Ziekteverlof van je benoemd hogeschoolpersoneel

Wat is het?

  • Hoe is het betaald ziekteverlof geregeld voor je benoemd onderwijzend personeel? En voor je benoemd administratief en technisch personeel?
  • Voorwaarden en gevolgen, begin, duur en einde
  • Aanvraagprocedure voor je personeel

Alles wat je personeelslid moet weten, vind je op de pagina voor personeel van hogescholen over betaald ziekteverlof voor benoemde personeelsleden.

Naar boven

Wat moet ik doen?

Bereken of het personeelslid nog recht heeft op bezoldigd ziekteverlof

Onderwijzend personeel

Bereken voor het benoemd onderwijzend personeel (OP) de sociale anciënniteit op de vooravond van het ziekteverlof.

Per 12 maanden sociale anciënniteit heeft het personeelslid recht op 30 dagen betaald ziekteverlof.

Trek van het opgebouwde recht op betaald ziekteverlof alle eerder genoten ziektedagen in het onderwijs met volledig leerplan af.

De sociale anciënniteit is gelijk aan de geldelijke anciënniteit:

  • Vermeerderd met prestaties geleverd vóór de minimumleeftijd (van de toepasselijke salarisschaal)
  • Verminderd met de nuttige beroepservaring
     

Administratief en technisch personeel

Het administratief en technisch personeel (ATP) verwerft het recht op 90 dagen ziekteverlof op de datum van de vaste benoeming. Vanaf het 4de jaar komen er jaarlijks op die datum 30 dagen bij.

Trek voor de berekening van het aantal dagen betaald ziekteverlof alle genomen ziektedagen vanaf de benoeming af.
 

Bij wijziging van statuut

Een benoemd lid van het OP dat via ambtswijziging een tijdelijke aanstelling krijgt als ATP, behoudt de voordelen van de bepalingen van het statuut van benoemd OP voor de berekening van het ziekteverlof als dat gunstiger is.

Omgekeerd geldt ook: een benoemd lid van het ATP dat via ambtswijziging een tijdelijke aanstelling krijgt als OP, behoudt de voordelen van de bepalingen van het statuut van benoemd ATP voor de berekening van het ziekteverlof als dat gunstiger is dan de berekening voor tijdelijk OP. Is de berekening volgens het statuut van tijdelijk OP gunstiger, dan pas je die toe.

Een benoemd lid van het OP dat definitief overgaat naar een benoemd ATP-statuut, valt vanaf de datum van de overgang onder de regeling van het ziekteverlof voor het benoemd ATP. Wel worden de 90 dagen niet toegekend op de datum van de benoeming als ATP, maar op de datum van de benoeming als OP. Zo heeft de overstap geen ongunstige gevolgen voor de berekening van het ziekteverlof van het personeelslid.

Voor een benoemd lid van het ATP dat definitief overgaat naar een benoemd OP-statuut, worden de regels van het OP-statuut toegepast (berekening sociale anciënniteit).
 

Andere gevallen

Deeltijdse personeelsleden hebben, ongeacht de omvang van hun opdracht, recht op evenveel dagen ziekteverlof als voltijds werkende personeelsleden.

Een personeelslid dat via een verlof tijdelijk andere opdracht (TAO) vanuit een ander onderwijsniveau de overstap maakt naar een hogeschool, wordt daar beschouwd als tijdelijk, zowel voor de betaling als voor de berekening van het ziekteverlof.

Dat geldt ook als dat personeelslid met bevallingsverlof gaat. Zij verliest dus de voordelen verbonden aan haar vaste benoeming in het andere onderwijsniveau zolang zij een tijdelijke aanstelling heeft in de hogeschool.

Naar boven

Meld aan het ministerie

Als het personeelslid nog recht heeft op bezoldigd ziekteverlof, meld de ziekte dan als bezoldigd ziekteverlof. Er zijn 2 mogelijkheden:

  • RL-2 met DO 130 (=instellingsgebonden)
  • RL-12 met DO 133 (=opdrachtgebonden)

Vermeld de begin- en einddatum van het ziekteverlof.

Vind meer informatie:  

Naar boven