Aanvangsbegeleiding en werkzekerheid voor startende leraren, meer koopkracht voor alle onderwijspersoneel


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 26 februari 2018


Vandaag heeft Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits namens de Vlaamse regering een voorakkoord bereikt met de vakorganisaties en de werkgevers in het kader van de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst in onderwijs: CAO XI. Naast een verhoging van de koopkracht voor 175.000 personeelsleden binnen onderwijs wordt er ook een breed pakket aan loopbaanmaatregelen ingevoerd om de situatie van startende leraren aanzienlijk te versterken. Dankzij een doorgedreven aanvangsbegeleiding en kortere ‘proefperiode’ krijgen starters sneller uitzicht op een vaste aanstelling. Dankzij lokale lerarenplatforms voor vervangingen en de mogelijkheid om korte vervangingen te bundelen, krijgen scholen meer armslag in hun personeelsbeleid en tijdelijke leraren meer werkzekerheid. Deze CAO realiseert zo ook de oorspronkelijke doelstellingen van het loopbaanpact voor starters en tijdelijke leerkrachten. Alle sociale partners zullen dit voorakkoord verdedigen bij hun achterban.

Er zijn de volgende jaren veel leraren nodig door een toename van het aantal leerlingen en de uitstroom van oudere leraren. Bovendien trekt de arbeidsmarkt aan en is er een grote nood aan hooggeschoolde arbeidskrachten. Het aantal gemelde vacatures binnen onderwijs is sinds schooljaar 2013-2014 dan ook gestegen met 60%. Vanaf 2019 zal de jaarlijkse vraag naar nieuwe leraren stijgen van 5000 tot 7000 voltijdse leraren per jaar, waarvan zo’n 4000 in het secundair onderwijs.

Aan de andere kant zien we dat startende leerkrachten hun eerste jaren vaak kleinere opdrachten krijgen, verspreid over verschillende scholen. Zo krijgt liefst 4 op de 10 starters in zijn eerste jaar een aanstelling die minder dan 1/3 van een totale opdracht bedraagt. Scholen van hun kant vinden steeds moeilijker kandidaten voor deze korte vervangingen.

In zo’n precaire context is het meer dan ooit cruciaal om de job van leraar op te waarderen en voldoende sterke leraren aan te trekken en te behouden. Dat vraagt om gerichte maatregelen die de situatie van beginnende en tijdelijke leerkrachten versterken, maar ook om financiële maatregelen die een job in onderwijs marktconform houden.

Koopkracht

De vorige CAO voor onderwijs dateert intussen van 2013. Daarom zette de Vlaamse Regering het licht op groen voor onderhandelingen over een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst en voorzag ze bij de begrotingsopmaak in oktober in een onderhandelingskader waarbinnen een budget van 108 miljoen euro ter beschikking komt tegen 2020, met een opstap van 10 miljoen euro in 2018 en 30 miljoen euro in 2019. Zo komt er op 1 september 2018 een lineaire loonsverhoging van 0,3% die vanaf 1 januari 2021  oploopt tot 1,1%. Zo houden de onderwijslonen gelijke tred met die in andere sectoren.

Daarnaast komt er ook een extra loontrap vanaf 36 jaar anciënniteit. Zo komt er een einde aan het feitelijke loonplafond in onderwijs dat vandaag al na 25 jaar dienst bereikt wordt en worden personeelsleden ook op het einde van hun loopbaan financieel gewaardeerd.

Betere aanvangsbegeleiding voor starters

Maar deze CAO gaat veel verder dan koopkrachtmaatregelen. Via een breed pakket aan maatregelen wordt ook de situatie van de beginnende en tijdelijke leraar aanzienlijk versterkt. Zo is een doorgedreven aanvangsbegeleiding voor elke starter in de toekomst een recht en een plicht. Door intensieve coaching kan hij of zij geleidelijk ingroeien in de job en zijn of haar competenties als leraar verder ontwikkelen en waar nodig bijsturen.

Meer werkzekerheid door lerarenplatforms

Daarnaast worden extra middelen vrijgemaakt voor scholen om lerarenplatforms op te starten voor vervangende leerkrachten. De leraar die via zo’n platform te werk gesteld wordt, moet voor minstens 85% ingezet worden op de klasvloer. Deze leraren kunnen afwezige leraren vervangen, maar kunnen evenzeer de plaats van meer ervaren leraren innemen die zelf voor een andere opdracht kiezen zoals co-teaching, begeleiding, vakgroepwerking, … .

In het basisonderwijs worden op die manier tot 2500 leraren ingeschakeld, gemiddeld 6 à 7 per scholengemeenschap. In het secundair onderwijs waar de situatie complexer is door de veelheid aan bekwaamheidsbewijzen en specialisaties wordt in een eerste fase een proefproject opgestart met 350 leraren. Dit zal nauwgezet opgevolgd worden met het oog op een uitbreiding vanaf 2019-2020. Hiervoor wordt vanaf schooljaar 2018-2019 in 17,5 miljoen euro voorzien.

Indien scholen ondanks deze vervangingsplatforms toch geen vervangers vinden, krijgen ze de mogelijkheid om vervangingsopdrachten op te sparen en te bundelen. Op die manier kunnen ‘onaantrekkelijke’ korte vervangingen van enkele weken gebundeld worden tot een stabielere lesopdrachten  verder in het schooljaar.

Sneller uitzicht op een vaste aanstelling door een doorgedreven begeleiding

Leraren zullen vanaf 1 september 2019  ook sneller een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)  kunnen krijgen, namelijk na 400 in plaats van na 600 dagen effectieve prestaties. Daardoor wordt de ‘proefperiode’ korter maar intenser. Als er na deze periode nog twijfels zijn, kan de school deze periode verlengen met 200 dagen. Tijdens deze periode heeft het personeelslid recht op verlengde en gerichte aanvangsbegeleiding. Deze inkorting van de ‘proefperiode’ moet samen gaan met een kwaliteitsvolle begeleiding.

Tot slot wordt ook de procedure van de vaste benoeming vereenvoudigd. Er komt 1 ingangsdatum op 1 januari vanaf 2019. Bovendien zullen functies van personeelsleden die voor langere tijd in een verlofsysteem zitten (eindeloopbaan, ziekte, …) deels vacant verklaard worden, waardoor ongeveer 6.000 tijdelijke leerkrachten meer perspectief krijgen op een stabiele loopbaan.

Een meer performante en rechtszekere evaluatie

Samen met de sociale partners starten we gesprekken om de evaluatieprocedure te herzien op basis van knelpunten en het auditrapport van het Rekenhof. Er gaat daarbij aandacht naar coaching, de vermindering van planlast en het behoud van de rechtszekerheid voor de personeelsleden. Deze gesprekken worden afgerond uiterlijk tegen 1 november 2018 met het oog op eventuele aanpassingen die kunnen ingaan vanaf 1 september 2019.

Middelen voor aanvangsbegeleiding, beleidsondersteuning en professionalisering

Door sneller te benoemen komen er budgetten vrij waarmee we de scholen bijkomend willen ondersteunen. De omvang zal afhankelijk zijn van de effectieve bijkomende vaste benoemingen. Op basis van de huidige ramingen zou dit het volgende betekenen:

Voor beleidsondersteuning, aanvangsbegeleiding en professionalisering in het basisonderwijs zou er vanaf 1 september 2019 16,5 mio euro ter beschikking komen dat kan oplopen tot 24 miljoen euro vanaf 2021. In het secundair onderwijs gaat het om 12 mio euro. Ook voor het deeltijds kunstonderwijs, volwassenenonderwijs en de CLB kunnen deze maatregelen 2 mio euro opbrengen voor aanvangsbegeleiding.

Deze CAO geldt voor alle onderwijsniveaus behalve hoger onderwijs en basiseducatie. Daarvoor lopen de gesprekken nog.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Met dit voorakkoord over een nieuwe CAO realiseren we niet alleen de noodzakelijke koopkrachtmaatregelen om een job in onderwijs marktconform te houden, maar maken we meteen ook de doelstellingen van het loopbaanpact voor starters en tijdelijke leerkrachten waar. Door verplichte aanvangsbegeleiding, door lerarenplatforms voor vervangingen, door een kortere proefperiode en een betere evaluatieprocedure bieden we hen meer werkzekerheid en uitzicht op een stabiele loopbaan. Tot slot maken we een stevige opstap naar het plan basisonderwijs door in extra middelen te voorzien voor aanvangsbegeleiding, professionalisering en beleidsondersteuning. Ik bedank alvast de sociale partners voor de intense maar constructieve onderhandelingen.”