|
U bent hier:
Onderwijs en Vorming >
Participatie > Startpagina
Participatie in het basis- en secundair onderwijs
Lokale participatie in basis- en secundair onderwijsOp 2 april 2004 bekrachtigde de Vlaamse regering het decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. Dit decreet regelt verschillende aspecten inzake participatie in het basis- en secundair onderwijs. Deze regelgeving omschrijft de algemene beginselen inzake participatief bestuur van een school en bevat de regeling inzake de pedagogische raden, leerlingenraden en ouderraden, de schoolraden (in het gesubsidieerd onderwijs), het medezeggenschapscollege en de bemiddelings- en geschillenregeling. De Vlaamse Onderwijsraad (VLOR)Naast lokale participatie behandelt dit decreet de omschakeling van de VLOR tot een strategische adviesraad en wordt er voorzien in een vernieuwde samenstelling. 1. Vernieuwde samenstelling van de VLOROp 21 oktober 2005 keurde de Vlaamse Regering het besluit betreffende de samenstelling van de Vlaamse Onderwijsraad goed. De effectieve hersamenstelling van de VLOR d.m.v. verkiezingen, coöptatie en aanduiding vond plaats eind 2005. Sinds de installatievergaderingen die in januari 2006 hebben plaats gevonden, is de nieuwe samenstelling van de VLOR in voege getreden. In de algemene raad en de vier deelraden van de VLOR (basisonderwijs, secundair onderwijs, hoger onderwijs en levenslang en levensbreed leren) zetelen dezelfde geledingen als voorheen (vertegenwoordigers van directies, inrichtende machten, centra voor leerlingenbegeleiding, personeel, leerlingen, studenten, ouders, en afgevaardigden van sociaal-economische en sociaal culturele organisaties), aangevuld met rechtstreeks verkozen directeurs en gecoöpteerde leerkrachten. Personeelsleden van de onderwijsinspectie en van het departement Onderwijs en Vorming worden net zoals kabinetsleden en deskundigen van hogescholen en universiteiten als externe experten uitgenodigd op de vergaderingen van de raden om de daar behandelde thematiek toe te lichten. Voor een precieze samenstelling van de verschillende raden van de VLOR en de verdeling van de zitjes verwijzen we naar het uitvoeringsbesluit in Edulex en de website van de VLOR. 2. De VLOR als strategische adviesraadDe omschakeling van de VLOR tot strategische adviesraad brengt enkele veranderingen met zich mee op het vlak van bevoegdheid, termijn m.b.t. adviesverstrekking en de formalisering van de afspraken met de Minister en het departement Onderwijs en Vorming.
De VLOR krijgt decretaal een advies- en overlegbevoegdheid toegewezen. Bovendien leggen de Minister en de VLOR in een nog op te stellen beleidsovereenkomst (zie verder) vast op welke wijze andere opdrachten door de VLOR kunnen worden opgenomen. Het participatiedecreet stelt dat de VLOR de opdracht heeft advies te verstrekken ten behoeve van de Vlaamse Regering en van het Vlaams Parlement. De Minister is net zoals voorheen verplicht de VLOR advies te vragen over bij het Vlaams Parlement ingediende beleidsnota’s en beleidsbrieven, en over voorontwerpen van decreet, met uitzondering van niet alleen de decreten die jaarlijks de begroting regelen, maar ook met uitzondering van – en dat is nieuw – de decreten houdende de bekrachtiging van eindtermen, decretale specifieke eindtermen en ontwikkelingsdoelen, en van de decreten houdende de bekrachtiging van beroepsprofielen van leraren. Bovendien is de Minister voortaan verplicht de VLOR advies te vragen over ontwerpen van besluit houdende tijdelijke projecten van onderwijskundige aard. De VLOR kan nog steeds uit eigen beweging advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het beleid, maatschappelijke ontwikkelingen en ontwerpen van samenwerkingsakkoord van strategisch belang die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams Gewest wil sluiten met andere Gemeenschappen en Gewesten, en over ontwerpen van Europese en internationale samenwerkingsakkoorden van strategisch belang. Naast zijn adviserende functie kan de VLOR op vraag van de Minister functioneren als een overlegorgaan tussen de verschillende geledingen in het onderwijs. Deze decretale overlegbevoegdheid kan uitgeoefend worden met het oog op het formuleren van een advies, het afstemmen van de aanpak van vernieuwingen en de implementatie van nieuwe beleidslijnen. De wijze waarop de VLOR als overlegorgaan tussen de verschillende geledingen én de overheid zal kunnen fungeren m.b.t. projecten en hervormingen met een pedagogische doelstelling, zal nader worden omschreven in een beleidsovereenkomst.
Voor de werking van de VLOR en de samenwerking tussen de VLOR en de overheid wordt een beleidsovereenkomst gesloten voor een periode van vier jaar. Hierin zullen de wederzijdse rechten en plichten bij de uitvoering van decretale en conventionele opdrachten worden bepaald. Op die manier wordt het mogelijk de taakomschrijving van de VLOR te concretiseren en om de rol van elke betrokkene in de samenwerking tussen het departement, de minister en de VLOR te verduidelijken. Andere bepalingen in het participatiedecreetNaast de lokale participatie en de VLOR behandelt het participatiedecreet ook het expertisecentrum dat participatie op school moet ondersteunen en de subsidiëring van ouderkoepelverenigingen. 1. ExpertisecentrumDe inwerkingtreding van het expertisecentrum waarop scholen volgens het decreet een beroep kunnen doen om de participatiecultuur op school uit te bouwen, is uitgesteld tot een door de regering nader te bepalen datum. Deze maatregel is een gevolg van de krappe budgettaire ruimte en de wens van de minister om niet te raken aan de middelen die noodzakelijk zijn voor de dagelijkse werking van scholen. 2. OuderkoepelverenigingenDe titel betreffende de subsidiëring van ouderkoepelverenigingen is in werking getreden op 1 januari 2005. De huidige financiering van de ouderkoepelverenigingen loopt verder tot het einde van het schooljaar 2004-2005. Tegen die datum zal met een besluit uitvoering gegeven worden aan de gewijzigde subsidiëringsvoorwaarden zoals bepaald in het participatiedecreet.
|