Veelgestelde vragen over omkadering in het nieuwe financieringssysteem voor het volwassenenonderwijs

 

Welke inschrijvingen tellen mee voor de nieuwe referteperiode?

De 1ste nieuwe referteperiode voor de berekening van de omkadering van je centrum loopt van 1 januari  tot en met 31 december 2019.

Tot die referteperiode behoren alle cursussen waarvan het registratiemoment tussen 1 januari en 31 december 2019 valt. Het registratiemoment is het moment waarop 1/3 van het minimale aantal lestijden van de module voorbij is. Alleen cursisten waarvoor de inschrijving gebeurd is tot het registratiemoment, tellen mee voor de berekening van de omkadering.

Hoe kan ik opvolgen hoeveel financieringspunten mijn centrum genereert?

DAVINCI zal aangepast worden om op basis van de relevante parameters de financieringspunten van de instellingen te berekenen. We voorzien daarna ook de nodige tools om tussentijdse rapportering over de opbouw van financieringspunten doorheen de referteperiode mogelijk te maken. We houden je daarvan op de hoogte via onze nieuwsbrief.

Hoe worden de financieringspunten omgezet in leraarsuren?

Vroeger kon je de leraarsuren bijna direct afleiden uit de lesurencursist. In de toekomst zal de verdeling van leraarsuren  gebeuren op basis van het aandeel financieringspunten van 1 centrum ten opzichte van het totale aantal financieringspunten van alle centra samen. Dat aandeel zal pas bekend zijn op het einde van de referteperiode. Ook de exacte waarde van enkele wegingsparameters, zoals aantal vestigingsplaatsen of aantal (deel)gemeentes zal pas op het einde van de referteperiode bekend zijn. De opbouw van financieringspunten doorheen het jaar zal dus ook slechts indicatief zijn.

Aangezien de nieuwe referteperiode zal lopen van 1 januari tot en met 31 december, zal wel vroeger dan voorheen het aantal gegenereerde financieringspunten gekend zijn.

Hoe wordt de omkadering 2019-2020 berekend?

De berekening van de omkadering voor schooljaar 2019-2020 gebeurt voor de laatste keer volgens de oude berekeningsregels. De basis voor de berekening zijn de lesurencursist van de referteperiode 1 april 2018 tot en met 31 maart 2019. Deze lesurencursist zijn ook nog geverifieerd op participatie van de cursist. De Vlaamse Regering zal nog de groeinorm voor schooljaar 2019-2020 bepalen.

Voor de centra voor volwassenenonderwijs tellende lesurencursist gerealiseerd in het hoger beroepsonderwijs en de specifieke lerarenopleiding niet mee voor de berekening van de omkadering voor het schooljaar 2019-2020.


Wanneer krijgt mijn centrum een kwalificatiebonus?

Je centrum krijgt een kwalificatiebonus voor elke financierbare cursist die 1 van de onderstaande eindstudiebewijzen behaalt:

  • Het certificaat van een opleiding van het leergebied Alfa NT2 in een centrum voor basiseducatie (CBE)
  • Het certificaat van een opleiding van het leergebied NT2 in een CBE
  • Het certificaat van een opleidingen in een centrum voor volwassenenonderwijs (CVO)
  • Het diploma secundair onderwijs van een opleiding uit het studiegebied Algemene vorming in een CVO

In het opleidingsprofiel staat het standaard aantal lestijden van de opleiding. De kwalificatiebonus voor dit uitgereikt eindstudiebewijs is gelijk aan 0,20 maal het aantal lestijden van de opleiding zoals vermeld in het opleidingsprofiel. Ook bij een verlengd of verkort traject wordt de kwalificatiebonus berekend op het standaard aantal lestijden. Daarnaast tellen vrijstellingen voor modules mee in de kwalificatiebonus. Het heeft geen effect op de kwalificatiebonus of de cursist het eindstudiebewijs behaalde omdat hij slaagde voor alle modules of omdat hij slaagde voor minstens 1 module en voor de andere modules vrijstelling heeft.

Een cursist kan in meerdere centra modules van een opleiding volgen. Het centrum waar de cursist het laatste deelcertificaat behaalt, reikt het eindstudiebewijs uit. Enkel dat centrum krijgt de kwalificatiebonus. Ook voor het behalen van een diploma van secundair onderwijs kan een cursist in meerdere centra les volgen. Als het ene centrum het certificaat van de opleiding Aanvullende algemene vorming uitreikt en het andere centrum het certificaat van de diplomagerichte beroepsopleiding, dan krijgen beide centra een kwalificatiebonus. Er is geen extra bonus voor het centrum dat het bijhorende diploma van secundair onderwijs uitreikt.

Hoe wordt de bevolkingsdichtheid gewogen? Waar vinden we de gegevens over bevolkingsdichtheid terug?

Voor de toepassing van de weging op bevolkingsdichtheid kijken we per inschrijving naar de gemeente waar de lesplaats van de module ligt (zie hiervoor ook het decreet financiering volwassenenonderwijs (15 juni 2007), artikels 85, 87, 98 en 105).

  • Is de bevolkingsdichtheid van de gemeente van de vestigingsplaats groter dan 300 inwoners/km²? Dan vermenigvuldigen we met factor 1.
  • Is de bevolkingsdichtheid van de gemeente van de vestigingsplaats kleiner of gelijk aan 300 inwoners/km²? Dan vermenigvuldigen we met factor 1,1.
  • Is de lesplaats een gevangenis? Dan vermenigvuldigen we met factor 1. Daarnaast is er een andere parameter die aanbod in een penitentiaire inrichting vermenigvuldigt met factor 1,4.

De bevolkingsdichtheid van elke gemeente vind je in Statbel. Concreet nemen we de cijfers die op 31 december (einde van de referteperiode) het meest recent beschikbaar zijn.

De  omkadering wordt automatisch berekend in DAVINCI. Gegevens over bevolkingsdichtheid van de vestigingsplaatsen zal dus in DAVINCI opgenomen worden.