Je salarisschaal: wat en hoe?

Wat is het?

De Vlaamse Regering legt de salarisschalen of barema’s voor het onderwijspersoneel vast.

Elke salarisschaal heeft een code. Bijvoorbeeld 141 voor kleuteronderwijzer(es) en 301 voor een bachelor in het onderwijs die lesgeeft in het secundair onderwijs.

Je vindt de code van je salarisschaal op je salarisbrief bij ‘code barema’.

Naar boven

Wat bepaalt je salarisschaal?

In het basis- of secundair onderwijs, een CLB of internaat, het deeltijds kunstonderwijs of het volwassenenonderwijs hangt je salarisschaal af van:

  • Je bekwaamheidsbewijs
  • Je ambt
  • De graad, de onderwijsvorm en het onderwijsniveau (voor wie lesgeeft)

Je hogeschool kent je een salarisschaal toe voor het ambt dat je uitoefent, of de graad die je bekleedt.

Naar boven

Je salarisschaal ontleed

Naast de code bestaat je salarisschaal uit nog een aantal elementen:

  • Een omschrijving: je ambt
     
  • Bij elke salarisschaal staat een minimumleeftijd. Die leeftijd geeft aan vanaf wanneer gepresteerde diensten kunnen meetellen voor je geldelijke anciënniteit en dus voor een verhoging van je salaris. Is de minimumleeftijd bijvoorbeeld 24 jaar en begin je op jongere leeftijd te werken, dan komen je prestaties vóór je 24ste niet in aanmerking voor je geldelijke anciënniteit.
     
  • Elke salarisschaal heeft een minimum- en een maximumjaarsalaris:
    • Het minimum is het aanvangssalaris bij 0 jaar anciënniteit.
    • Het maximum kan je bereiken via periodieke verhogingen. De eerste 3 jaar krijg je een jaarlijkse verhoging, de volgende jaren is er een tweejaarlijkse verhoging.
       
  • Het vermelde jaarsalaris is een brutojaarsalaris voor een voltijdse opdracht van 100%, zonder indexering. Om het brutobedrag van je salaris op een bepaald moment te kennen: vermenigvuldig dat brutojaarsalaris met de indexcoëfficïent op dat moment (nu: 1,6406). Deel het resultaat dan door 12 om je brutomaandsalaris te kennen.
     
  • Binnen eenzelfde salarisschaal houdt een vastbenoemd personeelslid netto meer over dan een tijdelijk personeelslid. Dat komt door een verschil in sociale bijdragen.

Bij de informatie over je salarisschaal vind je ook:

  • De haard- of standplaatstoelage (enkel voor lage lonen)
  • De bijdrage voor het Fonds voor Overlevingspensioenen (FOP)
  • De bijdrage voor de Verzekering Geneeskundige Zorgen (VGZ)
  • De bijdrage voor de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) 

Je brutomaandsalaris, eventueel vermeerderd met de haard- of standplaatstoelage en verminderd met de afhoudingen (FOP, VGZ, RSZ), geeft je bruto belastbaar salaris. Dat bedrag staat in de laatste kolom van je salarisschaal.

Meer uitleg over de elementen van je salarisschaal en de termen op je salarisbrief vind je in de modelsalarisbrief.

Als je nog niet in het onderwijs of in een bepaald ambt werkt, geven de berekeningsvoorbeelden je alvast een idee van je toekomstige salaris.

Naar boven


Extra informatie

Verwante pagina's

Websites

Ken je je salarisschaal niet? Je kan die vinden voor elk ambt of bekwaamheidsbewijs.