Aantal zittenblijvers daalt voor 5de jaar op rij


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 25 september 2017


Het aantal zittenblijvers in het secundair onderwijs daalt voor het 5de jaar op rij. En dat is goed nieuws. Uit onderzoek blijkt dat zittenblijven het zelfbeeld van de leerling een flinke knauw geeft, er veel tijd verloren gaat in leerstof die de leerling wél al beheerst en het een voorspeller is van vroegtijdig schoolverlaten. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits wil het zittenblijven zoveel mogelijk vermijden.

Voor het 5de schooljaar op rij daalt het aantal zittenblijvers in het secundair onderwijs. In 2012-2013 telde Vlaanderen nog 4.98% of 19.692 zittenblijvers, in het schooljaar 2016-2017 is dit gezakt naar 4.11% of 16.178 leerlingen die hun jaar opnieuw deden. In de 1ste graad bleef vorig schooljaar nauwelijks 2.30% zitten. In 2012-2013 was dit nog 2.79%.

In zowel de 2de als de 3de graad valt op dat het vooral de KSO-leerlingen zijn die blijven zitten (in de 2e graad zelfs 10,45%), gevolgd door TSO (ongeveer 7,5%) en BSO (iets meer dan 6%). Voor  ASO-leerlingen is dat net iets meer dan 2%. Al moet ook gezegd worden dat de grootste daling in zittenblijven zich in het KSO voordoet (-2,8%), gevolgd door het BSO (-1,9%).

West-Vlaanderen telt minst aantal zittenblijvers

Voor elke provincie en het Brussels Hoofdstedelijke Gewest daalt het aantal zittenblijvers. West-Vlaanderen scoort hier het best met 2.82% gevolgd door Oost-Vlaanderen met 3.55%. Vlaams-Brabant en Limburg volgen respectievelijk met 4.30% en 4.33%. In de provincie Antwerpen blijft 4.76% van de jongeren in het secundair onderwijs zitten.  Brussel klokt dan weer af op 7.57%, al zien we daar een scherpe daling sinds het schooljaar 2014-2015. Steden scoren voor zittenblijven hoger dan het Vlaamse gemiddelde. Slechts 3 centrumsteden doen het beter, namelijk Sint-Niklaas (3.91%), Brugge (3.62%) en Roeselare (2.13%).

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “De negatieve gevolgen van het zittenblijven zijn gekend, zowel naar het welbevinden, de motivatie als de slaagkansen van de leerling in hun verdere studieloopbaan. Zittenblijven moet voor de klassenraad  dan ook een ultieme remedie zijn wanneer alle alternatieven uitgeput zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld flexibele leerwegen mogelijk waarbij leerlingen met tekorten hun jaar niet hoeven over te doen, maar bepaalde vakken meenemen naar het volgend jaar en de kans krijgen om de tekorten weg te werken. Bij de modernisering van het secundair onderwijs zal het voor scholen na het eerste jaar van de eerste graad niet meer mogelijk zijn om een B-attest te geven, maar wel een A-attest met verplichte remediëring. Ook op het einde van de eerste graad zal het A-attest met een verplichte remediëring een optie zijn om over te gaan naar de tweede graad.”

Bijlage: pdf bestandZittenblijven SO 2017 (pdf, 3p) (234 kB)

Naar boven