Inschrijvingsgeld in het vernieuwde deeltijds kunstonderwijs

Werkingsmiddelen meteen beschikbaar

Het nieuwe niveaudecreet voor het deeltijds kunstonderwijs verrekent een deel van de inschrijvingsgelden met de werkingsmiddelen.

De Vlaamse overheid hoeft de werkingsmiddelen niet meer afzonderlijk te betalen aan de academies. Dat vermindert de geldstromen tussen overheid en academies. De academies beschikken ook veel sneller over hun werkingsmiddelen: bij het begin van het schooljaar in plaats van in januari.

Naar boven

Wie betaalt minder inschrijvingsgeld?

Wie eerder al recht had op verminderd inschrijvingsgeld, behoudt dat: personen met een geringe financiële draagkracht, personen met een beperking, maar ook alle volwassenen onder de 25 jaar.

Jongeren hebben recht op vermindering als zij ten laste zijn van een persoon die behoort tot 1 van die categorieën, als ze zich inschrijven voor een bijkomend domein, of als iemand uit hun leefeenheid al inschrijvingsgeld heeft betaald.

Het niveaudecreet voegt de 'verhoogde verzekeringstegemoetkoming' toe als criterium om geringe financiële draagkracht aan te tonen.

Ten slotte knoopt de regelgeving aan bij een kortingssysteem dat ook elders geldt. Vanaf 1 spetember 2018 krijgen houders van een UiTPAS met kansenstatuut in de academie sowieso het verminderd inschrijvingstarief, zonder bijkomende documenten te moeten voorleggen.

Met deze UitPAS met kansenstatuut kunnen lokale besturen hun inwoners met geringe financiële middelen bovendien extra korting geven, en hen zo aanmoedigen om te participeren aan het culturele- en vrijetijdsaanbod.

De academie kan het kansenstatuut van een UitPAS verifiëren via specifieke identificatiesofware (Publiq). Meer informatie over het solidariteitsprincipe dat hieraan ten grondslag ligt vind je bij Publiq - Solidaire kostendeling.

Naar boven