Onderwijsinspectie 2.0: partner van scholen- en CLB-teams


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 2 juni 2017


De Vlaamse Regering heeft op voorstel van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits het voorontwerp van decreet voor de onderwijsinspectie 2.0 goedgekeurd. Met een vernieuwde aanpak wordt de onderwijsinspectie vanaf 1 januari 2018 meer dan in het verleden de partner van de scholen- en CLB-teams. Scholen zullen om de 6 jaar worden doorgelicht in de plaats van om de 10 jaar. Er komt ook een samenwerking met de inspectie levensbeschouwelijke vakken in het kader van de erkenning van een nieuwe school of doorlichting van een bestaande school. De Vlaamse inspectie telt 140 inspecteurs. Zij bezoeken 4400 instellingen.

Om de Vlaamse onderwijsinspectie te vernieuwen komt er een nieuw decreet. Dat decreet is mee tot stand gekomen na een uitgebreide consultatieronde over kwaliteitsvol onderwijs en kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding. Het doel is de kwaliteitszorg en de geleverde kwaliteit van de onderwijsinstellingen te bekijken en de planlast voor alle betrokkenen, scholen, leraren, directie én de onderwijsinspectie zelf te verminderen.

Referentiekader onderwijskwaliteit (ROK) en CLB-kwaliteit

Samen met vele partners, gaande van leerlingen, leraren en schoolteams tot ouders, vakbonden en het middenveld, hebben Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits en de onderwijsinspectie krijtlijnen bepaald van wat we mogen verwachten van scholen en Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB) op kwalitatief vlak, in het belang van de leerlingen en de leerlingenbegeleiding. Die krijtlijnen bieden een houvast aan de scholen, waarbinnen ze hun eigen beleid verder uitwerken. Het gaat hier dan bijvoorbeeld over het gevoerde zorgbeleid, het evaluatiebeleid, beleid rond gelijke onderwijskansen en het nascholingsbeleid.

Elke school iedere 6 jaar doorgelicht

Het nieuwe doorlichtingssysteem legt de klemtoon op vertrouwen, vereenvoudiging, zo weinig mogelijke administratieve belasting en duidelijke, heldere communicatie over wat er van de schoolteams wordt verwacht. De onderwijsinspectie gaat met de scholen de dialoog aan over het gevoerde kwaliteitsbeleid. Waar de onderwijsinspectie nu om de 10 jaar inspecteert, verschuift dit naar om de 6 jaar. Na 6 jaar is de volledige leerlingenpopulatie in het basis- en in het secundair onderwijs quasi vernieuwd, dus stemmen we daar ook de doorlichting op af. Scholen zijn zelf ook vragende partij om vaker feedback van de inspectie te krijgen. De scholen zullen ook minder papieren moeten klaar leggen, enkel datgene wat ze zelf al nodig hebben in hun schoolbeleid. Geen extra papierwerk voor de komst van de inspectie dus.

Voor schoolteams, leraren en directies zal het ook duidelijker zijn wat de beoordeling van de onderwijsinspectie is. Vandaag kan een school een gunstig, beperkt gunstig of een ongunstig advies krijgen. Nu krijgt een school ofwel een gunstig advies, waarbij de erkenning mag verder gezet worden ofwel een ongunstig advies, waarbij de intrekkingsprocedure wordt opgestart.

Nieuwe instellingen krijgen een voorlopige erkenning

De onderwijsinspectie voert de mogelijkheid in van een voorlopige erkenning in voor elke nieuwe onderwijsinstelling. Nu zijn de erkenningsprocedures voor de verschillende onderwijsniveaus verschillend. Dankzij deze maatregel wordt er gekozen voor een heldere procedure voor alle niveaus die zorgt voor een goed evenwicht tussen het recht op kwalitatief onderwijs van de leerling en het recht om een onderwijsinstelling op te richten. Nieuwe scholen krijgen eerst een voorlopige erkenning en pas na een doorlichting een definitieve erkenning. Als in het verleden bleek dat een nieuwe school onvoldoende kwaliteit kon bieden, was de stopzetting een tijd- en energierovend proces. Met het systeem van voorlopige erkenningen bieden we daar een antwoord op.

Samenwerking met inspectie levensbeschouwelijke vakken

Met het nieuwe decreet wordt het eveneens mogelijk gemaakt om samen te werken met de inspectie levensbeschouwelijke vakken, zowel in het kader van het erkenningsonderzoek van nieuwe scholen als voor de doorlichting van bestaande scholen. De onderwijsinspecteurs zelf zijn niet bevoegd voor het toezicht op de levensbeschouwelijke vakken, vandaar die samenwerking met de inspectie levensbeschouwelijke vakken.

Daarnaast wordt in het voorontwerp van decreet ook de rechtspositie van de onderwijsinspectie aangepast. Er worden daarbij een aantal zaken in de selectie- en aanstellingsprocedure aangepast om op een meer effectieve en efficiënte manier nieuwe inspecteurs aan te kunnen werven.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Vanaf januari 2018 houden we de onderwijsinspectie 2.0 boven de doopvont. De vernieuwde onderwijsinspectie wordt meer dan ooit de partner van onderwijs- en CLB-teams. Er zijn belangrijke vernieuwingen: scholen zullen vaker het bezoek krijgen van de inspectie, de inspectie werkt transparanter en zal instellingen stimuleren en inspireren bij hun kwaliteitsbeleid. De bestaande procedures van adviezen en erkenningen veranderen en vereenvoudigen. Alles vertrekt vanuit een breed gedragen referentiekader over wat kwaliteitsvol onderwijs is en het globale kwaliteitsbeleid van onderwijsinstellingen. Vertrouwen is daarbij een sleutelwoord.”

Naar boven