Bevallingsverlof van je hogeschoolpersoneel

Wat is het?

  • Wat is bevallingsverlof? Welke verlengingen zijn mogelijk? En wat zijn weken van postnatale rust?
  • Voorwaarden en gevolgen, begin, duur en einde
  • Aanvraagprocedure voor je personeel

Alles wat je personeelslid moet weten, vind je op de pagina voor onderwijspersoneel over bevallingsverlof, borstvoedingsverlof en moederschapsbescherming.

Naar boven

Wat moet ik doen?

Meld het bevallingsverlof, eventuele arbeidsongeschiktheid in de periode voor de bevalling, en verlengingen van het bevallingsverlof in het elektronisch personeelsdossier (EPD).

Mogelijke situaties met in het kort de belangrijkste aandachtspunten over (de duur van) het verlof en de manier van melden:

Bevallingsverlof

In het kort

Bevallingsverlof duurt in totaal 15 weken (17 weken bij een meerling), of langer. Het bestaat uit pre- en postnataal verlof:

  • 6 weken prenataal verlof (8 weken bij een meerling), of langer: bij overschrijding van de prenatale periode bij een laatgeboorte
  • Minimaal 9 weken verplicht postnataal verlof

Een zwanger personeelslid kan ook verder werken tijdens de periode van het prenataal verlof. Ze kan dan de niet-opgenomen weken prenataal verlof - maximaal 5 weken, bij een meerling 7 weken - opnemen na de bevalling. De 7 dagen vóór de werkelijke bevallingsdatum kan ze nooit overdragen naar de postnatale periode.

Melden aan het ministerie

Bevallingsverlof is een instellingsgebonden dienstonderbreking (DO). Het geldt voor alle opdrachten van het personeelslid in de instelling.

Stuur het verlof door met een RL-2 met DO-code 129 - bevallingsverlof.

Doe dit volgens het zendprincipe ‘melding - annulatie - melding’. Geef alleen de begindatum en de einddatum van het bevallingsverlof door. Het is niet nodig de vermoedelijke en de effectieve bevallingsdatum te zenden, het elektronisch personeelsdossier berekent de duur van het bevallingsverlof niet.

Concreet:

  • Bereken het bevallingsverlof op basis van de vermoedelijke bevallingsdatum en zend de dienstonderbreking onmiddellijk door via een RL-2 en gebeurteniscode 23129 - bevallingsverlof.
    Het is belangrijk dat je onmiddellijk zendt omdat het bevallingsverlof voor tijdelijke personeelsleden niet bezoldigd is. Zo vermijd je een mogelijke terugvordering achteraf.
     
  • Is de werkelijke bevallingsdatum gekend, herbereken dan het bevallingsverlof op basis van de werkelijke bevallingsdatum.
     
  • Verschilt de nieuwe periode van de periode berekend op basis van de vermoedelijke bevallingsdatum, annuleer dan eerst het al gemelde bevallingsverlof. Dat doe je met gebeurteniscode 25129. Zend dan de nieuwe periode door met gebeurteniscode 23129.

Meer informatie vind je op de pagina EDISON - Schoolautomatiseerders - Download personeel:

  • Over de verschillende RL-codes: in de rubriek ‘Handleidingen en basisdocumenten’
  • Over de dienstonderbrekingscodes: in de rubrieken ‘Basistabellen’ en ‘Historiek en toelichtingen’

Naar boven

Verlenging bevallingsverlof bij een meerling

In het kort

Bij geboorte van een meerling kan de moeder aanvragen om de verplichte postnatale periode van 9 weken te verlengen met een periode van maximaal 2 weken. Het gaat hier om een facultatieve verlenging.

Het bevallingsverlof bij een meerling kan dan 19 weken bedragen, of langer:

  • 8 weken prenataal verlof, of langer: bij overschrijding van de prenatale periode bij een laatgeboorte
  • 9 weken verplicht postnataal verlof, verlengbaar met de periode dat het personeelslid bleef doorwerken vanaf de 8ste tot en met de 2de week voor de geboorte
  • Maximaal 2 weken facultatief postnataal verlof
  • Eventuele andere verlengingen (zie hieronder)

Melden aan het ministerie

Meld het verlof in het elektronisch personeelsdossier met een RL 2 met DO 129 - bevallingsverlof (instellingsgebonden dienstonderbreking) .

Verleng de einddatum van het bevallingsverlof met maximaal 2 weken en zend het zo door.

Naar boven

Arbeidsongeschiktheid in de periode voor de bevalling

In het kort

Was je personeelslid arbeidsongeschikt - wegens ziekte, arbeidsongeval, beroepsziekte of moederschapsbescherming - in de 6 weken voor de werkelijke bevallingsdatum (8 weken voor een meerling)? Zij kan die periode niet overdragen en dus niet nemen na de verplichte periode van 9 weken postnataal verlof.

Ziekteverlof in de 6 (8) weken voor de werkelijke bevallingsdatum zet je om in bevallingsverlof als je personeelslid het werk niet hervat heeft. Was er wel werkhervatting, dan blijft de periode ziekteverlof. In geen van beide gevallen - ziekteverlof of bevallingsverlof – kan je de periode overdragen naar de postnatale periode.

Er is alleen een facultatieve verlenging (geen overdracht) mogelijk als je personeelslid de volledige periode van 6 (8) weken ziek was (zie volgend punt).

Melden aan het ministerie

Meld het ziekteverlof, arbeidsongeval, beroepsziekte, moederschapsbescherming … met de daarvoor voorziene codes.

Een omzetting van ziekteverlof naar bevallingsverlof doe je zo:

  • Annuleer het ziekteverlof
  • Geef het bevallingsverlof in met een RL-2 met DO 129 - bevallingsverlof

Naar boven

Facultatieve verlenging van het postnataal bevallingsverlof bij langdurige ziekte

In het kort

Een zwanger personeelslid dat gedurende de volledige periode van 6 weken (8 weken bij een meerling) voor de werkelijke bevallingsdatum ongeschikt is geweest om arbeid te verrichten wegens ziekte of ongeval, kan vragen om het postnataal verlof te verlengen met 1 week.

Het bevallingsverlof met 1 kind kan in dat geval 16 weken duren, of langer:

  • 6 weken prenatale periode, of langer: bij een overschrijding van de prenatale periode bij een laatgeboorte
  • 9 weken verplichte postnatale periode, eventueel verlengbaar met overgedragen weken uit de prenatale periode
  • 1 week facultatief postnataal verlof wegens 42 dagen ziekteverlof in de 6 weken voor de werkelijke bevallingsdatum.

Het bevallingsverlof bij de geboorte van een meerling kan 20 weken bedragen, of langer:

  • 8 weken prenataal verlof, of langer: bij een overschrijding van de prenatale periode bij een laatgeboorte
  • 9 weken verplicht postnataal verlof, eventueel verlengbaar met overgedragen weken uit de prenatale periode
  • Maximaal 2 weken facultatief postnataal verlof
  • 1 week facultatief postnataal verlof wegens 56 dagen ziekteverlof in de 8 weken voor de effectieve bevallingsdatum.

Deze verlenging van het postnataal bevallingsverlof is alleen mogelijk als het ziekteverlof:

  • Een volledige periode van minimaal 42 dagen duurt voor een bevalling met 1 kind
  • Een volledige periode van minimaal 56 dagen duurt voor een bevalling met een meerling

Duurt het ziekteverlof niet een volledige periode van 6 weken of 8 weken, dan mag je geen extra week bevallingsverlof toekennen.

De periode van minimaaal 42 dagen ziekteverlof of minimaal 56 dagen ziekteverlof moet ook aansluiten bij de werkelijke bevallingsdatum. Het personeelslid mag niet terug aan het werk gegaan zijn tussen het ziekteverlof en de werkelijke bevallingsdatum.

Het is een facultatief postnataal verlof. Het personeelslid is niet verplicht om de week extra te nemen.

Melden aan het ministerie

Meld het verlof met een RL-2 met DO 129 - bevallingsverlof (instellingsgebonden dienstonderbreking).

Verleng de einddatum van het bevallingsverlof met 1 week en zend het zo door.

Naar boven

Facultatieve verlenging bevallingsverlof bij hospitalisatie kind

In het kort

Als een pasgeboren kind langer dan 7 dagen na de geboorte in het ziekenhuis moet blijven, kan de periode van het postnataal verlof verlengd worden met de duur van de periode dat het kind na de 1ste 7 dagen in het ziekenhuis verblijft. Die verlenging mag maximaal 24 weken duren en kan pas starten na de einddatum van het volledige reguliere bevallingsverlof.

Een bevallingsverlof bij de geboorte van 1 kind kan zo 15 weken  + 24 weken duren.

Een bevallingsverlof bij de geboorte van een meerling kan dan 17 weken + 24 weken duren. Neemt de werkneemster ook 2 weken facultatief bevallingsverlof, dan wordt dat 19 weken + 24 weken.

Melden aan het ministerie

Meld het verlof in het elektronisch personeelsdossier (EPD) als een instellingsgebonden dienstonderbreking, met een RL-2 met DO 118 - verlenging bevallingsverlof hospitalisatie kind.

Dit verlof moet altijd aansluiten bij het oorspronkelijke bevallingsverlof.

Op deze dienstonderbreking gebeurt een registratiecontrole in het EPD. Het verschil tussen de begin- en einddatum van de ‘verlenging bevallingsverlof hospitalisatie kind’ kan niet meer dan 24 weken bedragen.

Naar boven

Verlenging van het bevallingsverlof met 1 dag (bij werken op de dag van de bevalling)

In het kort

Een zwanger personeelslid mag niet werken vanaf de 7de dag voor de vermoedelijke dag van de bevalling tot 9 weken die beginnen te lopen vanaf de dag van de bevalling. De dag van de bevalling behoort dus tot de postnatale periode. 

Bij een vroeggeboorte is het mogelijk dat je personeelslid nog gewerkt heeft op de dag van de bevalling zelf. In dat geval mag de verplichte postnatale periode van 9 weken beginnen na de dag van de bevalling. Je personeelslid krijgt een extra dag bevallingsverlof.

Deze dag wordt zowel voor benoemde als tijdelijke personeelsleden bezoldigd, en is gelijkgesteld met dienstactiviteit.

Melden aan het ministerie

Verlenging bevallingsverlof met 1 dag is een persoonsgebonden dienstonderbreking. Je geeft ze door met een RL-2 met DO 150 - verlenging bevallingsverlof met 1 dag.

De dag van deze dienstonderbreking valt de 1ste dag na het einde van het bevallingsverlof.

Naar boven

Verlofdagen van postnatale rust

Je personeelslid mag maximaal 2 weken van het prenataal verlof dat ze overdraagt naar het postnataal verlof, omzetten in verlofdagen van postnatale rust. Dat is niet verplicht.

  • Onderwijzend personeel moet de periode van 2 weken nemen in 2 blokken van 7 aaneensluitende kalenderdagen. De periode van 7 dagen kan niet korter.
     
  • Administratief en technisch personeel mag de 2 weken opnemen in afzonderlijke dagen.
    Als werkgever zet je die periode om in verlofdagen van postnatale rust volgens het aantal dagen in het werkrooster van je personeelslid:
    • Wie fulltime werkt, krijgt maximaal 10 verlofdagen van postnatale rust.
    • Wie 4 dagen per week werkt, krijgt maximaal 8 dagen.

Het verlof is facultatief. Wie het bevallingsverlof omzet naar verlofdagen voor postnatale rust, moet de verlofdagen opnemen binnen 8 weken na het einde van de ononderbroken postnatale periode van bevallingsverlof.

Melden aan het ministerie

Deze verlofdagen zijn een instellingsgebonden dienstonderbreking. Meld ze met een RL-2 met DO 148 - verlofdagen van postnatale rust hogescholen.

Naar boven