Levensbeschouwelijke tekens bij leerlingen

Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst

Op basis van de grondwet en meerdere internationale verdragen beschikt elk individu over de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Die vrijheid is een van de grondslagen van de democratische samenleving.

Leerlingen, minderjarig of meerderjarig, zijn in principe gerechtigd om die vrijheid op school uit te oefenen.

Tot die vrijheid behoort onder meer de vrijheid om zijn overtuiging met levensbeschouwelijke tekens (kleding of symbolen) te laten blijken. De leerling zelf beslist wat deel uitmaakt van zijn levensbeschouwelijke identiteit.

Op 14 oktober 2014 velde de Raad van State 3 arresten over het dragen van levensbeschouwelijke tekens door leerlingen op school in het Gemeenschapsonderwijs. Die arresten zijn echter ook interessant voor andere scholen, als basis om met ouders en leerlingen de dialoog aan te gaan en tot overlegde, lokale oplossingen te komen.

Naar boven

Beperkingen

De vrijheid om zijn overtuiging in het openbaar te belijden is niet absoluut en mag in bepaalde gevallen worden beperkt.  

Om aanvaardbaar te zijn, moet een beperking aan meerdere voorwaarden voldoen:

  • Precies en duidelijk geregeld zijn
  • Noodzakelijk zijn om een wettig doel te bereiken 
  • Proportioneel zijn: de zwaarte en duur van de beperking moet in verhouding staan tot het doel

Precies en duidelijk geregeld

Een regeling die de rechten van leerlingen inperkt, moet voldoende toegankelijk en precies zijn. De bewoordingen van het schoolreglement zijn voldoende precies om de draagwijdte ervan te begrijpen en te voorspellen wanneer het gedrag van de leerling onder de toepassing ervan valt.

Dat betekent dat de regeling gekend moet zijn en de betrokkenen in staat moet stellen zich ernaar te schikken.
In onderwijs horen regels in verband met kleding en symbolen thuis in het schoolreglement. Dat wordt voor de inschrijving aan ouders en leerlingen meegedeeld. 

Hoewel het niet in de arresten staat, moet de school een wijziging aan het schoolreglement verplicht overleggen met de schoolraad. Die verplichting heeft als bijkomend voordeel dat je de regeling kan bespreken met ouders en leerlingen, en dat je zo een zo ruim mogelijke consensus kan bereiken.

Wettig doel

Een regeling moet een welomschreven en legitiem doel beogen.

De Raad van State geeft aan dat er verschillende soorten redenen kunnen zijn die een beperkende maatregel zouden kunnen rechtvaardigen, zoals:

  • Morele dwang tegengaan van anderen om bepaalde tekens te dragen, of om een school te kiezen waar de leerling een bepaald teken kan dragen
  • De noodzakelijke ruimte geven om in de school alle overtuigingen een plaats te geven
  • Veiligheidsredenen (meestal beperkt tot welbepaalde delen van het curriculum)
  • Vrijwaren van het pedagogisch project
  • ...

Het is onmogelijk om een lijst van wettige redenen op te maken.

De Raad van State benadrukt dat een school concreet moet motiveren waarom de redenen voor een beperking van de vrijheid aanwezig zijn. De school moet dus met feiten aantonen dat er in de school een probleem is, of dat met voldoende zekerheid een probleem kan ontstaan als zij geen maatregelen neemt.

Proportionaliteit

Niet alleen moet het doel dat de school wil bereiken legitiem zijn. De genomen maatregel moet ook in verhouding staan tot het op te lossen probleem.

Er moet dus sprake zijn van een voldoende ernstig probleem, dat de school niet door andere maatregelen kan oplossen dan door een beperking van de vrijheid van leerlingen.

Wat met het pedagogisch project?

In tegenstelling tot personeelsleden moeten leerlingen zelf het pedagogisch project van de school niet uitdragen. Anderzijds mag hun gedrag de realisatie van het project niet belemmeren of ondergraven.

In het pedagogisch project mag een opvatting meegegeven worden over levensbeschouwelijke kentekens. Dat ontslaat de school echter niet van de verplichting om in het schoolreglement een regeling op te nemen die gesteund is op motieven die eigen zijn aan de school.

Algemene regeling

De Raad van State sluit de mogelijkheid voor een algemene maatregel niet uit op een hoger niveau dan dat van een school. Maar dan moet het probleem dat met de maatregel wordt verholpen zich op dat hoger niveau manifesteren, en dat moet worden aangetoond.

Naar boven