Ziekteverlof van je onderwijzend tijdelijk hogeschoolpersoneel berekenen

Berekeningsprogramma

Gebruik hetBerekeningsprogramma ziekteverlof onderwijzend tijdelijk hogeschoolpersoneel (xls, 3 bladen) (122 kB) en volg deze handleiding.


Hoofding

Vul daar de volgende gegevens in:

  • Naam van het personeelslid
  • Stamboeknummer
  • Academiejaar (alleen in het 1ste vak een jaartal invullen; het 2de vak wordt dan automatisch ingevuld).


Kolommen

Kolom ‘V’

  • Plaats een x bij een aanstelling voor een volledig academiejaar.
    Doe dat ook als er tijdens het academiejaar een onderbreking is, zoals een bevallingsverlof.
     
  • Laat het vakje leeg bij een aanstelling van minder dan een volledig academiejaar.


Kolom ‘gepresteerde diensten’

  • Vul hier per academiejaar de begin- en einddatum in van de werkelijk gepresteerde dagen op basis waarvan je het ziekteverlof berekent. Dat zijn alle werkelijk gepresteerde diensten als tijdelijk personeelslid, ook in andere onderwijsniveaus.

    Er zijn andere regels voor de berekening van de werkelijk gepresteerde dagen vóór en na 1 januari 1996.

Vóór 1 januari 1996
Vul in de kolom ‘einddatum’ altijd 30 juni in als de einddatum het einde van het academiejaar is, of later valt dan 30 juni.
Bij een doorlopende aanstelling is het begin van het academiejaar dan 1 september (kolom begindatum).

Vanaf 1 januari 1996
Je beslist als hogeschool zelf of je de vakantieperiodes al of niet meeneemt in de berekening voor het ziekteverlof.

Reken je het ziekteverlof door tijdens de vakantieperiodes (juli en augustus), vul dan in de kolom ‘gepresteerde diensten’ als einddatum 31 augustus in. Reken je het ziekteverlof niet door tijdens de vakanties, dan moet je ook de vakantieperiode niet in aanmerking nemen voor de berekening. Vul dan als einddatum 30 juni in.

Vul de diensten in tot de vooravond van het ziekteverlof.

  • Is je personeelslid bijvoorbeeld met bevallingsverlof, dan mag je die periode niet meerekenen bij de gepresteerde diensten.

Vul alle voorafgaande tijdelijke diensten in (in de kolom ‘gepresteerde diensten’) en ook alle ziektedagen uit die periodes (in de volgende kolom ‘ziekteverlof’). Ook de diensten gepresteerd in andere scholen en andere onderwijsniveaus met volledig leerplan (zoals in het secundair onderwijs).

Vul de kolommen AJ en volgende niet in. Het programma maakt daar een automatische berekening.  


Kolom ‘ziekteverlof’

Vul daar de begin- en einddatum van het ziekteverlof in. De kolommen ‘gepresteerde diensten’ en ‘ziekteverlof’ sluiten op elkaar aan.
 

Kolom ‘AJ’

Academiejaar.
 

Kolom ‘GPD’

Aantal gepresteerde dagen voor de gepresteerde periode.
 

Kolom ‘RG D’:

Aantal bezoldigde ziektedagen waarop het personeelslid recht heeft voor die periode (1 per 10 dagen), met een maximum van 300 GPD per academiejaar.
 

Kolom ‘beperkt’

Beperking tot 30 ziektedagen per jaar.
 

Kolom ‘BZD’

Aantal bezoldigde ziektedagen.
 

Kolom ‘art. 16’

Recht op 30 dagen ziekteverlof vanaf het 1ste school- of academiejaar.

Als tijdens een academiejaar op een bepaald tijdstip blijkt dat artikel 16 de gunstigste oplossing biedt, heeft je personeelslid recht op 30 dagen bezoldigd ziekteverlof voor dat academiejaar.

Art. 16 BVR verloven en terbeschikkingstellingen personeel hogescholen (31 maart 2006).
 

Kolom ‘def. saldo’

Aantal dagen waarop het personeelslid nog recht heeft.
 

Kolom ‘Ziektedagen bez. t/m’

Hier verschijnt de laatste datum waarop het personeelslid nog recht heeft op bezoldigd ziekteverlof. Na die datum zijn de bezoldigde ziektedagen uitgeput.
 

Vak ‘voorgaand saldo’

Gebruik dat vak alleen als het werkblad (Deel I) volledig ingevuld is. Rond af op het einde van het academiejaar vóór je een nieuw blad (Deel II) begint.
Breng dan het laatste definitieve saldo van het werkblad (Deel I) over op het volgende werkblad (Deel II).

Naar boven