“Altijd benieuwd wat anderen in mijn werk zien”

Peter De Marrez, beeldende en audiovisuele kunst

Door Jeroen Permentier

“Eigenlijk heb ik altijd al getekend. Nooit aan gedacht om er iets mee te doen. Ik studeerde Japanologie, en begon te werken aan de universiteitsbibliotheek in Leuven. In die tijd woonde ik in Gent. Elke dag die lange rit per trein. Om de tijd onderweg te doden, begon ik kleine tekeningen te maken. Dat beviel me. Nadien verhuisde ik naar Begijnendijk. Ik schreef me in aan de Academie voor Beeldende en Toegepaste Kunsten in Heist-op-den-Berg, waar ik de hogere graad tekenkunst volgde. Nadien volgde ik verschillende workshops om bijkomende technieken te leren.
Ik maak tekeningen, houtsneden en lino’s. Daarnaast maak ik ook kleine sculpturen in papier. Ik ben beïnvloed door Max Leiva en Marc Perez. Lucian Freud is een inspiratie, al ben ikzelf wat minder confronterend. Ik hou ook van het werk van Rinus Van de Velde, en natuurlijk van Michaël Borremans. En als japanoloog laat ik me graag beïnvloeden door de Japanse grafiek. 
Op zich is er geen verschil tussen professionele kunst en amateurkunst. Misschien ben ik wat vrijer in wat ik kan maken, omdat ik er niet van moet leven?
Recent ben ik begonnen met schrijven, zowel kortverhalen als poëzie. Mijn sculpturen zijn erg poëtisch. Ik vertrek vanuit de observatie, wil dingen in beeld brengen buiten hun gebruikelijke context, en ermee spelen. Dat doe je ook in een gedicht. Voorlopig schrijf ik enkel voor mijzelf, maar op termijn wil ik er graag mee naar buiten komen.”

Confrontatie met het publiek

“Tentoonstellen vind ik heel belangrijk. Het is niet altijd evident, van nature ben ik verlegen. Een tentoonstelling is een reden om iets af te werken. Ik heb ook de confrontatie met het publiek nodig. Zo leer ik wat er werkt, wat aanslaat. Ik ben ook altijd benieuwd wat anderen in mijn werk zien. 
Kunst presenteren is een vak op zich. Ik heb al mooie werken verpieterd door ze in een banaal kader te hangen. Mijn werken op karton hang ik zonder kader tegen de muur. Dat blijkt het beste te werken. 
Als je je werk toont, moet je ook in gesprek durven gaan met de mensen. Je probeert in te schatten of ze een praatje willen slaan, een beetje uitleg nodig hebben. Anderen willen gewoon rustig kijken. Dat kan ook, natuurlijk.
Ik exposeer meestal in groepstentoonstellingen, bijvoorbeeld van de plaatselijke kunstkring. De organisatoren nemen veel praktisch werk voor hun rekening. Zalen vastleggen, promotie maken, … maar ik onderhoud zelf ook een netwerk, en toon mijn werk ook op mijn website. Vorig jaar volgde ik bij Kunstwerkt een vormingstraject rond presenteren.

Liever alleen

Ik heb op de universiteitsbibliotheek een heleboel collega’s. Thuiskomen en in mijn atelier werken, is iets wat ik liever alleen doe. Maar ook een individuele kunstenaar werkt samen met anderen. Het is prettig om ideeën uit te wisselen.
Vzw Lucas for Life is een initiatief van vrienden van mij die hun zoontje verloren. Ze vroegen mij illustraties te leveren voor een kinderboek over doodgaan. Een zwaar onderwerp, maar het schrikt mij niet af. Ik mocht zelf kiezen hoe ik werkte. Ik stuurde mijn voorstellen door, en verwerkte de feedback. Lucas droeg altijd blauwe kleren. Dan pas ik graag een tekening aan.

Open geest

Op de academie ging ik graag naar de lessen kunstgeschiedenis. Ik vind het belangrijk dat je geest geopend wordt, en voor mij gebeurt dat in confrontatie met werk dat ik nog niet ken. Daarnaast toont de academie je ook een heel arsenaal aan technieken. Natuurlijk kan je ook in een korte workshop een nieuwe techniek aanleren. Dat doe ik nog regelmatig. Maar die basishouding, het besef dat een kunstenaar altijd op zoek is naar iets nieuws, daarvoor heb je de academie nodig.”