Kennisbeleid in Onderwijs en Vorming

Kennisbeleid: kennis voor beleid, beleid voor kennis

Wetenschappelijk onderzoek is een van de elementen die het maken van beleidskeuzes voedt. Het Departement Onderwijs en Vorming heeft een jarenlange traditie in (internationaal) onderzoek en kennisbeleid. Enerzijds gaat het daarbij om het coördineren, zelf opzetten en financieren van onderzoek, met als doel de kwaliteit en effectiviteit van ondersteuning, voorbereiding en evaluatie van het onderwijsbeleid te versterken. De klemtoon ligt op versterken van onderwijsbeleid, omdat kennis slechts een van de elementen is die het maken van beleidskeuzes ondersteunt, naast ideologische opvattingen over de doelen van onderwijs en de definitie van kwaliteitsvol onderwijs. Het departement volgt daarmee een internationale trend naar een meer door onderzoek geïnformeerd en onderbouwd beleid (‘evidence informed policy’).

Kennisbeleid gaat daarnaast ook over de ontsluiting, analyse en interpretatie van beschikbare onderzoeks- en administratieve data. Het onderzoek is ook gericht op het verzamelen van inzichten, opinies en belevingen van mensen uit de onderwijspraktijk en het koppelen van die gegevens aan theoretisch kaders, praktijken en/of vaststellingen. Door het helikopterzicht draagt kennisbeleid bij aan de coördinatie van de verschillende kennis- en databronnen.

Niet enkel kennisproductie maar ook de toepassing ervan staat centraal in kennisbeleid: onderzoeksresultaten worden vertaald naar aanbevelingen voor onderwijsbeleid en -praktijk, waardoor zowel beleidsmakers op Vlaams niveau als intermediaire en ondersteunende organisaties, scholen en leraren ermee aan de slag kunnen. De valorisatie van het opgeleverde onderzoek beperkt zich zo niet tot de eigen beleidsvoorbereiding, maar richt zich via publicaties, studiedagen, presentaties, de omgevingsanalyse voor de bijdrage aan het regeerakkoord of de beleidsnota ook naar alle betrokken stakeholders die er elk op zich mee aan de slag kunnen.

De kerntaak van het kennisbeleid is antwoorden proberen te vinden op kennisvragen over onderwijs(beleid). Kennisbeleid zoekt daarbij actief naar antwoorden op kennisvragen in de Vlaamse en internationale beleids- en onderzoeksliteratuur. Bij gebrek aan (specifieke) antwoorden in die literatuur worden onderzoeksopdrachten uitbesteed aan wetenschappelijke instellingen of adviesorganisaties of wordt zelf onderzoek opgezet. De geformuleerde kennisvragen kunnen een antwoord krijgen via een brede waaier aan vormen van (korte- en langetermijn)onderzoek, zoals onderzoek dat nieuwe kennis genereert over processen, mechanismen en structuren, primaire dataverzameling, literatuuronderzoek, reviewstudies of secundaire data-analyses …

Naar boven

Pijlers van het beleidsgericht onderwijsonderzoek

Vóór 2016

Tot 2016 kende het beleidsgericht onderwijsonderzoek 5 pijlers:

  • Het onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek (OBPWO)
  • Het Steunpunt Peilingen en Toetsontwikkeling
  • Het Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen (SSL)
  • De internationaal vergelijkende onderzoeken
  • De constructie en monitoring van indicatoren

Daarnaast besteedde het departement op ad-hocbasis  onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten uit. Dat omvatte vragen tot onderzoek of beleidsevaluaties ten gevolge van een decretale bepaling, een afspraak met de sociale partners, juridische vraagstukken of studieopdrachten ter ondersteuning van beleidsvoorbereiding.

Vind de onderzoeksopzet en de resultaten van de verschillende onderzoeken

Vanaf 1 juli 2016

Na een evaluatie van de huidige manier van werken werd een nieuwe, vereenvoudigde structuur uitgetekend, die een beter antwoord geeft op verschillende doelstellingen van een optimaal evidence-informed beleid:

  • Een betere aansluiting realiseren van het beleidsgericht onderwijsonderzoek op de beleidsagenda van de Vlaamse Regering en de minister van Onderwijs
  • Het lopende longitudinaal cohorteonderzoek bestendigen en een stabiel kader creëren voor dergelijk onderzoek in de toekomst
  • Efficiëntiewinsten boeken om onder meer de schaarse middelen op te vangen en om de administratieve belasting en procedures in aantal te beperken. Sterker inzetten op cumulatieve opbouw van kennis kan bovendien versnippering van kennis tegengaan.
  • De innovatieparadox tegengaan door meer doelgericht in te zetten op de valorisatie van onderzoeksresultaten naar alle beleidsniveaus
  • Een kader creëren dat stabiel en toch wendbaar en flexibel is en garantie biedt op een hoge kwaliteit, en tegelijk voor onderzoeksinstellingen capaciteitsopbouw en langetermijnperspectief mogelijk maakt

Op 1 juli 2016 is de nieuwe structuur in voege getreden. Er blijven 4 pijlers over:

De mogelijkheid om procesondersteuning, kleine studieopdrachten, beleidsevaluaties en juridische onderzoeksopdrachten te gunnen blijft ook behouden, evenals ad-hoconderzoeksopdrachten.

Naar boven