig worden voorgesteld. Vanaf volgend schooljaar zullen ook de ouders van leerlingen in het basisonderwijs een dergelijke waarschuwingsbrief ontvangen. 
  • De onderwijsregelgeving werd tijdens het schooljaar 2006-2007 op een aantal punten aangepast (bijvoorbeeld rond huisonderwijs en de regelgeving rond afwezigheden).
     
  • Er werden aanpassingen gedaan aan de leerplichtcontrole waardoor die vanaf het schooljaar 2007-2008 sneller, efficiënter en vollediger verloopt.
     
  • Vanaf het schooljaar 2007-2008 worden de inschrijvingen van de leerlingen al aan het begin van het schooljaar gecontroleerd, net zoals de aanwezigheid van de leerlingen.  Op die manier willen we aan ouders en leerlingen een duidelijk signaal geven, namelijk dat het schooljaar begint op de eerste schooldag en dat het heel belangrijk is om die start niet te missen.
     
  • De  schooltoelagen worden gekoppeld aan de inschrijving en regelmatig aanwezig zijn op school.  Wanneer een leerling twee schooljaren op rij meer dan 30 halve dagen problematisch afwezig is, dan vordert men de schooltoelage terug.  Deze regeling gaat voor het secundair onderwijs in vanaf het schooljaar 2007-2008 en voor het lager onderwijs vanaf het schooljaar 2008-2009.  Meer uitleg over afwezigheden en over schooltoelagen.