Internaten treden uit de schaduw met nieuw kwaliteitskader


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 23 oktober 2018



Vandaag hebben Vlaams minister van Onderwijs, de onderwijsverstrekkers, de internaatsverantwoordelijken, de begeleidingsdiensten en de onderwijsinspectie hun handtekening onder het nieuwe referentiekader internaatskwaliteit (RIK) geplaatst. Het gaat om een document met 23 kwaliteitseisen, krijtlijnen voor de internaten met veel aandacht voor de persoonlijke en de sociale ontwikkeling en de studie- en leerbegeleiding van de ruim 11.000 internen. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits wil de internaten met dit kwaliteitskader de plaats geven die ze verdienen. 

In Vlaanderen zijn er 160 internaten, waarvan er 19 zich specifiek richten tot leerlingen van het buitengewoon onderwijs. Andere internaten richten zich tot leerlingen van ouders zonder vaste verblijfplaats zoals schippers of foorreizigers. Nog andere zijn er voor leerlingen met een specifieke leerinteresse, zoals hotelscholen of topsportinternaten. Er zijn ook internaten waar leerlingen verblijven die geplaatst worden door een jeugdrechter. In totaal zitten er ruim 11.000 leerlingen op internaat in Vlaanderen.

Internaten worden door de onderwijsinspectie beoordeeld op bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne, maar ze zijn uiteraard veel meer dan louter huisvesting voor leerlingen. Daarom heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits alle internaten samengebracht om tot een gemeenschappelijk referentiekader internaatskwaliteit te komen. Dat nieuwe gemeenschappelijke referentiekader werd vandaag ondertekend en voorgesteld. Met dat kader krijgen de internaten de plaats in het onderwijslandschap die ze verdienen en treden ze uit de schaduw van scholen, centra en academies. Internaten spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling en opvoeding van leerlingen. Ze zorgen voor welbevinden en werken dankzij het creëren van een positief leef- en leerklimaat mee aan het tegengaan van schooluitval en schoolverzuim. Vaak zijn ze voor leerlingen met een specifieke leerinteresse ook noodzakelijk om hun studie te volbrengen. Een leerling uit Lommel bijvoorbeeld die naar de hotelschool Ter Duinen in Koksijde wil om daar zijn of haar grote droom om sterrenchef te worden na te streven, heeft nood aan een internaat waar hij of zij zich volledig thuis kan voelen.

Geen keurslijf, wel krijtlijnen

Het referentiekader internaatskwaliteit beschrijft de maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van de internaten. Het is geen keurslijf, het zijn krijtlijnen, het geeft aan wat de maatschappij verwacht van een internaat, maar respecteert de eigenheid en de autonomie van elk internaat. Het referentiekader bestaat uit 23 kwaliteitsverwachtingen opgedeeld in 3 rubrieken: resultaten en effecten; bijdragen tot de ontwikkeling van internen; beleid en kwaliteitsontwikkeling. Elk van de 23 kwaliteitsverwachtingen wordt verduidelijkt met een kwaliteitsbeeld. Een voorbeeld hieronder:

  • Kwaliteitsverwachting: het internaat streeft naar resultaten op het vlak van de persoonlijke en sociale ontwikkeling en de studievoortgang
    • Kwaliteitsbeeld: het internaat ambieert een positieve persoonlijke en sociale ontwikkeling via het samenleven en leren in groep en via de aandacht voor het individu. Dit komt onder meer tot uiting in de toename van kennis en vaardigheden en in de ontwikkeling van attitudes en talenten van internen. Door de aandacht voor de motivatie en door het creëren van een positief leef- en leerklimaat werkt het internaat mee aan preventie van schooluitval en schoolverzuim en aan het versterken van mentale weerbaarheid.
  • Kwaliteitsverwachting: het internaatsteam geeft studie- en/of leerbegeleiding aangepast aan de doelgroep en aan het individuele kind/de individuele jongere
    • Kwaliteitsbeeld: het internaatsteam zorgt voor een stimulerende studiesfeer. In de dag- en weekplanning is er voldoende tijd uitgetrokken voor het schoolwerk. Het internaatsteam ondersteunt de intern bij het ontwerp en de uitvoering van de studieplanning en zet de intern aan tot zelfcontrole. Het internaatsteam toont interesse in de ervaringen van de intern tijdens de schooldag en in de leerprestaties. Er is een open en doelgerichte communicatie met de intern, de school en de ouders gericht op een optimale studie- en leerbegeleiding. Met het oog op het realiseren van gelijke kansen doet het internaat, indien nodig en mogelijk een beroep op deskundigen zoals CLB, school en andere instanties, om problemen bij het leren en studeren specifiek te ondersteunen, met goedkeuring van en in samenspraak met de ouders.

Het referentiekader internaatskwaliteit legt ook expliciet de link met het realiseren van de Kinderrechten.

Onbekend maakt onbemind

Het nieuwe referentiekader is geen alleenstaand gegeven. De onderwijsinspectie plant volgend jaar plaatsbezoeken om op die manier de specifieke werking van internaten beter te leren kennen. Daarna zal een rapport worden opgesteld met elementen voor het organiseren van doorlichtingen en met mogelijke suggesties voor aanpassing van de regelgeving.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Internaten worden beoordeeld op veiligheid, hygiëne of bewoonbaarheid. Maar ze zijn uiteraard veel meer dan louter huisvesting voor leerlingen. Ze zijn een thuis voor de vele leerlingen die 5 dagen lang op tientallen tot honderden kilometers van hun ouders verwijderd zijn. Daarom is het belangrijk dat ze een kwaliteitsvolle inhoudelijke werking hebben. Met het nieuwe referentiekader internaatskwaliteit bieden we de internaten hiervoor de krijtlijnen om nog meer een thuis te zijn voor die vele kinderen, zonder in een keurslijf gedwongen te worden.”