Eindtermen rond EHBO voor het lager onderwijs

Onderstaande lijst bevat eindtermen voor het lager onderwijs die expliciet en impliciet ver­band houden met eerste hulp. Deze selectie is niet exhaustief.

Expliciet

Vakgebonden eindtermen
 

Lichamelijke opvoeding

1. Motorische competenties

Zelfredzaamheid in kindgerichte bewegingssituaties - Verantwoord en veilig bewegen

De leerlingen:

1.2: kunnen veiligheidsafspraken naleven;
1.3: kennen de gevaren en risico's van bewegingssituaties en kunnen deze inschatten en signaleren.

Wereldoriëntatie

1. Natuur

Algemene vaardigheden

De leerlingen:

1.1: kunnen gericht waarnemen met al hun zintuigen en kunnen waarnemingen op een systematische wijze noteren.

Gezondheid

De leerlingen:

1.20: kunnen de hulp inroepen van een volwassene in een noodsituatie;
1.21: kunnen elementaire hulp toedienen bij brandwonden.

2. Techniek

Techniek als menselijke activiteit

De leerlingen:

2.16*: zijn bereid hygiënisch, nauwkeurig, veilig en zorgzaam te werken.

Leergebiedoverschrijdende eindtermen
 

Sociale vaardigheden

1. Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen

1.4: kunnen hulp vragen en zich laten helpen.

Naar boven

Impliciet

Vakgebonden eindtermen
 

Lichamelijke opvoeding

1. Motorische competenties

Zelfredzaamheid in kindgerichte bewegingssituaties - Verantwoord en veilig bewegen

De leerlingen:

1.1:. kunnen motorische basisbewegingen op een voldoend flexibele en verfijnde wijze aanwenden in gevarieerde en complexe bewegingssituaties;
1.17: beheersen fundamentele bewegingsvaardigheden die nodig zijn om een eenvoudig bewegingsspel zinvol te kunnen spelen in eenvoudige sport- en spelactiviteiten.

3. Zelfconcept en het sociaal functioneren

De leerlingen:

3.1*: zijn bereid een opdracht vol te houden en af te werken.

Wereldoriëntatie

1. Natuur

Gezondheid

De leerlingen:

1.19: beseffen dat het nemen van voorzorgen de kans op ziekten en ongevallen vermindert.

3. Mens

Ik en mezelf

De leerlingen:

3.2: kunnen beschrijven wat ze voelen en wat ze doen in een concrete situatie en kunnen illustreren dat zowel hun gedrag als hun gevoelens situatiegebonden zijn;
3.3*: tonen in concrete situaties voldoende zelfvertrouwen, gebaseerd op kennis van het eigen kunnen.

6. Ruimte

Verkeer en mobiliteit

De leerlingen:

6.12: kunnen de gevaarlijke verkeerssituaties in de ruimere schoolomgeving lokaliseren.

Leergebiedoverschrijdende eindtermen
 

Leren leren

De leerlingen:

3: kunnen op systematische wijze samenhangende informatie (ook andere dan teksten) verwerven en gebruiken;
4: kunnen eenvoudige problemen op systematische en inzichtelijke wijze oplossen.

Sociale vaardigheden

1. Sociale vaardigheden - domein relatiewijzen

De leerlingen:

1.2: kunnen in omgang met anderen respect en waardering opbrengen;
1.3: kunnen zorg opbrengen voor iets of iemand anders.

Nederlands

2. Spreken

De leerlingen:

2.2: kunnen iemand om ontbrekende informatie vragen;
2.8: kunnen een instructie geven zodat iemand die vertrouwd is met de situatie, ze kan uitvoeren.

Naar boven