Ondersteuningsmodel voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

Expertise uit het buitengewoon onderwijs

Vanaf het schooljaar 2017-2018 gaat een nieuw ondersteuningsmodel voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften van start in scholen van het gewoon basis- en secundair onderwijs en in centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs.

Elke school bouwt een gepast zorgbeleid uit voor al haar leerlingen. Je school doorloopt 3 fases om samen met de ouders en het CLB zo goed mogelijk voor de leerlingen te zorgen: basiszorg, verhoogde zorg en uitbreiding van zorg (meer informatie:  M-decreet in grote lijnen: zorgcontinuüm).

Als de basiszorg en verhoogde zorg niet volstaan en uitbreiding van zorg nodig is of een leerling een individueel aangepast curriculum volgt, kan een school voor gewoon onderwijs extra expertise voor de begeleiding van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften aantrekken. Dat kan door  samenwerking met het buitengewoon onderwijs.

Samenwerkingsverbanden tussen scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs en ondersteuningsnetwerken komen in de plaats van het geïntegreerd onderwijs (GON) en inclusief onderwijs (ION).

Naar boven

Ondersteuning is flexibel en op maat

Het nieuwe ondersteuningsmodel vervangt de vroegere begeleiding geïntegreerd onderwijs (GON) en inclusief onderwijs (ION).

Een leerling met specifieke onderwijsbehoeften krijgt niet meer standaard een vast aantal uren begeleiding per week gedurende een bepaalde periode, zoals in GON en ION.

Je school bepaalt samen met de ouders, met het CLB en met een school voor buitengewoon onderwijs de ondersteuning op maat, op basis van de noden.

Niet alleen de onderwijsbehoeften van leerlingen, maar ook de ondersteuningsnoden van leerkrachten en schoolteams worden in kaart gebracht. De bedoeling van het ondersteuningsmodel is immers om meer in te zetten op leraar- en teamgerichte ondersteuning.

Ondersteuning kan meer flexibel worden ingezet, ook in de loop van een schooljaar.

Naar boven

Ondersteuning is gegarandeerd

De school voor gewoon onderwijs bepaalt in samenwerking met de ouders en met het CLB welke ondersteuningsnoden er zijn, en formuleert op basis daarvan haar ondersteuningsvragen.

Dat kan voor elke leerling met een gemotiveerd verslag of een (inschrijvings)verslag.

De school kan in het begin, maar ook in de loop van het schooljaar ondersteuningsvragen stellen.

Elke ondersteuningsvraag moet worden beantwoord. De geboden ondersteuning kan leerkracht-, team- of leerlinggericht zijn, maar moet altijd voelbaar zijn tot in de klas.

 

Naar boven

Organisatie van de ondersteuning en wie heeft welke rol?

De organisatie van de ondersteuning varieert voor 2 groepen van leerlingen. De inhoud is in beide gevallen op maat van de concrete ondersteuningsvragen.

Voor leerlingen met een verstandelijke, motorische, visuele of auditieve beperking: samenwerking tussen scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs

Scholen voor gewoon onderwijs werken samen met scholen voor buitengewoon onderwijs voor leerlingen met een gemotiveerd verslag of (inschrijvings)verslag van:

  • Type 2 (verstandelijke beperking)
  • Type 4 (motorische beperking)
  • Type 6 (visuele beperking)
  • Type 7 (auditieve beperking)

Scholen van het buitengewoon onderwijs met expertise in deze types, kunnen de nodige ondersteuning bieden.

Wie heeft welke rol?

  • De school voor gewoon onderwijs, de ondersteunende school voor buitengewoon onderwijs, de ouders en het CLB zorgen samen voor een goede inzet van ondersteuning, gebaseerd op de ondersteuningsnoden en rechtstreeks voelbaar op de klasvloer.
  • Scholen voor gewoon onderwijs werken op een gelijkwaardige basis samen met de scholen voor buitengewoon onderwijs die hen ondersteunen.

Voor leerlingen met een oriëntering naar type basisaanbod (dat de voormalige types 1 - licht verstandelijke beperking - en 8 – leerstoornis - vervangt), met een emotionele of gedragsstoornis, een spraak- of taalstoornis, of een autismespectrumstoornis: vorming van ondersteuningsnetwerken

Scholen voor gewoon onderwijs en voor buitengewoon onderwijs vormen samen regionale ondersteuningsnetwerken.

Die netwerken zorgen voor de ondersteuning van gewone scholen in de begeleiding van leerlingen met een gemotiveerd verslag of (inschrijvings)verslag van:

  • Type basisaanbod (dat de voormalige types 1 - licht verstandelijke beperking - en 8 - leerstoornis - vervangt)
  • Type 3 (emotionele of gedragsstoornis)
  • Type 7 (spraak- of taalstoornis)
  • Type 9 (autismespectrumstoornis)

De scholen voor buitengewoon onderwijs hebben expertise in die types.

In elk ondersteuningsnetwerk moeten scholen voor gewoon onderwijs toegang hebben tot ondersteuning vanuit de scholen voor buitengewoon onderwijs voor alle vermelde types.

Informatie over de samenstelling van de ondersteuningsnetwerken:
Ondersteuningsnetwerk (Agentschap voor Onderwijsdiensten)

Wie heeft welke rol?

  • De school voor gewoon onderwijs, de ouders en het CLB zorgen samen voor een formulering van ondersteuningsnoden.
  • De scholen voor buitengewoon onderwijs binnen het ondersteuningsnetwerk zorgen voor de gepaste ondersteuning op maat, in relatie tot de ondersteuningsnoden.
  • Scholen voor gewoon en voor buitengewoon onderwijs zorgen samen voor een goede inzet van ondersteuning, rechtstreeks voelbaar op de klasvloer.

Naar boven

Hoe ondersteuning aanvragen?

Voor leerlingen met een verstandelijke, motorische, visuele of auditieve beperking

  • De school voor gewoon onderwijs bepaalt samen met de ouders en het CLB wat de ondersteuningsnoden zijn voor de begeleiding van een bepaalde leerling.
  • Op basis van de noden formuleert de school ondersteuningsvragen. Die kunnen leerkracht-, team- of leerlinggericht zijn.
  • De school beslist samen met de ouders en het CLB aan welke school voor buitengewoon onderwijs zij de ondersteuningsvragen stelt.
  • Scholen voor buitengewoon onderwijs zorgen netoverschrijdend voor een antwoord op alle ondersteuningsvragen.

Voor leerlingen met een oriëntering voor type basisaanbod (dat de voormalige types 1 - licht verstandelijke beperking - en 8 - leerstoornis - vervangt), met een emotionele of gedragsstoornis, een spraak- of taalstoornis, of een autismespectrumstoornis

  • De school voor gewoon onderwijs bepaalt samen met de ouders en het CLB wat de ondersteuningsnoden zijn voor de begeleiding van een bepaalde leerling.
  • Op basis van de noden formuleert de school ondersteuningsvragen. Die kunnen leerkracht-, team- of leerlinggericht zijn.
  • De school bezorgt haar ondersteuningsvragen aan het ondersteuningsnetwerk waar het bij aangesloten is.

Binnen het ondersteuningsnetwerk wordt dan afgesproken waar welke ondersteuning, door wie, in welk volume, wordt ingezet.

Naar boven