Studenten vinden niet-bindende toelatingsproef lerarenopleiding zinvol


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 13 september 2017


Meer dan 8 op de 10 studenten die vorig jaar de niet-bindende toelatingsproef lerarenopleiding aflegden, ervaarden deze proef als zinvol en gaan zelfstandig of in de klas aan de slag met de resultaten ervan. Studenten die kiezen voor de opleiding leraar lager onderwijs scoren goed op Nederlands en wiskunde. Frans blijft voor vele studenten een werkpunt. Slechts de helft haalde de norm. Voor Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits tonen deze resultaten het nut van de proef aan om de instroom in de lerarenopleiding te versterken en de uitval te beperken. De niet-bindende toelatingsproef voor dit schooljaar werd gelanceerd na de Paasvakantie. Sindsdien hebben 6770 studenten de proef afgelegd.

Het doel van de niet-bindende toelatingsproef is dat studenten voor de lerarenopleiding inzicht krijgen in hun sterktes en werkpunten. De proef is niet-bindend, met andere woorden een student kan niet buizen. De feedback houdt studenten wel een spiegel voor en geeft hen de kans om ofwel zelfstandig ofwel binnen de lerarenopleiding bij te spijkeren waar nodig. Op die manier wordt de instroom van studenten versterkt en uitval vermeden. En dat is nodig, aangezien de uitval binnen de lerarenopleiding hoger ligt dan in andere opleidingen.

De niet-bindende toelatingsproef lerarenopleiding omvat zowel voor kleuter-, lager- als secundair onderwijs een luik Nederlands en een onderdeel studievaardigheden en motivatie. Voor de lerarenopleiding lager onderwijs wordt deze aangevuld met Frans en wiskunde.  In het schooljaar 2016-2017 werd de proef afgenomen na de inschrijving. Vanaf dit schooljaar is het verplicht voor de inschrijving tot de lerarenopleiding.

Resultaten eerste niet-bindende toelatingsproef 2016-2017

Vorig jaar namen aan het begin van het academiejaar bijna 6000 eerstejaarsstudenten lerarenopleiding (kleuter-, lager- en secundair onderwijs) deel aan de niet-bindende toelatingsproef. De proef die klassikaal of tijds- en plaatsonafhankelijk kon worden gemaakt, was verplicht.  Ongeveer 7  op 10 studenten die de proef aflegden, waren vrouwen (4150 vrouwen tegenover 1800 mannen).

Resultaten per proef

  • De proef Nederlands bestaat uit de onderdelen leesbegrip, structuur, woordenschat en correct taalgebruik. 7 van de 10 studenten haalde de norm. Studenten lager onderwijs scoorden hoger dan studenten uit de opleiding kleuter- en secundair onderwijs. Bij de studenten lager onderwijs haalden vrouwen ook gemiddeld een hogere totaalscore dan de mannen.
  • Studievaardigheden en motivatie: de studenten schatten hier hun eigen leergedrag en motivatie in aan de hand van 13 elementen zoals  kritisch verwerken van informatie, analyseren, zelfsturen en willen studeren. Per element  is er feedback in de categorieën ‘zeer goed’, ‘goed’, ‘op weg’, ‘aandacht’ en ‘werkpunt’. Gemiddeld genomen halen de studenten de categorie ‘op weg’.
  • Met de proef Frans wordt luisteren en lezen bevraagd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt voor het Europees Referentiekader voor moderne vreemde talen (bestaande uit feedbackcategorieën A0, A1, A2, B1 en B2). Indien een student niet het niveau B1 of B2 behaald, wordt remediëring geadviseerd. Uit de resultaten blijkt dat bij Frans ‘Lezen’ de helft van de studenten B2 of B1 haalde, voor Frans ‘Luisteren’ was dit 45%.
  • Wiskunde omvat de proeven getallenkennis, bewerkingen, meetkunde, metend rekenen en vraagstukken. 65% van de studenten haalde hier de norm. Mannen scoren gemiddeld hoger dan vrouwen.

De meeste studenten vinden de niet-bindende toelatingsproeven nuttig en zinvol (85% bij Nederlands, 88% bij Frans en 86% bij wiskunde) en geven aan dat ze aan de slag gaan met de resultaten. Wiskunde wordt als de moeilijkste test ervaren.

Stand van zaken niet-bindende toelatingsproef 2017-2018

De niet-bindende toelatingsproef voor 2017-2018 werd gelanceerd na de Paasvakantie. In tegenstelling tot vorig jaar wordt de proef voor de inschrijving afgelegd. Sinds april registreerden zich ruim 7605 geïnteresseerden waarvan er 6770 volledig de proef hebben afgerond. 83% van de studenten geeft toestemming om de resultaten van de proef met de hogescholen te delen.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Ik ben meer dan ooit overtuigd van het nut van de niet-bindende toelatingsproef voor toekomstige leraren. Het houdt jongeren een spiegel voor en geeft hen feedback over hun motivatie en basisvaardigheden. Jongeren geven zelf aan dat ze het als zinvol ervaren. Met deze proef willen we de instroom versterken en de uitval in de lerarenopleiding beperken. Liever 80 inschrijvingen en 70 studenten die uiteindelijk leerkracht worden, dan 100 inschrijvingen en maar 50 die de eindmeet halen.”

Naar boven