Impact sluiting collectieve opvangcentra voor onderwijs in kaart gebracht


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 16 maart 2017


Vandaag werd in de commissie onderwijs de impactanalyse ‘sluiting collectieve opvanginitiatieven’ toegelicht. Op vraag van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits brengt dit rapport de impact in kaart die de sluiting van 15 collectieve opvanginitiatieven tussen 31 augustus 2016 en 1 februari 2017 had op scholen en minderjarige asielzoekers. Het rapport bevat ook concrete aanbevelingen om de bestaande samenwerking tussen onderwijs, Fedasil en het brede welzijnsveld bij de sluiting van collectieve opvanginitiatieven te versterken.

Op 3 juni 2016 kondigde staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken de afbouw van het collectieve opvangnetwerk voor vluchtelingen aan. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits vroeg aan staatssecretaris Francken om bij een sluiting de nodige aandacht te hebben voor de schoolloopbaan van minderjarige asielzoekers. Om hun integratieproces en leerkansen niet te onderbreken, is het aangewezen dat er zo weinig mogelijk van school wordt veranderd. Indien dit niet mogelijk is, dan liefst tijdens de schoolvakanties en binnen hetzelfde taalregime met aandacht voor tijdige communicatie naar de leerling en de school.

Om de impact van de sluitingen in kaart te brengen, reconstrueerde AgODi op basis van verscheidene cijfergegevens en bronnen de verhuisbewegingen van minderjarige asielzoekers in 15 collectieve opvanginitiatieven. Doordat een opvangnetwerk voortdurend in beweging is, een sluiting niet de enige verhuisbeweging hoeft te zijn en het centrale registratiesysteem bij Fedasil nog niet volledig operationeel is, was dit geen eenvoudige opdracht.

Uit de analyse blijkt dat na de sluiting van de collectieve opvanginitiatieven en de daaropvolgende verhuisbeweging in 8 van de 12 collectieve opvanginitiatieven de mogelijkheid bestond om ook na de verhuis naar dezelfde school te kunnen blijven gaan. Voor 3 collectieve opvangvoorzieningen konden de leerlingen na verhuis ook effectief naar dezelfde secundaire school blijven gaan. De verhuisbewegingen vonden in 6 van de 12 sluitingen plaats tijdens de schoolvakanties. Voor 3 andere centra met hoofdzakelijk niet-begeleide minderjarige vluchtelingen is er alleen de datum van toewijzing beschikbaar. De datum van vertrek wordt in onderling overleg met de jongeren bepaald. Bij de afbouw van de opvanginitiatieven vonden er 2 verhuisbewegingen van gezinnen over de taalgrens plaats. Dit gebeurde in samenspraak met de gezinnen en in totaal waren hier 2 kinderen bij betrokken.

Op basis van deze analyse zijn er enkele aanbevelingen geformuleerd. Zo is er de nood aan een verbeterde centrale registratie. Fedasil zet momenteel in op de verder ontwikkeling van het instrument ‘match-it’ om tot een betere uitwisseling van informatie over de opvang van asielzoekers te komen.  Daarnaast wordt er gepleit om bij sluitingen zoveel mogelijk minderjarige asielzoekers toe te leiden naar opvanginitiatieven in de buurt of naar opvanginitatieven die toeleiden naar dezelfde scholen. Tot slot wordt er ook meer aandacht gevraagd voor het inbrengen van een opvanglogica binnen het onderwijs. Scholen in de buurt van de tijdelijke opvangcentra hadden veel vragen over de redenen waarom leerlingen verhuisden en het moment waarop. Een betere communicatie naar de scholen over het hoe en het waarom kan dit vermijden.

De eerste voorlopige vaststellingen werden besproken op een coördinerend overleg eind februari op het kabinet onderwijs met AgODi, Fedasil en het kabinet van Staatssecretaris Asiel en Migratie Theo Francken. Op basis van dit rapport werd er afgesproken dat er ook bij de sluiting van collectieve opvanginitiatieven er wordt geëvolueerd van ad hoc naar gestructureerd periodiek overleg tussen AgODi en Fedasil. Scholen, ouders en centrumverantwoordelijken worden verder gesensibiliseerd om bij een sluiting of verhuizing elkaar tijdig te informeren zodat scholen kwalitatieve overdrachtsdossiers kunnen opmaken in het belang van de schoolloopbaan van de minderjarige asielzoeker. Tot slot zal AgODi in samenwerking met Fedasil ook een studiedag voor experten organiseren waarin de uitwisseling van goede praktijken tussen onderwijs en collectieve opvangcentra centraal zal staan. Dit om de onderwijs- en opvanglogica beter op elkaar af te stemmen.

Minister van Onderwijs Hilde Crevits: “De sluiting van de collectieve opvanginitiatieven en de gevolgen hiervan voor minderjarigen asielzoekers is voor mij  een grote bezorgdheid. Een stabiele onderwijsloopbaan is in het belang van elk kind. Dit rapport bevestigt de nood om blijvend in te zetten op een intensieve samenwerking tussen onderwijs en de opvangcentra. Niet alleen in het versterken van elkaars kennis, maar vooral in het belang van elke schoolgaande jongere.”

Naar boven