Zodra we volgens de criteria uw leefeenheid hebben bepaald, kunnen we het inkomen berekenen. Dat gebeurt aan de hand van het laatste aanslagbiljet van uw leefeenheid: het inkomen van 2009 aanslagjaar 2010.
Stap 1: bereken uw volledige inkomen
Stap 3: bereken het aantal punten van de leefeenheid
Heeft uw leefeenheid een inkomen in het buitenland of bij een Europese of andere internationale instelling, dan is er geen Belgisch aanslagbiljet. In dat geval moet u het inkomen bewijzen met attesten van de buitenlandse belastingdienst, werkgevers, diensten of instellingen.
Als u na 31 december 2009 tot een andere leefeenheid bent gaan behoren (bijvoorbeeld omdat uw vader of moeder hertrouwd is, of omdat u gehuwd, wettelijk samenwonend, zelfstandig of alleenstaand leerling of student bent geworden), dan bekijken we het inkomen van het eerste jaar waarin u zich in de nieuwe situatie bevindt, of waarin u het nieuwe statuut hebt verkregen.
Het is mogelijk dat het inkomen van uw leefeenheid sinds 2009 is gedaald,
bijvoorbeeld door ziekte of werkloosheid of dat uw leefeenheid sinds 2009 is
gewijzigd bijvoorbeeld door overlijden of echtscheiding. Bij daling van het
inkomen hoeft u niet het inkomen uit 2009 als basis te nemen maar kunt u het
vermoedelijk inkomen van 2011 gebruiken. Bij wijziging van leefeenheid wordt
er gekeken naar het inkomen van de nieuwe leefeenheid.
De wijziging in uw leefeenheid
moet er wel geweest zijn vóór 1 januari 2012. Als uw ouders feitelijk
gescheiden zijn, dan moet dat op 31 december 2011 al één jaar het geval
zijn. Hetzelfde geldt als u zelf feitelijk gescheiden bent.
Als het
inkomen van uw leefeenheid gedaald is, meldt u de gewijzigde situatie op het
aanvraagformulier. Na ontvangst van uw aanvraag zullen we u dan contacteren
en vragen om uw inkomen van 2011 te documenteren eens u in het bezit bent
van alle attesten van werkgevers en andere diensten van het jaar 2011. We
vergelijken dan het vermoedelijk inkomen van 2011 met dat van 2009 en houden
rekening met het inkomen dat de hoogste toelage oplevert. U krijgt uw
toelage voorlopig uitbetaald op basis van dat inkomen. In 2012 (als uw
toelage voorlopig berekend was op het vermoedelijk inkomen van 2010) of in
2013 (als uw toelage voorlopig berekend was op het vermoedelijk inkomen van
2011) wordt aan de hand van uw aanslagbiljet bepaald of u effectief recht
had op een toelage en welk bedrag u moet terugbetalen of bijbetaald krijgt.
Onderaan op de webpagina vindt u een voorbeeld van een aanslagbiljet. Daarop hebben we de onderdelen aangeduid die meetellen voor de berekening van het inkomen. Daarnaast zijn er nog een paar andere inkomsten die niet op het aanslagbiljet staan, maar voor de berekening van de toelagen wel worden meegerekend
|
Waar te vinden? |
In ons voorbeeld |
Uw inkomen |
|
|
Gezamenlijk belastbaar inkomen leefeenheid |
Aanslagbiljet; zie punt 4 onderaan |
€ 12.872,45 + € 4.899,40 = € 17.771,85 |
|
|
Plus |
|||
|
80 % van de ontvangen alimentatiegelden (als die niet vervat zitten in het gezamenlijk belastbaar inkomen) |
Rekeninguittreksel van het jaar 2009 |
||
|
Afzonderlijk belastbare inkomsten: vervroegd vakantiegeld, achterstallen, enzovoort |
Aanslagbiljet: zie punt 3 onderaan |
€ 1.983,15 + € 1.277,35 = € 3.260,50 |
|
|
Leefloon |
Attest van het jaar 2009 |
||
|
Inkomensvervangende tegemoetkomingen aan gehandicapten |
Attest van het jaar 2009 |
||
|
Niet-belastbare beurs die onderworpen is aan rsz (doctoraatsbeurs) |
Attest van het jaar 2009 |
||
|
Tweemaal het geïndexeerd kadastraal inkomen Vreemd Gebruik, dat wil zeggen: het ki van al de onroerende goederen behalve het eigen huis en de onroerende goederen voor eigen beroepsdoeleinden. Opgelet: niet alle onroerende goederen in uw bezit worden vermeld op uw aanslagbiljet in de personenbelasting. Bij het onderzoek van uw aanvraag raadpleegt de afdeling Studietoelagen de databanken van de Federale Overheidsdienst Financiën en zullen alle onroerende goederen in uw bezit in aanmerking worden genomen. |
Aanslagbiljet: zie punt 2 onderaan. |
€ 495,75 + € 746,68 = € 1.242,43 x index 1,5461 = € 1.920,92 x 2 = € 3.841,84 |
|
|
Eenmaal het geïndexeerd kadastraal inkomen voor eigen beroepsdoeleinden |
Tel codes 1105 en 2105 (vindt u terug op uw aangifteformulier) op en vermenigvuldig met index 1,5461 |
||
|
Volledig inkomen |
€ 24.874,19 |
||
Bestaat het inkomen voor minstens 70 % uit vervangingsinkomsten (werkloosheidsvergoedingen, ziektevergoedingen of brugpensioen)? Dan passen we op die vervangingsinkomsten een forfaitaire aftrek toe. Opgelet: pensioenen zijn geen vervangingsinkomsten, brugpensioenen wel. De forfaitaire aftrek wordt als volgt berekend.
28,7 % op de eerste schijf van € 5.190
10 % op het gedeelte tussen €
5.190 en € 10.310
5 % op het gedeelte tussen € 10.310 en 17.170
3 %
boven € 17.170
Maximale aftrek: € 3.590
28,7% op de eerste schijf van € 5.190
10 % op het gedeelte tussen €
5.190 en 10.310
5 % op het gedeelte tussen € 10.310 en 17.170
3 %
boven € 17.170
Maximale aftrek: € 3.590
28,7% op de eerste schijf van € 5.300
10 % op het gedeelte tussen €
5.300 en 10.530
5 % op het gedeelte tussen € 10.530 en 17.530
3 %
boven € 17.530
Maximale aftrek: € 3.670
Uw ouders hebben in 2009 vervangingsinkomens voor € 14.000 en geen andere
inkomens. De forfaitaire aftrek berekenen we als volgt.
28,7 % op de
eerste schijf van € 5.190 = € 1.489,53
10 % op het gedeelte tussen €
5.190 en € 10.310 = € 512
5 % op het gedeelte tussen € 10.310 en € 14.000
= € 184,5
Totaal € 2.186,03
We vertrekken dus van een inkomen van (€ 14.000 − € 2.186,03) = € 11.813,97.
De personenlast in uw leefeenheid wordt vertaald in punten. Hoe hoger het aantal punten, hoe hoger de inkomensgrens voor een toelage. Om het aantal punten te bepalen, kijken we naar de toestand op 31 december 2011.
|
Aantal punten |
X aantal personen |
||
|
Pluspunten (optellen) |
Elke persoon in de leefeenheid die fiscaal ten laste is van degene(n) op wiens inkomen de toelage wordt berekend |
1 | |
|
Elke leerling of student in de leefeenheid die niet meer fiscaal ten laste is van degene(n) op wiens inkomen de toelage wordt berekend omdat hij of zij bestaansmiddelen heeft gehad, maar die niet voldoet aan de voorwaarden voor zelfstandig, gehuwd of alleenstaand student of leerling |
1 | ||
|
Elke persoon in de leefeenheid die onder één van de twee categorieën hierboven valt en elke persoon in de leefeenheid op wiens inkomen de toelage wordt berekend die aan een erkende instelling hoger onderwijs, een bachelor-na-bacheloropleiding of een master-na-masteropleiding aan een erkende instelling volgen. Het totaal aantal punten wordt verminderd met één punt en bedraagt nooit minder dan nul |
1 | ||
|
Elke persoon die onder één van de twee bovenste categorieën valt en die fiscaal als gehandicapt wordt beschouwd (handicappercentage van minimum 66 % of minstens 4 punten in pijler 1) |
1 | ||
|
Elke persoon op wiens inkomen de toelage wordt berekend en die fiscaal als gehandicapt wordt beschouwd (handicappercentage van minimum 66 % of minstens 4 punten in pijler 1) |
1 | ||
|
De leerling of student waarvoor u een aanvraag doet is geen zelfstandig(e) of alleenstaand(e) leerling/student |
1 | ||
|
De leefeenheid van de leerling of student die het statuut verwerft van zelfstandig of alleenstaand leerling of student en die personen vermeld in één van de twee bovenste categorieën ten laste heeft |
1 | ||
|
Minpunten (aftrekken) |
Een minpunt wordt toegepast wanneer er in de leefeenheid van de leerling of student (zowel oudergerelateerd, ten laste andere natuurlijke persoon, gehuwd, zelfstandig of alleenstaand) één of meerdere niet-verwanten zijn die over een inkomen beschikken. Een leefloon of een inkomensvervangende tegemoetkoming aan gehandicapten wordt niet als een inkomen beschouwd: in dat geval hoeft u geen minpunt aan te rekenen |
-1 | |
|
Totaal |
Voor dezelfde persoon kunt u vaak verschillende punten tellen. Bijvoorbeeld als uw broer fiscaal ten laste is én hoger onderwijs volgt én een handicap heeft, telt hij voor drie punten.
Kijk in de linkerkolom naar het aantal punten van uw leefeenheid (die u in stap 3 hebt berekend). In de rechterkolom staat de maximuminkomensgrens voor dat aantal punten. Het inkomen van uw leefeenheid (dat u hebt berekend in stap 1 en 2) mag niet hoger liggen dan het cijfer vermeld in de kolom "Maximumgrens".
|
Aantal punten van uw leefeenheid |
Maximumgrens (€) |
Minimumgrens (€) |
|
0 |
15.709,62 |
7.126,97 |
|
1 |
23.201,47 |
12.879,66 |
|
2 |
29.066,71 |
14.893,12 |
|
3 |
33.749,13 |
16.586,95 |
|
4 |
38.825,84 |
17.609,68 |
|
5 |
45.085,44 |
18.621,77 |
|
6 |
49.324,22 |
19.633,79 |
|
7 |
51.591,52 |
20.645,83 |
|
8 |
53.858,78 |
21.657,88 |
|
9 |
56.175,29 |
22.669,93 |
|
10 |
58.639,72 |
23.681,98 |
Om na te gaan of u in aanmerking komt voor een toelage, is een KI-test (‘kadastraalinkomentest’) ontwikkeld die rekening houdt met de gebouwen en gronden in de leefeenheid. Op die manier wordt vermeden dat wie veel huizen en gronden heeft, toch een toelage krijgt.
Opgelet: niet alle onroerende goederen in uw bezit worden vermeld op uw aanslagbiljet in de personenbelasting. Bij het onderzoek van uw aanvraag raadpleegt de afdeling Studietoelagen de databanken van de Federale Overheidsdienst Financiën en zullen alle onroerende goederen in uw bezit in aanmerking worden genomen.
De KI-test geldt alleen als er onroerende goederen ‘Vreemd Gebruik’ zijn: bijvoorbeeld huizen die u al dan niet verhuurt, een vakantiewoning of gronden.
U hoeft de KI-test niet uit te voeren:
In de andere gevallen voert u de KI-test uit.
KI-Test
1. Neem het niet geïndexeerd kadastraal inkomen ‘Vreemd Gebruik’ (codes 1106, 2106, 1107, 2107, 1108, 2108, 1109, 2109, 1112, 2112, 1115 en 2115) zoals vermeld op uw aanslagbiljet onder de rubriek 'Gegevens en overeenstemmende codes van het aangifteformulier.
2. Vermenigvuldig het totaal kadastraal inkomen 'Vreemd Gebruik' met de index 1,5461 om het totaal geïndexeerd kadastraal inkomen 'Vreemd Gebruik' te bekomen.
3. Vermenigvuldig dit totaal geïndexeerd kadastraal inkomen met 3.
4. Neem het volledige inkomen (dat u hierboven berekend hebt). Trek daarvan de volgende bedragen af:
Van het aldus bekomen bedrag neemt u 20%.
5. Vergelijk het bedrag (ki 'Vreemd Gebruik') dat u bekomt in puntje 3 met 20% van het resultaat dat u bekomt in puntje 4. Als cijfer 1 hoger is dan cijfer 2, komt u niet in aanmerking voor een toelage.
Leerling kleuter- en lager onderwijs. Als u een toelage aanvraagt voor leerlingen in het basisonderwijs, gaat u naar de webpagina 'De toelagen per onderwijsniveau - De toelage voor leerlingen kleuter- en lager onderwijs'. Daar vindt u de voorwaarden waar de leerlingen aan moeten voldoen en de berekeningswijze van de toelage.
Leerling secundair onderwijs. Als u een toelage aanvraagt voor leerlingen in het secundair onderwijs, gaat u naar de webpagina 'De toelagen per onderwijsniveau - De toelage voor leerlingen secundair onderwijs'. Daar vindt u de voorwaarden waar de leerlingen aan moeten voldoen en de berekeningswijze van de toelage.
Student hoger onderwijs. Als u een toelage aanvraagt voor studenten in het hoger onderwijs, gaat u nu naar de webpagina 'De toelagen per onderwijsniveau - De toelage voor studenten hoger onderwijs'. Daar vindt u de voorwaarden waar de studenten aan moeten voldoen en de berekeningswijze van de toelage.
Legende
1: Inkomstenjaar 2009, aanslagjaar 2010
2:
Kadastraal inkomen "Vreemd Gebruik"
3:
Afzonderlijk belastbare inkomsten
4: Gezamenlijk
belastbaar inkomen leefeenheid




