Onderwijsinspectie

De onderwijsinspectie controleert de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs

De Vlaamse onderwijsinspectie controleert elk schooljaar een aantal erkende scholen en centra in Vlaanderen en Vlaamse scholen en centra in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest:

  • Scholen voor gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs
  • Scholen voor gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en de centra voor deeltijds onderwijs
  • Centra voor volwassenenonderwijs (de onderwijsinspectie controleert niet de opleidingen hoger beroepsonderwijs: die worden beoordeeld door de NVAO)
  • Centra voor basiseducatie
  • Academies voor beeldende kunsten, muziek, woordkunst en dans
  • Centra voor leerlingenbegeleiding (CLB)

Elke school en elk centrum moeten binnen een periode van 10 jaar minstens 1 doorlichting krijgen. Tijdens een doorlichting zoekt de inspectie een antwoord op 3 vragen:

  • Respecteert de school of het centrum de onderwijsreglementering?
    De onderwijsinspecteurs kijken na of de school de leerplannen realiseert. Ze bekijken ook andere zaken zoals:
    • Hoe zit het met de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne?
    • Is er een beleidsplan of beleidscontract met het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB)?
    • Zijn de verplichte bepalingen opgenomen in het schoolreglement en in het schoolwerkplan?
  • Bewaakt de school of het centrum de eigen kwaliteit?
  • Hoe is het algemeen beleid van de school of het centrum?

De inspectie is in volle verandering. Binnenkort vind je meer informatie over de inspectie 2.0 op de website van de onderwijsinspectie.

Naar boven

Het doorlichtingsbezoek

Basisonderwijs, secundair onderwijs, volwassenenonderwijs en deeltijds kunstonderwijs

De onderwijsinspecteurs verzamelen bij jou als leraar informatie op verschillende manieren:

  • Gesprekken: de onderwijsinspecteur vraagt je in een of meerdere gesprekken hoe je als leraar garandeert dat je met je leerlingen de onderwijsdoelstellingen bereikt of nastreeft.
  • Observaties: de onderwijsinspecteur heeft niet de bedoeling jou als leraar of jouw didactische aanpak te beoordelen. Hij of zij kijkt wel of:
    • Het aanbod in de klas volledig en samenhangend is
    • Je het aanbod afstemt op je leerlingenpubliek
    • Er naast kennis ook vaardigheden en attitudes aan bod komen
    • Er voldaan is aan de materiële voorwaarden die het leerplan voorschrijft
  • Documentanalyses: de onderwijsinspecteur gaat in je documenten (cursusmateriaal, taken, toetsen, examens, lessenrooster, jaarplan, agenda, klasboek …) na of je:
    • Planmatig werkt
    • De leerplannen toepast
    • Je leerlingen opvolgt en evalueert

Centrum voor leerlingenbegeleiding

Wat onderzoekt de onderwijsinspectie in een centrum voor leerlingenbegeleiding (clb)? Hoe verloopt de doorlichting? Je leest het op de website van de onderwijsinspectie.

Naar boven

De doorlichtingsverslagen

De onderwijsinspectie schrijft haar vaststellingen en beoordelingen van de doorlichting uit in een doorlichtingsverslag. Daarbij formuleert ze zowel sterke als zwakke punten.

Het doorlichtingsverslag bevat ook de vaststellingen en beoordelingen van de onderwijsinspectie over de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de school of het centrum.

De onderwijsinspectie stelt daarnaast ook het verslag op van de opvolgingscontrole en voegt dat toe aan het oorspronkelijke doorlichtingsverslag.

Advies

In het doorlichtingsverslag formuleert de onderwijsinspectie 3 adviezen aan de minister over de onderwijskwaliteit van de school of het centrum:

  • Een advies over het voldoen aan de onderwijsdoelstellingen
  • Een advies over de bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de school of het centrum
  • Een advies over andere erkenningsvoorwaarden.

 Voor elk van die 3 adviezen heeft de inspectie 3 mogelijkheden:

Gunstig advies (advies 1)

De school of het centrum handelt voldoende kwaliteitsvol en is sterk genoeg om zelf de kwaliteit op te volgen en te verbeteren. De school of het centrum blijft erkend.

Er is geen opvolgingsdoorlichting. De onderwijsinspectie gaat pas opnieuw naar de school of het centrum in een volgende doorlichtingsronde.

Beperkt gunstig advies (advies 2)

De school of het centrum moet binnen een bepaalde termijn tekorten wegwerken. De school of het centrum blijft voorlopig erkend.

Tijdens de opvolgingsdoorlichting gaat de onderwijsinspectie na of de tekorten zijn weggewerkt:

  • Zo ja, dan krijgt de school of het centrum een gunstig advies.
  • Zo niet, dan krijgt de school of het centrum een ongunstig advies.

Ongunstig advies (advies 3)

De school of het centrum moet belangrijke tekorten wegwerken. Een ongunstig advies leidt tot het opstarten van de procedure tot intrekking van de erkenning. De Vlaamse Regering schort die procedure voor minimum 1 schooljaar en maximum 3 schooljaren op, als de school of het centrum een verbeteringsplan indient en als de Vlaamse Regering dat verbeteringsplan goedkeurt. De school of het centrum krijgt 2 maanden de tijd om een verbeteringsplan in te dienen. Er zijn dan verschillende mogelijke scenario’s :

  • De school of het centrum dient geen verbeteringsplan in. Binnen 3 maanden na het verstrijken van de termijn om een verbeteringsplan in te dienen, volgt een nieuwe doorlichting door een ander inspectieteam.
  • De school of het centrum dient een verbeteringsplan in, maar de Vlaamse Regering keurt het niet goed. Binnen 3 maanden na die afwijzing volgt een nieuwe doorlichting door een ander inspectieteam.
  • De school of het centrum dient een verbeteringsplan in en de Vlaamse Regering keurt het goed. De goedkeuring schort de procedure tot intrekking van de erkenning op voor minimum 1 en maximum 3 schooljaren.
    In de laatste 3 maanden van de opschortingsperiode volgt een nieuwe doorlichting door een ander inspectieteam.

Naar boven

Wanneer is onze school aan de beurt?

De onderwijsinspectie licht alle onderwijsinstellingen minstens 1 keer door binnen een termijn van 10 jaar. Minstens 30 kalenderdagen voordien brengt ze de scholen of centra op de hoogte van het tijdstip en het verloop van de doorlichting. De scholen van het gewoon voltijds en deeltijds secundair onderwijs krijgen in april of mei van het voorafgaande schooljaar al een brief.

Het is de taak van de school of het centrum om het personeel, de ouders, de leerlingen of de cursisten op de hoogte te brengen.

Naar boven


Extra informatie

Verwante pagina's

Websites

Contact