Straffen en uitsluiten in het secundair onderwijs

Regels en mogelijke sancties

Wat op school mag en niet mag, staat in het schoolreglement. Zowel de school als de leerling en de ouders moeten dat reglement naleven.

Scholen bepalen in grote mate zelf de omgangsregels en sancties op school, maar natuurlijk zijn er grenzen. En ze moeten de rechten van de mens en van het kind respecteren.

Geweld mag niet: noch fysiek, noch psychisch. Als iemand toch geweld gebruikt, kan je klacht indienen. Praat daar zo snel mogelijk over met het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) of met een vertrouwenspersoon. Je kan met klachten over een leraar of directie naar het schoolbestuur stappen. Je kan ook een klacht neerleggen bij de politie.

De leraar mag geen persoonlijke voorwerpen in beslag nemen. Als je kind de lessen hindert, kan hij wel vragen om de gsm of mp3-speler tijdelijk in te leveren. Weigert je kind dat, dan kan het uit de klas gezet worden of een andere sanctie oplopen. Aan het einde van de les en in elk geval op het einde van de schooldag krijgt je kind het toestel terug.

Voorwerpen die gevaarlijk zijn voor medeleerlingen of personeel mag de leraar wel afnemen. De school zal die zaken meestal aan de ouders overhandigen. De politie mag gevaarlijke voorwerpen in beslag nemen.

Als je kind de les stoort of de goede werking van de school hindert, kan de leraar bepaalde maatregelen nemen: strafwerk geven,  of je kind tijdelijk uit de klas zetten ...

Naar boven

Uitsluiting

Als je kind zich ernstig misdraagt, riskeert het een tuchtstraf: een tijdelijke of definitieve uitsluiting. Een tijdelijke uitsluiting duurt minimaal 1 en maximaal 15 opeenvolgende lesdagen in het voltijds secundair onderwijs en maximaal 21 opeenvolgende kalenderdagen in het deeltijds secundair onderwijs.

De school moet bij een tuchtprocedure strikt de officiële regels volgen. Zo moet de school eerst andere pistes hebben overwogen, vooraleer ze een tuchtstraf geeft. Ze is ook verplicht om vooraf het advies van de klassenraad in te winnen.

Je kan beroep aantekenen tegen een definitieve uitsluiting. In het schoolreglement lees je welke regels je dan moet volgen. Je mag het tuchtdossier van je kind inkijken en je hebt het recht om gehoord te worden. Je kan je laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Bovendien moet de school elke beslissing om een tuchtstraf op te leggen, schriftelijk motiveren. Voor een beroep tegen een definitieve uitsluiting moet de school in elk geval een beroepscommissie installeren, waar naast interne leden ook externe leden moeten in zetelen.

Als je kind in de loop van het schooljaar definitief uitgesloten wordt, dan moet de school samen met het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) helpen zoeken naar een nieuwe school. Zolang die niet is gevonden, blijft je kind ingeschreven in de 'oude' school. Die school kan intussen voor opvang zorgen, maar dat is niet verplicht. Als je kind van school verandert, mag de ‘nieuwe’ school weliswaar op de hoogte worden gebracht over het tuchtdossier van je kind, maar moet ze je kind de kans geven om met een schone lei te beginnen.

Een definitieve uitsluiting die ingaat tijdens de laatste maanden van het schooljaar is een bijzonder zware maatregel. Daarom kan een school ervoor kiezen om de definitieve uitsluiting uit te stellen tot de laatste dag van het schooljaar: 31 augustus. Dan moet je voor het volgende schooljaar uitkijken naar een andere school, maar mag je kind in het lopende schooljaar nog deelnemen aan de lessen en examens in de school die uitsluit. Ondertussen moeten de school en het CLB mee op zoek naar een nieuwe school.

Naast tuchtsancties is er ook de preventieve schorsing. Dat is geen tuchtstraf, maar een bewarende maatregel die de school moet toelaten opnieuw een sereen klimaat te creëren en te onderzoeken of een tuchtsanctie aangewezen is. Een preventieve schorsing is een ernstig signaal dat je kind een tuchtstraf kan oplopen.

Naar boven

Contact
Informatiepunt voor Ouders en Leerlingen in het Secundair Onderwijs