Anciënniteit en nuttige beroepservaring van je hogeschoolpersoneel

Wat is het?

Je hogeschoolbestuur kent een salarisschaal toe, met inbegrip van de geldelijke anciënniteit, bij de aanstelling, benoeming of ambtswijziging van een lid van het onderwijzend, administratief of technisch personeel of van de algemeen directeur.

Het bestuur kan bij de toekenning van de salarisschaal rekening houden met de volledige of met een deel van de verworven nuttige beroepservaring.

Alles wat je personeel moet weten, vind je op de pagina voor personeel van hogescholen over Anciënniteit en nuttige beroepservaring.

Naar boven

Welke diensten komen in aanmerking?

De diensten die je voor de berekening van de geldelijke anciënniteit moet aanvaarden, zijn in de wet vastgelegd:

Het hogeschoolbestuur beoordeelt autonoom in welke mate de nuttige beroepservaring in aanmerking komt voor de berekening van de geldelijke anciënniteit, aan de hand van het bewijsmateriaal dat het personeelslid verstrekt.

Voor eenzelfde ambt kan het bestuur maar 1 keer een geldelijke anciënniteitsbijslag op grond van nuttige beroepservaring toekennen.

Meer informatie over het toekennen van nuttige ervaring vind je op de pagina voor personeel van hogescholen over Anciënniteit en nuttige beroepservaring.

Naar boven

Wat moet ik doen?

Bereken de geldelijke anciënniteit en meld deze met een RL-12.

  • Geef aan of deze geblokkeerd moet worden of niet
  • Geef aan of deze opgehoogd moet worden (= plus 1 maand) op de eerste dag van de volgende maand
  • Vul eventueel de nuttige beroepservaring in

Naar boven

Geldelijke anciënniteit melden

De geldelijke anciënniteit wordt berekend in de hogeschool. De hogeschool geeft de geldelijke anciënniteit door met een RL-12 en geeft eveneens aan of deze geblokkeerd moet worden of niet, en of deze opgehoogd moet worden (= plus 1 maand) op de eerste dag van de volgende maand.
Meer details vindt je terug op de pagina: Edison – Schoolautomatiseerders – Download personeel (AGODI). 

Hoe moet de hogeschool de anciënniteit doorgeven bij opdrachten die starten in het midden van de maand?

Voorbeeld :

Een personeelslid wordt in de hogeschool aangesteld met ingang van 15-10-2016 tot 31-12-2016. Het personeelslid heeft op 15-10-2016: 0 jaar 0 maand en 0 dagen anciënniteit (dus geen voorgaande diensten die in aanmerking komen).

  • Foto op 15/10/2016

Periode                     

Barema

ATO

Volume

Anciënniteit

Ophogen anciënniteit?

Anciënniteit wedden-
systeem op 1/11/2016

15/10/2016 - 31/12/2016

 502

2

 100%

 0j0m(0d)

 Nee

 0j0m

Het veld ‘ophogen anciënniteit’ (veld 17) laat de hogeschool toe om al dan niet te beslissen om de anciënniteit de maand die volgt te verhogen. Indien het veld met ‘ja’ wordt ingevuld zal de anciënniteit op 1/11/2016 1 maand bedragen.

Voorbeeld :

In het volgende voorbeeld wordt de situatie beschreven waarbij een personeelslid start in een hogeschool op 15/10/2016, maar hij of zij heeft reeds 14 dagen anciënniteit heeft die mogen meetellen.

  • Foto op 15/10/2016

Periode           

Barema

ATO

Volume

Anciënniteit

Ophogen anciënniteit?

Anciënniteit wedden-
systeem op 1/11/2016

15/10/2016 - 31/12/2016

 502

2

 50%

 0j0m(14d)

 Ja

 0j1m

  • Foto op 26/10/2016

Bijkomende opdracht van 20% met ingang van 26/10/2016. De hogeschool doet een zending waarbij de anciënniteit op de geldigheidsdatum (d.i. 26/10/2016) nog steeds 0j en 0 maanden moet zijn. Er mag immers geen anciënniteitssprong in het midden van een maand uitgevoerd worden. Dit geeft in dit voorbeeld het volgende resultaat:

Periode            

Barema

ATO

Volume

Anciënniteit

Ophogen anciënniteit?

Anciënniteit wedden-
systeem op 1/11/2016

26/10/2016 - 31/12/2016

 502

2

50%

0j0m

 ja

 0j1m

26/10/2016 - 31/12/2016

 502

1

20%

0j0m

 ja

 0j1m

Naar boven

Houdt het weddensysteem steeds automatisch rekening met anciënniteit die stopt of doorloopt tijdens de dienstonderbreking afhankelijk van het soort voltijdse dienstonderbreking?

Een antwoord op deze vraag vind je op de pagina over dienstonderbrekingen melden.

Naar boven

Bij welke dienstonderbrekingen wordt de geldelijke anciënniteit van de opdracht geblokkeerd (J in veld 16)?

  • Bij een volledige tbs/pa (DO 098). De geldelijke anciënniteit wordt geblokkeerd tijdens de volledige periode van de tbspa. Bij een deeltijdse tbs/pa mag de anciënniteit van de opdracht niet geblokkeerd worden. Indien het personeelslid tijdens de periode van tbs/pa een onderwijsambt uitoefent in een andere instelling wordt de anciënniteit ook niet geblokkeerd. Dezelfde principes gelden bij een volledige avp (DO 220).
     
  • Bij een tbs wegens ziekte (DO 132 en 135) . De anciënniteit moet geblokkeerd worden tijdens de periode van TBS wegens ziekte. Bij herneming mag de periode van TBS opgenomen worden in de geldelijke anciënniteit (met een maximum van 2 jaar).
     
  • Bij uitputting van de bezoldigde ziektedagen van tijdelijke personeelsleden (DO 131 en 134). De anciënniteit moet geblokkeerd worden tijdens de periode van onbezoldigd ziekteverlof. Bij herneming mag de geldelijke anciënniteit niet verhoogd worden met de periode van onbezoldigd ziekteverlof.

Nuttige beroepservaring melden

De nuttige ervaring die opgenomen is in de geldelijke anciënniteit vóór 1996, en overgenomen is door de hogeschool, moet ook doorgegeven worden bij de NBE (veld 15 van de RL-12). Het gaat hier immers ook om nuttige ervaring die een onderdeel van de anciënniteit is. Op deze manier is er in EPD een correct beeld van het dossier van het personeelslid wat betreft de opbouw van de anciënniteit.

Het veld NBE (veld 15 van de RL-12) moet ingevuld worden als er een barema is ingevuld. Dit moet dus herhaald worden bij elke zending van opdracht met barema.

Meer informatie over de verschillende RL’s vind je op AGODI - de technische handleiding van WebEdison.

Naar boven

 

Regelgeving

Onderwijzend personeel

Administratief en technisch personeel

Extra informatie

Verwante pagina’s

Voor directies en administraties

Voor hogeschoolpersoneel