Ambtsgeheim en beroepsgeheim in onderwijs

Een belangrijk aspect van de samenwerking tussen school, CLB en externe hulpverlening is de informatie-uitwisseling, en het daarmee verbonden beroepsgeheim.

Nota en advies over beroeps- en ambtsgeheim

Een werkgroep met vertegenwoordigers van de academische wereld, van de onderwijs- en CLB-koepels en van het Departement Onderwijs en Vorming schreef in oktober 2007 een nota over het beroeps- en ambtsgeheim in onderwijs. 

Professor Put van de KU Leuven gaf advies over een aantal knelpunten die in de werkgroep naar voor kwamen.

Thema’s in de nota en het advies:

  • Het ambtsgeheim van leerkrachten en het beroepsgeheim van CLB-medewerkers
  • De vertrouwensleerkracht
  • De bijstandspersoon in het kader van het decreet integrale jeugdhulp

Documenten

Naar boven

Schoolpersoneel heeft ambtsgeheim

Iemand met ambtsgeheim mag bij het uitoefenen van zijn ambt of functie vertrouwelijke gegevens enkel vrijgeven aan personen die recht hebben op deze gegevens. Doet hij dat toch, dan kan er arbeids- of tuchtrechtelijk opgetreden worden of kan een schadevergoeding gevorderd worden.

Een ambtenaar heeft een intern spreekrecht, zelfs spreekplicht. Het ambtsgeheim kan niet ingeroepen worden tegenover hiërarchische meerderen of ambtsgenoten.

Het personeelslid is verplicht alle informatie waarover hij beschikt door te geven aan de hiërarchische meerdere, de zorgwerkgroep of cel leerlingenbegeleiding. Dit met het oog op de verbetering van de organisatie, de werking van de dienst en de persoonlijke ambtsuitoefening en volgens de afspraken gemaakt in de school.

Het personeelslid mag vertrouwelijke informatie niet op eigen houtje meedelen aan de leden van de begeleidende klassenraad of aan andere collega’s. Het personeelslid moet de noodzaak en relevantie van die mededeling bespreken met de hiërarchische meerdere (verschillende kringen van ambtsgenoten naargelang hun positie ten opzichte van een concrete leerling).

Het ambtsgeheim kan wel ingeroepen worden tegenover derden die buiten de eigen dienst of instelling staan. In bepaalde gevallen kan het ambtsgeheim doorbroken worden. De uitzonderingen op het beroepsgeheim kunnen ook ingeroepen worden door de houders van een ambtsgeheim. Ook hier geldt de hulpplicht (artikel 422bis strafwetboek), meldingsplicht (bijvoorbeeld aan het parket, artikel 29 en 30 van het wetboek van strafvordering) of er kan sprake zijn van een noodtoestand.

In tegenstelling tot het beroepsgeheim:

  • Heeft het ambtsgeheim geen algemene wetsbepaling als grondslag
  • Is het ambtsgeheim niet gesteund op een vertrouwensrelatie
  • Geldt het ambtsgeheim voor alle informatie en niet enkel voor de geheime
  • Geeft het ambtsgeheim geen recht om te weigeren in rechte te getuigen

Naar boven

Schoolpersoneel heeft geen beroepsgeheim, behalve in uitzonderlijke gevallen

Het beroepsgeheim geldt niet voor leerkrachten. Een school is geen jeugdhulpaanbieder en kan geen hulp- en zorgverlening, in de zin van het decreet Integrale Jeugdhulp, aanbieden aan leerlingen.

De personeelsleden van een school zijn ook geen hulpverleners. De wachtlijsten in de jeugdhulpverlening zorgen er in de praktijk wel voor dat scholen en centra voor leerlingenbegeleiding noodgedwongen leerlingen langer en intensiever opvolgen dan nodig. Het zorgbeleid (met inbegrip van de leerlingenbegeleiding) dat een school uitbouwt maakt geen deel uit van de integrale jeugdhulp. Het zorgbeleid van de school kan zich wel situeren in een voortraject dat aan de jeugdhulpverlening voorafgaat.

Voor personeelsleden van een school geldt enkel een ambtsgeheim:

Er is een analoge bepaling voor de onderwijsinspectie (artikel 57 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs).

Er geldt ook een ambtsgeheim voor personeel van een MPI en voor gemeentelijke ambtenaren.

Zogenaamde vertrouwensleerkrachten nemen een dubbele positie in. Ze verrichten enerzijds hun onderwijsactiviteiten als ‘gewone’ leerkracht en krijgen anderzijds informatie toevertrouwd in het kader van hun vertrouwensrelatie met een leerling. Problemen als pesten, drugs, problemen thuis, faalangst en andere kunnen bij hen worden aangekaart. Een vastomlijnde functieomschrijving ontbreekt.

De term ‘vertrouwensleerkracht’ wordt sinds het advies van Eveline Ankaert en prof. Johan Put en de “rondetafel beroeps- en ambtsgeheim in het onderwijs” in oktober 2007 afgeraden omdat dit de verkeerde indruk kan wekken dat die persoon door het beroepsgeheim gebonden is .

Psychologen of maatschappelijk werkers die in een onderwijsinstelling werken, kunnen voor de schoolinterne leerlingenbegeleiding een meerwaarde betekenen. In de setting van een school kunnen zij echter niet aan jeugdhulpverlening doen en hebben ze ook  geen beroepsgeheim.

Het beroep van verpleegkundige wordt in de sectoren gezondheidszorg en welzijn als een vertrouwensberoep beschouwd. Een verpleegkundige in een school functioneert niet in een context van hulpverlening. Het is dan geen vertrouwensberoep en bijgevolg is er enkel ambtsgeheim.

Uitzondering

Een minderjarige heeft het recht om zich te laten bijstaan (Artikel 24 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp). Een personeelslid van de school waar de minderjarige onderwijs volgt, kan die bijstand verlenen. In dat geval heeft het personeelslid een functioneel beroepsgeheim (op basis van artikel 7 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende integrale jeugdhulp).

Naar boven


Extra informatie

Regelgeving

Verwante pagina's