Coronavirus: richtlijnen voor scholen en CLB's

Op 27 maart verlengde de Nationale Veiligheidsraad de maatregelen. Wat onderwijs betreft, betekent dit:

  • De lessen blijven geschorst tot en met zondag 19 april. 
  • Ouders vangen hun kinderen maximaal thuis op. Enige uitzondering vormen de kwetsbare kinderen in het buitengewoon onderwijs en de internaten. Voor hen blijft opvang hoe dan ook voorzien.

Tijdens de paasvakantie

Na de paasvakantie

Opvang

Organisatie en personeel

Afstandsleren

Werken en leren

Moet de school open blijven tijdens de paasvakantie?

Tijdens de paasvakantie ligt de regie en de verantwoordelijkheid voor de opvang van kinderen en jongeren uit de eigen gemeente bij het lokaal bestuur.

Scholen stellen hun infrastructuur ter beschikking van lokale besturen als dat nodig is. Leraren kunnen zich bij hun lokaal bestuur vrijwillig aanbieden om mee in te staan voor de opvang.

Wat doet het lokaal bestuur?

  • Het lokaal bestuur voorziet de opvang in de paasvakantie in samenwerking met de bestaande lokale partners. Wanneer de bestaande opvanginitiatieven (gemeentelijk of vrij initiatief) niet voldoen aan de principes van social distancing, contactbubbels, hygiëne, ... of wanneer er geen buitenschoolse opvang is in de paasvakantie, dan kan het lokaal bestuur scholen in de eigen gemeente contacteren. Op basis van lokaal overleg worden er dan afspraken gemaakt over het eventuele gebruik van schoolinfrastructuur (bv. over gebruik en onderhoud van de gebouwen, openen en sluiten van de poort, ...).
  • Het lokaal bestuur zorgt voor voldoende personeel.
  • Kinderen worden bij voorkeur opgevangen door personen met wie ze al contact hadden. Lees meer over de contactbubbels.
  • Tijdens de paasvakantie kunnen leraren zich bij hun lokale bestuur vrijwillig aanbieden om in te staan voor de opvang van leerlingen die thuis geen opvang hebben. Afgezien daarvan, wordt deze vakantie een periode van rust. Leraren bieden dan ook geen leerinhouden aan.
  • De lokale besturen krijgen richtlijnen om het behoud van de contactbubbels in hun eigen gemeente maximaal te garanderen, ook bij de inzet van personeel. Het is mogelijk dat ze voor de opvang ook aankloppen bij de (afzonderlijke) scholen of dat ze de opvang centraliseren op 1 plek. Als er in dat laatste geval toch groepen worden gemengd, maakt het lokale bestuur vooraf samen met het Agentschap Zorg en Gezondheid een risicoanalyse.
  • Voor de opvang tijdens de paasvakantie maken de lokale besturen gebruik van het draaiboek van VVSG. Voor kwetsbare leerlingen is de situatie soms complex. Lees wat de opties voor deze kinderen zijn.

Lees ook: pdf bestandAgentschap opgroeien - Richtlijnen opvang schoolkinderen tijdens paasvakantie (739 kB)

Naar boven

Hoe verloopt de opvang in de paasvakantie?

Het algemene principe blijft ook in de paasvakantie dat kinderen en jongeren zo veel mogelijk thuis worden opgevangen.

Tijdens de paasvakantie ligt de regie en de verantwoordelijkheid voor de opvang van kinderen en jongeren uit de eigen gemeente bij het lokaal bestuur. Scholen stellen hun infrastructuur ter beschikking als dat nodig is. Leraren kunnen zich bij hun lokaal bestuur vrijwillig aanbieden om mee in te staan voor de opvang. De opvang is kosteloos voor ouders.

Voor de opvang tijdens de paasvakantie maken de lokale besturen gebruik van het draaiboek van VVSG.

Er is opvang voorzien door het lokaal bestuur voor volgende gezonde kinderen:

  • Basisschoolkinderen (kleuter- en lager onderwijs) en kinderen uit het secundair onderwijs tot en met 14 jaar.
  • Kinderen van ouders met een beroep in een cruciale sector
  • Kinderen in een kwetsbare thuissituatie

Leerlingen uit het secundair onderwijs ouder dan 14 jaar in één van bovenstaande situaties, kunnen terecht bij een meldpunt dat door de lokale besturen wordt georganiseerd, waarna een oplossing op maat wordt gezocht.

Voor de andere leerlingen ouder dan 14 jaar uit het secundair onderwijs blijft gelden: blijf thuis tijdens de vakantie.

Voor leerlingen uit het buitengewoon onderwijs met medische en/of sociale zorgnoden en leerlingen uit de internaten is er volcontinue opvang. Lees meer.

Als je de vraag krijgt om een leerling op te vangen die niet tot die groepen behoort (bijvoorbeeld omdat de ouders in een ploegensysteem werken in de metaal- of chemiesector), leg dan de nodige soepelheid aan de dag.  

Tijdens de paasvakantie hebben leerlingen ook effectief vakantie. Leerlingen mogen dan geen alternatieve vormen van leren aangeboden krijgen. De invulling van de vakantieopvang bestaat uit sport en spel, maximaal rekening houdend met de geldende voorzorgsmaatregelen.

Meer info over de cruciale sectoren vind je in het ministerieel besluit over dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

Naar boven

Wat met opvang van leerlingen buitengewoon onderwijs en internaten tijdens de paasvakantie?

Er zijn 2 regelingen uitgewerkt voor de opvang tijdens de paasvakantie van leerlingen uit:

  • De scholen buitengewoon onderwijs met medische en/of sociale zorgnoden
  • De onderwijsinternaten
  • De medisch pedagogische instituten van het Gemeenschapsonderwijs (MPIGO)
  • De internaten met permanente openstelling (IPO)

Volcontinue opvang in onderwijsinternaten, MPIGO's en IPO's

Er is volcontinu opvang (24 uur op 7 dagen) in onderwijsinternaten, MPIGO en IPO voor: 

  • Kinderen die ‘uit huis geplaatst’ zijn door een jeugdrechter (SDJ), een ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ) of een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK) en de plaatsende instantie is van oordeel dat de jongeren niet naar huis kunnen.
  • Kinderen die niet ‘uit huis geplaatst zijn’ (er is geen ‘maatregel’), maar voor wie het vanuit de medisch of therapeutische zorgnood absoluut niet wenselijk of haalbaar is dat ze terug naar huis keren.

De concrete richtlijnen over de verdere organisatie ontvangen de betrokken onderwijsinternaten, MPIGO's en IPO's rechtstreeks.

Opvang onder regie van het lokaal bestuur

Tijdens de paasvakantie ligt de regie en de verantwoordelijkheid voor de opvang van jongeren uit de eigen gemeente bij het lokaal bestuur.

De volgende groepen kinderen hebben, naast de kinderen van wie de ouder(s) een job in een cruciale sector uitoefenen, recht op de opvang georganiseerd door het lokale bestuur:

  • Kinderen uit het buitengewoon onderwijs.
  • Kinderen die ‘uit huis geplaatst zijn’, maar waar de plaatsende instantie (zie hierboven) wel akkoord gaat dat ze thuis verblijven.
  • Kinderen in een kwetsbare positie, waarbij de draagkracht van de gezinscontext dreigt overschreden te worden.

Bekijk het schema om te bepalen welke regeling van toepassing is.

Voor concrete vragen kan je terecht bij de meldpunten van de lokale besturen.

Naar boven

Wat met leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs en internaten tijdens de paasvakantie?


Leerlingenvervoer tijdens de paasvakantie
 

Opvang in een school voor buitengewoon onderwijs
 

Je kan in je school voor buitengewoon onderwijs vrijwillig opvang voor je leerlingen organiseren. Ook het lokaal bestuur kan de opvang organiseren, in samenspraak met de school.

Is er nood aan vervoer? Dan kan je het door De Lijn georganiseerde leerlingenvervoer inschakelen.

Hetzelfde geldt voor leerlingen uit de onderwijsinternaten, de medisch pedagogische instituten en de internaten met permanente openstelling van het GO. Is er nood aan vervoer voor een leerling uit een van die doelgroepen? Neem dan zo snel mogelijk contact op met de provinciale dienst leerlingenvervoer van De Lijn.

Let op: begeleiding is verplicht op iedere bus. Kan je dat niet garanderen? Dan mag het vervoer niet doorgaan.


Opvang buiten een school voor buitengewoon onderwijs
 

Hier kan je geen leerlingenvervoer inschakelen zoals georganiseerd door De Lijn en het Agentschap voor Onderwijsdiensten.

Op eigen initiatief en kosten kan het lokaal bestuur dat de opvang organiseert voor leerlingen gewoon of buitengewoon onderwijs wel contact opnemen met een vervoerder om vervoer van en naar de opvang te organiseren.

Leerlingenvervoer na de paasvakantie

Na de paasvakantie hervat voor de leerlingen uit het buitengewoon onderwijs het door de Lijn georganiseerde vervoer.  Dat geldt voor het vervoer van en naar school, of van en naar een school die opvang organiseert.

Naar boven

 

Verzekering bij vrijwilligerswerk onderwijspersoneel in de paasvakantie

Vrijwilligerswerk dat aansluit bij de opdracht

Onderwijspersoneelsleden kunnen zich tijdens de paasvakantie vrijwillig aanbieden om in te staan voor de opvang die de gemeente organiseert. Dan blijft de arbeidsongevallenregeling van het onderwijs gelden, ongeacht of die opvang op school of op een andere locatie plaatsvindt.

Vrijwilligerswerk dat niet aansluit bij de opdracht of de verplichte opvang

De opdracht van een personeelslid is in de eerste plaats de schoolopdracht. Het lesgeven (van thuis uit) of opvang voorzien op school blijft prioriteit. 

Een onderwijspersoneelslid kan tijdens de coronacrisis vrijwilligerswerk doen naast zijn schoolopdracht. Het is daarbij niet verzekerd via de normale arbeidsongevallenregeling voor onderwijs.

Naar boven

Na de paasvakantie: focus op essentiële inhoud en haalbare evaluatie 

Het is op dit moment nog koffiedik kijken wanneer de scholen de normale lessen weer kunnen aanvangen. Hoe dan ook wordt 2019-2020 geen verloren schooljaar. We gaan met z’n allen de resterende onderwijstijd optimaal benutten en iedereen kansen blijven bieden door:

  • Te focussen op de essentiële leerinhouden.
  • Te mikken op faire en haalbare evaluaties. Het evalueren op scharniermomenten in de schoolloopbaan vormt daarbij een specifieke zorg: overgang van lager naar secundair, graadovergangen, overgang van secundair naar hoger of naar de arbeidsmarkt.

Voor deze maatregelen zijn inhoudelijke, organisatorische en juridische aanpassingen nodig. Dat vergt uiteraard meer tijd en overleg. Daarover verneem je later meer.

Naar boven

Voor wie moet je opvang voorzien?

  • Zolang het lukt, voorziet je school opvang tijdens de normale schooluren (inclusief voor- en naschoolse opvang).
  • Kinderen blijven zo veel mogelijk thuis. Het principe is: ouders die thuiswerken, vangen hun kind thuis op. Als dat niet mogelijk is, blijf daarover als school in dialoog gaan met ouders. Bij twijfel, enkel in uitzonderlijke situaties, staat het de school vrij een attest of bevestiging van de werkgever vragen.
  • Zieke kinderen en kinderen van wie een ouder ziek is blijven thuis. 
  • Raad ouders af om hun kind te laten opvangen door personen die tot de risicogroep behoren.
  • Als een kind ziek wordt tijdens de opvang, vang het dan op in een afzonderlijke ruimte en contacteer onmiddellijk de ouders om het te komen ophalen. Lees de volledige procedure op de website van Sciensano.
  • Er is geen leeftijdgrens bepaald voor leerlingen die je moet opvangen.

3 groepen van gezonde leerlingen

Concreet zijn er 3 groepen van gezonde leerlingen voor wie je opvang op school voorziet:

  • Kinderen van wie de ouder(s) een job in een cruciale sector (zorg, veiligheid, voedingsnijverheid, distributie ...) uitoefenen. Zij hebben niet de mogelijkheid om thuis te werken.
  • Kinderen en jongeren in het buitengewoon onderwijs, de onderwijsinternaten, de MPIGO’s en de IPO’s van het gemeenschapsonderwijs. Zij zijn medisch en/of sociaal kwetsbaar en moeten opgevangen worden. Lees wat de mogelijkheden zijn.
  • Voorzie ook opvang voor leerlingen in een kwetsbare thuissituatie. De school schat zelf in over wie dat gaat. Voor die kinderen is opvang thuis geen veilige optie. De school gaat daarover in overleg met het CLB en de ouders.

Meer info over de cruciale sectoren vind je in het ministerieel besluit over dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken.

Blijf, als je dat al deed, ook voorzien in voor- en naschoolse opvang. Schakel daarvoor enkel de organisaties en mensen in die dat al deden en niet tot de risicogroep behoren. Ouders die bv. in ploegen werken hebben daar zeker behoefte aan.

Meertalige informatie over het coronavirus vind je terug op de website van Integratie en Inburgering.

Opvang van leerlingen die niet tot 3 groepen behoren

  • Krijg je de vraag om een kind op te vangen dat niet tot die 3 groepen behoort, bv. omdat de ouders in een ploegensysteem werken in de metaal- of chemiesector, leg dan de nodige soepelheid aan de dag. Jij kent je leerlingen en ouders het best.
  • Heb je twijfels bij de motivatie? Probeer daarover dan in eerste instantie in dialoog te gaan met de ouder. Bij gerede twijfel staat het je vrij een attest van de werkgever te vragen. 

Naar boven

Hoe organiseer je de opvang?

  • De vuistregel blijft enerzijds dat scholen zo weinig mogelijk leerlingen moeten opvangen. Het is anderzijds volgens het Agentschap Zorg & Gezondheid (AZG) niet van belang hoe groot een groep leerlingen is om het risico op besmetting in te perken, maar wel dat de samenstelling van die groep dezelfde blijft.
  • Zorg minstens voor een permanentiesysteem (eventueel via een beperkte beurtrol), zodat opvang mogelijk blijft voor ouders die aangeven daar behoefte aan te hebben. Ook als er geen leerlingen zijn, moet je bereikbaar blijven voor ouders die op een bepaald moment toch opvang nodig hebben. Je mag daarvoor geen externen die niet verbonden zijn aan de school inschakelen.
  • De opvang van verschillende scholen centraliseren op 1 plek omdat er weinig leerlingen in de opvang op school verblijven, wordt door het Agentschap Zorg & Gezondheid (AZG) afgeraden. Zo creëer je immers nieuwe ‘gemeenschappen’, wat het risico op besmetting verhoogt. Heb je een gebrek aan personeel voor opvang, contacteer dan je CLB om samen met het AZG een risicoanalyse te maken rond de optie centraliseren.
  • Voor opvang tijdens de normale schooluren kan je geen kosten aanrekenen aan de ouders. Voor de voor- en naschoolse opvang blijven de geldende afspraken van kracht.
  • Je hoeft geen afwezigheidscode te registreren voor afwezige leerlingen. Ouders hoeven ook geen verklaringsbewijs te bezorgen.
  • Blijf de voorzorgsmaatregelen opvolgen (basishygiëne, afstand, ventilatie, openluchtactiviteiten, ...). De belangrijkste bescherming blijft: grondig en vaak handen wassen.
  • Kind & Gezin stelde ook richtlijnen voor het aantal leerlingen per begeleider. Zeker bij jongere kinderen is het niet altijd gemakkelijk om ‘social distancing’ te respecteren. Hygiënisch te werk gaan is daar nóg meer nodig. In nauw contact met kinderen is op advies van het AZG handhygiëne belangrijker dan mondmaskers.
  • Voor de land- en tuinbouwscholen geldt dat de verzorging van de dieren en het onderhoud van de teelten te allen tijde moet worden gegarandeerd. Maak daarover afspraken in het lokaal overlegcomité. Leerlingen die hier vrijwillig bij willen helpen, mogen dit zeker doen. Respecteer voor leerlingen en leerkrachten hierbij ook steeds de hoger vermelde regels rond social distancing en hygiëne.

Heb je een gebrek aan personeel voor opvang? Contacteer dan je CLB.

Scholen met een gebrek aan personeel voor de opvang contacteren het CLB. Het CLB zoekt op maat van de situatie een oplossing. Hierbij is het belangrijk dat het risico op kruisbesmetting zo klein mogelijk blijft. Het CLB zoekt daarvoor een evenwicht tussen enerzijds het respecteren van het niet mengen van gemeenschappen, en anderzijds de haalbaarheid.

Mogelijke oplossingen zijn:

  • Personeel van een andere school inzetten voor de opvang. 
  • De kinderen die opvang nodig hebben, vang je op in een andere school. De kinderen blijven in dezelfde groep, maar worden gescheiden van de andere kinderen in de opvang.

Op basis van de specifieke situatie maakt de CLB-arts samen met het Agentschap Zorg en Gezondheid een risicoanalyse.

Als het echt niet meer lukt

  • Wordt opvang bieden op een bepaald moment té moeilijk (bv. te veel leraren ziek)? Dan kan je kortstondig sluiten. De school verwittigt bij kortstondige sluiting de onderwijsadministratie via:

  • De school verwittigt de ouders.
  • Alle kinderen en personeel blijven gedurende de sluitingsperiode thuis. Ouders hoeven geen verklaringsbewijs te bezorgen. Scholen hoeven geen afwezigheidscode te registreren.
  • De school maakt over haar personeel vooraf afspraken in het lokaal onderhandelingscomité (LOC). Hun salaris blijft doorbetaald en ze blijven in dienstactiviteit
  • De school monitort continu de nood aan opvang en herstart op basis daarvan de werking zodra er weer voldoende personeel is.
  • CLB’s kunnen het Agentschap Zorg en Gezondheid bereiken via het centraal nummer 02/5533671, met de vermelding dat ze de arts-infectieziektebestrijding willen spreken.

Naar boven

Waarom 'contactbubbels' intact houden?

Het is volgens virologen van het grootste belang dat de samenstelling van een bestaande groep mensen - die dus eerder al contact hadden - de komende weken gelijk blijft. Dat noemt een 'contactbubbel.' Hoe minder contact met mensen van buiten de groep, hoe kleiner de kans dat het virus in die groep geraakt (groepsbescherming). Gebeurt dat toch, dan dooft het binnen die groep sneller uit en kan het niet ontsnappen. Binnen de groep zelf ontwikkelt zich dan groepsimmuniteit.

Daarom:

  • Is de opvang van verschillende scholen organiseren op 1 plek geen goed ideeDit filmpje maakt dat duidelijk. Moet je de opvang toch centraliseren, hou leerlingen van verschillende scholen dan strikt gescheiden.
  • Laat je ondersteuners, ICT-coördinatoren etc. enkel toe op school als het écht nodig is, rekening houdend met de gekende voorzorgsmaatregelen.
  • Laat je de kinderen van je personeel beter niet bij jou op school in de opvang verblijven.

Contactbubbels tijdens de paasvakantie

  • Het is van het grootste belang dat de samenstelling van bestaande groepen leerlingen (de zogenaamde 'contactbubbels') ook bij de opvang tijdens de paasvakantie zo gelijk mogelijk blijft. Dat biedt groepsbescherming en creëert groepsimmuniteit.
  • De lokale besturen krijgen richtlijnen om het behoud van de contactbubbels in hun eigen gemeente maximaal te garanderen, ook bij de inzet van personeel. Het is mogelijk dat ze voor de opvang ook aankloppen bij de (afzonderlijke) scholen of dat ze de opvang centraliseren op 1 plek. Als er in dat laatste geval toch groepen worden gemengd, maakt het lokale bestuur vooraf samen met het Agentschap Zorg en Gezondheid een risicoanalyse.

Een filmpje maakt dit duidelijk: YouTube - Waarom contactbubbels intact houden?

Naar boven

Waarom centraliseren scholen beter geen opvang?

Zijn er in jouw school niet veel leerlingen met nood aan opvang? Dan denk je er misschien aan om met andere scholen de opvang op 1 plek te organiseren. Dat is geen goed idee, zeggen virologen.

Waarom is dat zo?

  • Het is goed dat leerlingen per school samenblijven. Of ze nu met veel, of weinig zijn. Zij vormen een groep van mensen die eerder al contact hadden. Daardoor bouwen ze antistoffen op en creëren ze een groepsimmuniteit. Handen wassen, afstand houden, ventileren en veel buitenspelen blijven natuurlijk wel heel belangrijk. 
  • Als leerlingen van verschillende scholen bij elkaar komen, dan worden groepen gemixt, die eerder nog geen contact hadden met elkaar. Hierdoor vergroot de kans op besmetting.
  • Hou dus je eigen school open voor opvang, ook al zijn er weinig leerlingen. 

Bekijk de volledige filmpjes:

Naar boven

Moet een ziekenhuisschool ook opvang voorzien?

Ja, een ziekenhuisschool is een school dus de verwachtingen die gelden voor scholen, gelden ook voor type 5.

Voor het personeel van ziekenhuisscholen gelden dezelfde regels voor aanwezigheid.

Naar boven

Opvang Nederlandse leerlingen in Vlaamse school

Nederlandse ouders van wie het kind in Vlaanderen school loopt, kunnen enkel van de opvang op school gebruik maken als ze zelf verplaatsingen maken over de grens voor woon-werkverkeer. Alleen in dat geval kan hun kind dus 'meerijden' naar België. Verplaatsingen in het kader van onderwijs worden nu immers beschouwd als niet-essentiële verplaatsingen.

Die opvang is er enkel voor:

  • Kinderen van wie de ouder(s) een job in een cruciale sector (zorg, veiligheid, voedingsnijverheid, distributie ...) uitoefenen. 
  • Kinderen en jongeren in het buitengewoon onderwijs, de onderwijsinternaten, de MPIGO’s en de IPO’s van het gemeenschapsonderwijs.
  • Leerlingen in een kwetsbare thuissituatie.

Belgische leerlingen die in Nederland school lopen, kunnen enkel via digitale of andere weg contact houden en hoeven de verplaatsingen sowieso niet meer te maken. In Nederland zijn de scholen immers gesloten en is er geen opvang voorzien.

Naar boven

Wat met schooluitstappen?

  • Eendaagse schooluitstappen, binnen- of buitenland, zijn verboden tot en met 19 april.
  • Meerdaagse schooluitstappen, binnen- of buitenland, zijn verboden tot en met 30 juni.

Naar boven

Hoe lang blijven de lessen nog opgeschort?

  • Er is momenteel nog geen beslissing over het al dan niet verder opschorten van de lessen na de paasvakantie. De Nationale Veiligheidsraad verlengde op 27 maart de huidige maatregelen met 2 weken, dus tot en met zondag 19 april. Dat is het einde van de paasvakantie. Die maatregelen zouden nog 2 weken kunnen verlengd worden, tot en met 3 mei.

  • Het is wel al duidelijk welke richting het afstandsonderwijs in het lager en secundair onderwijs na de paasvakantie uitgaat: nieuwe leerstof leren via preteaching, op een manier die voor iedereen (leraren, leerlingen, ouders, directies) doenbaar en haalbaar is. Leraren komen later in de klas op die leerstof terug. Lees de richtlijnen voor preteaching van nieuwe leerstof.

Naar boven

Inschrijvingen voor het lopende schooljaar 2019-2020

Alle inschrijvingen waarvoor fysieke aanwezigheid vereist is, worden opgeschort vanaf maandag 16 maart tot en met 19 april 2020

  • Leerlingen behouden wel hun recht op inschrijving, digitaal of via de post. 
  • Kan je een leerling niet inschrijven? Dan moet die leerling een mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving ontvangen. Vind het formulier voor de mededeling:

Vragen over inschrijvingen? 

Naar boven

Inschrijvingen voor het volgend schooljaar 2020-2021

Inschrijvingen in het basisonderwijs, 1A/1B secundair onderwijs en het buitengewoon onderwijs

Alle inschrijvingen, waarvoor fysieke aanwezigheid vereist is, worden opgeschort vanaf maandag 16 maart tot en met 19 april 2020. Gerealiseerde inschrijvingen blijven behouden. Ook de inschrijvingsperiodes voor voorrangsgroepen worden opgeschort (als die nog niet afgelopen waren op 16 maart, moet je de resterende dagen nog voorzien). 

Voor hogere leerjaren in het gewoon secundair onderwijs geldt een andere regeling.

Je hebt als school 3 mogelijkheden:

  1. Je kan aansluiten bij een bestaande aanmeldingsprocedure
  2. Je kan zelf een nieuwe digitale aanmeldingsprocedure opstarten
  3. Je kan er ook voor kiezen om rechtstreeks digitaal in te schrijven

1. Je kan aansluiten bij een bestaande aanmeldingsprocedure

Scholen die willen, kunnen nog aansluiten bij een bestaande aanmeldingsprocedure.

2. Je kan zelf een nieuwe digitale aanmeldingsprocedure opstarten

Scholen die willen, kunnen ook zelf een nieuwe digitale aanmeldingsprocedure opstarten.

  • Als je school in LOP-gebied ligt, maak je hierover eerst afspraken in het LOP.
  • Informeer bij andere scholen in je gemeente, misschien kan je gezamenlijk aanmelden. Dat heeft immers belangrijke voordelen.
  • Hou je aan een standaarddossier voor digitaal aanmelden.
  • Voorzie telefonische ondersteuning en bezorg schoolreglementen per post aan ouders waar nodig.
  • Communiceer zo breed mogelijk. Maak de start van de aanmeldingen breed bekend. Communiceer met zoveel mogelijk partners en via verschillende kanalen (met andere scholen in de gemeente, CLB, doelgroeporganisaties, website, sociale media, gemeentelijke infokanalen, affiche aan de schoolpoort …).
  • Meer informatie en de standaarddossiers volgen snel.
  • Meld je beslissing aan AGODI.

Na het aanmelden, volgt het inschrijven van de toegewezen leerlingen. Inschrijving gebeurt door het ondertekenen voor akkoord van het pedagogisch project en schoolreglement. Dat moet gedurende deze periode ook digitaal gebeuren. Zolang de lessen geschort zijn, kan het niet op school. 

Scholen moeten het recht op inschrijving garanderen van ouders die niet kunnen digitaal inschrijven, of van ouders die de school niet kan bereiken. Denk hierbij aan zieke ouders, ouders zonder de nodige digitale hulpmiddelen of vaardigheden. Contacteer ouders die niet reageren telefonisch.

Een ouder behoudt het recht van inschrijving minstens een week nadat de lessen hervat zijn, tenzij de ouder schriftelijk (bijvoorbeeld via mail) duidelijk gemaakt heeft dat hij er geen gebruik van wil maken.

Een inschrijving kan ook via de post gebeuren voor ouders die geen toegang hebben tot digitale media.

Als de inschrijving digitaal gebeurt aan de hand van een gescand of gefotografeerd document, vraag dan dat de ouders een gehandtekende versie bezorgen wanneer dat weer kan.

3. Je kan er ook voor kiezen om rechtstreeks digitaal in te schrijven

Je kan er ook voor kiezen om rechtstreeks digitaal in te schrijven.

  • Als je school in LOP-gebied ligt, maak je hierover eerst afspraken in het LOP.
  • Doe dat best alleen als je geen capaciteitsprobleem hebt en dus geen leerlingen zal moeten weigeren op basis van capaciteit. Voorzie een performant systeem.
  • Communiceer zo breed mogelijk. Maak de start van de digitale inschrijvingen breed bekend. Communiceer met zoveel mogelijk partners en via verschillende kanalen (andere scholen in de gemeente, CLB, doelgroeporganisaties, website, sociale media, gemeentelijke infokanalen, affiche aan de schoolpoort …).
  • Een inschrijving is pas definitief als het schoolreglement en het pedagogisch project is ondertekend (bijvoorbeeld met een elektronische handtekening, scan of foto van de ondertekening).
  • Voorzie telefonische ondersteuning en bezorg schoolreglementen per post aan ouders waar nodig.
  • Ligt je school in een LOP-gebied, respecteer dan de regels rond de voorrangsgroepen.
  • Stuur ouders een bevestiging per mail of brief dat de leerling ingeschreven is.

Alle initiatiefnemers met een door de Commissie inzake Leerlingenrechten goedgekeurde aanmeldingsprocedures, kunnen hun tijdslijn wijzigen. Ze werden hiervoor al gecontacteerd door het secretariaat van de Commissie.

Inschrijvingen in hogere leerjaren in het gewoon secundair onderwijs

In de hogere leerjaren van het gewoon secundair onderwijs en de leertijd worden alle inschrijvingen voor het schooljaar 2020-2021 tot en met 17 mei 2020 opgeschort. Als op 18 mei 2020 de lessen nog steeds geschorst zijn, of als er een samenscholingsverbod geldt, kan het schoolbestuur beslissen om de inschrijvingen te laten verlopen zonder dat de fysieke aanwezigheid van ouders of leerlingen op school vereist wordt.

Vragen over inschrijvingen? 

Naar boven

Wat met instaplestijden?

Als je school recht heeft op bijkomende instaplestijden vanaf 20 april 2020 (de instapdag na de paasvakantie), dan mogen die ingericht worden vanaf die datum, ongeacht de toekomstige coronamaatregelen. Controleer zeker je ‘dubbele inschrijvingen’ op die instapdag, zodat de omkadering correct kan berekend worden.

Alle gerealiseerde inschrijvingen worden meegeteld in de leerlingenaantallen op de instapdag:

  • Inschrijvingen van leerlingen die plaatsvonden vóór het opschorten van de inschrijvingen (vanaf maandag 16 maart 2020) door de coronamaatregelen. Als die leerlingen nog uitgewisseld moeten worden via Discimus, mag je hen nog registreren. 
  • Inschrijvingen die gerealiseerd werden volgens de nieuwe richtlijnen door de coronamaatregelen.

De instaplestijden die AGODI berekent op basis van de uitgewisselde leerlingenaantallen, zijn vanaf 20 april 2020 raadpleegbaar in de ‘webapplicatie omkadering’ op Mijn Onderwijs.

Naar boven

Wat met opendeurdagen?

Opendeurdagen gaan niet door van maandag 16 maart tot en met 19 april 2020

  • Zorg bijvoorbeeld voor een digitale toelichting van het pedagogisch project van de school, het studieaanbod of de infrastructuur. Dit kan bijvoorbeeld met een filmpje of een online presentatie.
  • Zorg ervoor dat je school telefonisch bereikbaar is voor vragen.
  • Voor ouders zonder internettoegang, bezorg je op verzoek van de ouders informatie per post.

Naar boven

Aanwezigheid van je personeel

  • Je gezonde personeelsleden blijven aan het werk. Over de invulling van hun takenpakket (op school of thuis) maak je afspraken in het lokaal overlegcomité. Het is daarbij van belang de pedagogische opdracht van leraren te respecteren.
  • Personeelsleden die zich zorgen maken omdat ze behoren tot de risicogroep of omdat ze samenleven met iemand van een risicogroep, kunnen een beroep doen op heirkracht (DO 046). Daar kan de school een attest voor vragen. Je moet dat niet doorgeven aan je werkstation. Die personeelsleden kunnen thuisblijven en van daaruit pedagogische taken uitvoeren. Vervanging voor die personeelsleden kan volgens de bestaande regels. Zwangere personeelsleden werken van thuis uit. 
  • Personeelsleden die ziek zijn, moeten dat enkel aan de school melden, zodat die zich kan organiseren. Een ziekteattest is niet nodig. Dat besliste de Vlaamse overheid omdat huisartsen op dit moment overbevraagd zijn. Vervanging voor dat personeelslid kan volgens de bestaande regels.
  • Personeelsleden die in verschillende scholen tewerkgesteld zijn, beperken zich tot werken in 1 school. Overleg daarover met de directies van de andere scholen waar deze personeelsleden een opdracht hebben. Hetzelfde geldt voor de personeelsleden van de ondersteuningsnetwerken.
  • Hou ook voor je personeel rekening met hygiënische voorzorgsmaatregelen en criteria als afstand, ventilatie, ... (bv. in de lerarenkamer).
  • Laat je ondersteuners, ICT-coördinatoren, etc. enkel toe op school als het écht nodig is, rekening houdend met de gekende voorzorgsmaatregelen en criteria als afstand, ventilatie, ...
  • Contractuele personeelsleden: voor wie een arbeidsovereenkomst heeft, kan je als werkgever een aanvraag tot tijdelijke werkloosheid indienen bij het RVA-bureau. Dat beslist over de toekenning. Volg de ontwikkelingen op de RVA-website

Naar boven

Welke dienstonderbreking stuur je door voor afwezige personeelsleden?

Afwezigheid wegens ziekte

Is een personeelslid ziek, dan stuur je ziekteverlof door. De richtlijnen van de omzendbrief over ziekteverlof zijn van toepassing.

Personeelsleden die ziek zijn, blijven thuis en moeten dat enkel aan de school melden, zodat die zich kan organiseren. Een ziekteattest is momenteel niet nodig. Dat besliste de Vlaamse overheid omdat huisartsen op dit moment overbevraagd zijn. De school meldt de periode van ziekteverlof aan het werkstation. Vervanging voor dat personeelslid kan volgens de bestaande regels.

Voor aanvragen vvp (verlof voor verminderde prestaties) wegens ziekte en lvvp (langdurig verlof voor verminderde prestaties) wegens medische redenen, blijven de bestaande procedures gelden (zie omzendbrief ‘Controle op de afwezigheid wegens ziekte’, punt 5 en 6).

Dat betekent dat:

  • Voor de vvp wegens ziekte een 'medisch attest' en een 'plan voor een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte met het oog op het volledig hernemen van de opdracht' moet bezorgd worden aan het controleorgaan.
  • Voor de lvvp medische redenen een 'medisch attest', het formulier 'Aanvraag langdurig verlof voor verminderde prestaties wegens medische redenen' en een geneeskundig verslag, opgemaakt door een geneesheer-specialist, moet bezorgd worden aan het controleorgaan.

Certimed hanteert voor de goedkeuring van vvp wegens ziekte en lvvp wegens medische redenen een aangepaste methode, namelijk via telefonische consultatie.

Heirkracht

Personeelsleden die behoren tot een risicogroep of die samenleven met iemand uit een risicogroep kunnen thuis blijven. Een attest of brief van de behandelende arts is momenteel niet nodig. Dat besliste de Vlaamse overheid omdat huisartsen op dit moment overbevraagd zijn. In dat geval is heirkracht (DO 046) van toepassing. Een zending naar het werkstation doe je pas als je een vervanger wil aanstellen.

Als werkgever kan je een motivatie opvragen, maar je moet dat niet aan het werkstation bezorgen. Je kan een vervanger aanstellen volgens de gewone vervangingsregels.

Profylactisch verlof

  • Je personeelslid is zelf (nog) niet ziek, maar een huisgenoot heeft een besmettelijke ziekte. Er bestaat een kans dat hij die ziekte doorgeeft aan andere personeelsleden of leerlingen van je school. Je personeelslid bezorgt een medisch attest samen met een verklaring of een attest van de behandelende arts van het zieke familielid aan Certimed. Het medisch attest vind je in de bijlage van de omzendbrief over de controle op de afwezigheid wegens ziekte. Uit de verklaring of attest moet duidelijk blijken dat de profylactische maatregelen noodzakelijk zijn. Het controleorgaan gaat na of de vermelde besmettelijke aandoening van het familielid wel degelijk aanleiding kan geven tot profylactische maatregelen en, in bevestigend geval, of de duur van de maatregelen op medische gronden is gesteund.
  • Let op: als de arts niet kan attesteren dat zijn patiënt effectief lijdt aan een besmettelijke ziekte, maar enkel een vermoeden van besmettelijke ziekte attesteert of niet expliciet vermeldt om welke ziekte het gaat, dan zal het controleorgaan een negatief advies geven voor het profylactisch verlof. In dat geval is heirkracht (DO 046) van toepassing.
  • Je personeelslid is zwanger en een CLB-arts stelt vast dat er in de school een besmetting is door het coronavirus Covid-19. 
  • Lees meer

Verlof wegens overmacht

  • Een personeelslid blijft thuis omdat zijn kind of partner ziek is of een ongeluk heeft gehad. De aanwezigheid van je personeelslid thuis is daarom vereist. Er is geen vermoeden van besmetting door het coronavirus. In dit geval is het verlof wegens overmacht van toepassing.
  • Je personeelslid kan dit verlof opnemen voor maximaal 4 werkdagen per burgerlijk jaar.
  • Je kan een medisch attest aan je personeelslid vragen als bewijsstuk. Dat attest moet je niet aan het werkstation bezorgen. Je meldt het verlof wegens overmacht enkel aan het werkstation als je volgens de gewone vervangingsregels een vervanger kan aanstellen. Je gebruikt de code 144 – Verlof wegens overmacht.
  • Lees meer

Andere dienstonderbrekingen

Lopende dienstonderbrekingen laat je in principe gewoon doorlopen volgens de geldende regelgeving.

Naar boven

Telt de periode van afwezigheid van een personeelslid mee voor de opbouw van de niet-ingevulde vervangseenheden (NIV)? 

Er wijzigt niets aan de vervangingsregels, noch aan de regels over de opbouw van niet-ingevulde vervangingseenheden. Als een leerkracht afwezig is wegens ziekte voor minstens 10 werkdagen en niet vervangen kan worden telt deze afwezigheid mee voor de opbouw van het saldo van vervangingseenheden. Lees meer over niet-ingevulde vervangingen. 

Naar boven

Wordt het coronavirus erkend als een beroepsziekte?

Ja, het coronavirus COVID-19 wordt erkend als een beroepsziekte.

Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s, bevestigt dat personen met COVID-19 (gediagnosticeerd door middel van een laboratoriumtest) die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en die een duidelijk verhoogd risico lopen om besmet te worden door het virus, in aanmerking komen voor schadeloosstelling wegens beroepsziekte.

Daaronder vallen:

  • Ambulanciers die betrokken zijn bij het vervoer van COVID-19-patiënten.
  • In de ziekenhuizen:
    • Het personeel werkzaam in spoeddiensten en diensten voor intensieve zorgen.
    • Het personeel werkzaam in de diensten voor longziekten en infectieziekten.
    • Het personeel werkzaam in andere diensten waar patiënten met COVID-19 zijn opgenomen.
    • Personeelsleden die diagnostische en therapeutische handelingen hebben uitgevoerd bij patiënten met COVID-19.
    • Het personeel werkzaam in andere diensten en verzorgingsinstellingen waar zich een uitbraak van COVID-19 heeft voorgedaan.

In de voornoemde diensten gaat het over alle personen die er werkzaam zijn (medisch, paramedisch, logistiek en schoonmaakpersoneel) en bij wie de infectie in verband kan staan met hun beroepsactiviteit.

De regeling geldt ook voor leerlingen en studenten die stage lopen. 

Dit betekent dat alle kosten verbonden aan een opname of behandeling voor deze personen door Fedris vergoed worden.

Meer informatie vind je op de website van Fedris.

Naar boven

Schoolvervoer

  • De Lijn gaat vanaf woensdag 18 maart in 'vakantiemodus' voor haar gewone lijnen. Dat betekent dat ze minder frequent rijden. Dat kan een impact hebben op leerlingen gewoon secundair onderwijs die de bus nemen. 
  • De Lijn blijft de ritten voor het vervoer van leerlingen buitengewoon onderwijs uitvoeren, tenzij ze van de directie de vraag krijgen dat niet langer te doen.
  • Schakel een ander personeelslid in als de busbegeleider tot de risicogroep behoort.

Naar boven

Wat gebeurt er met de geplande doorlichtingen?

Doorlichtingen opgeschort

  • De geplande doorlichtingen voor de eerste week na de paasvakantie (week van 20 april) gaan niet door. De betrokken scholen kregen daarover brief.
  • Ook de volgende doorlichtingsperiode (week van 4 mei) vervalt. 
  • Of de doorlichtingen daarna wel kunnen doorgaan, is nu nog niet duidelijk en hangt af van nieuwe informatie van de Nationale Veiligheidsraad.
  • Hoe de inspectie de scholen en het beleid intussen toch maximaal zal ondersteunen, verneem je zo snel mogelijk.

Naar boven

Wat met pedagogische studiedagen?

  • De komende weken een pedagogische studiedag laten doorgaan, is niet aangewezen. Dat geldt nu niet als een noodzakelijke vergadering.
  • Had je een pedagogische studiedag gepland, annuleer of verzet die dag en zet met je schoolteam volop in op de opvang van de leerlingen en hun opdrachten.
  • Heb je de komende weken een andere noodzakelijke vergadering met personeelsleden gepland, of vergaderen collega's onderling, beperk dan het aantal aanwezigen zo veel mogelijk en hou rekening met de voorzorgsmaatregelen (hygiëne, afstand ...)

Naar boven

Wat met deadlines voor meldingen aan AGODI?

  • Voor de scholen zijn er de komende weken normaal een aantal deadlines: meldingen van vrije programmaties, samenstelling scholengemeenschap, fusies, concordanties ...
  • Geraak je  niet op tijd aan de nodige handtekeningen voor formulieren of akkoorden? Stuur ze dan door zonder handtekening of bijkomend verantwoordingsstuk. Je kan ze later in je school ter beschikking stellen of aan AGODI bezorgen. Zo lopen de processen geen vertraging op. 

Naar boven

Wat met internaten?

Internaten blijven open en behouden hun normale werking. Voer lokaal overleg tussen de inrichtende macht en de vakorganisatie om te bepalen wat nodig is.

Naar boven

Wat met leerlingen in het buitenland via Erasmus?

  • De Europese Commissie en Epos houden de berichtgeving in verband met het coronavirus nauwlettend in de gaten. Geplande mobiliteiten binnen Europa worden mogelijk uitgesteld, geannuleerd of onderbroken.
  • Organisaties die deelnemers uitsturen (universiteiten, scholen, centra volwasseneneducatie …) kunnen op basis van overmacht kosten die het gevolg zijn van uitstel, annulering, stopzetting … financieren met het projectbudget.
  • Voor vragen over al dan niet terug (moeten) keren neemt de deelnemer contact op met de zendende organisatie.

Naar boven

Kunnen evaluaties in het kader van Nederlands als tweede taal (NT2) in een Open Leercentrum doorgaan? 

Neen.  De evaluaties kunnen uitgesteld worden. Daarom is de verplaatsing naar een Open Leercentrum voor evaluatie een niet-essentiële verplaatsing. 

Naar boven

Alternatieve vormen van leren

De lessen zijn geschorst, maar het is aangeraden om alternatieven aan te bieden - al dan niet via elektronische weg. Maak hierover afspraken in het lokaal onderhandelingscomité (LOC).  Lees de mogelijkheden.

Naar boven

Vraag laptops aan voor kwetsbare leerlingen

Scholen voor gewoon en buitengewoon secundair onderwijs kunnen gedoneerde laptops aanvragen voor hun meest kwetsbare leerlingen. Zo kunnen ook zij genieten van digitaal afstandsleren en lopen ze geen leerachterstand op.

Wil je gebruik maken van dit aanbod? Neem dan contact op met je koepel.

Naar boven

Gratis wifi voor leerlingen zonder internettoegang

Leerlingen zonder internetaansluiting thuis kunnen tijdens de coronacrisis gratis gebruik maken van:

  • Wi Free van Telenet. Via e-mail kan jij voor hen een login aanvragen.
  • Proximus Public WiFi. Scholen vragen tijdelijke toegangscodes aan.

Naar boven

Wat met stages en trajecten duaal leren/leren en werken in het secundair onderwijs?

In overleg met de vakbonden, onderwijskoepels, het GO! en de overheid werd een overzicht gemaakt van opleidingen binnen de essentiële diensten waarbinnen stages (voltijds gewoon SO en BuSO OV4) en trajecten duaal leren/leren en werken kunnen doorgaan tijdens de coronamaatregelen. De voorwaarde blijft dat alle beschermingsmaatregelen voor de leerling genomen kunnen worden. In BuSO OV1, OV2 en OV3 worden alle stages en sociaal-maatschappelijke trainingen (SMT) geannuleerd.

Stages in de zorgsector

Het Agentschap Zorg en Gezondheid somt een aantal minimale voorzorgsmaatregelen op ter bescherming van het personeel. Als die niet kunnen worden gegarandeerd voor de leerlingen, is het aangewezen de opleidingsovereenkomst tijdelijk te schorsen. Om de leerling geen onnodig risico te laten lopen, maar ook om de patiënten niet extra in gevaar te brengen.

Omdat in de zorgsector momenteel stagebegeleiders niet fysiek naar de stageplaatsen mogen, ondersteunen zij de leerlingen, cursisten of studenten maximaal online. De onderwijsinstellingen moeten daarvoor de nodige middelen voorzien. De opdracht van de stagebegeleider wordt besproken op het lokaal onderhandelingscomité.

Buitenlandse stages

  • Alle buitenlandse stages worden geschorst. 
  • Voor vragen rond Erasmus+, neem je contact op met je dossierverantwoordelijke bij EPOS. Bekijk ook de website van EPOS.

Naar boven

Wat met stages in de opleiding verpleegkunde? (hbo5)

  • Stageovereenkomsten in de zorg- en welzijnssector kunnen blijven doorgaan, met uitzondering van kijkstages, zolang de zorginstelling de nodige beschermingsmiddelen (bv. mondmaskers) aanbiedt aan de student. Verder wordt verwezen naar de website van het Agentschap Zorg en Gezondheid.
  • Het Agentschap Zorg en Gezondheid somt een aantal minimale voorzorgsmaatregelen op ter bescherming van het personeel (zorgprofessionals). Als die niet kunnen worden gegarandeerd voor de studenten, is het aangewezen de stageovereenkomst tijdelijk te schorsen. Om de student geen onnodig risico te laten lopen, maar ook om de patiënten niet extra in gevaar te brengen. Voor die studenten wordt gezocht naar een andere stageplaats.
  • De stages binnen hbo5-opleiding verpleegkunde (vanaf de tweede module), de bacheloropleiding in de verpleegkunde en de bachelor-na-bacheloropleidingen, kunnen tot nader order doorgaan om mee de actuele druk op de zorgsector op te vangen. 
  • De studenten in de 1ste fase van de bacheloropleiding (eerstejaars) kunnen ook ingeschakeld worden voor algemene, niet-hoog-risico-diensten en ook voor niet-verpleegkundige taken, zoals logistieke taken, zodat de taken voor de verpleegkundigen lichter worden.
  • Als de stage-verlenende instelling toch een andere beslissing neemt en de stage stopzet, dan kunnen die studenten geheroriënteerd worden naar de ziekenhuizen en woonzorgcentra. Woonzorgcentra en ziekenhuizen vragen om extra medische ondersteuning. De hogescholen zullen dus de studenten waarvan de stage werd stopgezet maximaal begeleiden door ze een nieuwe stageplaats toe te wijzen in de zorgsector. 
    • Hier valt ook de heroriëntering van stageplaatsen van het buitenland naar het binnenland onder.
  • De studenten in de 4de fase van de bacheloropleiding verpleegkunde (vierdejaars) en het 3de jaar hbo5 verpleegkunde moeten hun totaal van minimum 2.300 uren stage hebben kunnen doorlopen tijdens hun volledige opleiding zodat er geen conformiteitsproblemen zullen zijn met de Europese Richtlijn 2005/36/EG. 
  • Omdat in de zorgsector momenteel geen stagebegeleiders meer fysiek naar de stageplaatsen mogen gaan, ondersteunen alle stagebegeleiders de studenten momenteel maximaal online. De onderwijsinstellingen zullen de nodige middelen voorzien voor de stagebegeleiders om de studenten vanop afstand op te volgen tijdens hun stage. 
  • De groeiende bekommernis over schaarste van beschermingsmateriaal, wordt best gecounterd door het beschermingsmateriaal nu al te bestellen of te stockeren.
  • De zorgsector mobiliseert een medische reserve voor de nodige ondersteuning in de strijd tegen het coronavirus. Daarom:
    • Kunnen de stages binnen hbo5-opleiding verpleegkunde (vanaf de tweede module), de bacheloropleiding in de verpleegkunde en de bachelor-na-bacheloropleidingen tot nader order doorgaan.
    • Studenten die stage zouden lopen in voorzieningen maar daar geweigerd werden, kunnen op vraag van andere zorg- en welzijnsvoorzieningen hun stage elders aanvatten. 
    • Studenten voor wie in de periode van de opgeschorte lessen geen stage is gepland, kunnen zich op vrijwillige basis melden om bij nood in zorg en welzijnsvoorzieningen bij te springen. Studenten kunnen werken als jobstudent of als vrijwilliger.
    • Studenten die reeds werken als jobstudent binnen zorg en welzijn, wordt gevraagd hun engagement verder te zetten.

Verzekering

  • Idem als tijdens normale situaties. Als de stagiair werkt binnen de stageperiode zoals bepaald in de stageovereenkomst, is er geen probleem. Als de stage vroeger zou starten, raden wij de onderwijsinstelling aan om de stageovereenkomst aan te passen en de verzekeringsmaatschappij te contacteren.
  • Wat de arbeidsongevallenverzekering betreft: er is door de RSZ uitstel verleend tot 30 juni 2020 voor Dimona. Dat betekent echter niet dat er geen arbeidsongevallenverzekering moet afgesloten worden.

Naar boven

Mag een leerling in duaal leren of leren en werken gaan werken?

Schorsing overeenkomsten

Alle overeenkomsten (tenzij uitzonderingen, zie verder) in alternerende opleidingen (OAO’s, SAO’s en deeltijdse arbeidsovereenkomsten in duaal leren, DBSO en Leertijd) worden met onmiddellijke ingang tijdelijk geschorst. Deze maatregel geldt voorlopig tot en met 5 april. De overeenkomst wordt volledig geschorst wegens overmacht, er is geen leervergoeding verschuldigd. De onderneming dient een aanvraag voor tijdelijke werkloosheid in (zie onder).

Uitzonderingen

Een uitzondering wordt enkel toegestaan voor leerlingen die opgeleid worden in cruciale sectoren en essentiële diensten. Het gaat dan om de handelszaken, private en publieke bedrijven en diensten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de vitale belangen van de natie en de behoeften van de bevolking. De volledige lijst vind je terug in een federaal ministerieel besluit van 23 maart 2020.

Overeenkomsten in dergelijke ondernemingen en diensten kunnen onder bepaalde voorwaarden verder lopen, namelijk:

  • Als de opleiding op de lijst staat van opleidingen in duaal leren/leren en werken waarvoor de overeenkomsten in essentiële diensten mogen verderlopen én
  • Wanneer de betrokken sector het mogelijk acht en wenselijk vindt dat de werkplekcomponent wordt verdergezet én
  • Wanneer de onderneming het opportuun vindt om de opleiding op de werkplek verder te zetten en de beschermingsmaatregelen kan garanderen.

Leerlingen die ziek zijn, behoren tot een risicogroep of die samenleven met personen die behoren tot een risicogroep nemen best contact op met de huisarts, en volgen het advies van de huisarts.

Als de sector of werkplek acht dat het niet mogelijk is om de overeenkomst nog verder te laten lopen, wordt deze geschorst na overleg met alle betrokken partijen. 

Tijdelijke werkloosheid

Als ondernemingen hun werkzaamheden (moeten) stopzetten ingevolge de maatregelen van de nationale veiligheidsraad, wordt de overeenkomst geschorst. Ondernemingen vragen voor hun leerlingen met een OAO of deeltijdse arbeidsovereenkomst (DA) tijdelijke werkloosheid aan (zoals voor gewone werknemers).

Ook ondernemingen die hun werkzaamheden verderzetten, maar waar de OAO of DA wordt geschorst ingevolge de beslissing van de Vlaamse overheid raden we aan om voor de leerlingen met een OAO of DA tijdelijke werkloosheid aan te vragen. De RVA beslist of de tijdelijke werkloosheid wordt aanvaard en bijgevolg uitkeringen worden toegekend. 

Voor meer informatie (onder andere in verband met tijdelijke werkloosheid) kan je terecht op de website van SYNTRA Vlaanderen.

Wat met leerlingen in de aanloopfase?

Alle trajecten aanloopfase op een reële werkplek of bij een externe organisator worden geschorst vanaf 18 maart. Naar analogie met de stages, is er wel een uitzondering voor leerlingen die naar een reële werkplek gaan in de gezondheidssector (voor zover daar de nodige beschermingsmiddelen in acht worden genomen). De leerlingen kunnen voor het volledige traject beroep doen op de opvang georganiseerd door de school, en de facultatieve alternatieven voor de lessen als beschreven op deze pagina. 

Naar boven

Wat met leerlingen in een NAFT-traject en zorgboeren?

Leerlingen in een NAFT-traject of zorgboerderij waarbij er ook nog een gedeeltelijke school- of lescomponent aanwezig is, volgen de richtlijnen zoals die gangbaar zijn binnen onderwijs.

Voor het deel van het traject dat bij een externe aanbieder (NAFT-aanbieder, zorgboer,….) doorgaat, worden geen rechtstreekse cliëntcontacten en huisbezoeken meer georganiseerd tussen de aanbieder en de cliënt.  Ook huisbezoeken kunnen niet meer doorgaan. Uiteraard moeten de NAFT aanbieders aanspreekbaar zijn voor de gezinnen, in het bijzonder in crisissituaties en moet er ingezet worden op ondersteuning van kinderen, jongeren en gezinnen via alternatieve communicatiemiddelen (telefoon, Skype, Messenger, …). Dit laatste geldt niet voor de zorgboer. 

Naar boven

Vragen?

Naar boven


Extra informatie

Verwante pagina's

Voor directies en administraties

Voor ouders

Voor onderwijspersoneel

Regelgeving

Websites