Afwijkingen op de voorwaarde van de dichtstbijzijnde school

In de volgende gevallen kan een leerling recht op vervoer krijgen naar een verder gelegen school of tijdelijk gebruikmaken van een niet-rechthebbende opstapplaats:

Broer of zus (alleen bij zonaal collectief vervoer)

Een niet-rechthebbende leerling met een broer of zus die van het zonaal collectief vervoer gebruikmaakt, kan mee van dat vervoer gebruikmaken onder 3 voorwaarden:

  • Tegen betaling (volgens de tarieven van De Lijn)
  • De leerling gaat naar dezelfde campus (= dezelfde afstapplaats) als de broer of zus
  • De leerling maakt gebruik van dezelfde opstapplaats als de broer of zus

Het gebruik is beperkt tot het einde van het onderwijsniveau van de leerling.

Worden als broer en zus beschouwd:

  • Effectieve broers en zussen (met 2 gemeenschappelijke ouders) die al dan niet op hetzelfde adres wonen
  • Halfbroers en halfzussen (met 1 gemeenschappelijke ouder) die al dan niet op hetzelfde adres wonen
  • Kinderen die onder hetzelfde dak wonen, maar geen gemeenschappelijke ouders hebben

Co-ouderschap

Een leerling in co-ouderschap met recht op leerlingenvervoer naar de ene ouder, krijgt ook recht op leerlingenvervoer naar de andere ouder.

Bij collectief vervoer geldt als voorwaarde dat er al een bus naar de school passeert op het niet-rechthebbende adres, en dat er plaats is op die bus.

Bij co-ouderschap wordt de combinatie van een recht op individueel vervoer en een recht op collectief vervoer uitzonderlijk toegestaan: een leerling kan gebruikmaken van het recht op collectief vervoer bij de ene ouder en van het recht op individueel vervoer bij de andere ouder.

Verhuis

Een rechthebbende leerling die door een verhuis tijdens het schooljaar niet meer de dichtstbijzijnde school bezoekt, behoudt zijn recht op vervoer tot het einde van het lopende schooljaar.

Bij collectief vervoer geldt als voorwaarde dat er al een bus naar de school passeert op het niet-rechthebbende adres, en dat er plaats is op die bus.

Jeugdrechtbank, gemandateerde voorziening of crisismeldpunt

Een leerling die door een jeugdrechter, gemandateerde voorziening of crisismeldpunt geplaatst wordt, heeft recht op leerlingenvervoer:

  • Vanuit de voorziening waar hij geplaatst is, naar de dichtstbijzijnde school 
  • Vanuit de voorziening waar hij geplaatst is, naar de school waar hij al schoolliep
  • Naar de school waar hij geplaatst is

School volzet

Als de dichtstbijzijnde school volzet is, krijgt een leerling recht op vervoer naar de eerstvolgende school (waarnaar het attest verwijst) die niet volzet is. Het gaat om de eerstvolgende school van het onderwijsnet waar jij als ouder voor kiest.

In dat geval moet een attest ‘Mededeling van een niet-gerealiseerde inschrijving’ van de dichtstbijzijnde school/scholen bezorgd worden aan de verder gelegen school.

Internaat (MPI), verblijf (MFC) of internaat met permanente openstelling (IPO)

Als een leerling in een MPI, MFC of IPO moet verblijven, krijgt hij recht op weekendvervoer (= 2 verplaatsingen per week) naar de dichtstbijzijnde school met internaat/verblijf/IPO.

Is het dichtstbijzijnde internaat/verblijf/IPO volzet? Dan krijgt de leerling recht op weekendvervoer naar de eerstvolgende school met een internaat/verblijf/IPO dat niet volzet is. In dat geval moet een volzetverklaring van het dichtstbijzijnde MPI/MFC/IPO bezorgd worden aan de verder gelegen school.

Semi-internaat (MPI) of dagopvang (MFC)

Als een leerling in een medisch-pedagogisch instituut (MPI) of multifunctioneel centrum (MFC) moet opgevangen worden, krijgt hij recht op dagelijks vervoer naar de dichtstbijzijnde school met semi-internaat/dagopvang. Collectief vervoer wordt georganiseerd volgens de begin- en einduren van de school.

Is het dichtstbijzijnde semi-internaat/de dichtstbijzijnde dagopvang volzet? Dan krijgt de leerling recht op vervoer naar de eerstvolgende school met een semi-internaat dat/dagopvang die niet volzet is. In dat geval moet een volzetverklaring van het dichtstbijzijnde MPI/MFC bezorgd worden aan de verder gelegen school.

OV3: observatiejaar

Een leerling binnen het observatiejaar van opleidingsvorm 3 is altijd rechthebbend, op voorwaarde dat er geen dichter gelegen school of vestigingsplaats is met minstens een identiek of een identiek en uitgebreider aanbod aan opleidingen.

OV4: 1ste leerjaar A of B

Een leerling binnen het 1ste leerjaar A of het 1ste leerjaar B van opleidingsvorm 4 is altijd rechthebbend, op voorwaarde dat er geen dichter gelegen school of vestigingsplaats is met minstens een identiek of een identiek en uitgebreider aanbod aan studierichtingen.

2de op-/afstapplaats (alleen bij zonaal collectief vervoer)

Een leerling die gebruikmaakt van een rechthebbend op-/afstapadres kan ook een beroep doen op een niet-rechthebbend 2de op-/afstapadres, onder de volgende voorwaarden:

  • Er passeert een bus naar de school aan het niet-rechthebbende adres. 
  • Er is plaats op de bus.
  • De gebruiksfrequentie van het niet-rechthebbende adres ligt lager dan de gebruiksfrequentie van het rechthebbende adres.

Tijdelijk gewijzigde opstapplaats (TGO) (alleen bij zonaal collectief vervoer)

Een niet-rechthebbende leerling die achter een schoolbus moeten aanrijden naar een rechthebbende opstapplaats, terwijl de bus in de buurt van zijn huis al een andere rechthebbende leerling ophaalt, kan onder strikte voorwaarden gebruikmaken van een TGO:

  • De leerling beschikt over een rechthebbende opstapplaats, waarvoor het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming het recht op vervoer heeft vastgesteld. 
  • De TGO is een bestaande opstapplaats: een of meerdere rechthebbende leerlingen maken er effectief gebruik van.
  • De leerling maakt gebruik van dezelfde busrit als de andere leerling(en) met permanent recht op vervoer vanuit de TGO.
  • De school kreeg van de provinciale entiteit van De Lijn een positief advies voor het gebruik van de TGO.

Het gebruik van een TGO geldt maximaal voor de periode die ingaat na de herfstvakantie tot 30 juni van het lopende schooljaar. Het gebruik van een TGO moet dus elk schooljaar opnieuw aangevraagd te worden.

Bij gebruik van een TGO moet je als ouder bovendien gedurende het hele schooljaar principieel bereid zijn en altijd de mogelijkheid hebben om zelf te zorgen voor het vervoer van en naar de opstapplaats vanwaar je kind wel effectief recht heeft op vervoer.

Naar boven


Extra informatie

Verwante pagina's

Contact

De school van je kind is je aanspreekpunt. De school vraagt het recht op collectief of individueel leerlingenvervoer aan bij het ministerie van Onderwijs.

Heb je toch een vraag voor het ministerie, dan kan je mailen naar leerlingenvervoer@vlaanderen.be.