Nieuwe einddoelen voor het deeltijds kunstonderwijs

Een dko-opleiding vraagt een flinke inspanning van de leerling, en van de overheden die erin investeren. Leerbewijzen met civiel effect helpen bij de opwaardering van het dko en verhogen het maatschappelijk draagvlak.

6 kerncompetenties

Het studieprofiel dat deskundigen van het hoger kunstonderwijs, het dko, het kunstsecundair onderwijs en de artistieke sector in 2012 ontwikkeld hebben, vormde de leidraad voor de beroepskwalificaties en basiscompetenties. Het studieprofiel bestaat uit 6 kerncompetenties:

  1. Individuele gedrevenheid tonen: de leerling vertrouwt op de eigen expressiemogelijkheden en wil zijn creatieve resultaten tonen.
     
  2. Creëren en (drang tot) innoveren: de leerling komt actief en uit zichzelf met artistieke vormgevingen, benaderingen en inzichten.
     
  3. Vakdeskundigheid inzetten: de leerling zet verworven kunstvormspecifieke kwaliteiten in bij het gebruik van een artistieke uitdrukkingsvorm.
     
  4. Onderzoeken: de leerling analyseert een proces en een product en reflecteert en communiceert erover.
     
  5. Relaties bouwen en samenwerken: de leerling kan eigen talent en deskundigheid ten dienste stellen van het gemeenschappelijk artistiek doel of project.
     
  6. Presenteren: de leerling toont een proces en/of een product aan een publiek.

De 6 kerncompetenties vormen de rode draad doorheen de basiscompetenties. Elke competentie groeit tijdens de eerste 3 graden van het dko.

  • Zo zal de kerncompetentie ‘individuele gedrevenheid tonen’ zich in de 1ste graad manifesteren als 'de leerling uit een persoonlijke voorkeur'.
     
  • In de 2de graad wordt dat “de leerling stelt realistische doelen die verband houden met de persoonlijke voorkeur”.
     
  • In de 3de graad zal de leerling 'zich ambitieuze, maar realistische doelen stellen die verband houden met de persoonlijke voorkeur'.

Door de indeling van de 6 kerncompetenties te volgen, is ook de horizontale samenhang tussen de verschillende artistieke domeinen goed zichtbaar.

Naar boven

Basiscompetenties

Voor de 1ste tot en met 3de graad worden de einddoelen van het dko basiscompetenties genoemd. Experten van de onderwijsverstrekkers hebben onder begeleiding van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS) een set van basiscompetenties ontwikkeld die aangeven welke competenties de leerlingen in elke graad verwerven.

De experten hebben de einddoelen voor het geheel van de opleiding geformuleerd en niet langer per vak. Daardoor kunnen leerkrachten het onderwijs veel meer als team vorm geven. Een geïntegreerde, vakoverschrijdende aanpak wordt mogelijk, waarbij elke leerkracht vanuit zijn eigen deskundigheid meewerkt aan het leerproces van de leerling.

Naar boven

Kwalificaties

Academies reiken voortaan gevalideerde kwalificaties uit. De beroepskwalificaties bevatten een heldere opsomming van alle competenties die leerlingen op het einde van hun leertraject in het dko verworven hebben. Beroepskwalificaties maken de relatie transparant en helder tussen het dko en de amateurkunstensector, waar het grootste deel van de leerlingen naartoe stroomt.

De 9 landelijke amateurkunstenorganisaties die onder de koepel van het Forum voor Amateurkunsten werken, hebben een beroepenstructuur voor het socio-culturele veld ontwikkeld, met daarin verschillende beroepskwalificaties.

Enkele beroepskwalificaties hebben een arbeidsmarktgerichte finaliteit. Zo heeft de beroepsfederatie van de stadsbeiaardiers de beroepskwalificatie beiaardier ontwikkeld.

Naar boven