Financieringsberekening hoger onderwijs

Werkingsmiddelen hoger onderwijs

2018

Opgelet: vanaf oktober 2018 ontvang je deze gegevens alleen nog via Mijn Onderwijs. Neem contact op met de Mijn Onderwijs-beheerder binnen je instelling als je nog geen toegang hebt tot Mijn Onderwijs.

Werkingsmiddelen 2018 - versie mei 2018 (zip, 12 bestanden) (2,75 MB)

Aangepaste versie van de enveloppeberekening voor begrotingsjaar 2018, onder voorbehoud van goedkeuring van het decreet betreffende de algemene uitgavenbegroting 2018.

Belangrijke opmerkingen bij deze raming:

Budgettair

  • In uitvoering van de budgetaanpassing 2018 werd de gezondheidsindex bijgesteld van 0,88% naar 1,20%.

  • In uitvoering van Art. III. 11 §7 van de Codex Hoger Onderwijs werd het bedrag voor de research master “Advanced Studies in Theology and Religion” verhoogd van 30.798 euro naar 92.394 euro.

  • De definitieve bevallingsverloven 2017 werden verwerkt in de enveloppe.

Einde juni 2018 ontvang je de eerste raming van de werkingsmiddelen 2019.
 

Werkingsmiddelen 2018 - versie september 2017 (zip, 12 bestanden) (2,8 MB)

Aangepaste versie van de enveloppeberekening voor begrotingsjaar 2018, onder voorbehoud van goedkeuring van het decreet betreffende de algemene uitgavenbegroting 2018.

Belangrijke opmerkingen bij deze raming:

Budgettair

  • In haar publicatie van 2 mei 2017 voorzag het Planbureau in 2018 een groeivoet van de gezondheidsindex van 1,4%. In haar recente publicatie van 5 september 2017 werd deze indexparameter bijgesteld naar 1,1%. Bijgevolg werd ook de indexatie van de loongebonden kredieten bijgesteld van 1,4% naar 1,1%.
  • De basisbedragen voor de investeringsmiddelen werden vermenigvuldigd met de gewogen evolutie van het jaarlijks gemiddelde van de index van de Associatie van Belgische Experten (ABEX-index) van de 5 voorlaatste kalenderjaren die voorafgaan aan het begrotingsjaar, uitgedrukt in procenten.
  • In uitvoering van Art. III. 11 §7 van de Codex Hoger Onderwijs werd het bedrag voor de research master “Philosophy” verhoogd van 30.798 euro naar 92.394 euro.
  • In uitvoering van Art. III. 42 §2 van de Codex Hoger Onderwijs werd het totaal vastgelegde bedrag voor de overdracht van de bachelor in de sociale readaptatiewetenschappen aan UC Leuven verminderd met 12,5%.
  • In uitvoering van Art. III. 45 §2 van de Codex Hoger Onderwijs zal het nieuwe groeipad voor de middelen Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (PWO) voor begrotingsjaar 2018 pas geïndexeerd worden vanaf het begrotingsjaar 2019.
  • In uitvoering van Art. III. 58 §1 van de Codex Hoger Onderwijs werd het macrobedrag voor de wettelijke en conventionele werkgeversbijdragen ten behoeve van de privaatrechtelijke universiteiten vermeerderd met 1 mio euro.

Technisch

  • In uitvoering van Art. III. 22 §2 van de Codex Hoger Onderwijs werden, binnen het luik onderzoek van de universiteiten, de parameters “Publicaties en Citaties” en “Mobiliteit en Diversiteit” geactualiseerd.
  • Het standaard puntengewicht voor het voorbereidingsprogramma “Biomedische wetenschappen” (administratieve groep met volgnummer 33601) werd gecorrigeerd van 3 naar 2.
  • In de vorige raming was er voor UGent nog één doctoraat dat niet gewogen was binnen het luik onderzoek van de enveloppe (binnen het studiegebied Industriële wetenschappen en technologie). Dit is nu meegenomen.
  • De proportionaliteitsfactor voor de tUL opleiding “Master in de Informatica” werd nu ook uitgevoerd binnen de componenten VOW-Diploma van de enveloppe en de opgenomen studiepunten van de STUVO-middelen.

Naar boven

Eerste berekening van de enveloppe voor begrotingsjaar 2018, onder voorbehoud van goedkeuring van het decreet betreffende de initiële begrotingsopmaak 2018.

Daarnaast, conform de Codex Hoger Onderwijs, ook de berekening van de aanvullende middelen (specifieke lerarenopleiding, aanvullende onderzoeksmiddelen (AOM), aanvullende Brusselmiddelen, bijkomende middelen beursstudenten, praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (PWO), financiering van de investeringen, financiering van het hoger beroepsonderwijs) en de financiering van de studentenvoorzieningen (STUVO).

Drie beleidsopties

Voor het hoger onderwijs zijn er drie beleidsopties die, mits goedkeuring van de begroting, een positieve weerslag zullen hebben op de enveloppe van vele instellingen van hoger onderwijs:

1. Uitvoering index

In de begrotingsinstructies die de Vlaamse Regering goedkeurde voor de opmaak van de initiële begroting 2018 wordt een gezondheidsindex van 101,40% voorgeschreven. Net zoals in begrotingsjaar 2017 wordt het werkingsgedeelte van de kredieten niet geïndexeerd.

2. Uitvoering kliksysteem

In uitvoering van Art. III 6 van de Codex Hoger Onderwijs, werden de volgende verhogingen doorgevoerd:

  • VOW prof neemt toe met 9.065.357,75 euro;
  • VOW un neemt toe met 7.756.876,88 euro;
  • VOZ un neemt toe met 6.330.000 euro opdat de verhouding 55/45 gerespecteerd zou worden.
3. Bijkomende middelen in uitvoering van de Codex Hoger Onderwijs

In uitvoering van de Codex Hoger Onderwijs worden de volgende bijkomende middelen verdeeld:

  • Voor de versterking van de professionele bacheloropleidingen zijn er 3.300.000 euro bijkomende middelen voorzien binnen het variabel onderwijsgedeelte (VOWprof).
  • Voor de aanvullende onderzoeksmiddelen (AOM) zijn de budgetten met 6.600.000 euro (1.300.000 voor hko + 5.300.000 voor ac ) toegenomen.
  • Voor het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (PWO) zijn er 500.000 euro bijkomende middelen voorzien.
  • Voor de verandering van het puntengewicht is een extra budget voorzien van 1.000.000 euro binnen het variabel onderwijsgedeelte (VOWac).
  • Voor de versterking van het variabel onderzoekgedeelte (VOZun) is een extra budget voorzien van 1.215.000 euro.
  • Voor de studentenvoorzieningen (STUVO) zijn er 2.660.000 euro bijkomende middelen voorzien (1.866.000 euro voor de hogescholen en 800.000 euro voor de universiteiten).

Technische elementen

  • Binnen de financieringscomponent VOZun dienen er nog twee parameters aangevuld te worden: de parameter “Publicaties en Citaties” en de parameter “Mobiliteit en Diversiteit”. Voorlopig werden hiervoor de cijfers uit de enveloppe van begrotingsjaar 2017 gebruikt.
  • De bevallingsverloven dienen nog geactualiseerd te worden. Voorlopig worden hier nog de cijfers van 2017 gebruikt.

ESR-begroting 2018

Houd bij de opmaak van de ESR begroting 2018 rekening met:

  • Deze raming 2018 (Het sjabloon vind je in het zip-bestand. Deadline: 10 september 2017)
  • De vormvereisten:
    • Uitsluitend in Excel formaat (niet beveiligd)
    • Bedragen “in duizend euro” noteren (harde waarde, zonder decimalen en geen verwijzingen naar bijvoorbeeld ondersteunende draaitabellen). Bijv. toelage van 10.000.000,00 euro => notatie in ESR-rapportering: “10.000”
    • Voor de lijnen gemarkeerd in het lichtblauw is het de bedoeling dat de bedragen van de interrelatie geïndividualiseerd worden per begrotingsartikel.
    • Geen extra lijnen toevoegen aan het geijkte sjabloon in het kader van de consolidatieoefening. (aantal lijnen sjabloon= 811)

Je vindt in de samenvattingsexcel voortaan de ESR-code en het begrotingsartikel waarop je de ontvangende toelages/subsidies moet registreren vanuit het beleidsdomein Onderwijs en Vorming.

Naar boven

2017

In uitvoering van de bepalingen van artikel III.11, §7, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, en in uitvoering van de bepalingen van artikel III van het “Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de organisatie van de Research Master: Master of Advanced Studies in Theology and Religion”, bekrachtigd op 27 februari 2015, werd het bedrag voor de research master “Master of Advanced Studies in Theology and Religion” verhoogd van 30.798 euro naar 92.394 euro.

Deze aanpassing zal bijgevolg ook worden opgenomen in de volgende raming van de enveloppe 2018.

Naar boven

Ter ondersteuning van het beleid dat hogescholen en universiteiten voeren in het kader van inclusief hoger onderwijs, wordt vanaf begrotingsjaar 2017 een extra bedrag toegevoegd aan de sociale toelage die krachtens artikel III.66 van de Codex Hoger Onderwijs jaarlijks aan de hogescholen en universiteiten wordt toegekend.

In begrotingsjaar 2017 wordt in het kader van artikel II. 117 van de Codex Hoger Onderwijs een bedrag van 400.000 euro toegevoegd aan het bedrag van de sociale toelage van de universiteiten en een bedrag van 934.000 euro toegevoegd aan het bedrag van de hogescholen. Vanaf begrotingsjaar 2018 worden deze bedragen verhoogd tot respectievelijk 1.200.000 euro jaarlijks toe te voegen aan het bedrag van de sociale toelage van de universiteiten en 2.800.000 euro, jaarlijks toe te voegen aan het bedrag van de sociale toelage van de hogescholen.

Onder voorbehoud van goedkeuring van het “Ontwerp van decreet betreffende het onderwijs XXVII” zullen deze middelen onder de hogescholen en universiteiten worden verdeeld conform de huidige verdeelsleutel, zoals geformuleerd in Art. III.68 en Art. III.70 van de Codex Hoger Onderwijs. Mogen wij u vragen met deze voorlopige nieuwe raming 2017, die u als bijlage aantreft, rekening te houden bij de opmaak van de ESR begroting 2017.

Naar boven

Aangepaste raming van de werkingsmiddelen 2017, onder voorbehoud van goedkeuring van het decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2017.

Belangrijke opmerkingen bij deze raming:  

Budgettair

  • In uitvoering van de budgetaanpassing 2017 werd de gezondheidsindex bijgesteld van 1,40% naar 1,90%. Deze index wordt enkel toegepast op de loongebonden kredieten.
  • Op vrijdag 3 juni 2016 bekrachtigde de Vlaamse Regering de intentieverklaring tussen de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen en het CVO Provincie Antwerpen, om de professionele bacheloropleiding in de toegepaste psychologie op 31 augustus 2016 over te dragen van het CVO Provincie Antwerpen aan de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De loonsbudgetten die overeenstemmen met de effectieve loonkosten van de personeelsleden zijn in deze raming toegevoegd aan de enveloppe van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen.
  • De definitieve bevallingsverloven 2016 werden verwerkt in de enveloppe.

Technisch

  • Voor de opleidingen “master informatica” en “master biomedische wetenschappen” werd de proportionaliteitsfactor voor campus Maastricht nog niet toegepast in het luik diploma's van het variabel onderzoeksdeel (VOZ). Dit is aangepast in de enveloppe.
  • Binnen het variabel onderwijs gedeelte (VOW) werd de verdeelsleutel rechtgezet voor de gezamenlijke opleiding “PBA Sociaal Werk”.

ESR

Gebruik deze codes voor de ESR-rapporteringen :

  • Voor werkingstoelagen: ESR-code 4610
  • Voor investeringstoelagen/machtigingen: ESR-code 6611

Je vindt deze codes ook in de excel-samenvatting van de middelen hoger onderwijs in het zip-bestand.

Naar boven

Naar boven

Een eerste enveloppeberekening voor begrotingsjaar 2017, onder voorbehoud van goedkeuring van het decreet betreffende de eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting 2016 en de initiële begrotingsopmaak 2017.

Het zip-bestand bevat ook de berekening van de aanvullende middelen (specifieke lerarenopleiding, aanvullende onderzoeksmiddelen (AOM), aanvullende Brusselmiddelen, bijkomende middelen beursstudenten, praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (PWO), financiering van de investeringen, financiering van het hoger beroepsonderwijs) en de financiering van de studentenvoorzieningen (STUVO), conform de Codex Hoger Onderwijs.

Voor het hoger onderwijs zijn er drie beleidsopties die een positieve weerslag hebben op de enveloppe van vele instellingen van hoger onderwijs:

  • Uitvoering van de index
  • Integraal toekennen van de middelen uit het kliksysteem
  • Toekenning van de bijkomende middelen in uitvoering van het integratiedecreet

Uitvoering index

In de begrotingsinstructies die de Vlaamse Regering goedkeurde voor de opmaak van de initiële begroting 2017 wordt een index van 101,12% voorgeschreven (=(0,8*101,40% lonen)+(0,2*100% werking)).

Uitvoering kliksysteem

In uitvoering van Art. III 6 van de Codex Hoger Onderwijs, werden de volgende verhogingen doorgevoerd:

  • VOW prof neemt toe met 9.140.284,32 euro;
  • VOW ac neemt toe met 2.175.580,60 euro;
  • VOW hko blijft ongewijzigd
  • VOW un neemt toe met 7.694.986,33 euro;
  • VOZ un neemt toe met 6.295.910,64 euro opdat de verhouding 55/45 gerespecteerd zou worden.

Dit betekent in totaal een verhoging van 25.306.761,90 euro.

Bijkomende middelen in uitvoering van het integratiedecreet

In uitvoering van het integratiedecreet worden de volgende bijkomende middelen verdeeld, overeenkomstig de bepalingen in de Codex Hoger Onderwijs:

  • Voor de versterking van de professionele bacheloropleidingen zijn er 3.366.520 euro bijkomende middelen voorzien binnen het variabel onderwijsgedeelte (VOWprof).
  • Voor de versterking van de ZAP-ratio worden ten behoeve van de universiteiten 1.540.000 euro bijkomende middelen voorzien binnen het variabel onderwijsgedeelte (VOWun).
  • Voor de aanvullende onderzoeksmiddelen (AOM) zijn de budgetten met 6.800.000 euro (980.000 voor hko + 5.820.000 voor ac ) toegenomen.
  • Voor het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (PWO) zijn er 500.000 euro bijkomende middelen voorzien.
  • Voor de verandering van het puntengewicht is een extra budget voorzien van 1.000.000 euro binnen het variabel onderwijsgedeelte (VOWac).
  • Voor de versterking van het variabel onderzoekgedeelte (VOZun) is een extra budget voorzien van 1.260.000 euro.

Dit betekent in totaal een verhoging van 14.466.520 miljoen euro.

Diverse beleidsmaatregelen

  • In uitvoering van Art. III 11 §8 van de Codex Hoger Onderwijs wordt het aandeel in het onderwijsvariabel deel VOWun dat de opleidingen bachelor in de geneeskunde, master in de geneeskunde, master in de huisartsgeneeskunde van de 4 universiteiten die zowel de bacheloropleiding als masteropleiding in de geneeskunde en masteropleiding in de huisartsgeneeskunde aanbieden, genereren, vastgelegd op 15,35%. Dit bedrag van + 78,5 mio euro wordt verdeeld onder de 4 universiteiten op basis van het aandeel dat elke universiteit (Universiteit Gent, Universiteit Antwerpen, Vrije Universiteit Brussel en Katholieke Universiteit Leuven) in het aantal uitgereikte diploma’s in de bacheloropleiding geneeskunde en de masteropleidingen – master in de geneeskunde, master in de huisartsgeneeskunde en master in de specialistische geneeskunde – genereert.
  • In uitvoering van Art. III 11 §6 van de Codex Hoger Onderwijs wordt voor de financiering van de onderzoeksmaster “Godgeleerdheid, godsdienstwetenschappen en kerkelijk recht” een bedrag vooraf genomen van VOWun dat gelijk is aan 30.798 euro.
  • In uitvoering van Art. III 21 §4 van de Codex Hoger Onderwijs wordt de aanvullende onderzoekssokkel voor UGent volledig afgebouwd.

Technische elementen

  • Binnen de financieringscomponent VOZun dient er nog één parameter aangevuld te worden: de parameter “Publicaties en Citaties”. Voorlopig werd hiervoor gewerkt met de cijfers uit de enveloppe van begrotingsjaar 2016.
  • Naar analogie met de enveloppe voor begrotingsjaar 2016 (versie mei) zal er in de volgende raming nog een correctie worden doorgevoerd voor de gezamenlijke opleidingen.
  • De bevallingsverloven dienen nog geactualiseerd te worden. Voorlopig worden hier nog de cijfers van 2016 gebruikt.
  • Op vrijdag 3 juni 2016 bekrachtigde de Vlaamse Regering de intentieverklaring tussen de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen en het CVO Provincie Antwerpen, om de professionele bacheloropleiding in de toegepaste psychologie op 31 augustus 2016 over te dragen van het CVO Provincie Antwerpen aan de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. De loonsbudgetten die overeenstemmen met de effectieve loonkosten van de personeelsleden op 01/09/2016 zijn in deze raming nog niet toegevoegd aan de enveloppe van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen. Dit zal in een volgende raming worden uitgevoerd.

Update werkingsmiddelen 2016

  • In de berekening van de aanvullende onderzoeksmiddelen (AOM 2016) werden de administratieve groepen met als code 34273 en 35158 van de opleiding “Revalidatiewetensch. en kinesitherapie” ten onrechte meegenomen. Dit is gecorrigeerd.
  • In de berekening van de studentenvoorzieningen (STUVO 2016) werd Stap 4 van de nieuwe rekenregels uit het programmadecreet niet correct uitgevoerd voor de universiteiten. De verevening is nu geschrapt en vervangen door een gelijkaardig systeem als dat van de hogescholen.

ESR-begroting

Houdt bij de opmaak van de ESR begroting 2017 rekening met deze nieuwe raming 2017 en met de volgende vormvereisten:

  • Uitsluitend in Excel formaat (niet beveiligd)
  • Het is heel belangrijk dat de gegevens op ESR-codes 4 posities worden aangevuld. De lijnen in het vet zijn (sub)totalen en hierachter zitten formules die niet mogen worden overschreven daar dit anders problemen geeft voor de te publiceren bedragen (enkel ESR-codes op 4 posities met bedragen worden gepubliceerd (overige gegevens worden verborgen bij publicatie)).
  • Bedragen in duizenden (zonder decimalen).
  • Voor de lijnen gemarkeerd in het lichtblauw (zie bvb. lijnen 85 tem 90) is het de bedoeling dat de bedragen van de interrelatie op deze lichtblauwe lijnen geïndividualiseerd worden per tegenpartij en dus niet op de totaallijn van de ESR-code worden aangevuld.

Naar boven

2016

Aangepaste raming van de werkingsmiddelen 2016, onder voorbehoud van goedkeuring van ‘het decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2016’.

Belangrijke opmerkingen bij deze raming:

Budgettair

  • Indexaanpassing: de gezondheidsindex werd bijgesteld van 100% naar 100,55%. Deze indexatie werd uitsluitend toegepast op de loongebonden kredieten.
  • Bevallingsverloven: de definitieve cijfers 2016 werden verwerkt. De referentieperiode hiervan is 2015.
  • Saldo centraal betaalde personeelsuitgaven: aan het variabel onderwijsdeel van de professionele opleidingen werd een bedrag van 1.197.000,00 euro toegevoegd, in uitvoering van artikel III.34 van de Codex Hoger Onderwijs.
  • Studentenvoorzieningen: onder voorbehoud van uitvoering van het ‘decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2016’ werden de volgende aanpassingen doorgevoerd:
    • de regeling die de bedragen van 2016 bevriest op het niveau van 2015 wordt opgeheven en vervangen door een nieuwe regeling die het voorziene groeipad voor de universiteiten van twee maal 500.000 euro realiseert in het begrotingsjaar 2016.
    • de lineaire bijstelling wordt teruggebracht van 5% naar 2%.
    • het indexcijfer werd bijgesteld van 100% naar 100,275% (50% werking en 50% loon)

Deze aanpassingen werden mede mogelijk gemaakt door een heroriëntering van middelen binnen de Vlaamse uitgavenbegroting.

Technisch

Enveloppe 2016
  • VOW-prof: in de vorige raming (d.d. 5 oktober) werd er voor de gezamenlijke Banaba-opleiding “Oncologische Verpleegkunde” (administratieve groep met als code 38385) een rechtzetting gedaan in de data van het outputgedeelte voor AP Hogeschool Antwerpen en Arteveldehogeschool. In het diplomagedeelte en creditgedeelte werd er echter nog geen aanpassing gedaan. Dit is inmiddels gecorrigeerd in de nieuwe enveloppe.
  • VOW-un: in de vorige raming (d.d. 5 oktober) werd de bachelor-opleiding “Biologie”  (administratieve groep met als code 33717) van UHasselt ten onrechte niet meegenomen  in het diplomagedeelte. Dit is rechtgezet in de nieuwe enveloppe.
  • SOW, VOW en VOZ: in de vorige raming (d.d. 5 oktober) werden  de verdeelsleutels door de rekenmotor niet correct uitgevoerd voor een aantal gezamenlijke opleidingen. Het gaat hierbij met name over gezamenlijke opleidingen binnen de geïntegreerde studiegebieden aan de universiteiten. Een oplijsting hiervan is als Excel-bijlage opgenomen bij de nieuwe raming.
  • VOZ: de proportionaliteitsfactor voor campus tUL Maastricht werd nu ook toegepast binnen het luik diploma’s van het variabel onderzoeksdeel.
Studentenvoorzieningen 2016
  • Door het toekennen van het groeipad in 2016 groeien de instellingen dichter naar elkaar toe inzake bedrag per opgenomen studiepunt en kan de ingewikkelde regeling voor de universiteiten aangepast worden in overeenstemming met het mechanisme dat gehanteerd wordt voor de hogescholen. Concreet betekent dit dat:
    • ook voor de universiteiten het principe gehanteerd wordt dat het globale bedrag van de sociale toelage verdeeld wordt onder de universiteiten op basis van opgenomen studiepunten tenzij dit bedrag voor een universiteit lager is dan 98% van het bedrag dat ze in het begrotingsjaar t-1 heeft ontvangen. In dat geval ontvangt de universiteit 98% van het bedrag van het begrotingsjaar t-1;
    • het ingewikkelde mechanisme voor nieuwe opleidingen kan verlaten worden, aangezien ze conform het voorgestelde model meegenomen worden in de reguliere berekeningswijze;
    • de bepalingen inzake integratie kunnen geschrapt worden aangezien de bedragen die vastgelegd worden in artikel III.67 rekening houden met de integratie. Dit betekent een vereenvoudiging van de regelgeving;
    • de voorlopige regeling opgenomen in artikel III.71/1 (bevriezing van de bedragen voor de universiteiten in 2016) kan opgeheven worden.

Op dit mechanisme wordt voor het begrotingsjaar 2016 wel een afwijking voorzien. Het groeipad wordt in het begrotingsjaar 2016 niet meegenomen in de berekeningswijze, aangezien dit de berekeningen zou vertekenen. Indien dit bedrag zou meegenomen worden, dan zou het verschil tussen het begrotingsjaar 2015 en het begrotingsjaar 2016 te groot zijn, waardoor geen enkele instelling nog het bedrag van 2015 zou ontvangen.  Dit zou de logica van het systeem ondergraven. Het groeipad wordt onder de universiteiten verdeeld op basis van het aantal opgenomen studiepunten en deze bedragen worden dan toegevoegd aan de bedragen berekend volgens de nieuwe berekeningswijze (zonder groeipad). Vanaf het begrotingsjaar 2017 stelt dit probleem zich niet meer.

In het kader van deze vereenvoudiging worden ook de bedragen opgenomen in artikel III.67 aangepast. De nieuwe bedragen zijn de bedragen op prijsniveau 2015, waarbij rekening werd gehouden met de integratie, zonder de toepassing van de vermindering van 5% (die vanaf 2016 teruggebracht wordt naar 2% - zie paragraaf 2 van dit artikel).

Investeringen 2016
  • Hogescholen (School of Arts): in de vorige raming (d.d. 04 december) werd de overdracht van de campus C-mine van UC Limburg naar LUCA School of Arts nog niet gecorrigeerd in de data. Dit is aangepast. Voor de kunstopleidingen werd in de verdeelsleutel ook nog het vijfjarig gemiddelde gehanteerd van het vorige begrotingsjaar. Dit is inmiddels aangepast naar 2016.
  • Universiteiten: in de vorige raming (d.d. 04 december) werden de studenten binnen de studiegebieden “conservatie en restauratie” en “bewegings- en revalidatiewetenschappen” ten onrechte uit de data gefilterd. Dit werd rechtgezet.
Aanvullende onderzoeksmiddelen 2016
  • In de vorige raming werden er ten onrechte voor een aantal opleidingen geen aanvullende onderzoeksmiddelen gegenereerd. Dit werd gecorrigeerd. Een oplijsting van de betreffende opleidingen vindt u terug in de Excel-berekening.

ESR rapportering

  • Vul het uitvoeringsresultaat 2015 in als het startsaldo (overgedragen) voor 2016 in het sjabloon voor de ESR-rapportering. Je vindt het sjabloon in het zip-bestand.  

Naar boven

Naar boven

2015

2014

2013

2012

Naar boven

Resultaten run financieringsmotor over 1 jaar

Verklarende afkortingenlijst

FINANCING_TYPE

Financieringstype

VOW

Variabel onderwijsdeel

 

SOW

Onderwijssokkel

FINANCING_SUB_TYPE

Financieringscomponenten

OS

Opgenomen studiepunten (SOW)

 

OU

Output (VOW)

IN

Input (VOW)

DI

Diploma (VOW)

CR

Credit (VOW)

FK_INST_ID

Instellingsnummer

Voor de gefusioneerde instellingen gelden de oude instellingsnummers, namelijk de instelling die de student registreerde. De omzetting naar het nieuwe instellingsnummer gebeurt manueel in de enveloppe.

FK_ADMG_ID

Nummer van de administratieve groep

ACADEMIC_YEAR

Academiejaar

Bijvoorbeeld: voor begrotingsjaar 2014 gaat het om vijf academiejaren

  • 2007-2008
  • 2008-2009
  • 2009-2010
  • 2010-2011
  • 2011-2012

FK_OPLD_GEZK_ID

Gezamenlijke opleiding

CREDIT_POINT_TYPE

Studentenkenmerken

I

Initieel

 

BS

Beursstudent

F

Studenten met een functiebeperking

Fa

Studenten met een functiebeperking (andere)

W

Werkstudenten

H

Huisarts

Ba

Banaba

VALUE1

Ongewogen studiepunten en diploma’s
 

Voor de onderwijscomponent diploma bevat dit ook de diplomabonus van 30

POINT_WEIGHT

Standaard puntengewicht

 

VALUE2

Financieringspunten na weging van de studiepunten en diploma’s

 

Bijkomende opmerkingen

Credit

Voor de onderwijscomponent “VOW-CR” zijn de financieringsgegevens per academiejaar enkel beschikbaar per instelling, en niet per administratieve groep. De verdeling hiervan pro rata het aantal financieringspunten FPi-Output gebeurt pas  in een latere fase op het niveau van het vijfjarige gemiddelde (dus niet per academiejaar).

Kunstopleidingen

Ook de toepassing van de bijkomende puntengewichten, en de afweging tegenover de drempels gebeurt in een latere fase op het niveau van het vijfjarig gemiddelde. Hierdoor zijn er geen cijfers beschikbaar per academiejaar. Voor de kunstopleidingen worden enkel de financieringspunten met de toepassing van het standaard puntengewicht getoond.

Herstructureringen

De financieringsgegevens per academiejaar houden geen rekening met de herstructureringen (e.g., overdracht Campus De Nayer naar Thomas More Mechelen, overdracht studiegebieden Handelswetenschappen en Bedrijfskunde en Toegepaste Taalkunde  van LUCA School of Arts naar HUB-Ehsal) . De manuele correctie hiervan gebeurt in een latere fase in de enveloppe zelf (dus op het niveau van het vijfjarig gemiddelde).

Naar boven

Extra informatie
Contact