Coronamaatregelen: veelgestelde vragen - scholen

Op deze pagina vind je een overzicht van de veelgestelde vragen en antwoorden over de coronamaatregelen. De pagina krijgt regelmatig een update.

Pandemiescenario's en draaiboeken - Gezondheid - Veiligheid en bescherming - Organisatie - Leren en werken - Ondersteuning - Personeelszaken

Zoek in alle vragen en antwoorden
Pandemiescenario's, draaiboeken en pandemiefases
In welke pandemiefase zit je school? - UPDATE 19 oktober

Het volledige Vlaamse onderwijs  (basis- en secundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs en het hoger onderwijs) schakelt naar fase oranje uiterlijk tegen de herfstvakantie.

In gemeenten waar de pandemiesituatie acuut is, kan worden overgeschakeld naar een andere pandemiefaseLees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Veiligheidsmaatregelen per pandemiefase

Bekijk welke veiligheidsmaatregelen je moet naleven per pandemiefase:

Waarom wordt er nu toch beslist om alle leerlingen voltijds op school te houden? - UPDATE 19 oktober
  • De veiligheidsmaatregelen die onderwijsinstellingen, onderwijspersoneel en leerlingen volgen zorgen ervoor dat het virus zich minder kan verspreiden. Zo voorkomen we transmissie:
    • Thuisblijven bij ziekte.
    • Handen wassen, verwijdert de mogelijke virusdeeltjes op de huid.
    • Door afstand te houden, vallen de druppels op de grond.
    • Door mondmaskers te dragen, kunnen druppels en microdruppels zich niet verspreiden.
    • Ventileren verdunt en verdampt mogelijke microdruppels.

Het onderwijs is een voorbeeldsector op dat vlak.

  • Het contactonderzoek van de CLB’s toont bovendien aan dat de meeste besmettingen te herleiden zijn tot situaties buiten de schoolmuren. De gigantische inspanningen van de CLB’s in verband met contactopsporing zijn van onschatbare waarde gebleken.
  • Voor het welbevinden van leerlingen is het beter om op school les te krijgen. 

Het Overlegcomité verstrengde afgelopen vrijdag drastisch de maatschappelijke veiligheidsmaatregelen. Het geeft daarbij absolute prioriteit aan de zorgsector, het onderwijs en de bedrijven. Eén van de voornaamste doelstellingen van alle maatschappelijke acties: de scholen maximaal openhouden. Zo zal het verplichte thuiswerk het openbaar vervoer ontlasten en veiliger maken voor leerlingen en leraren. Dat toont aan dat de volledige samenleving het belang van onderwijs erkent.

Hoe wordt er overgeschakeld naar een andere pandemiefase?

In gebieden waar door de pandemiesituatie verhoogde waakzaamheid nodig is en/of extra maatregelen overwogen moeten worden, kan worden overgeschakeld naar een andere pandemiefase voor het onderwijs.

De procedure hiervoor verloopt als volgt:

  • De Risk Assessment Group (RAG) bezorgt een overzicht van gebieden waar een verhoogde waakzaamheid nodig is aan de ministers van onderwijs en het Nationaal Crisiscentrum (NCCN). 
  • Het NCCN verwittigt via de gouverneurs de betrokken burgemeesters. De burgemeester roept in dat geval de lokale crisiscel samen, aangevuld met het CLB en representatieve vertegenwoordigers van het onderwijs. 
  • Op basis van dit overleg, doet de burgemeester een voorstel van pandemiefase voor het onderwijs in zijn gemeente of een deel ervan en een schakeltermijn van maximaal 2 weken. 
  • De burgemeester deelt dit voorstel mee aan de minister van onderwijs, die binnen de 48 uur beslist of hij akkoord gaat. Indien de minister niet akkoord gaat met het voorstel, overlegt hij voorafgaand met de burgemeester en de minister voor binnenlands bestuur.
  • De burgemeester brengt de betrokken onderwijsinstellingen op de hoogte, die de nodige maatregelen treffen.
  • De lokale crisiscel monitort de situatie en doorloopt bij verandering van pandemiefase opnieuw deze procedure.

De lokale besturen zijn op de hoogte van deze procedure.

Wanneer is er sprake van een verhoogde waakzaamheid?

Verhoogde waakzaamheid wordt onder andere bepaald op basis van: 
•    Het aantal besmettingen per 100 000 inwoners in de laatste 14 dagen.
•    De trend en context van de lokale uitbraken (cluster vs community-uitbraak).

De Risk Assessment Group (RAG) maakt wekelijks een evaluatie van de epidemiologische situatie in België met als doel gebieden te identificeren waarvoor verhoogde waakzaamheid nodig is en bezorgt deze aan de ministers van onderwijs en het Nationaal Crisiscentrum.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Wie brengt je op de hoogte van een wijziging van pandemiefase?

De burgemeester verwittigt de betrokken school of scholen wanneer de pandemiefase wijzigt. Hij deelt ook mee binnen welke schakeltermijn (maximum 2 weken) je school maatregelen moet nemen.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Wie vertegenwoordigt het onderwijs in de lokale crisiscel?

De onderwijsverstrekkers en de vakbonden stelden een lijst met contactgegevens op. Deze lijst werd aan de lokale besturen bezorgd. Deze contactpersonen bekijken wie lokaal zal deelnemen aan het crisisoverleg, rekening houdend met het onderwijsaanbod in de gemeente.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Wie formuleert een voorstel om naar een andere pandemiefase te gaan?

Als een lokale pandemiesituatie acuut is, kan worden overgeschakeld naar een andere pandemiefase. Op aangeven van de data aangeleverd door Celeval/RAG, roept de burgemeester de lokale crisiscel, aangevuld met de medische expert van de betrokken Zorgraad, het CLB en een representatieve vertegenwoordiging van het onderwijs, samen. Lokaal worden afspraken gemaakt over deze representatieve vertegenwoordiging, rekening houdend met het onderwijsaanbod in de gemeente.  Lees meer over wie het onderwijs lokaal vertegenwoordigt.

De lokale besturen informeren de onderwijsinstellingen op hun grondgebied over de genomen maatregelen.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Hoe gebruik je de pandemiescenario's en draaiboeken?

In de pandemiescenario's vind je de veiligheidsmaatregelen per pandemieniveau. Voor elk pandemieniveau is er een veiligheidsdraaiboek uitgewerkt. De veiligheidsdraaiboeken zijn een leeswijzer bij de pandemiescenario's en verduidelijken verplichtingen – maar leggen er geen extra op – en geven bijkomende adviezen die een lokale risicoanalyse kunnen ondersteunen. Lees meer over de pandemiescenario's en draaiboeken.

Onderstaande webpagina's vatten alle veiligheidsmaatregelen per pandemieniveau samen uit de pandemiescenario's en draaiboeken:

Download je liever de volledige draaiboeken en pandemiescenario's? Je vindt ze in een overzichtstabel. De draaiboeken zijn een leeswijzer bij de pandemiescenario's.

Let op: de pandemiescenario's en draaiboeken zijn dynamische documenten. Het is aangeraden om ze digitaal te bekijken in plaats van ze af te drukken.

Gezondheid
Wat doe je met een vraag over of melding van een (vermoedelijke) besmetting? - UPDATE 2 oktober
  • Stuur niet op eigen houtje leerlingen of personeelsleden naar de huisarts. Contacteer altijd eerst het CLB bij vragen of meldingen van een (vermoedelijke) besmetting op school. Contactonderzoek is een opdracht voor het CLB waarbij nauw samengewerkt wordt met de school en de arbeidsgeneeskundige dienst van de school. CLB’s volgen voor testing en tracing de procedures van Sciensano, die door de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg werden vertaald naar de schoolcontext. 
  • Bespreek met het  CLB en/of de arbeidsarts welke maatregelen en communicatie er nodig zijn naar leerlingen, ouders en personeel.  
  • Ga discreet om met de informatie die je verneemt. 
Wie wordt als (vermoedelijk) besmet beschouwd? - UPDATE 2 oktober
  • Personen met een positief testresultaat. Als een leerling of personeelslid positief testte, moeten ze in isolatie. Dit is voor een periode van 7 dagen vanaf de testafname.  Ze krijgen een attest om de afwezigheid op school te wettigen. 
  • Kleuters die na een nauw contact met een COVID-19 patiënt binnen het gezin in de afgelopen 14 dagen symptomen krijgen. De kleuter blijft thuis zolang hij besmettelijk is. Dit is 7 dagen na de start van de klachten. De kleuter kan na die 7 dagen opnieuw naar school als er 3 dagen geen koorts is en de klachten beter zijn. 
  • Personen (zonder of met een negatief testresultaat) waarbij de huisarts op basis van zijn klinische inschatting een sterk vermoeden heeft van een besmetting met COVID-19. 

VWVJ - COVID-19: beslisbomen, richtlijnen, stappenplannen en voorbeeldbrieven.

Wat is de rol van het CLB bij contactonderzoek? - UPDATE 2 oktober
  • CLB’s staan in voor het contactonderzoek bij bevestigde gevallen van COVID-19 bij leerlingen en schoolpersoneel in het leerplichtonderwijs en de schoolinternaten. CLB’s nemen geen rol op bij  (vermoedelijke) besmettingen: 
    • Buiten de schoolmuren, bijvoorbeeld in de sportclub of de jeugdbeweging.
    • In het deeltijds kunstonderwijs, volwassenonderwijs of basiseducatie.
  • Bij een bevestigd geval van COVID-19 start het CLB met het contactonderzoek door de hoog risico en laag risicocontacten in kaart te brengen.  Ze informeren de scholen en de ouders over te nemen maatregelen. 
  • CLB’s volgen hiervoor de richtlijnen opgesteld door de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg. Deze richtlijnen zijn afgestemd op de procedures van Sciensano en vertaald naar de onderwijscontext.  
Wie geeft opdracht tot het contactonderzoek door het CLB? - UPDATE 2 oktober
  • De (huis)arts deelt het testresultaat mee aan de patiënt. De patiënt volgt de maatregelen van de huisarts. Het contactonderzoek start zodra het testresultaat positief is. Het callcenter neemt daarvoor contact op met het CLB.
  • De huisarts kan, uitzonderlijk, aan het CLB vragen om het contactonderzoek op te starten, ook wanneer er nog geen testresultaat is of zelfs als er sprake is van een negatief testresultaat. De huisarts kan dit doen op basis van zijn klinische inschatting en een sterk vermoeden van besmetting.  
  • Vaak wordt het CLB sneller op de hoogte gebracht van een bevestigd geval via de leerling, de ouders of de school zelf. Het CLB gaat dan eerst na of het werkelijk gaat over een bevestigd geval. 
Wat is een hoog of laag risicocontact in het onderwijs en welke maatregelen worden genomen? - UPDATE 21 oktober

Let op: onderstaande tekst is niet aangepast aan de nieuwe teststrategie (van 21/10 tot minstens 15/11). Hoog risicocontacten zonder symptomen worden niet meer getest en gaan 10 dagen (i.p.v. 7) in quarantaine sinds laatste contact.

Lees meer over wat er verandert (zie 'Richtlijnen voor CLB bij een melding van COVID-19').

Hoog en laag risicocontacten

Naargelang het risico op besmetting, worden contacten in 2 groepen verdeeld met verschillende maatregelen per leeftijd en onderwijsniveau: 

  • Laag risicocontacten
  • Hoog risicocontacten

Kleuteronderwijs

  • Als een kind in het kleuteronderwijs positief test of de huisarts vermoedt besmetting (= kleuter die symptomen ontwikkelt binnen de 14 dagen na contact met een COVID-19 geval binnen het gezin) worden alle kinderen in de klas, evenals de leerkracht, beschouwd als contactpersonen met een laag risico. 
  • Als de leerkracht positief test, worden alle kinderen in de klas beschouwd als contactpersonen met een hoog risico gezien de kleuterleerkracht geen afstand bewaart met de leerlingen en geen mondmasker draagt. 

Lager onderwijs 

  • Als een kind in het lager onderwijs positief test, worden alle kinderen in de klas, evenals de leerkracht, beschouwd als contactpersonen met een laag risico. 
  • Als de leerkracht positief test, worden alle kinderen in de klas ook beschouwd als contactpersonen met een laag risico op voorwaarde dat de leerlingen in het klaslokaal niet langer dan 15 minuten contact hadden op een afstand van minder dan 1,5 meter met de leerkracht zonder mondmasker (op mond en neus) en dat er geen nauw rechtstreeks fysiek contact was tussen de leerkracht en de leerlingen. 

Secundair onderwijs, personeelsleden en alle andere volwassenen in basis- en secundaire scholen 

Hoog risicocontacten 

Als het personeelslid van een school of een leerling in het secundair onderwijs positief test, worden andere volwassenen en leerlingen in het secundair onderwijs in de volgende situaties als nauwe contacten beschouwd: 

  • Iedereen die ‘face-to-face’ contact had langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter (zoals bijv. tijdens een gesprek), waarbij er geen mondmasker op een correcte manier (op mond en neus) werd gedragen. Dit zijn bijvoorbeeld leerlingen of leerkracht die samen eten en geen afstand bewaren. Indien er een volledige scheiding was door een wand uit plexiglas valt dit niet onder een ‘face to face’ contact; 
  • Iedereen die fysiek contact had met een positief geteste persoon, bijvoorbeeld bij knuffelen, handen schudden … (al dan niet met een mondmasker aan) of die in direct contact kwam met lichaamsvloeistoffen, bv. bij het zoenen (al dan niet op de mond).  

Laag risicocontacten 

De contacten met een laag risico zijn: 

  • Iedereen die zich tot 15 minuten in dezelfde gesloten kamer/omgeving bevond als de positief geteste persoon, maar op minder dan 1,5 meter afstand. 
  • Iedereen die langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter contact had, maar waarbij gedurende de hele tijd een masker over mond en neus gedragen werd. 

Leerlingen (alle leeftijden) die in een internaat verblijven 

Binnen een internaat worden kinderen die deel uitmaken van dezelfde bubbel/zorggroep beschouwd als nauwe contacten. Er gelden dezelfde maatregelen als voor gezinsleden (huisgenoten). 

Maatregelen 

Het CLB brengt vanuit haar contactonderzoek: 

  • Laag risicocontacten op de hoogte van de te nemen maatregelen via brief. 
  • Hoog risicocontacten op de hoogte van de te nemen maatregelen via een gesprek met de (ouder van de) leerling en een brief. Voor kleuters is er een specifieke brief.

Laag risicocontacten 

  • Mogen naar school
  • Beperken andere contacten (zoals naar de hobbyclub of sportclub gaan) gedurende 14 dagen

Hoog risicocontacten

Let op: onderstaande tekst is niet aangepast aan de nieuwe teststrategie (van 21/10 tot minstens 15/11). Hoog risicocontacten zonder symptomen worden niet meer getest en gaan 10 dagen (i.p.v. 7) in quarantaine sinds laatste contact.

Lees meer over wat er verandert (zie 'Richtlijnen voor CLB bij een melding van COVID-19').

  • Blijven thuis in quarantaine voor 7 dagen en laten zich testen ten vroegste op de 5de dag van de quarantaine (voor kleuters geldt een andere teststrategie).  
  • Bij een negatief testresultaat is werken voor schoolpersoneel en les volgen voor leerlingen opnieuw toegelaten vanaf dag 7 na het laatste hoog risicocontact. Andere contacten zoals hobby’s, bezoek familie of vrienden blijven nog beperkt. 
  • Bij een positief testresultaat wordt de quarantaine verlengd met 7 dagen vanaf de datum van testing. 

Bekijk wanneer een leerling naar school mag komen in de beslisbomen van de VWVJ voor kleuters en leerlingen lager en secundair onderwijs. 

Waarom zegt de Coronalert app dat een personeelslid of leerling een hoog risicocontact had terwijl het CLB zegt dat het laag is?

De app laat je via een rood scherm weten dat je langer dan 15 minuten op minder dan 1.5 meter in contact kwam met iemand die besmet is. De app weet niet of je al niet een mondmasker droeg. 

Het dragen van een mondmasker is echter van belang bij het inschatten van hoog en laag risicocontacten. Omdat er in onderwijs maatregelen zijn genomen die het dragen van een mondmasker verplichten kan het CLB dus oordelen dat het om een laag risicocontact gaat.

Moeten kinderen van gezinsleden die getest worden, thuisblijven? - UPDATE 5 oktober

Neen, de kinderen mogen naar school in afwachting van het testresultaat van het gezinslid. Het gezinslid dat getest wordt, gaat wel in quarantaine.

Wat met kinderen van ouders die positief testen?  - UPDATE 21 oktober

Let op: onderstaande tekst is niet aangepast aan de nieuwe teststrategie (van 21/10 tot minstens 15/11). Hoog risicocontacten zonder symptomen worden niet meer getest en gaan 10 dagen (i.p.v. 7) in quarantaine sinds laatste contact.

Lees meer over wat er verandert (zie 'Richtlijnen voor CLB bij een melding van COVID-19').

  • Contacten met gezinsleden (kinderen en volwassenen) zijn altijd hoog risicocontacten. 
  • Het kind mag niet naar school. 
  • Voor kinderen jonger dan 6 jaar keert het kind terug  zonder voorafgaande test. Als het kind niet ziek is, mag het terug naar school, 7 dagen nadat de besmette ouder de thuisisolatie mocht verlaten. 
  • Voor kinderen vanaf de lagere school, moet een test uitgevoerd worden op de 5de dag na het laatste nauwe contact met de besmette ouder: 
    • Bij een positief testresultaat blijft het kind 7 dagen thuis, te tellen vanaf de test. 
    • Bij een negatief testresultaat wordt de quarantaine beëindigd op dag 7 van het laatste nauwe contact met de ouder. 
  • In de week die volgt op het beëindigen van de quarantaine, is extra waakzaamheid geboden en moeten hobby’s, contacten met kwetsbare personen (bv. grootouders) en risicogroepen zoveel als mogelijk vermeden worden.  
Wat als een leerling tot een risicogroep behoort? - UPDATE 9 september

Wie behoort tot de risicogroep?

De lijst met risicogroepen is een leidraad voor artsen om te bepalen welke leerlingen tot de risicogroep behoren. Daarnaast kan een behandelende arts nog steeds oordelen of een leerling wel of niet naar school kan.

Als de behandelde arts oordeelt dat de leerling niet naar school kan, dan schrijft de arts een medisch attest waar expliciet op staat dat de leerling een risicopatiënt is.

Hebben risicopatiënten recht op SIO en TOAH?

Leerlingen die tot de risicogroep behoren én beschikken over een geschikt medisch attest, hebben recht op synchroon internetonderwijs (SIO) en tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH).

Ze kunnen alleen gebruik maken van SIO en TOAH wanneer expliciet op het medisch attest staat dat ze een risicopatiënt zijn.

SIO

TOAH

  • Lees de voorwaarden van TOAH.
  • De risicopatiënten worden door AGODI behandeld als chronisch zieke leerlingen. De leerlingen moeten geen wachttijd doorlopen. Per 9 halve dagen afwezigheid, genereert de leerling 4 lestijden.

Je registreert de afwezigheid van de voltijds leerplichtige leerlingen met een code R. Lees meer over hoe je de afwezigheden van je leerlingen registreert.

Wat als je samenwoont met een risicopatiënt?

Samenwonen met personen die tot de risicogroep behoren, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. De school neemt voldoende voorzorgsmaatregelen (afstand houden, mondmasker dragen waar nodig, handhygiëne, sociale contacten beperken) en volgt de veiligheidsmaatregelen.

De behandelende arts-specialist van de risicopatiënt kan wel oordelen dat het gezondheidsrisico te groot is voor de patiënt wanneer andere gezinsleden in contact komen met externen, door bijvoorbeeld naar school te gaan. In dat geval schrijft de behandelende arts-specialist een medisch attest waar expliciet op staat dat de leerling niet naar school kan omwille van een risicopatiënt in de omgeving.

Die leerlingen kunnen uitzonderlijk gebruik maken van synchroon internetonderwijs (SIO) en tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH). Dit kan enkel wanneer alle betrokkenen akkoord zijn.

Volg de uitzonderingsprocedure om SIO en TOAH aan te vragen:

  • Ouders kunnen aan de school de vraag stellen om SIO en TOAH te organiseren omwille van een risicopatiënt in de directe omgeving. Dit kan alleen als ze een medisch attest kregen van de behandelende arts-specialist.
  • Alle betrokken partijen gaan in overleg: dit zijn minimaal de ouders, de leerling(en), de school, het CLB en de behandelende arts-specialist.
  • De betrokkenen gaan na of de school alle nodige veiligheidsmaatregelen nam en of deze niet voldoende zijn om de veiligheid van de risicopatiënt te waarborgen. De school kan, wanneer nodig, ook nog extra veiligheidsmaatregelen nemen.
  • Als alle betrokkenen in consensus akkoord gaan dat, ondanks alle veiligheidsmaatregelen, SIO en TOAH de enige geschikte piste is, dan registreert het CLB deze beslissing in LARS (multidisciplinair dossier van de leerling).
  • Op basis van het medisch attest van de leerling en de beslissing, kan SIO en TOAH aangevraagd worden volgens de gebruikelijke procedures. De ouders en de school spreken onderling af wie de aanvraag indient.
  • De school en het CLB volgen het leerproces nauw op en sturen bij wanneer nodig of mogelijk, rekening houdend met de vorderingen van de leerling, de gezondheidssituatie van de risicopatiënt en de evolutie van de pandemie.

Je registreert de afwezigheid van de voltijds leerplichtige met een code R. Lees meer over hoe je de afwezigheden van je leerlingen registreert.

De leerlingen die uitzonderlijk gebruik maken van TOAH omdat ze samenleven met een risicopatiënt, worden door AGODI behandeld als chronisch zieke leerlingen. De leerlingen moeten geen wachtttijd doorlopen. Per 9 dagen halve afwezigheid, genereert de leerling 4 lestijden.

Bekijk ook

Twijfel je of een leerling naar school mag komen?

Twijfel je of een leerling naar school mag komen? Neem dan contact op met je CLB.

Bekijk samen de beslisbomen van de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ).

Zij helpen bepalen of de leerling al dan niet naar school mag komen op basis van een aantal vragen (bv. is de leerling kwetsbaar voor corona? Welke klachten heeft de leerling?)

Er zijn beslisbomen voor zowel kleuters als leerlingen uit het lager en secundair onderwijs.

Wat als een leerling of personeelslid ziek wordt op school of in de opvang? - UPDATE 2 oktober

Heeft een leerling of personeelslid op school symptomen die kunnen wijzen op COVID-19? Isoleer de leerling of het personeelslid in een aparte ruimte in afwachting dat hij naar huis gaat. Op diezelfde dag contacteren de ouders van de leerling of het personeelslid de huisarts telefonisch, zodat een test kan afgenomen worden. 

De symptomen die  in aanmerking komen zijn: 

  • Koorts (38,0°C en hoger) tenzij de oorzaak van de koorts gekend is, zoals bijvoorbeeld na vaccinatie.  
  • Hoesten of problemen met ademhalen. Als de leerling of het personeelslid gekend is met deze klachten, kan hij/zij wel naar school, tenzij de symptomen plots verergeren.
  • Verkoudheid én de leerling voelt zich ziek, denk aan: spierpijn, vermoeidheid, keelpijn, hoofdpijn, geen eetlust.
  • Niet goed meer kunnen ruiken of proeven.  

Leerlingen met alleen klachten van een verkoudheid mogen naar school als ze zich niet ziek voelen. Verkoudheid = snot in/uit de neus (kleur maakt niet uit), eventueel met niezen of een kuchje. 

 

Kan je een leerling met neusloop en kriebel in de keel weigeren op school?

Een aantal symptomen van het coronavirus lopen gelijk aan symptomen bij allergie en hooikoorts, zoals snotteren, niezen, rode ogen en een geïrriteerde keel krijgen. Deze kinderen ondervinden hooguit last van de symptomen, maar hebben niet noodzakelijk COVID-19. Bij een corona-infectie zijn er nog andere symptomen, zoals koorts, spierpijn en een algemeen ziektegevoel.

Informeer bij ouders of het kind hooikoorts of allergie heeft. Deze informatie is eventueel ook ter beschikking gesteld bij inschrijving van het kind.

Het is belangrijk om ouders op voorhand te wijzen op het belang om kinderen die ziek zijn thuis te houden.

Is er een vermoeden dat ouders hun ziek kind toch naar de school sturen, spreek de ouders aan over het feit dat je zieke kinderen in afzondering moet houden. Schakel het CLB in. Als een kind op school ziek is, hou je het in afzondering volgens de geldende afspraken.

Twijfel je of een leerling naar school mag komen?

Bekijk dan de beslisbomen van de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ).

Mag je koorts screenen wanneer iemand de school binnenkomt?

Het is absoluut niet de bedoeling om temperatuur preventief te meten bij het binnenkomen van de school.

Waarom niet?

  • Koorts is een slechte parameter en zeer gemakkelijk te maskeren.
  • Als er verhoogde temperatuur is, kan dit ook nog andere oorzaken hebben zoals bv. fysiologische aspecten (fysieke inspanning, ovulatie) zonder dat dit noodzakelijk een klinische betekenis heeft.
  • Er zijn veel valse resultaten als je de temperatuur frontaal screent.  Personen zonder verhoogde temperatuur kunnen wel besmettelijk zijn.
  • Je weet niet of iemand een koortswerend middel zoals acetylsalicylzuur of paracetamol heeft ingenomen. Een koortswerend middel kan de koorts tijdelijk verlagen.
  • Het kan een vals gevoel van veiligheid geven, waardoor andere, meer efficiëntere preventieve maatregelen minder of niet genomen worden.
  • De federale wetgeving beschouwt het meten van koorts als een medische handeling. Medische handelingen mogen in principe enkel uitgevoerd worden door artsen en verpleegkundigen.
  • Dit gaat in tegen de regelgeving op de privacy.

Personen die ziek zijn vertonen ook andere symptomen die kunnen wijzen op een besmetting, zoals een algemeen vermoeidheid, spierpijn, hoesten, ...  Dan is het de bedoeling om die in afzondering te houden volgens de geldende regels. Lees de richtlijnen voor EHBO.

Veiligheid en bescherming
Wie moet er afstand houden?

Basisonderwijs

Kleuteronderwijs

  • Afstand houden bij contacten tussen volwassenen.
  • Geen afstand houden bij contacten tussen personeel en kleuters.
  • Geen afstand houden bij contacten tussen kleuters.

Lager onderwijs

  • Afstand houden bij contacten tussen volwassenen.
  • Afstand houden bij contacten tussen personeel en leerlingen.
  • Geen afstand houden bij contacten tussen leerlingen.

Secundair onderwijs

  • Zoveel mogelijk afstand houden bij alle contacten. Personeel en leerlingen dragen verplicht een mondmasker, ook in de klas en als ze afstand kunnen houden.
Wie moet een mondmasker dragen op school? - UPDATE 19 oktober

Basisonderwijs (kleuter en lager)

  • Leerlingen uit het basisonderwijs (ook al zijn ze 12+) hoeven geen mondmasker te dragen.
  • Personeel draagt mondmasker als de afstand niet kan gegarandeerd worden.
  • Personeel moet geen mondmasker dragen:
    • Wanneer ze in contact komen met kleuters (kleuteronderwijs), ongeacht de afstand.
    • Tijdens het lesgeven vooraan in de klas, op voorwaarde dat er voldoende afstand is tussen de leraar en de leerlingen (en tussen de leraar en eventueel andere personeelsleden).
  • Ouders dragen een mondmasker bij het brengen en halen van hun kinderen en wanneer ze de school betreden.

Secundair onderwijs

  • Personeel en leerlingen moeten verplicht een mondmasker dragen, ook als ze afstand kunnen houden.
  • In buso OV1 en OV2 dragen leerlingen een mondmasker als het haalbaar is (cfr. risicoanalyse).
  • Leraren moeten ook een mondmasker dragen tijdens het lesgeven vooraan in de klas.
  • Personeel en leerlingen dragen verplicht een mondmasker binnen, ook als ze voldoende afstand houden.
    Personeel en leerlingen dragen verplicht een mondmasker buiten, tenzij ze voldoende afstand kunnen houden.
  • Leerlingen en personeel kunnen tijdelijk geen mondmasker dragen op grond van medische aandoeningen (bv. ASS of allergieën voor bepaalde stoffen) en sportactiviteiten en danslessen.
  • Ouders dragen een mondmasker bij het brengen en halen van hun kinderen en wanneer ze de school betreden.

Face-shield en plexi-wanden

  • Een face-shield is niet verboden, maar vervangt de verplichting tot het dragen van een mondmasker niet. Als je een face-shield draagt, draag je dus ook een mondmasker.
  • Ook als er een plexi-wand is (bv.  aan de balie), blijft een mondmasker verplicht.

Transparante mondmaskers

Je kan je mondmasker vervangen door een transparant mondmasker, op voorwaarde dat het transparant mondmasker dezelfde bescherming biedt: het moet gesloten zijn aan de zijkanten.

Lees hoe je een mondmasker correct draagt.

Meer info over de mondmaskerplicht vanaf 12 jaar

Op YouTube Onderwijs Vlaanderen: 

Kan je leerlingen of personeelsleden weigeren op school die terugkomen uit een oranje of rode zone? - UPDATE 2 oktober

Neen, je mag leerlingen of personeelsleden die uit een oranje of rode zone terugkeren niet weigeren en ook niet verplichten om zich te laten testen: 

  • Reizen naar oranje en rode zones zijn niet verboden.  
  • Personen zonder symptomen die terugkomen uit groene of oranje zones moeten zich niet laten testen en niet in quarantaine.
  • Je kan enkel vragen aan ouders van leerlingen of personeelsleden die uit een rode zone terugkeren om hun verantwoordelijkheid op te nemen in functie van de veiligheid en gezondheid van iedereen op school.
  • Alle reizigers die terugkeren na een verblijf in het buitenland van meer dan 48 uur, moeten het Public Health Passenger Locator Form (PLF) en een zelfevaluatiedocument invullen. Als daaruit blijkt dat er een risico op besmetting is, krijg je een bericht waarin gevraagd wordt om minstens 7 dagen in quarantaine te gaan en om je te laten testen. Je krijgt een code die je toegang heeft tot een COVID-test, zonder tussenkomst van je huisarts. Meer informatie vind je op de website van Sciensano.

Bekijk ook 

Mag een leerling of personeelslid naar school als een gezinslid net teruggekeerd is uit een oranje/rode zone? - UPDATE 2 oktober

Samenleven met iemand die op reis ging naar een oranje of rode zone, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. De personeelsleden of leerlingen kunnen gewoon naar school. Bij vragen of twijfels, contacteren ze hun huisarts. Als het gezinslid positief test, volgt het kind de voorziene procedures en maatregelen.

Bekijk ook

Hoe zorg je voor een goede handhygiëne?

Was je handen regelmatig en grondig (40 à 60 sec.) met water en zeep. Hoe je best je handen wast, zie je in deze afbeelding.

Handen wassen met zeep of alcoholgel?

Geef voorrang aan water en zeep.

Zowel handen wassen met zeep als je handen reinigen met alcoholgel zijn in de meeste gevallen effectieve methoden voor handhygiëne. Het gebruik van alcoholgel is minder effectief wanneer je handen nat of vuil zijn. Het is niet nodig om zowel je handen te wassen met water en zeep als je handen te desinfecteren met alcoholgel. 1 van de 2 volstaat. 

Wanneer was je je handen?

  • Voor je naar school vertrekt.
  • Bij aankomst op de school.
  • Bij het binnenkomen van de klas (na de pauze).
  • Na toiletbezoek (basishygiëne).
  • Voor en na de maaltijd (basishygiëne).
  • Voor het verlaten van de school.
  • Na hoesten, snuiten of niezen.
  • Na het bedienen van machines tijdens praktijklessen (basishygiëne).

Raak je gezicht zo weinig mogelijk aan met je handen. Vermijd om handen of kussen te geven. Begroet elkaar met een zwaai of met de elleboog.

Voorzie ook alternatieve (tijdelijke) mogelijkheden voor handhygiëne. Denk hierbij aan tijdelijke huur van extra wasplaatsen of voorzie handgeldispensers.

Bekijk ook:

Hoe verlucht en ventileer je lokalen?
Welke beschermingsmiddelen voorzie je voor personeel?
  • Op basis van risicoanalyse van specifieke leerlingenpopulatie krijgt het personeel buitengewoon onderwijs:

    • Schorten, wasbaar op minstens 60 graden of wegwerpschort.

    • Faceshields of veiligheidsbril.

    • Handschoenen, op voorwaarde dat het personeel vertrouwd is met het gebruik ervan en de handschoenen correct kan verwijderen. Als dat niet zo is, is het aangewezen maximaal in te zetten op het wassen van de handen met zeep of alcoholgel.

  • Op basis van risicoanalyse van specifieke leerlingenpopulatie te vervangen door:

    • Transparante mondmaskers voor personeel voor lessen aan doven/slechthorenden (idem voor auditieve problemen in gewoon secundair onderwijs). Transparante mondmaskers kunnen ook breder gebruikt worden aangezien deze de communicatie vergemakkelijken voor alle kinderen.

    • Chirurgische mondmaskers.

  • Ook in het gewoon onderwijs kan je wanneer nodig nog bijkomend beschermingsmateriaal voorzien voor je personeel.

  • Cursus: omgaan met COVID-19 voor zorgverleners.

Wat zijn essentiële derden? - UPDATE 19 oktober

Essentiële derden zijn externe medewerkers die essentieel zijn voor een goede werking van de school. Essentiële derden krijgen in elke fase toegang tot de school voor de taken die ze moeten uitvoeren en niet eenvoudig op afstand kunnen. 

Essentiële derden leven alle veiligheidsmaatregelen na die gelden voor de volledige samenleving.

Voorbeelden van essentiële derden zijn:

  • CLB

  • Ondersteuners

  • De pedagogische begeleiding 

  • Nascholers

  • De leraren in opleiding 

  • Vrijwilligers (bv. leesouders)

  • Verpleegkundigen

  • GIP/jury

  • Begeleiding NAFT/zorgboeren/begeleiders aanloopfase en IBAL

  • Externe praktijkleerkrachten/voordrachthouders

  • Externe begeleiders van cursisten

  • Externe diensten voor preventie en bescherming op het werk

  • Ondersteuningsnetwerken

  • Nascholers

  • Onderhoudsfirma’s 

  • Kunstkuur

  • Dynamo

  • Onderwijsinspectie

  • Verificateurs

  • Persoonlijk assistenten (PAB) 

  • Therapeuten 

  • Personeel van een MFC of revalidatiecentrum 

  • Mobiele begeleiders en GIO-begeleiders 

  • Tolken voor doven en slechthorenden

  • Onderzoekers in opdracht van het departement Ondewijs en Vorming

  • ...

De voorbeelden zijn niet-limitatief en kunnen door een school uitgebreid of ingeperkt worden na risicoanalyse. Of toegang tot de school nog mogelijk is, is ook afhankelijk van de lokaal genomen maatregelen.

Ga altijd eerst na of er mogelijkheden zijn om de school op een alternatieve manier dan via fysiek contact te ondersteunen. Nodig de derden uit om daarover mee na te denken.

Ga ook na hoe je kan voorkomen dat essentiële derden kort na elkaar in verschillende klasgroepen terechtkomen.

Maak duidelijke afspraken met derden (catering, schoonmaak, leverancier, ondersteuningsnetwerken …) en communiceer die schriftelijk. Hou bij deze afspraken rekening met het onderscheid tussen de essentiële en de niet-essentiële derden (bv. niet-dringende leveringen).

Wat zijn essentiële bijeenkomsten? - UPDATE 22 oktober

Activiteiten voor volwassenen worden maximaal contactloos (digitaal) georganiseerd. Vanaf fase oranje kunnen enkel bijeenkomsten die essentieel zijn voor het onderwijs uitzonderlijk fysiek doorgaan. De veiligheidsmaatregelen die gelden voor de volledige samenleving moeten altijd nageleefd worden: draag een mondmasker, hou voldoende afstand en ventileer voldoende de ruimte. 

Voorbeelden van essentiële bijeenkomsten:

  • Pedagogische studiedagen
  • Personeelsvergaderingen
  • Vakgroepwerking
  • Deliberaties
  • Proclamaties
  • Bevoegde onderhandelingscomités
  • Participatieraden
  • Gesprekken met ouders waarvoor telefonische of digitale communicatie niet wenselijk of niet mogelijk is (bv. omwille van complexiteit of gevoeligheid van het onderwerp,  taalproblematiek) 
Mogen stagebegeleiders uit de lerarenopleiding hun stagiairs op school bezoeken? - UPDATE 9 oktober

Ja. Stage is een essentieel onderdeel van de opleiding en stagebegeleiding maakt deel uit van de stage. Stagebegeleiders zijn dus essentiële derden.

Alle verplaatsingen in het kader van onderwijs zijn essentiële verplaatsingen.  

Je kan uiteraard in overleg met de instelling voor hoger onderwijs bekijken of er alternatieven voor een bezoek ter plaatse zijn.

Organisatie van je school
Hoe moet je de leerlingen die tijdelijk onderwijs aan huis volgen doorsturen via de Edisonzending? UPDATE 21 oktober

Door de coronacrisis zijn er twee bijkomende doelgroepen die recht hebben op tijdelijk onderwijs aan huis: leerlingen die behoren tot een risicogroep en leerlingen die samenleven met een risicopatiënt. Beide doelgroepen registreer je als ‘chronisch zieke leerlingen’. De code voor beide doelgroepen is RG. De codes voor alle groepen leerlingen bij tijdelijk onderwijs aan huis vind je hieronder: 

Code Omschrijving
CZ Chronisch ziek
LZ Langdurig ziek
MR Moederschapsrust
RG

Risicogroep:

  • Leerling die behoort tot een risicogroep
  • Leerling die samenleeft met een risicopatiënt

 

Hoe organiseer je de lessen lichamelijke opvoeding? - UPDATE 21 oktober

De lessen lichamelijke opvoeding worden georganiseerd volgens een aantal principes van het protocol van de sportsector.

Voorzorgsmaatregelen

Pas in alle pandemiefasen de voorzorgsmaatregelen toe.

Kleedkamers

  • Kleedkamers kunnen enkel gebruikt worden als ze voldoende gereinigd kunnen worden na gebruik door een groep.
  • In het basisonderwijs mogen leerlingen kleedkamers gebruiken zonder afstand te houden.
  • In het secundair onderwijs moeten leerlingen hun handen ontsmetten als ze binnenkomen en hun mondmaskers aanhouden tijdens het omkleden.
  • Kan je de kleedkamers niet gebruiken? Zoek alternatieven voor leerlingen die zich omkleden. Bekijk samen met de preventieadviseur wat mogelijk is. 
  • Een verantwoordelijke onder leerlingen aanstellen voor het reinigen van de kleedkamer wordt sterk afgeraden.
  • Voorzie zoveel als mogelijk ventilatie van de kleedkamers en de sportzalen. Douches mogen niet gebruikt worden.

Organisatie van de lessen

  • Probeer zoveel mogelijk bewegings- en sportactiviteiten buiten te organiseren.        
  • Voor leerlingen in het basisonderwijs blijven alle indoor en outdoor sportactiviteiten mogelijk.
  • Voor leerlingen in het secundair onderwijs gelden er wel beperkingen:
    • Indoor vinden voor hen enkel nog sportactiviteiten plaats met een verzekerde afstand van 1,5 meter.
    • Sporten outdoor kan, als er afstand is tussen de klasgroepen. Probeer ook buiten tussen de leerlingen onderling en de leerlingen en jezelf zoveel mogelijk voldoende afstand te bewaren.
  • Vanaf fase oranje en rood beperk je het lesgeven aan verschillende klassen op verschillende scholen.
  • De lessen lichamelijke opvoeding mag je na elkaar organiseren in eenzelfde ruimte. In het secundair onderwijs respecteer je daarbij de andere maatregelen:
    • Houdt in functie van contacttracing de groepen gescheiden. Dat kan bijvoorbeeld door afstand te bewaren of door voldoende tijd te voorzien tussen de groepen.
    • Vermijd dat leerlingen met elkaar in contact komen bij het wisselen van groepen. Voorzie daarom bijvoorbeeld genoeg tijd tussen de verschillende lessen lichamelijke opvoeding.
  • Groepen mixen uit het basis- en secundair onderwijs in 1 les lichamelijke opvoeding kan niet. Verschillende klassen uit het basisonderwijs kunnen wel tegelijk in een sportzaal aanwezig zijn. In het secundair onderwijs vermijd je dit zoveel mogelijk. Kan het niet anders, bewaar dan voldoende afstand tussen de klassen.
  • Er mogen maximaal 50 leerlingen in de zaal. Een lokaal bestuur die zalen ter beschikking stelt, volgt de regels uit het protocol sport. Ga vooraf na of de toegang tot de ruimte, het gebruik van kleedkamers en gescheiden houden van groepen, op een veilige manier kan.

Ondersteuning bij oefeningen

Een leraar lichamelijke opvoeding mag de leerlingen ondersteunen bij oefeningen, zodat ze de oefeningen veilig kunnen uitvoeren.

Zwemlessen

Vragen

Met vragen over lesinhouden en -doelen kan je terecht bij je pedagogische begeleidingsdienst.

Kunnen de levensbeschouwelijke vakken doorgaan in fase oranje? - UPDATE 20 oktober

Ja, dat kan. Volg de regels voor opdrachten van personeelsleden in verschillende scholen.

  • Als in een klasgroep slechts één levensbeschouwing wordt onderwezen, gaan de lessen gewoon door.
  • Als een klasgroep levensbeschouwelijk gemengd is, verlopen de lessen levensbeschouwelijke vakken via opdrachten onder begeleiding. via co-teaching kan, met respect voor de levensbeschouwelijke diversiteit, ook op didactisch verantwoorde wijze les worden gegeven. De leerplannen van het levensbeschouwelijke vak van elke leerling worden gerealiseerd. Als in een school voor bepaalde vakken de klassen onderling mengt, kan dat ook voor levensbeschouwelijke vakken.
  • Als de school afstandsonderwijs organiseert zullen de leraren levensbeschouwelijke vakken via deze middelen hun leerplan realiseren zoals de leraren van andere vakken dat doen. 
  • Gezamenlijke projecten rond interlevensbeschouwelijke competenties zijn mogelijk (tot maximum 6 lestijden) en complementair aan de lessen in de eigen leerplannen. 
     
Moet je afstandsleren organiseren voor leerlingen in quarantaine? - UPDATE 7 oktober

Het kan dat sommige leerlingen en klassen meerdere keren in quarantaine moeten dit schooljaar. Dit betekent niet altijd dat ze ziek zijn. Je kan dan een vorm van afstandsleren (bv. digitaal of op papier) organiseren, zodat leerlingen in quarantaine geen leerachterstand opbouwen.

Ga met je team na hoe je afstandsleren kan organiseren. Bouw verder op de ervaringen met afstandsonderwijs van vorig schooljaar.

Communiceer steeds op voorhand naar ouders, zodat zij op de hoogte zijn van hoe hun kind de leerstof kan bijhouden. 

Indien nodig, kan je voor sommige leerlingen ook tijdelijk de nodige infrastructuur ter beschikking stellen.

Kan je schriftelijke oefeningen, examens of toetsen organiseren? - UPDATE 7 oktober
  • Bekijk eerst of het echt noodzakelijk is om een schriftelijke oefening, toets of examen te laten maken. Zijn er alternatieven? Geef dan de voorkeur aan een werkwijze waarbij je het doorgeven van materiaal vermijdt.
  • Wil je toch een oefening, toets of examen op papier laten maken? Volg dan zeker alle regels rond handhygiëne. Verbeter de documenten niet onmiddellijk na het indienen en geef ze niet onmiddellijk terug na het verbeteren.
Hoe ga je om met discussies of pestgedrag rond corona in de klas? - UPDATE 5 oktober

Ook op school leidt corona tot discussies. Dat kan je merken in de klas en op de speelplaats. Soms gebeurt het zelfs dat leerlingen gepest of uitgesloten worden, omdat ze bijvoorbeeld positief getest hebben.

Lees hoe je omgaat met:

Kan je als school nog een project indienen voor de herfst- en winterscholen? - UPDATE 5 oktober

Scholen, scholengroepen of scholengemeenschappen kunnen nog tot 9 oktober een projectaanvraag indienen voor bijscholings- of  remediëringstrajecten in het secundair onderwijs tussen 19 oktober 2020 en 19 februari 2021.

Lees meer over de herfst- en winterscholen.

Mogen leerlingen voedsel bereiden en tijdens de lessen opeten? - UPDATE 29 september

Toepassingsgebied: enkel voor didactische lessen zoals kooklessen, niet voor richtingen zoals horeca, bakkerij en slagerij. Zij vinden meer informatie op:

De kans dat je besmet geraakt door contact met levensmiddelen is, volgens wetenschappelijk onderzoek, zeer klein.  Pas wel de maatregelen voor persoonlijke, voedsel- en arbeidshygiëne strikt toe, zoals:

  • Reinig en ontsmet regelmatig oppervlakken en voorwerpen zoals tafels en materialen.
  • Niet-personeelsleden zoals ouders, grootouders, andere derden mogen de leslokalen waar het voedsel wordt bereikt niet binnen.

Basisonderwijs

In het basisonderwijs mag je voedsel bereiden tijdens de lessen, tenzij je preventieadviseur anders oordeelt op basis van de risicoanalyse. 

Secundair onderwijs

In het secundair onderwijs kan je om bepaalde lesdoelen te bereiken vanaf fase geel wel nog voedsel bereiden als je een aantal regels volgt:

  • Beperk de circulatie van leerlingen tijdens de kooklessen en hou zo veel mogelijk afstand.
  • Pas de HACCP-regels toe.
  • Draag altijd een mondmasker en een koksmuts of haarnetje.
  • Zorg voor een lokaal dat je kan verluchten en ventileren.
  • Vermijd dat het gereedschap zoals messen en keukenhanddoeken door verschillende leerlingen/personeelsleden wordt gebruikt. Als dit niet kan, reinig en ontsmet je regelmatig het materiaal.
  • Voorzie in de leslokalen voldoende reinigings- en ontsmettingsproducten , ontsmettende handgels, handwasbakjes met ontsmettende zeep…
  • Handen wassen of ontsmetten is belangrijk. Doe dit:
    • Vóór en na de bereiding.
    • Elke keer dat je materiaal heb aangeraakt.
  • Iedereen werkt bij voorkeur aan slechts één gerecht. Met meerdere personen aan één gerecht werken is af te raden, omdat de afstand dan niet kan gerespecteerd worden. Lukt dit niet, dan zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig. Probeer in elk geval de verplaatsingen in het leslokaal zo veel mogelijk te beperken en kruislijnen te vermijden.
  • Gebruik zoveel mogelijk papieren tafellakens, napperons, placemats, servetten.
  • Zet geen boterpotjes, zout- en pepervaatjes, olie en azijn, ketchupflesjes, broodmandjes, siervoorwerpen, … op tafel. Geef de voorkeur aan individueel verpakte porties. Je mag die zelf bereiden.
  • Als je de bereiding in de klas opeet, doe je je mondmasker pas af op het moment dat je begint te eten.
  • Eén persoon schept de bereide gerechten op.
  • Maatregelen bij het afwassen van het gebruikte materiaal:
    • Glazen, tassen, servieswerk, bestekken reinig en spoel je na ieder gebruik met zeep bij voorkeur in de afwasmachine bij meer dan 60 ° C.
    • Was je met de hand af, dan is het aangeraden om heet water en detergent te gebruiken. Eventueel kan je naspoelen met koud drinkbaar water.
    • Kan je niet met heet water afwassen?
      • Ververs regelmatig het water.
      • Gebruik steeds voldoende detergent. Volg de aanbevelingen van de producent.
      • Laat de glazen voldoende lang weken in het water met detergent.
      • Spoel na met drinkbaar water.
      • Gebruik een afwasbak voor het afwassen en een andere afwasbak voor het naspoelen. Laat de glazen goed uitlekken en drogen voor je ze opnieuw gebruikt. Droog bij voorkeur niet af met een handdoek. Kan het niet anders, zorg er dan voor dat je zo vaak als nodig een propere handdoek neemt. Was de handdoeken steeds na gebruik.
      • Was je handen voor je de gewassen glazen aanraakt.
      • Reinig de oppervlaktes waarop je de bereidingen klaarmaakte met warm water en zeep. Soms is reiniging beter dan een ontsmettingsmiddel verkeerd gebruiken. De meeste van de gebruikelijke ontsmettingsmiddelen zijn goed tegen Covid-19 als je de gebruiksvoorwaarden naleeft. Kijk altijd naar de gebruiksaanwijzingen.
      • Gaat de afwas naar de schoolkeuken? Zorg ervoor dat slechts één iemand de afwas wegbrengt naar de keuken.
Wat is de procedure voor een (gedeeltelijke) sluiting van een school wegens clusterbesmettingen? - UPDATE 18 september

Wanneer spreken we van een clusterbesmetting op school?

Als je op school minstens 2 aan elkaar gelinkte gevallen van COVID-19 hebt, is er sprake van clusterbesmetting. Onder school wordt verstaan een school voor kleuter-, lager en/of secundair onderwijs, een centrum leren en werken, Syntra Leertijd/ Duaal leren Secundair Onderwijs.
Deze procedure is ook van toepassing op onderwijsinternaten.

Besmetting melden

De CLB-arts meldt de clusterbesmetting aan de medische expert van de betrokken zorgraad. De CLB-arts bezorgt de medische expert specifieke informatie over de concrete situatie die zich voordoet. De medisch expert helpt via zijn/haar ervaring om: 

  1. samen met het netwerk van de zorgraad de verschillende signalen te onderzoeken of te analyseren, 
  2. bestuurlijke beslissingen te onderbouwen met medische argumenten om de volksgezondheid te beschermen. 

De medisch expert of zijn afgevaardigde kan in tweede lijn een advies vragen aan de artsen van het Team Infectieziektebestrijding van het Agentschap Zorg en Gezondheid

Als een personeelslid van de school betrokken is, wordt de arbeidsarts van de school geïnformeerd door de CLB-arts.

Overleg 

De CLB-arts en eventueel de arbeidsarts en de medische expert van de betrokken zorgraad overleggen samen welke maatregelen nodig zijn, waaronder de communicatie met ouders. Een mogelijke maatregel is het gedeeltelijk of volledig sluiten van een school (quarantaine).
De medische expert kan advies vragen aan de arts van het Team Infectieziektebestrijding van het Agentschap Zorg en Gezondheid.

(Gedeeltelijk) sluiten van één klas

De beslissing om over te gaan tot de sluiting van een gedeelte van een klas of een volledige klas wordt altijd genomen door de medische expert van de betrokken zorgraad na overleg met de CLB-arts of de arbeidsarts. De  CLB-arts deelt de beslissing van de gedeeltelijke of volledige sluiting mee aan de school. De medische expert informeert de burgemeester.

Het CLB maakt afspraken met de school over de latere heropstart van de school.

Meerdere klassen sluiten (gedeelte sluiting van een school)

De beslissing om over te gaan tot een gedeeltelijke sluiting van een school (meerdere klassen) wordt altijd genomen door de medische expert van de betrokken zorgraad na overleg met de CLB-arts of de arbeidsarts en de burgemeester. De burgemeester oordeelt of een bijeenkomst van de lokale crisiscel wel of niet nodig is om maatregelen te kunnen nemen omwille van de impact van de beslissing op de omgeving.  Het schoolbestuur (of haar afgevaardigde), de medische expert, de CLB-arts en de arbeidsarts van de school (indien een personeelslid betrokken is) worden betrokken bij het overleg van de lokale crisiscel.

Alle betrokkenen maken afspraken met het schoolbestuur over de latere heropstart van de school.

De hele school sluiten

Vanuit preventief oogpunt kan overwogen worden om de school volledig te sluiten, omdat het besmettingsgevaar zeer groot en alomtegenwoordig is. De medische expert van de betrokken zorgraad neemt het initiatief om de burgemeester en de federaal gezondheidsinspecteur te betrekken. De burgemeester roept de lokale crisiscel bijeen. De burgemeester beslist in overleg met de lokale crisiscel, het betrokken schoolbestuur op advies van de medische expert, de CLB-arts, de arbeidsarts van de school en de federaal gezondheidsinspecteur, over de sluiting van de school.

Alle betrokkenen maken afspraken met het schoolbestuur over de latere heropstart van de school.

De burgemeester brengt de gouverneur op de hoogte van de volledige sluiting van de school wegens een clusterbesmetting. De gouverneur meldt de volledige sluiting van de school aan het nationaal crisiscentrum.

Melden aan AGODI

De school meldt de beslissing van de gedeeltelijke of volledige sluiting omwille van een clusterbesmetting aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten:

Brondocument: Procedure sluiting van een school (pdf, 3 p.) (154 kB)

 

Wat is de procedure voor de sluiting van een school wegens overmacht? - UPDATE 18 september

Het schoolbestuur kan beslissen dat de school sluit wegens overmacht, bijvoorbeeld als er te veel leerkrachten afwezig zijn.

Informeer de burgemeester. Hij oordeelt of een bijeenkomst van de lokale crisiscel wel of niet nodig is om maatregelen te kunnen nemen omwille van de impact van de beslissing op de omgeving. Het schoolbestuur, de medische expert, de CLB-arts en de arbeidsarts van de school kunnen betrokken worden bij het overleg van de lokale crisiscel.

De lokale crisiscel maakt afspraken met de school over de latere heropstart van de school.

De burgemeester brengt de gouverneur op de hoogte van de sluiting van de school wegens overmacht. De gouverneur meldt de sluiting van de school aan het nationaal crisiscentrum.

De school deelt de beslissing van de sluiting mee aan het CLB.

De school meldt de beslissing van de sluiting wegens overmacht aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten:

Het schoolbestuur beslist na overleg met de medische expert, de CLB-arts, de arbeidsarts van de school en de preventie-adviseur wanneer de school opnieuw kan opstarten. Het schoolbestuur informeert de burgemeester hierover.

Brondocument: Procedure sluiting van een school (pdf, 3 p.) (154 kB)

Hoe organiseer je veilig leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs?

Om de vele ritten en de langere rijtijden te verminderen, zijn de eerdere maatregelen bijgestuurd. De basisprincipes blijven dezelfde.

  • Zowel leerlingen uit het buitengewoon basis- als leerlingen uit het buitengewoon secundair onderwijs mogen op 1 bus zitten. Je mag ritten dus zowel gemengd als gesplitst organiseren. De Lijn contacteert de school voor 11 september.
  • Wisselparkings mogen gebruikt worden.

Basisprincipes leerlingenvervoer buitengewoon basis- en secundair onderwijs 

  • Voer een grondige risicoanalyse uit, die in kaart brengt welke leerlingen hun mondmasker kunnen ophouden.  
  • De 1ste rij hou je altijd vrij, zodat er voldoende afstand is tussen de buschauffeur en busbegeleider én de leerlingen.  
  • Buschauffeur en busbegeleider dragen een mondmasker op de bus. De exploitant voorziet het mondmasker voor de buschauffeur; de school die voor de busbegeleider.
  • De school zorgt voor alcoholgel op de bus. 
  • Leerlingen stappen op in het midden of achteraan.
    • Geen deur in het midden of achteraan? De buschauffeur stapt eerst af, samen met de busbegeleider. De leerling stapt dan vooraan op. Daarna stappen de buschauffeur en busbegeleider terug op.   
    • Vermijd kruisen bij het opstappen. De FBAA (Federatie van de Belgische Autobus- en Autocarondernemers) schreef een procedure uit over hoe je dit kan vermijden. Vraag hier zeker naar bij het provinciaal aanspreekpunt van De Lijn. 
  • De exploitant reinigt de bus grondig voor de heen- én de terugrit. Pas na grondige reiniging mogen de busbegeleider en de leerlingen opstappen.  
  • Er zijn maximaal 2 rijmomenten per dag. Standaard is dat ’s ochtends en ’s avonds. Kies je om te werken met halve dagen, stem binnen de zone tijdig af met de andere scholen. Binnen eenzelfde zone kan De Lijn niet voor elke school een ander ritme aanhouden.  
  • Als een leerling ouder is dan 12 jaar, maar nog in het basisonderwijs les volgt, gelden de regels van het buitengewoon basisonderwijs.  

Vragen?

Lees in het pandemiescenario voor leerlingenvervoer hoe leerlingen veilig vervoerd kunnen worden van en naar hun school buitengewoon onderwijs.

 

Mag je je schoolsportinfrastructuur delen?
  • Ga na of het nog mogelijk is om je schoolinfrastructuur veilig te delen. De risicoanalyse houdt o.a. rekening met:
    • Het aantal personen: maximaal 50.
    • Inspanningen die de school op lokaal niveau doet om de school te kunnen openhouden.  
    • De haalbaarheid om de coronamaatregelen voor sport toe te passen, rekening houdende met die van onderwijs, bijvoorbeeld voor gebruik kleedkamers of douches, in-en uitstroom van leden van de sportvereniging, het gescheiden houden van groepen.   
  • Bekijk de overeenkomst met de derde: op basis van een overmachtsclausule in je overeenkomst kan je de overeenkomst eventueel schorsen.
Hoe registreer je de afwezigheden van je leerlingen?

Het registreren van afwezigheden van leerlingen verloopt grotendeels terug zoals voor corona. Er worden opnieuw afwezigheidsattesten gevraagd. Uitgangspunt blijft wel wederzijds vertrouwen en open dialoog. 

Specifiek voor de corona-epidemie registreer je de afwezigheden van je leerlingen als volgt: 

  • Voltijds leerplichtige leerlingen die afwezig zijn omdat ze tot een risicogroep behoren of die afwezig zijn omdat iemand van het gezin behoort tot een risicogroep: code R (wettiging met doktersattest)
  • Voltijds leerplichtige leerlingen die afwezig zijn omdat ze in quarantaine zitten: code R 
  • Leerlingen die niet op school verwacht worden: code X

Lees meer in de aangepaste omzendbrief NO/2020/01

Leerplichtige leerlingen die thuis worden gehouden zonder gegronde reden of weigeren afstandsonderwijs te volgen zonder gegronde reden, worden door de school geregistreerd met een code voor problematische afwezigheden (code B). De leerling wordt dan als spijbelaar beschouwd. Het is belangrijk om als school in gesprek te gaan met de ouders over de afwezigheid van hun kind. Verwijs hen door naar het CLB voor verdere ondersteuning. Maak eventuele angstgevoelens bespreekbaar. Als er geen oplossing wordt gevonden, kan het Groeipakket (voordien kinderbijslag) op termijn teruggevorderd worden.

Kan je nog altijd vrijwillig afstandsonderwijs organiseren in fase oranje en rood? - UPDATE 19 oktober

Ook in fase oranje en rood gaan alle leerlingen voltijds naar school in het basis- en secundair onderwijs.

Wil je als school toch afstandsonderwijs organiseren? Dan kan je hiervan afwijken voor de 2de en/of 3de graad secundair onderwijs. Bespreek dit op het lokaal onderhandelingscomité. Belangrijk is wel dat steeds alle leerlingen die afstandsonderwijs krijgen, ook effectief bereikt kunnen worden.

Hoe je het afstandsonderwijs invult, bepaal je zelf. Je vindt ook ondersteuning bij je onderwijsverstrekker:

Lees meer over afstandsleren.

Mag je extra-murosactiviteiten organiseren?

Dit is afhankelijk van de fase en onderwijsniveau.

Basisonderwijs

  • Fase geel: extra-murosactiviteiten kunnen doorgaan. Personeel en leerlingen leven wel de veiligheidsmaatregelen die gelden voor de samenleving na.
  • Fase oranje: extra-murosactiviteiten worden opgeschort behalve
    • Zwemlessen
    • Activiteiten waarvan de risicoanalyse uitwijst dat ze veiliger kunnen plaatsvinden buiten het schooldomein dan in eigen klaslokalen en waarbij je geen openbaar vervoer gebruikt.

Voorbeelden: lessen in openlucht, in lokalen met betere ventilatiesystemen, in grotere lokalen dan op school ... 

  • Fase rood: extra-murosactiviteiten worden opgeschort.

Secundair onderwijs

  • Fase geel en oranje: extra-murosactiviteiten worden opgeschort behalve:

    • Zwemlessen
    • Praktijklessen en observatie-activiteiten in tso/bso
    • Activiteiten waarvan de risicoanalyse uitwijst dat ze veiliger kunnen plaatsvinden buiten het schooldomein dan in eigen klaslokalen en waarbij je geen openbaar vervoer gebruikt.

Voorbeelden: lessen in openlucht, in lokalen met betere ventilatiesystemen, in grotere lokalen dan op school ...

  • Fase rood: extra-murosactiviteiten worden opgeschort.
Mogen schoolraden, leerlingenraden en ouderraden doorgaan op school? - UPDATE 22 oktober

Vanaf fase oranje organiseer je alle bijeenkomsten, ook essentiële bijeenkomsten, maximaal digitaal. In fase geel mogen ze doorgaan op school, maar volg wel de regels die gelden voor de volledige samenleving. draag een mondmasker, hou voldoende afstand van elkaar en verlucht en ventileer voldoende de ruimte. Lees alle voorzorgsmaatregelen.

Mag je zwemlessen organiseren?

Of de zwemlessen kunnen doorgaan, hangt af van:

  • De pandemiefase: in fase geel en oranje kunnen de zwemlessen doorgaan.
  • Of je (de zwembaduitbater) het protocol over zwembaden kan naleven en dus in veilige omstandigheden het zwembad kan openen.
  • Of je ervoor kan zorgen dat de leerlingen zich in veilige omstandigheden naar het zwembad kunnen verplaatsen.

Je beslist zelf hoe je aan de eindterm 'zwemmen' voldoet. Je kan zelf beslissen om de zwemlessen te schrappen. De organisatie van zwemlessen wordt op de schoolraad besproken.

Mogen ouders op school komen?

Of ouders op school mogen komen, hangt af van de pandemiefase en het onderwijsniveau.

Basisonderwijs

Dit mag in fase groen (geen risico) en fase geel (laag risico), maar volg de regels die gelden voor de bredere samenleving. Vanaf fase oranje (matig risico) en fase rood (hoog risico) wordt de aanwezigheid van ouders op school vermeden. Er wordt verwacht dat ouders hun kinderen aan de poort afzetten en weer ophalen.

Secundair onderwijs

Dit mag in fase groen (geen risico), maar vanaf fase geel (laag risico), oranje (matig risico) en rood (hoog risico) wordt de aanwezigheid van ouders op school vermeden. Er wordt verwacht dat ouders hun kinderen aan de poort afzetten en weer ophalen. 

In een aantal gevallen kunnen ouders wel op school komen (basis- en secundair onderwijs):

  • Wanneer je een vraag of probleem hebt, neem dan zeker contact op met de school. De school bekijkt of het noodzakelijk is om een overleg te houden op school. De school laat dan aan jou weten waar je verwacht wordt en welke veiligheidsmaatregelen je moet naleven.
  • In fase groen (geen risico) en fase geel (laag risico) kunnen ouders op school meehelpen in het basisonderwijs (bv. klusjes, leesouders, activiteit van de ouderwerking). Dit gebeurt bij voorkeur wanneer er geen les is. Ouders die op school helpen, respecteren de algemene veiligheidsmaatregelen die voor de bredere samenleving gelden. Voor klusjes houden ze zich aan de afspraken in die sectoren.
  • Bekijk de lijst van essentiële derden.

Ouders dragen een mondmasker bij het brengen en halen van hun kinderen en wanneer ze de school betreden.

Bekijk ook

Mag je een koekenverkoop of andere verkoop organiseren op school?

Verkoop van koeken, planten en andere producten die de school in functie van haar lesactiviteiten zelf vervaardigt, worden toegelaten in de pandemiefase groen, geel en oranje. In fase rood is de verkoop verboden.

In alle pandemiefases respecteer je de regels van de respectievelijke sectoren.

In fase geel en oranje let je erop dat de verkoop van producten doorgaat op momenten dat er geen lesactiviteiten of andere activiteiten met leerlingen op school doorgaan. Je werkt zoveel mogelijk met digitale inschrijvingen en tijdslots, waardoor kopers weten wanneer ze hun product mogen afhalen en daardoor het risico op een besmetting vermindert.

Mag je een opendeurdag organiseren?

Of je een opendeurdag mag organiseren, hangt af van de pandemiefase en het onderwijsniveau.

Basisonderwijs

Je mag in principe een opendeurdag organiseren in fase geel, maar wees voorzichtig en volg alle veiligheidsmaatregelen die gelden voor de volledige samenleving. Het is aangeraden dat alle volwassenen en leerlingen vanaf 12 jaar een mondmasker dragen en afstand houden van elkaar. Je brengt nu beter geen grote groepen samen.

Vanaf fase oranje en rood wordt de aanwezigheid van ouders op school zoveel mogelijk vermeden en mag je dus geen opendeurdag organiseren.

Secundair onderwijs

Je mag geen opendeurdag organiseren in fase geel, oranje en rood. Vanaf fase geel wordt de aanwezigheid van ouders op school zoveel mogelijk vermeden.

Lees meer over de aanwezigheid van ouders op school.

Wat met voor- en naschoolse opvang?
  • Voor- en naschoolse opvang georganiseerd door de school, volgt de veiligheidsvoorschriften uit de pandemiescenario's en draaiboeken. Als school leef je volgende veiligheidsmaatregelen na:

    • Begeleiders zijn zoveel mogelijk dezelfde per groep.
    • Kinderen moeten geen afstand houden van elkaar.
    • Volwassenen houden wel afstand van elkaar (personeel onderling, personen die de kinderen brengen/ophalen).
    • Kinderen moeten geen mondmasker dragen.
    • Volwassenen dragen een mondmasker bij contacten met andere volwassenen en leerlingen ouder dan 6 jaar, als de afstand niet gegarandeerd kan worden.
    • De kinderen mogen gebruikmaken van speeltuigen en speelgoed in openlucht, op voorwaarde dat ze voor en na het spelen de handen wassen. De toestellen hoeven na gebruik niet gereinigd te worden.
    • Laat kinderen zoveel mogelijk brengen en ophalen door dezelfde persoon. Duid aan waar ze kunnen wachten (bv. stickers op de vloer, instructies bij de inkom).
    • Ouders dragen een mondmasker wanneer ze hun kind brengen en ophalen.
  • Opvanginitiatieven erkend door of met attest van toezicht van het Agentschap Opgroeien, volgen de veiligheidsvoorschriften uit het draaiboek van het Agentschap Opgroeien.
Hoe organiseer je leerlingenstromen? - UPDATE 19 oktober

Kleuteronderwijs

Vanaf fase oranje en rood: beperk de leerlingenstromen en verplaatsingen van leerlingen. 

Lager onderwijs

  • Vanaf fase oranje en rood: beperk de leerlingenstromen en verplaatsingen van leerlingen. 
  • Beperk de in-en uitgangen in de school.
  • Voer éénrichtingsverkeer in. Als dit niet mogelijk is, werk dan met voorrangsregels.
  • Start op de speelplaats en laat de leerlingen klas per klas de school betreden.
  • Voorzie meer tijd voor verplaatsingen.

Secundair onderwijs

  • Vanaf fase oranje en rood: beperk de leerlingenstromen en verplaatsingen van leerlingen. 
  • Beperk de in-en uitgangen in de school.
  • Voer éénrichtingsverkeer in. Als dit niet mogelijk is, werk dan met voorrangsregels.
  • Start op de speelplaats en laat de leerlingen klas per klas de school betreden.
  • Leerlingen wachten in de gang op een veilige afstand van elkaar en betreden één voor één de ruimte.
  • Leerlingen nemen plaats in de klas op zo’n manier dat eerst de plaatsen het verst van de deur worden ingenomen en verlaten de klas waarbij wie het dichtst bij de deur zit eerst vertrekt.
  • Voorzie meer tijd voor verplaatsingen.
Waar moet je op letten bij sanitaire installaties en zwembaden?
Wat met inschrijvingen?

Inschrijvingen voor huidig schooljaar (2020-2021)

Fase geel

  • In fase geel kunnen inschrijvingen op een normale manier (d.w.z. fysiek) plaatsvinden. Scholen kunnen dus ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen.
  • Neem de nodige veiligheids- en hygiënemaatregelen in acht die in deze fase gelden.

Fase oranje

  • In fase oranje gebeuren de inschrijvingen, in basis en secundair onderwijs, op afstand (bv. digitaal, telefonisch). Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen.
  • Scholen kunnen ook ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor bv. een rondleiding of voor het formaliseren van de inschrijving (bv. handtekenen, welkomstgesprek…). Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met max. 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie verminderde toegang heeft tot digitale alternatieven.

Fase rood

  • In deze fase gebeuren de inschrijvingen, in basis en secundair onderwijs, uitsluitend op afstand (bv. digitaal, telefonisch).
  • Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen.
  • Ouders of kandidaat-leerlingen op school ontvangen is niet toegestaan. Formaliseer een inschrijving eventueel later, wanneer dat wel weer kan en respecteer de chronologie.

Inschrijvingen voor volgend schooljaar (2021-2022)

  • Hou – vanuit het voorzichtigheidsprincipe - rekening met een mogelijke verstrenging van het pandemieniveau voor inschrijvingen voor volgend schooljaar (2021-2022).
  • Kampeertoestanden zijn absoluut te vermijden, gezien de hygiënemaatregelen moeilijk gerespecteerd kunnen worden.
  • Verwacht je kampeerrijen voor de inschrijvingen voor schooljaar 2021-2022? Vermijd dan kamperende ouders door de inschrijvingen te laten plaatsvinden op afstand. Dat kan via (gezamenlijk) digitaal aanmelden. Daarvoor moet je uiterlijk op 15 november 2020 een dossier voor digitaal aanmelden indienen bij de CLR.
  • Maakt je school deel uit van een LOP? Maak dan op tijd afspraken met het LOP over de inschrijvingen voor volgend schooljaar.
  • In fase oranje in het basisonderwijs, en fase geel en oranje in het secundair onderwijs kan de school de ouders en (kandidaat-) leerlingen ontvangen voor bv. een rondleiding. Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met max. 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie verminderde toegang heeft tot digitale alternatieven.
  • Opendeurdagen zijn enkel mogelijk in het basisonderwijs in fase geel

Inschrijvingen digitaal of op afstand organiseren

  • Als je school in LOP-gebied ligt, maak je hierover afspraken in het LOP.
  • Je school kan:
    • De inschrijvingen laten voorafgaan door aanmeldingen of
    • Rechtstreeks laten inschrijven vanop afstand (bv. digitaal).
  • Voor de hogere leerjaren van het secundair onderwijs kan uitsluitend rechtstreeks ingeschreven worden van op afstand.

Aanmelden

Rechtstreeks inschrijven vanop afstand (bv. digitaal)

  • Digitale inschrijvingen gebeuren chronologisch (= het moment dat in het inschrijvingsregister wordt genoteerd). Vermijd het indien mogelijk als je een capaciteitsprobleem hebt en dus leerlingen zal moeten weigeren op basis van capaciteit. Voorzie een performant systeem, zodat bij eventuele klachten de volgorde van de inschrijvingen gereconstrueerd kan worden.
  • Communiceer zo breed mogelijk. Maak de start en de wijze van inschrijvingen breed bekend. Communiceer met zoveel mogelijk partners en via verschillende kanalen (andere scholen in de gemeente, CLB, doelgroeporganisaties, website, sociale media, gemeentelijke infokanalen, affiche aan de schoolpoort …).
  • Een inschrijving is definitief als het schoolreglement en het pedagogisch project is ondertekend. Dit kan bijvoorbeeld met een elektronische handtekening, scan of foto van de ondertekening. Vraag aan ouders desnoods een gehandtekende versie wanneer dat weer kan.
  • De eerste kennisgeving, tijdens de inschrijvingsperiode, van een ouder of leerling dat hij wil inschrijven wordt aanzien als het moment dat geregistreerd wordt in het inschrijvingsregister.
  • Voorzie ondersteuning voor ouders, bijvoorbeeld telefonisch, en bezorg schoolreglementen per post aan ouders waar nodig.
  • Respecteer dan de regels rond de voorrangsgroepen.
  • Stuur ouders een bevestiging per mail of brief dat de leerling ingeschreven is
  • Wanneer een leerling niet kan worden ingeschreven bezorg je ook nu een weigeringsdocument (mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving):

Nieuw inschrijvingsdecreet?

Omdat scholen zich de rest van het schooljaar op hun kerntaak, lesgeven, kunnen toeleggen, moeten scholen maximaal ademruimte krijgen. Daarom wordt de implementatie van het nieuwe inschrijvingsdecreet met 1 jaar uitgesteld tot 1 september 2021 voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2022-2023. Zo kunnen scholen hetzelfde inschrijvingsregister en model van niet-gerealiseerde inschrijving blijven gebruiken voor inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022.

Wat zijn de richtlijnen voor EHBO?
  • Lees de richtlijnen voor EHBO op school.
  • Voorzie digitale thermometers die vanop een zo groot mogelijke afstand kunnen werken. Indien niet beschikbaar, volstaan gewone thermometers, op voorwaarde dat ze na gebruik ontsmet worden.
  • Voorzie voldoende handschoenen en mondmaskers voor de hulpverleners.
Welke veiligheidsmaatregelen volgen internaten?

Met oog op het garanderen van het recht op leren, starten de internaten op vanaf september, onder voorbehoud van de evolutie van de besmettingen en onder specifieke veiligheidsvoorwaarden, afgestemd met de GEES.

Wat met leerlingen of personeelsleden die in het buitenland wonen? Mogen zij naar België komen?
  • Leerlingen en personeelsleden kunnen uit buurlanden naar België komen voor onderwijs. Ze mogen elke dag pendelen. Onderwijs is een essentiële verplaatsing.
  • Ook leerlingen en personeelsleden die in een rode zone wonen in het buitenland mogen naar België komen voor onderwijs. Zij zijn niet onderworpen aan de quarantainemaatregelen.

Lees meer.

Wat met de doorlichtingen van de onderwijsinspectie? Hoe gaan ze te werk?

Wil je in 1 oogopslag weten hoe de onderwijsinspectie het komende schooljaar werkt? Bekijk het filmpje.

Je vindt alle informatie per onderwijsniveau voor schooljaar 2020-2021 op de website van de Onderwijsinspectie.

Leren en werken
Mag een leerling in een stage, leren en werken of duaal leren, leren in een onderneming met tijdelijke werkloosheid?

Ja, als de overeenkomst – zoals de bedoeling ervan – bestaat uit het aanleren van competenties en de leerling geen medewerkers in tijdelijke werkloosheid vervangt.

De federale regelgeving stelt dat het werk van een tijdelijk werkloze werknemer niet mag uitbesteed worden aan derden of studenten en dat bijgevolg geen nieuwe arbeidsovereenkomsten mogen afgesloten worden voor de uitvoering van hetzelfde werk. 

Voor jongeren in het stelsel voor leren en werken (aanloopfase en arbeidsdeelname) en jongeren in een duale opleiding is de werkvloer echter een deel van de opleiding. Competentieverwerving staat daarbij centraal en niet het uitvoeren van het werk. Jongeren mogen dus in het kader van het stelsel voor leren en werken en duaal leren naar de werkvloer om competenties te verwerven, ongeacht tijdelijke werkloosheid binnen die onderneming, als dit geen vervanging met zich meebrengt van de medewerkers in tijdelijke werkloosheid. Hetzelfde principe is van toepassing voor jongeren in het voltijds secundair onderwijs die een leerlingstageovereenkomst afsluiten. 

De onderneming moet de veiligheidsmaatregelen respecteren die van toepassing zijn op de werkplekken. 

Gaan stages en duaal leren door? - UPDATE 19 oktober

De stages en duaal leren gaan door als de veiligheidsmaatregelen gerespecteerd kunnen worden die van toepassing zijn op de werkplekken. Stagebegeleiding wordt maximaal digitaal georganiseerd.

Wat zijn de specifieke adviezen voor praktijkopleidingen? - UPDATE 19 oktober

Meeste adviezen gelden in alle pandemieniveaus (geel-oranje-rood). Wanneer dat niet het geval is, wordt dat expliciet vermeld.

Adviezen: algemeen

  • Voorzie voldoende afvalcontainers.
  • Zorg voor een goede reiniging van de ateliers en van de werkposten
    • Vanaf fase oranje: voorzie ook onderhoud tussen de lessen door.
  • Gebruik spreidingsmaatregelen bij in-, uit- en doorgangen met hulpmiddelen zoals markeringen, linten of fysieke barrières, en overweeg éénrichtingsverkeer en voorrangsregels in gangen waar leerlingen elkaar te vaak of zonder voldoende afstand kruisen.
  • Besteed bijzondere aandacht aan de opslag van materiaal zodat niet alle leerlingen hun materialen op eenzelfde plaats moeten ophalen en daardoor onvoldoende afstand kunnen bewaren).
  • Bij aankomst in en verlaten van het lesatelier: handen wassen met (vloeibare) zeep of handgel.
  • Vanaf fase oranje: reinig arbeidsmiddelen (handvaten) na gebruik, en in elk geval vóór gebruik door iemand anders; dit geldt ook voor mobiele arbeidsmiddelen.
  • Vanaf fase oranje: besteed aandacht aan het reinigen van bedieningsschermen van machines, of voorzie alternatieve wijzen van bediening (bv. een touchscreen-pen).
  • Of je extra-murosactiviteiten mag organiseren, hangt af van het pandemieniveau. Lees meer.

Kleedkamers UPDATE 19 oktober

  • Gebruik kleedkamers enkel als ze voldoende gereinigd kunnen worden na gebruik door een groep.
  • Leerlingen dragen hun mondmasker tijdens het omkleden en ontsmetten hun handen bij het binnenkomen van de kleedkamer. 
  • Voorzie zoveel als mogelijk verluchting.
  • Gebruik de douches niet. 

Werkposten

  • Probeer zoveel mogelijk afstand tussen de werkposten te creëren. Verplaats mobiele werkposten waarvan de onderlinge afstand te klein is. Beperk het aantal leerlingen in het lesatelier. Laat hen eventueel met de rug naar elkaar toe werken.
  • Probeer zo weinig mogelijk machines en arbeidsmiddelen door verschillende leerlingen te laten bedienen.
  • Hou met bovengenoemde richtlijnen rekening bij de risicoanalyse.

Arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)

  • Zorg voor een goed onderhoud van arbeidsmiddelen en PBM’s. Laat de leerlingen zoveel mogelijk werken met eigen arbeidsmiddelen en PBM’s, en reinig ze regelmatig (zeker bij gebruik door andere leerlingen). Heb extra aandacht voor PBM’s die in contact komen met het gezicht (bv. veiligheidsbrillen, oorkappen).
  • Zorg dat de handgrepen en contactoppervlakken van gedeeld materieel worden gereinigd.

Circulatie van leerlingen/cursisten

  • Respecteer maximaal social distancing.
  • Maak gebruik van hulpmiddelen, zoals markeringen, linten of fysieke afscheiding om de routes zo duidelijk mogelijk aan te geven
  • Gebruik spreidingsmaatregelen bij in-, uit- en doorgangen met hulpmiddelen zoals markeringen, linten of fysieke barrières.
  • Zorg ervoor dat leerlingen elkaar zo weinig mogelijk moeten kruisen, bv. door markeringen aan te brengen op de grond of overweeg éénrichtingsverkeer in gangen en op trappen waar personen elkaar zonder voldoende afstand moeten kruisen.
  • Laat deuren die niet gesloten moeten blijven om veiligheidsredenen zoveel mogelijk openstaan om veelvuldig aanraken te vermijden.

Leveringen

  • Leveranciers voeren hun leveringen uit met zo weinig mogelijk fysiek contact met andere personen (laden en lossen volledig door de leverancier of volledig door de ontvanger).
  • Leveringen worden best verspreid ingepland zodat er niet te veel externen tegelijkertijd aanwezig zijn.
Schooljaar 2019-2020: wat met evalueren en attesteren?

Lees de adviezen uit het draaiboek 2019-2020 over evalueren en attesteren. Let op: de informatie is alleen van toepassing op schooljaar 2019-2020.

Wat met leerlingen in een NAFT-traject/aanloopfase/IBAL en zorgboeren? UPDATE 20 oktober

Dit hangt af van de pandemiefase.

  • Fase geel: normale werking.
  • Fase oranje en rood: de acitiviteiten worden maximaal (digitaal) georganiseerd. Alleen individuele begeleidingen die noodzakelijk zijn voor de leerlingen en niet digitaal kunnen georganiseerd worden, gaan door met de nodige veiligheidsmaatregelen.

Begeleiding NAFT, aanloopfase/IBAL en zorgboeren zijn essentiële derden en worden dus altijd toegelaten op school.

Ondersteuning
Kan een leerling geweigerd worden op school omdat een rolstoel of fysiek nabije hulp noodzakelijk is door een beperking?

Het gebruik van een rolstoel of de nood aan hulp door een beperking is geen reden om een leerling te weigeren op een school in het gewoon en buitengewoon onderwijs. Net zoals bij andere leerlingen is afstand houden in alle pandemiefases de norm, maar op momenten dat nabijheid noodzakelijk is, moeten voorzorgsmaatregelen genomen worden.

Ook leerlingen die door hun beperking zich niet aan de veiligheidsvoorschriften kunnen houden, zijn welkom op school. De school moet er alles aan doen om de nodige beschermingsmaatregelen -en materialen voor het personeel te voorzien die het mogelijk maken om de veiligheid en het recht op onderwijs te blijven garanderen.

De begeleidende persoon (leerkracht, ondersteuner, assistent, verpleger,…) neemt de nodige voorzorgsmaatregelen tijdens momenten van nabij contact:

  • Het dragen van een mondmasker (eventueel aangevuld met een faceshield).
  • Het maximaal inzetten op het wassen van de handen met zeep of alcoholgel. Handschoenen dragen kan als alternatief, maar met aandacht voor een correct gebruik.
  • Het reinigen van de contactoppervlakken van de rolstoel met water en zeep of met alcoholgel.

Essentiële derden krijgen toegang tot de school voor bijvoorbeeld ondersteuning of verzorging. Zij volgen de veiligheidsvoorschriften tijdens hun activiteit op school. Lees meer over wat essentiële derden zijn.
 

Kan je leerlingen met een beperking weigeren op school omdat ze zich niet aan de veiligheidsmaatregelen kunnen houden?

Neen. Leerlingen met een beperking kunnen de toegang tot de school niet ontzegd worden omdat ze zich niet aan bepaalde veiligheidsvoorschriften kunnen houden door hun (verstandelijke of fysieke) beperking.

De verantwoordelijkheid ligt bij de school en het betrokken onderwijspersoneel om zelf de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen (bv. gebruik van beschermingsmateriaal) en de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden bij de geldende maatregelen. Als school doe je er alles aan om de nodige beschermingsmaatregelen en -materialen voor je personeel te voorzien.

Welke beschermingsmiddelen voorzie je voor je personeel?

Als het risico voor de veiligheid van anderen toch te groot wordt tijdens bepaalde activiteiten, kunnen alternatieve veiligheidsmaatregelen genomen worden zoals beschermingsmateriaal voorzien voor medeleerlingen of een ander aanbod voorzien voor de betreffende leerling(en). Ga hierover in overleg met de ouders.

Mogen derden op school komen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te ondersteunen?

Ondersteuners zijn essentiële derden en worden dus altijd toegelaten op school, ongeacht welke pandemiefase.

Lees meer over wat essentiële derden zijn.

Wat met leerlingen zonder internettoegang?

Vraag een logincode aan bij Telenet of Proximus voor leerlingen die geen internet hebben. Lees hoe je dat doet op hun website:

Vraag enkel een account aan voor de leerlingen die het echt nodig hebben.

  • Het Telenet Wi-Free signaal wordt verlengd tot eind dit schooljaar. Dit betekent dat alle uitgereikte logins (of ze nu wel of niet geactiveerd zijn) tot dan.
  • Het aanbod van Proximus wordt verlengd per kwartaal.
Personeelszaken
Welk verlofstelsel kan een personeelslid nemen om thuis te blijven als zijn kind in quarantaine moet? UPDATE 23 oktober

De mogelijkheden hangen af van de specifieke situatie. Bovendien moet het personeelslid voldoen aan de voorwaarden van het verlofstelsel in kwestie (beperkte duur, recht/gunst, …). Deze verlofstelsels komen mogelijk in aanmerking:  

Wat met personeelsleden die in meerdere scholen werken of in meerdere klassen komen? - UPDATE 23 oktober

Hoe ga je om met personeelsleden die in verschillende onderwijsinstellingen werken of in verschillende klassen komen?

  • Fase groen en geel: normale werking
  • Fase oranje en rood: beperk dit tot zo weinig mogelijk onderwijsinstellingen of klassen. De schoolleiders van de betrokken scholen komen onderling tot een pragmatische, veilige en haalbare overeenkomst. Ze laten zich hierbij begeleiden door de preventie-adviseurs. Bespreek de toewijzing in het bevoegde onderhandelingscomité. Bekijk de mogelijkheden van telewerk voor je personeelsleden, als de opdracht het toelaat.
  • Leerkrachten die in meerdere klassen lesgeven (omwille van de eigenheid van hun opdrachten) beschermen zichzelf door alle veiligheids- en voorzorgsmaatregelen te volgen. 
Wat doe je als een personeelslid terugkeert uit het buitenland? - UPDATE 21 oktober

Let op: onderstaande tekst is niet aangepast aan de nieuwe teststrategie (vanaf 21/10 tot minstens 15/11). Asymptomatische hoog risicocontacten en terugkerende reizigers (die hoog risico lopen, na invullen van zelf-beoordelingsformulier) worden niet meer getest en gaan 10 dagen in quarantaine (i.p.v. 7) sinds laatste contact. Lees meer over wat er verandert op de website van Sciensano.

Iedereen die naar België reist met het vliegtuig of per boot, of meer dan 48 uur in het buitenland was, moet het Public Health Passenger Locator Form (PLF) invullen binnen 48 uur voor aankomst in België.

  • Komt het personeelslid terug uit een groene of oranje zone? Dan moet het niet in quarantaine en moet het zich niet laten testen.
  • Komt het personeelslid terug uit een rode zone en krijgt het na het invullen van het PLF een bericht om zich te laten testen? Dan neemt het personeelslid contact op met de school om afspraken te maken over quarantaine, bijvoorbeeld maximaal thuiswerk en/of een aangepast takenpakket.

Meer informatie over de kleurcodes op de website van FOD Buitenlandse Zaken.

  • Als het personeelslid in quarantaine gaat of zit en thuiswerk is niet mogelijk, dan is er sprake van ‘heirkracht’ en kan je beroep doen op code 046. Vervanging kan volgens de bestaande vervangingsregels. 
  • Als het personeelslid ziek is, bezorgt het personeelslid een ziekteattest aan de werkgever en aan het controleorgaan. Vervanging van afwezigen wegens ziekte kan volgens de bestaande regels.
Wat doe je als een personeelslid vastzit in het buitenland? - UPDATE 8 oktober

Zit een personeelslid vast in het buitenland? Dan maak je volgende afspraken: 

  • Was de kleurcode van de zone waarnaar het personeelslid op reis ging op de dag van het vertrek oranje of rood? Dan is er geen sprake van ‘overmacht’. Dan moet het personeelslid zijn afwezigheid regelen door het opnemen van een verlofstelsel (avp of vvp). 
  • Was de kleurcode van de zone waarnaar het personeelslid op reis ging op de dag van het vertrek groen? Dan is er sprake van ‘heirkracht’ en kan je beroep doen op code 046

Lees of je personeelsleden uit een oranje of rode zone kan weigeren op school.

Wat als een personeelslid tot een risicogroep behoort?

Wie behoort tot de risicogroep?

Wanneer een personeelslid tot de risicogroep behoort, zijn er 3 mogelijkheden:   

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een attest vragen waarin een arts bevestigt dat het betrokken personeelslid tot de risicogroep behoort.  Het schoolbestuur/de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).  
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur/de directie voor dat personeelslid een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur/de directeur kan een attest vragen waarin een arts bevestigt dat het betrokken personeelslid tot de risicogroep behoort.  
  • Het personeelslid wenst zelf te komen werken op school. Het schoolbestuur/de directeur kan een attest vragen waarin de arbeidsarts bevestigt dat het betrokken personeelslid geschikt is om op school te komen werken.  

Voor personeelsleden ouder dan 65 jaar volg je de richtlijnen van het charter  ‘Hoe veilig de draad opnemen als oudere in onze samenleving’.

Zwangere personeelsleden? De arts bepaalt of je personeelslid op school aanwezig mag zijn of van thuis uit werkt. 

Samenleven met personen die tot de risicogroep behoren, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. Behalve als de behandelende arts van de risicopatiënt anders oordeelt. Als de behandelende arts oordeelt dat het personeelslid niet aanwezig kan zijn op school, bekijkt de school samen met het personeelslid of die van thuis uit kan werken:

  • Als het personeelslid thuis kan werken, kan de school een attest vragen aan de behandelende arts.
  • Als het personeelslid niet thuis kan werken, doe je beroep op heirkracht (code D046) en kan het personeelslid worden vervangen. Ook hier kan je een attest vragen aan de behandelende arts.
Hoe registreer je de afwezigheden van personeelsleden?

Je gezonde personeelsleden blijven aan het werk en volgen de verplichtingen van het pandemieniveau dat van toepassing is. Over afwijkingen van de invulling van hun takenpakket (op school of eventueel thuis) maak je afspraken in het lokaal overlegcomité. Het is daarbij van belang de pedagogische opdracht en de prestatieregeling van leraren te respecteren.

Zieke personeelsleden blijven thuis. Ze bezorgen een ziekteattest aan hun werkgever en aan het controleorgaan.  Vervanging van afwezigen wegens ziekte kan volgens de bestaande regels.

Voor personeelsleden ouder dan 65 jaar volg je de richtlijnen van het charter  ‘Hoe veilig de draad opnemen als oudere in onze samenleving’. 

Zwangere personeelsleden? De arts bepaalt of je personeelslid op school aanwezig mag zijn of van thuis uit werkt.

Wat met personeelsleden die tot een risicogroep behoren?

Lees wat je moet doen als een personeelslid tot een risicogroep behoort.

Wat met personeelsleden die samenwonen met een risicopatiënt?

Samenwonen met personen die tot de risicogroep behoren, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. Behalve als de behandelende arts van de risicopatiënt anders oordeelt. Als de behandelende arts oordeelt dat het personeelslid niet aanwezig kan zijn op school, bekijkt de school samen met het personeelslid of die van thuis uit kan werken:

  • Als het personeelslid thuis kan werken, kan de school een attest vragen aan de behandelende arts.
  • Als het personeelslid niet thuis kan werken, doe je beroep op heirkracht (code D046) en kan het personeelslid worden vervangen. Ook hier kan je een attest vragen aan de behandelende arts.

Wat met personeelsleden die wachten op hun testresultaat?

Wanneer een personeelslid in quarantaine moet gaan in afwachting van de resultaten van zijn coronatest, zijn er 2 mogelijkheden:   

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een bewijs vragen van de quarantaine. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).  
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur of de directeur kan een bewijs vragen van de quarantaine. 

Info-coronavirus: meer over quarantaine: zoek op de term quarantaine en zelfisolatie in de zoekbalk

Wat met personeelsleden die positief testen en geen ziekteverschijnselen vertonen? 

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).   
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur of de directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. 

Wat met personeelsleden die samenwonen met iemand die positief test of effectief ziek is? 

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).   
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur of de directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. 

Wat met personeelsleden van wie het kind mogelijk besmet is?  

Als een kind van een personeelslid in quarantaine moet omdat het mogelijk besmet is, gaat het personeelslid niet automatisch mee in quarantaine. Het is enkel als het kind symptomen krijgt, dat het personeelslid eventueel getest wordt. In afwachting van de testresultaten van het kind kan het personeelslid verder op school werken, tenzij een arts expliciet oordeelt dat de aanwezigheid op school niet is aangewezen. 

Het personeelslid kan dan van thuis uit werken of, als de opdracht dat niet toelaat, een beroep doen op DO 046 heirkracht.   

Is er een einddatum voor de code DO46 (heirkracht)?

Je kan de code DO46 (heirkracht) doorgeven tot 31 december 2020. Het gebruik van heirkracht kan verlengd worden, als de huidige toestand aanhoudt. 

Kunnen personeelsleden die aangesteld zijn in niet-organieke uren beroep doen op DO46 (heirkracht)? 

Ja, dat kan. Omdat het om niet-organieke uren gaat, is er geen vervanging mogelijk.

 

Kan je personeelslid corona-ouderschapsverlof aanvragen? - UPDATE 6 oktober

Tijdens de periode die loopt van 11 mei 2020 tot en met 30 september 2020 konden personeelsleden in het onderwijs corona-ouderschapsverlof opnemen. Vanaf 1 oktober 2020 is dat niet meer mogelijk, want het verlof wordt niet verlengd.

Wat zijn de specifieke adviezen voor onderhoudspersoneel?
  • Gebruik steeds lange handschoenen die de mouwen van de werkkledij overlappen.
  • Wassen van handen voor het aandoen van handschoenen en na het uitrekken van de handschoenen (en onmiddellijk verzorgende crème aanbrengen).
  • Dagelijks legen van vuilnisbakken.
  • Verhoog de onderhoudsfrequentie van het sanitair.
  • Het verhogen van de onderhoudsfrequentie van de gebouwen en lokalen kan ertoe leiden dat in bepaalde periodes geprioriteerd wordt (bv. sanitair, lokalen met meerdere groepen leerlingen/personeel).
  • Was textiel (bv. gordijnen, speelgoed) minimaal op 60° en bij voorkeur op 90° graden.
  • Gebruik bij voorkeur enkel wasbaar speelgoed.
Wordt het coronavirus erkend als een beroepsziekte?

COVID-19 wordt erkend als een beroepsziekte voor werknemers in bepaalde sectoren. Meer informatie vind je op de website van Fedris.

Wat met vervangingen?
  • Voor tijdelijke personeelsleden in een vervangingsopdracht verloopt alles volgens de geldende vervangingsregels: aangegane engagementen voor nieuwe of verlengde vervangingsopdrachten moeten de school en titularis naleven.
  • Ook nieuwe vervangingen zijn mogelijk als ze conform de algemene vervangingsregels gebeuren, ook als de opdracht bestaat uit lesgeven op afstand. Het blijft ook tijdens de coronacrisis belangrijk om op een professionele manier met kandidaat-leraren om te gaan, met als doel ze binnen het onderwijs aan te slag te houden.
Wat met de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)?

Om het TADD-recht te verwerven, moet een personeelslid in hetzelfde ambt binnen de scholengemeenschap 580 dagen hebben opgebouwd, waarvan 400 effectief gepresteerde dagen (in de overgangsregeling is de voorwaarde 720 dagen waarvan 600 effectief gepresteerd).  

Voor de 400 (of 600) effectief gepresteerde dagen blijft de algemene regel van kracht:

  • Personeelslid werkt thuis en/of op school? De dagen tellen als effectief gepresteerde dagen.  
  • Personeelslid is met profylactisch verlof? De dagen tellen als effectief gepresteerde dagen. 
  • Personeelslid bleef thuis om preventieve redenen (met dienstonderbreking 'heirkracht')? De dagen tellen als effectief gepresteerde dagen. 
  • Personeelslid is met ziekteverlof? De dagen tellen niet als effectief gepresteerde dagen.

Lees meer over TADD.

Blijf op de hoogte