Aantal spijbelaars blijft stabiel


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 8 november 2018


Uit cijfers van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits blijkt dat het aantal spijbelaars in het basisonderwijs voor het derde schooljaar op rij stabiel blijft. In het secundair onderwijs zien we een lichte stijging al wordt ook daar de groei van het aantal spijbelaars afgeremd.  Het gaat voornamelijk over leerlingen uit het (deeltijds) beroeps secundair onderwijs en het buitengewoon onderwijs. Meer dan de helft van de leerlingen die spijbelt in het secundair onderwijs, loopt school in een centrumstad en is ouder dan 16 jaar. Opvallend is dat er voor het 2de schooljaar op rij minder jongeren worden uitgesloten van school.

In het basisonderwijs is het aantal spijbelaars voor het derde schooljaar op rij stabiel.

Basisonderwijs

2015-2016

2016-2017

2017-2018

Aantal spijbelaars

2.960

3.004

3.157

% t.o.v. de schoolbevolking

0,70%

0,65%

0,67%

Voor het secundair onderwijs wordt de groei in het aantal spijbelaars afgeremd. Vorig schooljaar is de stijging voor het eerst wel minder uitgesproken dan de voorbije jaren. Waar er voorheen een stijgende trend was van +0,3% van schooljaar 2014-2015 naar 2015-2016, is die stijging nu al 2 schooljaren op rij minder sterk.

Secundair onderwijs

2015-2016

2016-2017

2017-2018

Aantal spijbelaars

8.877

9.736

10.532

% t.o.v. de schoolbevolking

2,30%

2,50%

2,60%

Opvallend is ook dat de cijfers tucht of definitieve uitsluiting in het secundair onderwijs de voorbije 2 schooljaren verder gedaald zijn. In het schooljaar 2015-2016 werd nog 0,87% van de leerlingen definitief uitgesloten, in schooljaar 2017-2018 is dat gedaald naar 0,73%.

Tucht secundair onderwijs

2015-2016

2016-2017

2017-2018

Aantal leerlingen die definitief worden uitgesloten

3.977

3.599

3.333

% t.o.v. de schoolbevolking

0,87%

0,79%

0,73%

Profiel van de spijbelaar

In het schooljaar 2017-2018 waren er 10.532 leerlingen die minstens 30 halve dagen ongewettigd afwezig waren. Jongens (6.317) spijbelen opvallend meer dan meisjes (4.215). 6 op de 10 frequente spijbelaars in het secundair onderwijs zijn tussen 16 en 18 jaar.  Het gaat voornamelijk over leerlingen uit het (deeltijds) beroeps secundair onderwijs en het buitengewoon onderwijs. In het deeltijdsberoepsonderwijs (dbso) spijbelden vorig jaar iets meer dan de helft van de leerplichtige jongeren. In het buitengewoon secundair onderwijs gaat het om 1.475 jongeren of bijna 10%.

Leerlingen uit het secundair onderwijs met een problematische afwezigheid wonen verhoudingsgewijs vaker in een verstedelijkt gebied. Vooral in de grootsteden Antwerpen, Gent en Brussel ligt het percentage problematische afwezigheden een stuk hoger dan het Vlaamse gemiddelde. Ook valt het op dat leerlingen die wonen in Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen het minst spijbelen. Limburg zit met 2,3% spijbelaars ook onder het Vlaamse gemiddelde.

Provincie

Aantal spijbelaars

% t.o.v. de schoolbevolking

Antwerpen

3.115

2,8%

West-Vlaanderen

1.347

2,0%

Oost-Vlaanderen

2.799

3,1%

Limburg

1.166

2,3%

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

766

6,6%

Vlaams-Brabant

1.136

1,9%

Lokaal kan je het verschil maken om spijbelen tegen te gaan

Per provincie en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits een coördinator aangesteld met als opdracht om provinciale en lokale netwerken uit te bouwen om spijbelen en vroegtijdige schooluitval tegen te gaan. Deze medewerkers mobiliseren alle betrokken partners om samen met hen een gemeenschappelijke visie op de aanpak van deze problematiek uit te tekenen en uit te voeren. Minister Crevits roept lokale besturen en (nieuwe) schepenen van onderwijs op om gebruik te maken van deze helpende handen. Zeker als er wordt vastgesteld dat er verschillende centrumsteden zijn die er in slagen om spijbelen in het basis- en secundair onderwijs terug te dringen. Het toont aan dat samenwerken met verschillende partners loont om spijbelen tegen te gaan.

  • Zo blijft het aantal spijbelaars in Mechelen in het secundair onderwijs stabiel. Bij de doelgroep van leerlingen uit het DBSO is er zelfs een lichte daling. Met  31,06% problematische spijbelaars doen ze het zo beter dan het Vlaams gemiddelde.
  • Turnhout verlaagt dan weer de spijbelcijfers in zo goed als elke onderwijsvorm en zit met 1,6% spijbelaars onder het Vlaams gemiddelde. Vooral de daling bij OKAN-leerlingen is opvallend (van 14,8% naar 4,8% spijbelaars).
  • In Genk daalt het aantal spijbelaars van 2,3% naar 2,1%. Dit is vooral zichtbaar in het DBSO en bij OKAN-leerlingen
  • Leuven kon net als Oostende het aantal spijbelaars stabiel houden. In Leuven gaat het om 1,8%. In Oostende gaat het om 3,4% of 300 leerlingen.
  • In Sint-Niklaas is er een lichte daling van 2,7% naar 2,6%.

Onschuldig spijbelen bestaat niet

Uit onderzoek blijkt dat een dagje spijbelen al een impact heeft op  je schoolloopbaan en de kans vergroot op zittenblijven en vroegtijdig schoolverlaten. Elke dag aanwezig zijn op school heeft een positieve invloed op je schoolresultaten. Om spijbelen tegen te gaan heeft de Vlaamse Regering tal van maatregelen genomen (modernisering secundair onderwijs, duaal leren, actieplan samen tegen schooluitval, …). Sinds dit schooljaar is een goed beleid op leerlingenbegeleiding ook een erkenningsvoorwaarde voor scholen. Aandacht voor de studiekeuze, het leerproces en de gezondheid is cruciaal zodat elke jongere zich thuis voelt op school, maximaal aanwezig is, een kwalificatie behaalt en stevig in het leven staat. Wanneer een leerling toch begint te spijbelen, is het belangrijk dat ouders en de school kort op de bal te spelen. Zo is er beslist dat de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) sneller worden ingeschakeld als leerlingen ongewettigd afwezig zijn.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits : “Spijbelen kunnen we niet aanvaarden. Jongeren die spijbelen blijven vaker zitten of halen geen kwalificatie. Ouders hebben de verantwoordelijkheid om samen met de school en het CLB ervoor te zorgen dat hun kind in de klas zit en te beseffen dat er niet zoiets bestaat als een dagje onschuldig afwezig te zijn. Het is dan ook goed dat de ouderkoepels hier sinds vorig schooljaar actief over communiceren en sensibiliseren. Maar ook lokale besturen kunnen het verschil maken. Zo zien we dat er verschillende centrumsteden zijn die met succes spijbelen tegen gaan. Het toont aan dat samenwerken met verschillende partners loont om spijbelen tegen te gaan en geen enkele talent verloren te laten gaan.”