|
| |
Leerzorg
Sinds het begin van de jaren ’90 zien we een steeds toenemende vraag naar
zorg in het onderwijs.
Heel wat beleidsmaatregelen zagen het licht om een
antwoord te formuleren op de ondersteuningsvragen van jongeren met specifieke
onderwijs- en opvoedingsbehoeften: buitengewoon onderwijs, geïntegreerd
onderwijs (GON), zorg, gelijke onderwijskansen (GOK).
Toch zijn er een aantal problemen die om een oplossing vragen:
- Leerzorg wil het bestaande zorgaanbod in het
gewoon en buitengewoon onderwijs beter beschrijven en het binnen
eenzelfde, maar verfijnder kader plaatsen. Zo kijken we
door
een nieuwe, meer gedifferentieerde bril naar zorg in
onderwijs.
Centraal staan twee nieuwe begrippen:
- de leerzorgniveaus hebben te maken met de mate van aanpassing
van de onderwijsomgeving aan de noden van de leerlingen. Aanpassingen
van het onderwijsaanbod, de
pedagogisch-didactische aanpak en de aard en intensiteit van de
ondersteuning. Met de leerzorgniveaus kiezen we resoluut voor een
moderne, onderwijskundige benadering van specifieke onderwijsbehoeften van jongeren. Handelingsgerichte diagnostiek en
handelingsgericht werken komen centraler te staan.
- de clusters,
of kenmerken van de leerling. We onderscheiden vier clusters
met daarbinnen een aantal doelgroepen.
- We willen het proces om aan leerlingen de gepaste
ondersteuning toe te kennen bijsturen en verbeteren, door de eenvormigheid en helderheid te verhogen.
- We willen met leerzorg nieuwe ontwikkelingen stimuleren, door leerlingen die nood hebben aan een individueel leertraject de kans te
geven om in te schrijven in een gewone school.
- We willen het aanbod buitengewoon onderwijs verbeteren
door een onderscheid te maken in de leerlingengroep van dat
onderwijs in twee niveaus, om beter tegemoet te komen aan de noden van
leerlingen met ernstige en complexe problemen. Zo willen we werk maken
van de verbreding van het buitengewoon onderwijs en van een betere spreiding
van het aanbod.
|