Draaiboek heropstart lessen: thema veiligheid

  • Scholen moeten de kans krijgen om dit schooljaar nog alle leerlingen weer naar school te laten komen. Scholen bepalen echter zelf, binnen de aangepaste veiligheidsmaatregelen, welke uitbreiding voor hen haalbaar en doenbaar is, zowel qua leerjaren, timing als het aandeel onderwijstijd op school. Hierbij moet rekening gehouden worden met de beschikbaarheid van personeel en infrastructuur.
  • Dit draaiboek is een dynamisch instrument. Aanpassingen aan het draaiboek verneem je via Schooldirect en de socialemediakanalen Facebook en Twitter

Toepassingsgebied

Naar boven

Uitgangspunten

  • In de afgelopen periode lag de focus vooral op de afschakeling van ons onderwijsaanbod. Vandaag vooral op de heropbouw. En daarvoor hebben we alle krachten nodig, anders moeten gaten gevuld worden door collega’s die al overbelast zijn. Solidair pakken we de heropening succesvol aan. Personeelsleden die ziek zijn, blijven thuis. Ze bezorgen vanaf nu weer een ziekteattest aan hun werkgever, net zoals dat vóór de schorsing van de lessen het geval was
  • Je school herstart enkel als dat op een voldoende veilige en haalbare manier kan. Als je alle voorwaarden rond veiligheid kan naleven, wordt verwacht dat je de lessen hervat vanaf 15 mei. Hoe je de onderwijstijd concreet invult, beslis je als school autonoom.
  • De veiligheid van alle leerlingen en personeel is een absolute basisvoorwaarde bij de heropstart van de scholen. We houden ook rekening met zieke personeelsleden en leerlingen die niet op school aanwezig kunnen zijn. We voorzien maatregelen voor de fysieke veiligheid én voor het mentale welbevinden. 
  • We ambiëren een zo veilig mogelijke schoolomgeving, waarbij we het risico op besmetting maximaal proberen in te dijken. De lokale risicoanalyse is hierbij het vertrekpunt. Er kan van de adviezen in dit draaiboek worden afgeweken in samenspraak met de interne preventiedienst op voorwaarde dat er even veilige alternatieven worden aangereikt.
  • Zieke kinderen en zieke personeelsleden blijven thuis. We hernemen de richtlijnen uit de periode voor de schorsing van de lessen. (In de afgelopen periode lag de focus vooral op de afschakeling van ons onderwijsaanbod. Vandaag vooral op de heropbouw. En daarvoor hebben we alle krachten nodig, anders moeten gaten gevuld worden door collega’s die al overbelast zijn. Solidair pakken we de
    heropening succesvol aan. Personeelsleden die ziek zijn, blijven thuis. Ze bezorgen vanaf nu weer een ziekteattest aan hun werkgever, net zoals dat vóór de schorsing van de lessen het geval was).
  • Wie ziek wordt op school, wordt in afzondering gezet, gaat naar huis en laat zich testen bij de huisarts of in een triagecentrum. Als de test positief is, wordt iedereen met wie de zieke contact had, opgespoord (contact tracing). De CLB’s kregen een opdracht in het kader van dit contactonderzoek. Als school word je door je CLB aangesproken als er bij jou maatregelen worden genomen. Ook de arbeidsarts wordt geïnformeerd.
  • Zieke kinderen en zieke personeelsleden blijven thuis.
  • Is iemand van het gezin mogelijk besmet met corona of heeft iemand van het gezin corona? Dan moet het kind 14 dagen thuisblijven. Meer informatie over de procedure.
  • Beperk de opdracht van het personeel zo veel mogelijk tot 1 school. Maak hierover afspraken met de andere betrokken scholen. Problemen bespreek je best binnen het lokaal bevoegd onderhandelingscomité, zodat er onderling afspraken kunnen gemaakt worden.

Risicogroepen

  • Leerlingen die tot de risicogroep behoren, vragen aan de behandelende arts of aanwezigheid op school kan. Indien de leerling niet op school kan aanwezig zijn, volgt hij verder afstandsonderwijs.
  • Wanneer een leerkracht zich wenst te beroepen op code D046, meldt hij/zij dat aan de werkgever. Deze kan een attest vragen waarin een arts bevestigt dat het betrokken personeelslid tot de risicogroep behoort vooraleer de gevraagde code toe te kennen. De werknemer kan in dat geval van thuis werken.
    docx bestandSpecifieke aanbevelingen voor personen met verhoogd risico voor een ernstig verloop van COVID-19 (doc, 1 p.) (22 kB)
  • GEES geeft aan dat het samenleven met personen die tot de risicogroep behoren, geen obstakel vormt voor aanwezigheid op school. Behalve als de behandelende arts van de risicopatiënt dit anders beoordeelt (codeD046). 

Registratie afwezigheden

  • Vanaf 15 mei start je opnieuw met de registratie van je leerlingen, bij voorkeur dagelijks. Die informatie laat AGODI toe:

    • Op te volgen hoeveel leerlingen hoeveel dagen per week aanwezig zijn. Dat helpt het effect van de fysieke aanwezigheid (en de bijbehorende mobiliteit) op de evolutie van het coronavirus in te schatten en te evalueren.
    • De evolutie van de afwezigheden door ziekte (code Z) bij de leerlingen op te volgen.
  • Er zijn tijdelijk 2 nieuwe codes: N (leerling aanwezig in de opvang op school) en X (leerling is niet op school en wordt niet op school verwacht). Ze zijn beschikbaar in je schooladministratiepakket, zodra de softwareleveranciers de aanpassingen doorvoeren. 
  • Leerlingen die niet naar school komen omdat hun ouders en/of zij zelf bang zijn, kan je wettigen met code P. Zo kan je het CLB, interne leerlingenbegeleiding of zorgcoördinator inschakelen en angstgevoelens bespreekbaar maken. Gebruik in deze context best dus geen code B, zodat je kwetsbare leerlingen niet extra treft door het mogelijke verlies van hun schooltoelage.

Lees meer in de nieuwe omzendbrief NO/2020/01.

Naar boven

De stimulerende en bemiddelende rol van de onderwijsinspectie

Doel?

  • Wanneer een bestuur twijfelt over de vooropgestelde preventiemaatregelen kan de onderwijsinspectie haar inspirerende rol opnemen en stimuleren om de risicoanalyse zo volledig of zo doeltreffend mogelijk te maken.
  • Wanneer er geen consensus wordt gevonden binnen het bevoegde orgaan, kan de onderwijsinspectie een bemiddelende rol opnemen. Indien er na bemiddeling van de onderwijsinspectie geen akkoord gevonden wordt, kan men zich richten tot de inspectie Toezicht Welzijn op het Werk.

Hoe? 

  • De inspecteur screent van op afstand de documenten die worden aangeleverd
  • De inspecteur gaat ter plaatse of neemt contact met de interne dienst

Naar boven

Verplichtingen

  • 3 basisregels:
    • Contactbubbels bewaren: probeer contactbubbels maximaal te respecteren. Hou hierbij rekening met wat haalbaar en doenbaar is voor iedereen
    • Social distancing (1ste beschermingsniveau, art. 5 welzijnswet). Social distancing is niet verplicht:
      • In het kleuteronderwijs tussen kleuters onderling en tussen personeelsleden en kleuters
      • In het lager onderwijs tussen leerlingen onderling
    • Handhygiëne
  • Voorzien van persoonlijke beschermingsmiddelen (2de beschermingsniveau)
    • Welke bescherming?
      • Mondmaskers

      • Het gebruik van plexiglas in de klaslokalen of een faceshield kan een alternatief zijn voor het dragen van een mondmasker door de leraar tijdens het lesgeven vooraan in de klas.

      • Handschoenen

    • Voor wie?
      • Personeel in alle onderwijsniveaus en leerlingen in het secundair onderwijs dragen een mondmasker behalve
        • In het kleuteronderwijs tijdens contacten tussen personeelsleden en kleuters. 
        • Tijdens de activiteiten, pauzes of contacten in open lucht op voorwaarde dat er voldoende afstand bewaard wordt.
        • Indien uit de risicoanalyse blijkt dat het dragen van een mondmasker tot grotere risico’s leidt, bv. bij het gebruik van bepaalde machines tijdens de praktijklessen of bij leerlingen met ASS of bij personen met een allergie voor bepaalde stoffen.
      • ​Handschoenen voor onderhoudspersoneel, buspersoneel en verzorgend personeel.
        • Op voorwaarde dat het personeel vertrouwd is met het gebruik ervan en vooral de handschoenen correct kan verwijderen. Indien dat niet zo is, is het aangewezen maximaal in te zetten op het wassen van de handen met zeep of alcoholgel.

      • Leerlingen uit het basisonderwijs (ook al zijn ze 12+) hoeven geen mondmaskers te dragen.
  • Geef personeel en leerlingen duidelijke instructies over wat te doen bij besmetting (zie procedures contact tracing).
  • Betrek de interne preventieadviseur meteen bij de organisatie van de heropstart.
  • Pas dit draaiboek toe op je eigen schoolomgeving op basis van de lokale risicoanalyse. Laat je hierbij ondersteunen en adviseren door de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en het CLB. De risicoanalyse wordt met andere woorden opgemaakt door het schoolbestuur in samenwerking met de interne preventiedienst, de externe preventiedienst en het CLB. Bespreek de risicoanalyse op het bevoegde onderhandelingscomité. Je kan je laten inspireren door voorbeelden, maar de risicoanalyse moet lokaal (op het niveau van het individuele school en dus niet per schoolbestuur of scholengemeenschap) uitgevoerd worden.
  • Hou in de risicoanalyse en bij het nemen van preventiemaatregelen naast de fysieke veiligheid absoluut ook rekening met het mentale welzijn van personeel en leerlingen (zie ook thema 2 mensen). Deze periode heeft een onmiskenbare impact op de psychosociale belasting van personeel en leerlingen. 
    • Maak daarom afspraken met het CLB. Zorg dat de contactgegevens van het CLB (CLB- chat), interne leerlingenbegeleiders en andere aanspreekpunten voor iedereen vlot beschikbaar zijn.
    • Maak afspraken met de afdeling psychosociaal welzijn van de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk. Zorg dat de contactgegevens van de externe en interne preventiedienst en de interne vertrouwenspersonen voor iedereen vlot beschikbaar zijn.
    • Houd rekening met de lange periode waarin leerlingen en personeel elkaar niet gezien hebben (ook in kader van het naleven social distancing net na de heropstart)
  • Voorzie de nodige tijd voor de risicoanalyse en het uitvoeren van de preventiemaatregelen.

Verplichtingen fysieke organisatie

Zet in op een combinatie van de 4 cruciale elementen:

  • Contactbubbels met vaste groepen. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kinderen niet de motor zijn van de verspreiding van het virus.
    • In het secundair onderwijs: contactbubbels van een 10-tal leerlingen met een maximum van 14 leerlingen
    • In het kleuter- en lager onderwijs: de klasgroep is de contactbubbel
    • De klasbubbel kan met verschillende volwassenen contact hebben, doch dit wordt in de mate van het mogelijke beperkt tot het noodzakelijke in functie van o.a. pedagogische en hygiënische noden.
    • Deze groottes zijn belangrijk in functie van contact tracing
    • Deze voorwaarde doet geen afbreuk aan de voorwaarde van 4m² per leerling (zie verder) in het secundair onderwijs.  Je klasgroepen halveren zal hier dus meestal aan de orde zijn. 
    • Voorzie voor elke groep een vast klaslokaal en een vaste plek voor elke leerling.
  • Bewaar zoveel mogelijk afstand (social distancing)
    • Minimumafstand tussen persoon in kader van social distancing: 1,50 meter
    • Social distancing is niet verplicht:
      • In het kleuteronderwijs tussen kleuters onderling en tussen personeelsleden en kleuters
      • In het lager onderwijs tussen leerlingen onderling
  • Voorbeeld: oppervlakte per persoon (1.5)² x π = cirkel van ca. 7m² 
  • Opnemen in lokale risicoanalyse
  • Secundair onderwijs: verplichte oppervlakte per leerling/leraar in klaslokaal
  • Behalve de afstand tussen personen, moet ook met andere parameters rekening gehouden worden:

Naar boven

Adviezen

  • Communiceer duidelijk en zo snel als mogelijk over de heropstart naar personeel, ouders en leerlingen. Gebruik de modelbrieven.

  • Zorg voor een regelmatig overleg (bv. om de 2-3 dagen) met de personeelsafvaardiging of het bevoegd onderhandelingsomité om te weten wat er leeft binnen de school.
  • Maak duidelijke afspraken met derden (catering, schoonmaak, leverancier, ondersteuningsnetwerken,…) en communiceer die schriftelijk. Hou bij deze afspraken
    rekening met het onderscheid tussen essentiële derden, zoals de personeelsleden van de ondersteuningsnetwerken, de leraren in opleiding, de pedagogische begeleiding en het CLB en niet-essentiële derden (bv. niet-dringende leveringen).
  • Neem maatregelen om niet-essentiële derden (bezoekers) te weren. Denk aan alternatieven voor instappertjes in de kleuterschool. 
  • Voorzie voldoende tijd voor onthaal van leerlingen en personeel bij de heropstart.
  • Geef personeel en leerlingen instructies over:
  • Ouders van leerlingen die ziek worden op school worden meteen gecontacteerd om hen af te halen. De leerlingen met COVID-symptomen worden meteen uit de klas gehaald en in een apart lokaal in quarantaine geplaatst tot de ouders hen opgehaald hebben. Het geïnfecteerde lokaal en het materiaal waarmee de leerling in contact kwam, moet ontsmet worden.
  • Vergader digitaal met werkgroepen, ouderraad, schoolteam, deliberaties... Vermijd fysieke vergaderingen met grote groepen. Voorzie bij fysieke vergaderingen hier minstens 4m² per persoon.
  • Annuleer niet-essentiële vergaderingen.
  • Sluit waar mogelijk de lift of beperk het gebruik tot 1 persoon of indien nodig 1 begeleider.

Adviezen voor klaslokalen en lessen

  • Plaats leerlingen zo veel als mogelijk tegen de wand.
  • Vaste plaatsen en lokalen per leerling (leraar verandert van klaslokaal, niet de leerlingen)
    • Minder leerlingenstromen
    • Minder onderhoud
  • Vaklokalen (chemie, fysica, biologie...)
    • Vaklokalen kunnen blijven gebruikt worden, op voorwaarde dat dezelfde leerlingengroep er ook den andere lessen volgt.
    • Laat lessen die normaal doorgaan in vaklokalen doorgaan in gewone klaslokalen. 
    • Experimenten worden aangetoond via filmpjes.
  • Organiseren van lessen in open lucht wordt aanbevolen
    • Verluchting
    • Lessen Lichamelijke Opvoeding
    • Als lessen in de buitenlucht plaatsvinden, blijven de afstandsregels en het maximum van 14 leerlingen per contactbubbel van toepassing. De bepaling in het MB rond trainen in groepen tot 20 personen geldt niet voor het onderwijs.
  • De les lichamelijke opvoeding kan blijven doorgaan, maar moet worden aangepast om de fysieke afstand te behouden. Hou er rekening mee dat hoe groter de inspanning is, hoe sterker de ademhaling is en hoe meer afstand je dus moet behouden.
  • Denk na over aanpassingen van het lessenrooster. Organiseer eventueel kortere lestijden om voldoende tijd te voorzien voor handhygiëne en verplaatsingen.

Ondersteuning in de klassen

  • Social distancing handhaven, behalve in het kleuteronderwijs.
  • Ondersteuningsnetwerken
    • = essentiële derde
    • Ga na of ondersteuning digitaal of telefonisch kan verlopen.
    • Probeer er voor te zorgen dat de ondersteuners tijdens fysieke contacten zoveel als mogelijk dezelfde leerling(en)/leerkrachten blijven opvolgen.
    • Persoonlijke beschermingsmiddelen worden voorzien door de school voor buitengewoon onderwijs.

Speeltijd

  • Voorzie alternerende speeltijden of zorg dat de contactbubbels voldoende gescheiden zijn en voorzie voldoende toezicht.
  • Max. aantal leerlingen op speelplaats op basis van minimumoppervlakte van 4m² per leerling.
  • Tijdens de speeltijden in open lucht is 
    • Het dragen van een mondmasker niet verplicht.
    • Geen social distancing nodig in het kleuter- en lager onderwijs.
  • De leerlingen mogen gebruik maken van speeltuigen in open lucht en van speelgoed dat uitsluitend in open lucht, op voorwaarde dat ze voor en na het spelen de handen wassen. De toestellen hoeven na gebruik niet gereinigd te worden.

Lunchpauze

  • Voorzie alternerende lunchpauzes.
  • Max. aantal leerlingen in refter op basis van minimumoppervlakte van minimaal 4m² per leerling. Indien er ruime afstand tussen contactbubbels voorzien wordt en de circulatie beperkt wordt, kunnen voor de lunchpauze uitzonderlijk meerdere contactbubbels in de refter toegelaten worden.
  • Vermijd eventueel het aanbod warme maaltijden.
  • Organiseer bij voorkeur lunchpauzes in de klas (voorzie wel extra onderhoud) of in de openlucht.
  • Bij halve lesdagen kan de lunchpauze geannuleerd worden.

Leraarskamer

  • Max. aantal personeelsleden in leraarskamer op basis van minimumoppervlakte van minimaal 4m² per personeelslid
  • Geef leraren een vaste plaats.

Voor- en naschoolse opvang

  • Opvanginitiatieven binnen de school volgen de veiligheidsvoorschriften uit dit draaiboek. Opvanginitiatieven in lokalen buiten de school, houden rekening met de veiligheidsvoorschriften uit het draaiboek van het Agentschap Opgroeien. Beide draaiboeken worden voor de opvang beter op elkaar afgestemd, met het oog op de situatie na 15 mei, op basis van advies van de GEES.

Studielokaal

  • Max. aantal leerlingen op basis van minimumoppervlakte van minimaal 4m² per leerling.
  • Hou rekening met extra afwezigheden van leerlingen en personeel. Voorzie voldoende toezicht.

Sanitair

  • Werk met alternerende speeltijden.
  • Hou bij het bepalen van het maximaal toegelaten leerlingen in het sanitair rekening met het aantal beschikbare wasplaatsen en de afstand tussen de wastafels (risicoanalyse). Voorzie hiervoor toezicht. 
  • Voorzie alternatieve (tijdelijke) mogelijkheden voor handhygiëne. Denk hierbij aan tijdelijke huur van extra wasplaatsen of voorzie handgeldispensers.
  • Gebruik uitsluitend papieren handdoekjes.
  • Verwijder stoffen handdoeken. Zet handendrogers buiten dienst.

Leerlingstromen

  • Beperk de in- en uitgangen in de school.
  • Voer éénrichtingsverkeer in. Indien dit niet mogelijk is, werk dan met voorrangsregels.
  • Start op de speelplaats en laat de leerlingen klas per klas de school betreden.
  • Leerlingen wachten in de gang op een veilige afstand van elkaar en betreden één voor één de ruimte.
  • Leerlingen nemen plaats in de klas op zo’n manier dat eerst de plaatsen het verst van de deur worden ingenomen en verlaten de klas waarbij wie het dichtst bij de deur zit, eerst vertrekt.
  • Voorzie meer tijd voor verplaatsingen.

Ouderstromen

  • Vermijd de aanwezigheid van ouders op school. Laat kinderen aan de poort afzetten en op halen.
  • Organiseer de oudercontacten digitaal.

Inschrijvingen

  • Inschrijven gebeurt op afstand (bijvoorbeeld digitaal). Wachtrijen en kampeertoestanden kunnen niet. Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen.

  • Scholen die al aangemeld hebben, kunnen uitzonderlijk gunstig geordende leerlingen fysiek inschrijven vanaf 25 mei 2020.

  • Scholen kunnen uitzonderlijk ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor bijvoorbeeld een rondleiding, onthaal- of oriënteringsgesprek. Dit kan enkel als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met max. 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie verminderde toegang heeft tot digitale alternatieven. Opendeurdagen kunnen niet.

Leerlingenvervoer

  • Volg de richtlijnen van de openbare vervoersmaatschappijen.
  • Voor het leerlingenvervoer buitengewoon onderwijs: zie verder in dit draaiboek.

Secretariaat/onthaal

  • Voorzie plexiglas aan de balie.
  • Beperk het bezoek van leerlingen en personeel. Maak hierover afspraken.

Andere

  • Laat (niet-brandwerende) deuren zo veel als mogelijk open staan. Hou hierbij rekening met mogelijk lawaai voor naburige klassen. Doe de nodige aanpassingen in de evacuatieprocedure.
  • Deel de campus in in zones afhankelijk van risico en doelgroep. Pas de instructies (bv. over persoonlijke beschermingsmiddelen) aan per zone via affiches.

Adviezen voor sanitair

  • Toiletten doorspoelen met deksel gesloten. Informeer de leerling, bv. door affiches op te hangen in het sanitair.
  • Droogstaande afvoeren (vloer, sanitair, …) vermijden. Regelmatig (bv. 3-wekelijks, afhankelijk van de weersomstandigheden) doorspoelen.

Adviezen voor de ventilatie

Verhoog de ventilatie (zo veel mogelijk verse lucht)

Mechanische ventilatie
  • Schakel het ventilatiesysteem niet volledig uit, ook al is het gebouw niet in gebruik
  • Start het ventilatiesysteem (dagregime) vroeger en laat het langer nadraaien (1 – 2 uur)
  • Voorzie extra manuele ventilatie via ramen, zeker bij het betreden van een lokaal dat eerder bezet was
Geen mechanische ventilatie
  • Voorzie (extra) manuele ventilatie via ramen (gezondheid gaat hierbij voor op thermisch comfort)
  • Frequentie? 2 à 3 keer per dag gedurende minimaal 15 minuten

Ventilatiesystemen voor sanitaire ruimtes niet uitschakelen 

Mechanische ventilatie 
  • Schakel het ventilatiesysteem niet uit (24 op 7 laten aan staan)
  • Let er op dat de onderdruk van de sanitaire ruimte hoger is dan deze van de andere ruimtes
  • Vermijd open ramen in de sanitaire ruimtes (onderdruk behouden)
Geen mechanische ventilatie
  • Zet alleen ramen open als dit noodzakelijk is, let hierbij op de luchtstromen die hierdoor ontstaan.

Ventilatiesysteem D (luchtgroep)

Luchtgroep met warmterecuperatie met warmtewiel
  • Schakel de warmterecuperatie uit (bv. by-pass activeren)
  • Is het niet mogelijk om het warmtewiel uit te schakelen dan moet het reinigen van het warmtewiel mee opgenomen worden in het onderhoudsprogramma, je contacteert hiervoor best de installateur.
  • Is het niet duidelijk hoe je de warmterecuperatie kan uitschakelen contacteer je best de installateur.
Luchtgroep met warmterecuperatie met kruisstroomwarmtewisselaar
  • Er stelt zich geen probleem met de warmterecuperatie
  • In geval van twijfel warmterecuperatie altijd uitschakelen, gezondheid is belangrijker dan energiebesparing.
  • Zorg dat het ventilatiesysteem goed onderhouden is, bijv. tijdig vervangen v/d luchtfilters, zodanig dat het ventilatiedebiet optimaal wordt gegarandeerd.
  • Opmerking: bij een ventilatiesysteem C (raamroosters) stellen er zich geen bijkomende problemen

Luchtverwarming 

Schakel de recirculatie/luchtherneming uit (gezondheid is belangrijker dan energiebesparing)

Adviezen voor onderhoud

  • Maak een hygiëneplan op. Neem arbeidsmiddelen en materialen op in het hygiëneplan. Registreer deze acties. Besteed hierin bijzondere aandacht aan het onderhoud voor de heropstart.
  • Werk zo veel mogelijk met vaste lokalen of plaatsen voor de leerlingen. 
  • Het inschakelen van leerlingen en personeel bij het onderhoud van hun eigen werkplek kan als tijdelijke maatregel ingevoerd worden als uit de lokale risicoanalyse blijkt dat alternatieven onmogelijk zijn en op voorwaarde dat hierover duidelijke instructies worden gegeven. Om tijdig het nodige onderhoud uit te voeren door het reguliere onderhoudspersoneel, moet eerst de mogelijkheid van uitwijklokalen bekeken worden. Beperk de opdracht van het onderhoudspersoneel zo veel mogelijk tot 1 school.
  • Regelmatig reinigen (water en zeep) van lokalen. Minimaal na elke lesdag en na elk gebruik door een contactbubbel.
  • Regelmatig reinigen (water en zeep) van meubilair/machines/toestellen
    • Reftertafels: na elke lesdag en na elk gebruik door een contactbubbel
    • Banken/stoelen: na elke lesdag 
    • Machines: na elke lesdag en na elk gebruik
    • Specifieke aandacht voor alles wat kan worden aangeraakt met de handen: klinken (laat deuren zo veel mogelijk open staan), schakelaars, kranen, wc-spoelingen, wc-deksels, trapleuningen, sporttoestellen, speelgoed (niet uitwisselen tussen groepen), didactisch materiaal, toetsenborden, tablets, telefoons, … 
  • Desinfecteren is enkel nodig bij vermoeden van infecties. Met bleekwater/ethanol (gebruik de correcte verhoudingen!)
  • Vermijd gebruik van stofzuigers.
  • Aanbevelingen voor onderhoud van ICT-materiaal.

Adviezen voor onderhoudspersoneel

  • Gebruik steeds lange handschoenen die de mouwen van de werkkledij overlappen.
  • Wassen van handen voor het aandoen van handschoenen en na het uitrekken van de handschoenen (en onmiddellijk verzorgende crème aanbrengen)
  • Dagelijks legen van vuilnisbakken
  • Verhoog de onderhoudsfrequentie van het sanitair (minimaal 2 maal per dag).
  • Het verhogen van de onderhoudsfrequentie van de gebouwen en lokalen kan er toe leiden dat in bepaalde periodes geprioriteerd (bv sanitair, lokalen met meerdere groepen leerlingen/personeel) wordt. 
  • Was textiel (gordijnen, speelgoed…) minimaal op 60° en bij voorkeur op 90° graden
  • Gebruik bij voorkeur enkel wasbaar speelgoed

Overige adviezen

Aandachtspunten bij heropstart sanitaire installaties en zwembaden

EHBO

  • Voorzie digitale thermometers die vanop een zo groot mogelijke afstand kunnen werken. Indien niet beschikbaar zijn, volstaan gewone thermometers op voorwaarde dat ze na gebruik ontsmet worden. 
  • Voorzie voldoende handschoenen en mondmaskers voor de hulpverleners.

Hulpmiddelen

Naar boven

Organisatie van de opvang

De verplichtingen en adviezen uit het algemeen draaiboek preventie blijven van toepassing. Ze worden uitgebreid met onderstaande specifieke adviezen voor de organisatie van de opvang, die werden afgestemd met het Agentschap Opgroeien.

We maken hierbij een onderscheid tussen opvang van kleuters (2.5 tot 6 jaar) en leerlingen ouder dan 6 jaar (lager en secundair onderwijs).

Doelgroepen

Opvang van kleuters

Er wordt minimaal opvang voorzien voor kleuters waarvan ouders buitenshuis werken en zelf niet in opvang kunnen voorzien en voor kleuters uit kwetsbare gezinnen.

Als er lokaal nog voldoende capaciteit is nadat de noden van deze eerste doelgroepen ingevuld zijn, kunnen de lokale partners (school, lokaal bestuur, buitenschoolse opvang) zelf beslissen deze doelgroepen te verruimen, naar:

  • Kinderen van ouders bij wie er slechts één ouder buitenshuis moet werken tot
  • Alleenstaande thuiswerkende en daarna ook
  • Alle thuiswerkende ouders.

Opvang kinderen ouder dan 6 jaar (lager en secundair onderwijs)

Er wordt enkel opvang voorzien voor kinderen van ouders die buitenshuis werken en zelf niet in opvang kunnen voorzien en voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. 

Preventiemaatregelen

Steeds meer krijgen wetenschappers inzicht in het coronavirus en de verspreiding hiervan bij de jongste kinderen. Vele wetenschappelijke onderzoeken bevestigen dat kinderen onder de 6 jaar geen drijvers zijn van de epidemie. Men heeft zo goed als nooit kunnen vaststellen dat een kind onder de 6 jaar een volwassene heeft besmet. Er zijn ook nauwelijks vaststellingen van jonge kinderen die elkaar besmetten. Er is een onderscheid in preventiemaatregelen tussen kleuters en kinderen die naar de lagere school gaan. Dit onderscheid werd gevalideerd door de GEES.

Kleuteropvang

M.b.t. de kleuters
  • Social distancing tussen kleuters is niet nodig.
  • 4 m² per aanwezig kind is richtinggevend, maar niet verplicht.
  • Zorg voor goed verluchte speelruimtes.
  • De grootte van de contactbubbel voor kleuters is de normale klasgrootte.
  • Kleuters moeten geen mondmaskers dragen.
Personeelsleden
  • Personeelsleden moeten geen mondmasker dragen tijdens contacten met de kleuters.
  • Personeelsleden dragen mondmaskers tijdens de breng- en haalmomenten en de contacten met ouders.
De ouders
  • Tijdens het breng- en haalmoment respecteer je social distancing.
  • Verplicht de ouders om mond- en neusbedekking te dragen als ze hun kind komen brengen en ophalen, hoe kort het contact ook is.
  • Raad de ouders aan om hun kleuter zo veel mogelijk door dezelfde persoon te laten brengen en halen.
  • Heb je een aantal ‘spitsmomenten’? Zorg dan dat ouders weten waar ze moeten wachten (stickers op de vloer, instructies bij inkom). Beperk het aantal ouders in de opvang en vermijd ouders in de leefgroep.

De richtlijnen inzake veilige en hygiënische opvang en ziekte en risicogroepen vind je in het draaiboek Kinderopvang 30 april.

Opvang van kinderen vanaf 6 jaar (lager en secundair onderwijs)

Tijdens de opvang worden dezelfde richtlijnen gevolgd als tijdens de lessen (zie hoger).

Contactbubbels in kleuteropvang en in opvang van kinderen van de lagere school

Het realiseren van gelijke contactbubbels gedurende de volledige dag, vormt een grote uitdaging.

Hieronder lees je 2 scenario’s. Scenario 1 is het voorkeursscenario.

Scenario 1: behoud van de contactbubbel gedurende de volledige dag

  • Om de contactbubbels zo intact mogelijk te houden, is het aangewezen om de verhuis en mix van kinderen te vermijden tussen opvang voor de schooluren, opvang tijdens de schooluren en opvang na de schooluren. Je realiseert een aaneensluitend geheel van buitenschoolse opvang, noodopvang en opvang binnen de school.
  • Dit is het ideale scenario: je houdt gedurende de volledige dag kinderen in een zelfde contactbubbel. Dit zou kunnen indien je lokaal tot afspraken komt dat de locatie voor de opvang de hele dag dezelfde is en/of dat ook de groep kinderen en personeelsleden dezelfde zijn. Hierbij is het mogelijk dat er op sommige momenten minder kinderen zijn, maar er worden geen kinderen van verschillende groepen gemengd. Alle kinderen blijven in eenzelfde contactbubbel. 
  • Deze contactbubbel van kinderen kan in dit scenario wel doorbroken worden door een wissel van binnen eenzelfde personeelsgroep (bv. dezelfde kleuteronderwijzers die afgewisseld worden door dezelfde kinderbegeleiders). De groep kinderen blijft wel dezelfde.

Scenario 2: contactbubbels van kleuters bijeengebracht in contactbubbels met andere leerlingen

Vaak zal het zo zijn dat je niet anders kan dan te kiezen voor het samenbrengen van contactbubbels, omdat dit de enige manier is om de opvang ook te garanderen.

Hierbij hanteer je volgende richtlijnen:

  • De grootte van de contactbubbel voor kleuters is de normale klasgrootte.
  • Als je kinderen van een andere contactbubbel toevoegt, voeg dan vooral eerst een kleine minderheid aan kinderen toe aan een grotere meerderheid van een bestaande grotere contactbubbel.
  • Spreid dus de kinderen uit andere contactbubbels zoveel mogelijk over bestaande contactbubbels in plaats van een kleine contactbubbel uit te breiden met meerdere kinderen.
  • Ook buiten spelen doe je best afwisselend per contactbubbel en je deelt geen speelgoed met verschillende contactbubbels, tenzij het bij wissel grondig gereinigd en ontsmet is.

Naar boven

Praktijkopleidingen

De verplichtingen en adviezen uit het algemeen draaiboek preventie blijven van toepassing. Ze worden uitgebreid met onderstaande specifieke adviezen voor de praktijkopleidingen.

Adviezen: algemeen

  • Vermijd extra-muros-activiteiten (praktijklessen op verplaatsing en observatieactiviteiten).
  • Voorzie voldoende afvalcontainers.
  • Zorg voor een goede reiniging van de ateliers en van de werkposten, en voorzie onderhoud tussen de lessen door.
  • Reinig arbeidsmiddelen (handvaten) na gebruik, en in elk geval vóór gebruik door iemand anders; dit geldt ook voor mobiele arbeidsmiddelen.
  • Besteed aandacht aan het reinigen van bedieningsschermen van machines, of voorzie alternatieve wijzen van bediening (bv. een touchscreen-pen).
  • Collectieve beschermingsmiddelen krijgen voorrang op persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Gebruik spreidingsmaatregelen bij in-, uit- en doorgangen met hulpmiddelen zoals markeringen, linten of fysieke barrières, en overweeg éénrichtingsverkeer en voorrangsregels in gangen waar leerlingen elkaar te vaak of zonder voldoende afstand kruisen.
  • Besteed bijzondere aandacht aan de opslag van materiaal zodat niet alle leerlingen hun materialen op eenzelfde plaats moeten ophalen en daardoor onvoldoende afstand kunnen bewaren). Bij aankomst in en verlaten van het lesatelier: handen wassen met (vloeibare) zeep of handgel.

Kleedkamers

  • Respecteer social distancing, ook bij het betreden en verlaten van de kleedkamer.
  • Beperk het aantal personen dat tegelijkertijd in de kleedkamer is. Voorzie eventueel tijdelijk extra kleedkamers.
  • Voorzie regelmatige verluchting en reiniging van de kleedkamers, en in elk geval tussen de lessen en op het einde of bij het begin van elke lesdag.
  • Handen wassen of ontsmetten met handgel vóór en na gebruik van de kleedkamer.

Werkposten

  • Probeer zo veel mogelijk afstand tussen de werkposten te creëren. Verplaats mobiele werkposten waarvan de onderlinge afstand te klein is. Beperk het aantal leerlingen in het lesatelier. Laat hen eventueel met de rug naar elkaar toe werken.
  • Probeer zo weinig mogelijk machines en arbeidsmiddelen door verschillende leerlingen te laten bedienen.
  • Hou met bovengenoemde richtlijnen rekening bij de risicoanalyse.

Arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM's)

  • Zorg voor een goed onderhoud van arbeidsmiddelen en PBM’s. Laat de leerlingen zo veel mogelijk werken met eigen arbeidsmiddelen en PBM’s, en reinig ze regelmatig (zeker bij gebruik door andere leerlingen). Heb extra aandacht voor PBM’s die in contact komen met het gezicht (bv veiligheidsbrillen, oorkappen).
  • Zorg dat de handgrepen en contactoppervlakken van gedeeld materieel worden
  • gereinigd.

Circulatie van leerlingen

  • Respecteer maximaal social distancing.
  • Maak gebruik van hulpmiddelen zoals markeringen, linten of fysieke afscheiding om de routes zo duidelijk mogelijk aan te geven
  • Gebruik spreidingsmaatregelen bij in-, uit- en doorgangen met hulpmiddelen zoals markeringen, linten of fysieke barrières.
  • Zorg ervoor dat leerlingen elkaar zo weinig mogelijk moeten kruisen, bv. door markeringen aan te brengen op de grond of overweeg éénrichtingsverkeer in gangen en op trappen waar personen elkaar zonder voldoende afstand moeten kruisen.
  • Laat deuren die niet gesloten moeten blijven om veiligheidsredenen zoveel mogelijk openstaan om veelvuldig aanraken te vermijden.

Leveringen

  • Leveranciers voeren hun leveringen uit met zo weinig mogelijk fysiek contact met andere personen (laden en lossen volledig door de leverancier of volledig door de ontvanger). Leveringen worden best verspreid ingepland zodat er niet te veel externen tegelijkertijd aanwezig zijn.

Hulpmiddelen

Naar boven

Buitengewoon onderwijs

De verplichtingen en adviezen uit het algemeen draaiboek preventie blijven van toepassing. Ze worden uitgebreid met onderstaande specifieke adviezen voor het buitengewoon onderwijs.

We erkennen de specifieke veiligheidsrisico’s die zich stellen voor een heropstart van het onderwijs- en zorgaanbod in scholen voor buitengewoon onderwijs. We benadrukken daarom het belang van de lokale risicoanalyse en de autonomie van de onderwijsinstellingen bij de beslissingen inzake de heropstart.

Beslissingskader

  • De vertrekbasis voor de keuzes die kunnen gemaakt worden is de risicoanalyse.
  • Op basis van de resultaten van die analyse maak je als school voor buitengewoon onderwijs een capaciteitsinschatting van het aantal leerlingen aan wie je onderwijs en zorg op school kan verlenen in veilige omstandigheden. Hou hierbij rekening met de aard van je doelgroep in de school, naar types en opleidingsvormen. Een haalbare capaciteit kan bijvoorbeeld anders zijn voor type basisaanbod dan voor leerlingen type 4.
  • Deze capaciteitsinschatting doen de scholen uit het buitengewoon lager onderwijs en uit het buitengewoon secundair onderwijs OV1-OV2 autonoom op basis van de risicoanalyse. Voor het buitengewoon lager onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs OV1-OV2 hoeft het principe van maximaal 3 leerjaren (of leeftijdscohortes) dus niet gevolgd te worden. Voor het buitengewoon secundair onderwijs OV3 (laatste jaar kwalificatiefase en integratiefase voor maximum 2 volle dagen) en OV4 (zoals in het gewoon secundair onderwijs) volgen we wel de heropstart van het gewoon secundair onderwijs. Scholen hebben wel de mogelijkheid om bijkomend andere leerlingen uit te nodigen en aan hen onderwijs op school aan te bieden.
  • Opvang: Sinds het ingaan van de COVID-19 maatregelen vang je binnen je school mogelijks al een aantal leerlingen op. Deze groep zal wellicht nog uitgebreid worden wanneer bedrijven terug opstarten en ouders terug aan de slag moeten.
  • Indien er buiten de groep leerlingen die je opvangt, nog capaciteitsruimte over is, maak je de overweging of je nog andere leerlingen naar school kan halen. We zien 3 groepen waarvan je er 1 of meer in overweging kan nemen:
    • Voor welke leerlingen is de leernood het hoogst (deze nood kan zowel cognitief, motorisch als socio-emotioneel zijn)
    • Voor welke leerlingen is de zorgnood het hoogst (psychosociaal welbevinden, therapie, …)
    • Voor welke ouders is de ondersteuningsnood het hoogst om het welzijn van zowel de leerling als het gezin te garanderen
  • Op basis van een reflectie over deze 3 groepen kan je als school autonoom besluiten leerlingen en hun ouders aan te spreken om de resterende capaciteitsruimte in te vullen. Aangezien het gaat over leerlingen die momenteel in een thuiscontext of in een residentiële context verblijven, is overleg nodig over het leerlingenvervoer en met de residentiële setting (MFC, MPI, IPO). De terugkeer naar school moet op een veilige manier kunnen georganiseerd worden.
  • Vergewis je in overleg met de ouders welke leerlingen naar school zullen komen (vanaf 4 mei voor opvang en na 18 mei om deel te nemen aan de onderwijsactiviteiten, zorg, therapie). Onderzoek hoe die leerlingen op een veilige manier naar school kunnen komen, hetzij via eigen vervoer door de ouders, hetzij met leerlingenvervoer, waarbij ook daar de regels rond social distancing maximaal worden gerespecteerd. Geef zo snel mogelijk aan de vervoerder door welke leerlingen, waar, wanneer en hoe opgehaald moeten worden, zodat er een planning kan gemaakt worden. Spreek ook af hoe wijzigingen in het rittenschema efficiënt kunnen doorgegeven worden.
  • Overleg met residentiële settings is ook aangewezen voor die leerlingen die zich in een aanbod “permanent onderwijs aan huis (POAH)” bevinden. Inzet van personeelsleden in die residentiële settings kan overwogen worden om te vermijden dat leerlingen naar de school moeten komen waardoor contactbubbels doorbroken worden. Uiteraard dienen de richtlijnen inzake de exit-strategie die voor de voorzieningen gelden, gerespecteerd te worden. Voor POAH in het gezin wordt in overleg met ouders, arts en school een risicoanalyse gemaakt. Wanneer de veiligheid niet kan gewaarborgd worden is POAH niet aan de orde.

Busvervoer: verplichtingen (onder voorbehoud)

  • Alle leerlingen ongeacht de leeftijd zetten een mondmasker op voor het instappen op de bus op verzoek van de Lijn, ook buschauffeur (voorzien door FBAA/exploitant) en busbegeleider dragen verplicht minimaal een mondmasker. Voor de leerlingen waarvan de kans groot is dat ze het mondmasker niet de volledige busrit gaan ophouden, moet het busvervoer zo georganiseerd worden dat social distancing maximaal gegarandeerd kan worden.
  • Er mag 1 leerling per rij zitten, geschrankt. Zo garanderen we social distancing op de bus.
  • Het gebruik van wisselparkings is bij hoge uitzondering toegelaten.

Busvervoer: adviezen

  • Vraag bij de ouders na of alternatief vervoer mogelijk zijn. We raden zoveel mogelijk aan om gebruik te maken van andere vervoersmiddelen, aangezien de capaciteit van het busvervoer door de regels omtrent social distancing sterk gedaald is.
  • Alternatieve bustrajecten zijn onvermijdbaar.
  • Scholen kunnen afspraken maken rond gemeenschappelijk vervoer maar houden hierbij zo veel als mogelijk rekening met het principe van de contactbubbels.
  • Leerlingen stappen op in het midden of vanachter indien daar een deur is. Wanneer er geen deur is in het midden of vanachter in de bus, stapt de leerling vooraan op. In dat geval zal de buschauffeur stoppen voor de deur, buschauffeur en busbegeleider stappen uit de bus, de leerling stapt op en dan stappen buschauffeur en busbegeleider weer op. Leerlingen die hulp nodig hebben bij het op- of afstappen, kunnen hierbij geholpen worden door het buspersoneel.
  • Voorzie alcoholgel op de bus.
  • De bus wordt voor gebruik ’s ochtends en voor gebruik ’s avonds gereinigd. Pas na dit grondig onderhoud mogen busbegeleider en leerlingen opstappen.
  • De Lijn kan contractueel maximaal 2 rijmomenten per dag voorzien, en die situeren zich standaard ’s ochtends en ’s avonds. Indien scholen opteren om te werken met halve dagen, moet hier binnen de zone tijdig over afgestemd worden met de andere scholen. Binnen een zone kan De Lijn immers niet voor elke school een ander ritme
  • aanhouden.
  • Scholen maken onderling afspraken indien er gemeenschappelijk vervoer is. Denk bijvoorbeeld aan school A vervoert leerlingen op maandag, woensdag en vrijdag, school B vervoert leerlingen op dinsdag en donderdag. Zo proberen we het vervoer te ontlasten en de contactbubbels per school maximaal in stand te houden. Geef dit goed door aan De Lijn.
  • Vervoer van leerlingen in een rolstoel is mogelijk op voorwaarde dat de chauffeur volgende voorzorgsmaatregelen neemt:
    • Verplicht dragen van een mondmasker en/of faceshield
    • Verplicht dragen van handschoenen
    • Openen en sluiten van voertuig mag enkel door de chauffeur gebeuren.
    • Alcoholgel aanbrengen op cantactoppervlakken rolstoel voor manipuleren/helpen instappen van de klant
    • Rolwagens enkel langs achter benaderen voor het vast zetten
    • Indien een buikgordel dient te worden aangebracht: langs achter manipuleren en vergrendelen
    • Veiligheidsgordel desinfecteren na uitstappen klant.
    • Handvaten desinfecteren na uitstappen klant.
    • Alcoholgel gebruiken na manipuleren/helpen uitstappen van de klant.
    • Na einde dienst: alle raakvlakken reinigen met ontsmettingsmiddel

Ondersteuningsnetwerken

  • = essentiële derde
  • Ga na of ondersteuning digitaal of telefonisch kan verlopen
  • Probeer er voor te zorgen dat de ondersteuners tijdens fysieke contacten zoveel als mogelijk dezelfde leerling(en)/leerkrachten blijven opvolgen.

Beschermingsmiddelen

  • Minimaal een mondmaskerng voor elk personeelslid
  • Minimaal een mondmasker voor elke leerling vanaf het secundair onderwijs
  • Minimaal een mondmasker voor elke leerling die gebruik gemaakt van het leerlingenvervoer
  • Busvervoer: zie hoger.
  • Op basis van risicoanalyse van specifieke leerlingenpopulatie aan te vullen met
    • Schorten, wasbaar op minstens 60° of wegwerpschort
    • Faceshields of veiligheidsbril
    • Handschoenen op voorwaarde dat het personeel vertrouwd is met het gebruik ervan en vooral de handschoenen correct kan verwijderen. Indien dat niet zo is, is het aangewezen maximaal in te zetten op het wassen van de handen met zeep of alcoholgel.
  • Op basis van risicoanalyse van specifieke leerlingenpopulatie te vervangen door
    • Transparante mondmaskers voor personeel voor lessen aan doven/slechthorenden (idem voor auditieve problemen in gewoon secundair onderwijs)
    • Chirurgische mondmaskers

Hulpmiddelen

Naar boven

Onderwijs aan zieke kinderen en permanent onderwijs aan huis

Situering

Dit luik bevat richtlijnen en suggesties voor onderwijs dat niet op (de thuis)school plaatsvindt. Het gaat hier om de maatregelen voor leerlingen die afwezig zijn om een medische reden:

Bij alle maatregelen voor kinderen die afwezig zijn wegens medische redenen staan 2 doelstellingen voorop:

  • De leerachterstand van de leerling beperken;
  • De terugkeer van de leerling naar school voorbereiden.

Daarnaast gaan we ook in op de maatregel voor jongeren die door hun beperking niet in staat zijn om naar school te gaan:

Per maatregel geven we zeer beknopt weer waar het om gaat en geven we weer hoe daarmee om te gaan in deze tijden van heropstart in de COVID-19-context.

Naar boven

Tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH)

Wat is het?

Tijdelijk onderwijs aan huis is er voor leerlingen die door ziekte (psychisch of somatisch), ongeval of moederschapsrust langdurig of veelvuldig van school afwezig zijn.

2 elementen van de ruimere regelgeving zijn in de context van de heropstart van belang:

  1. Een arts attesteert de medische conditie, dat de leerling daardoor niet vol-tijds naar school kan maar wel TOAH kan of mag volgen.
  2. Er moet een opgebouwde afwezigheid zijn: een wachttijd (21 kalenderdagen bij langdurige ziekte) of voldoende veelvuldige afwezigheid (9 dagen bij chronische ziekte).

Hoe hiermee omgaan?

Bij de start van de coronaperiode is besloten om alle TOAH-trajecten stop te zetten. De overweging daarbij was dat mensen zich zo min mogelijk zouden verplaatsen en dat contactbubbels zo weinig mogelijk doorbroken worden.

De leerlingen kunnen aansluiten op de digitale platformen waar hun klasgenoten ook gebruik van maken. De voorbije 9 weken ging TOAH dus niet door. Die periode wordt mogelijk langer als een school later heropstart. De heropstart van de scholen zorgt ook voor vragen naar het heropstarten van TOAH en de condities.

Er zijn 3 doelgroepen:

  1. Leerlingen die al een TOAH-traject hadden vóór de lockdown (= term in dit document voor de periode waarin de lessen opgeschort waren of zijn).
  2. Leerlingen die tijdens de lockdown ziek zijn geworden en recht hebben op een TOAH-traject.
  3. Leerlingen die niet ziek zijn, maar waarvoor door een verhoogde kwetsbaarheid van henzelf of iemand uit de omgeving overwogen wordt om ze niet naar school te laten gaan en om voor hen een TOAH-traject op te starten.
Doelgroep 1: leerlingen met TOAH-traject voor en na de lockdown

De 1ste doelgroep zijn de leerlingen waarvan het doktersattest dateert van vóór de lockdown en doorloopt tot na de lockdown.

We hanteren de regel dat de weken in lockdown tellen als weken waarin die leerlingen lestijden genereren, ongeacht het feit of zij als aanwezig geregistreerd staan op school (dat was een algemene regel om redenen die volledig los staan van het tijdelijk onderwijs aan huis). Bij de heropstart hebben zij recht op 36 TOAH-lestijden (9 weken in lockdown * 4 lestijden), in te plannen wanneer dat past voor de leerkracht, de ouders en de leerling.

Leerlingen van wie het TOAH-traject tijdens de lockdown is afgelopen, hebben recht op de resterende lestijden. Als het attest bijvoorbeeld 2 weken na de afkondiging van de lockdown afloopt, heeft de leerling recht op 8 lestijden (2 weken * 4 lestijden).

Doelgroep 2: leerlingen die tijdens de lockdown ziek worden

De leerlingen die tijdens de lockdown ziek zijn geworden, hebben ook recht op tijdelijk onderwijs aan huis. Zij moeten daarvoor wel aan alle voorwaarden voldoen die voordien van kracht waren.

Het TOAH-traject van deze leerlingen kan aanvatten op het moment dat ze de wachttijd doorlopen hebben. De periode van ziekte tijdens de lockdown, aangegeven op het doktersattest, telt mee (vergelijk de TOAH-regeling tijdens de vakantieperiode). Dat kan vanaf de heropstart, of enkele weken later.

Doelgroep 3: verhoogd kwetsbare leerlingen

Het gaat hier om leerlingen die niet ziek zijn, maar die door een verhoogde kwetsbaarheid van henzelf of iemand uit hun omgeving niet naar school zullen komen.

TOAH kan voor deze leerlingen alleen als een attest van een arts die afwezigheid verantwoordt (dus niet op basis van een inschatting van de ouders of de school). De periode van opgebouwde afwezigheid begint in deze situatie pas te lopen op het moment dat het onderwijsaanbod van de school weer opstart.

Veiligheid en hernieuwde toestemming arts

Het bovenstaande behandelt alleen het recht op TOAH vanuit de verschillende doelgroepen. Maar de 1ste vraag die altijd gesteld moet worden is: hoe garanderen we de veiligheid?

Voor de heropstart van een TOAH-traject moet de behandelende arts:

  • Oordelen of, gelet op de COVID-19-context, een leerkracht nog altijd op de verblijfplaats van de leerling mag komen om er individueel onderwijs te geven (de initiële toestemming is mogelijk niet meer accuraat);
  • Bepalen welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn: afstand tussen personen, beschermend materiaal, duurtijd, voorwaarden gekoppeld aan de persoon …

De school en het eventuele ziekenhuis zijn verantwoordelijk voor de aankoop en voorziening van het nodige beschermend materiaal opdat het TOAH-traject kan plaatsvinden. Er mogen geen kosten worden doorgerekend aan de ouders.

Naar boven

Synchroon internetonderwijs (SIO, Bednet)

Wat is het?

Synchroon internetonderwijs zorgt ervoor dat leerlingen voor wie het door ziekte, ongeval of moederschapsrust onmogelijk is om onderwijs te volgen, in hun school de lessen op afstand, via de computer, rechtstreeks en in interactie met de leerkrachten en klasgenoten kunnen volgen.

Voor SIO is er een centrale organisator, vzw Bednet. De organisatie werkt met consulenten die via huisbezoeken de trajecten opstarten, materiaal installeren, de leerling opvolgen, begeleiden en het traject afronden. Samenwerking met de ouders, andere organisaties en de school is een belangrijk element in de werking van Bednet.

Hoe hiermee omgaan?

Als de werking van de klas opnieuw opstart, kan de afwezige leerling Bednet weer opstarten. Voor andere leerlingen heeft de opstart van Bednet geen zin.

Voor lopende Bednet-trajecten kan dit mogelijk zonder personele tussenkomst bij de leerling thuis.

  • Als er toch contacten noodzakelijk zijn (zoals een intake bij de opstart van een nieuw traject), zullen die maximaal digitaal verlopen.
  • Als de aanwezigheid van de consulent van Bednet toch noodzakelijk is, worden de contacten tot een minimum beperkt. De consulent zorgt voor een veilige werksituatie, in samenspraak met de ouders.
  • Als de aanwezigheid van de consulent op school nodig is, is dat een essentiële aanwezigheid.

Naar boven

Type 5-scholen

Wat is het?

Een type 5-school is gehecht aan een ziekenhuis of preventorium en zorgt er voor het onderwijs aan alle schoolgaande patiënten, in samenspraak met de medici. Het verstrekte onderwijs kan individueel of in groep zijn.  

De patiënten-leerlingen zijn ook nog leerlingen van hun thuisschool. Die moet alle medewerking verlenen bij het onderwijs dat de type 5-school aan haar leerlingen verstrekt.

Hoe hiermee omgaan?

Het onderwijsaanbod binnen type 5 vindt per definitie plaats binnen de context van een medische voorziening. Regels rond veiligheid en hygiëne spelen altijd een zeer belangrijke rol. Door de coronacrisis is dat van het allergrootste belang.

  1. De medische instelling beslist of de school actief kan zijn op haar locatie en voor welke patiënten/leerlingen.
  2. De medische instelling en de school bepalen samen onder welke condities er les gegeven kan worden, waarbij de veiligheid van leerling en leerkracht één geheel vormen. Zij nemen daarvoor samen de nodige initiatieven.
  3. Als er keuzes gemaakt moeten worden, geeft de type 5-school prioriteit aan die leerlingen die de onderwijsbegeleiding het hardste nodig hebben. De prioritaire leerjaren zoals die gehanteerd worden binnen het gewoon onderwijs, vormen voor het onderwijs binnen de type 5-school niet noodzakelijk de voornaamste overweging.
  4. De concrete werkwijze is per leerling individueel te bekijken. Door sommige type 5-scholen reeds gehanteerde alternatieven als afstandsleren (binnen of buiten de instelling) kunnen een belangrijke rol blijven spelen. Blijf nauw samenwerken met de thuisschool en blijf gebruik maken van het on-line aanbod van de thuisschool.

Naar boven

Diensten met onderwijsbehoeften (DMOB K-diensten)

Wat is het?

  • Kinder- en jeugdpsychiatrieën (K-diensten) die onderdeel zijn van een ziekenhuis dat niet bediend wordt door een type 5-school, kunnen erkend worden als een ‘dienst met onderwijsbehoeften (DMOB)'.
  • De erkenning als DMOB zorgt voor een subsidie-enveloppe waarmee de K-dienst zelf mensen in dienst kan nemen om binnen de voorziening een onderwijsaanbod te verzekeren.
  • De thuisschool van de leerling is verplicht om alle medewerking te verlenen.

Hoe hiermee omgaan?

Het onderwijsaanbod binnen de K-dienst wordt door de K-dienst zelf aangestuurd. Het ziekenhuis is volledig verantwoordelijk voor de condities waarin er onderwijs verstrekt wordt. Er zijn geen corona-gerelateerde richtlijnen vanuit onderwijs naast de algemene verwachting tegenover de DMOB.

Naar boven

Permanent onderwijs aan huis (POAH)

Wat is het?

  • Kinderen die als gevolg van hun handicap niet naar school kunnen maar wel in staat zijn om onderwijs te volgen, hebben recht op permanent onderwijs aan huis (POAH).
  • Op basis van een gunstige beslissing van de onderwijsinspectie kan een school voor buitengewoon onderwijs POAH organiseren.
  • Hoewel het om een andere doelgroep gaat, lijkt POAH in de concrete uitvoering zeer sterk op tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH). Het gaat ook hier om 4 lestijden per week op de verblijfplaats van de leerling. Vaak is dat een voorziening voor minderjarigen met een beperking (VAPH).

Hoe hiermee omgaan?

Scholen kunnen opnieuw starten met permanent onderwijs aan huis.

Voor de heropstart van POAH moet de (behandelende) arts:

  • Oordelen of een leerkracht, gelet op de COVID-19-context, nog altijd op de verblijfplaats van de leerling mag komen om er individueel onderwijs te geven;
  • Bepalen welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn: afstand tussen personen, beschermend materiaal, duurtijd, voorwaarden gekoppeld aan de persoon …

Voor de leerlingen in een voorziening moet er rekening gehouden worden met de richtlijnen voor die voorzieningen. De school en de eventuele voorziening waar de leerling verblijft zijn verantwoordelijk voor de aankoop en het voorzien van het nodige beschermend materiaal. Er mogen geen kosten worden doorgerekend aan de ouders.

Meer informatie over de algemene regelgeving

Naar boven

Internaten (wordt geactualiseerd)

In heel wat internaten verblijven kinderen van verschillende scholen, en keren vele van deze kinderen elk weekend terug naar huis. Daarom is het risico van verspreiding van de besmetting hoger. Anderzijds hebben internaten een belangrijke sociale functie voor vele kinderen en hun families, en is het ook belangrijk om daar zoveel als mogelijk een thuis-vervangende sfeer te kunnen behouden.

GEES vraagt daarom om de contactbubbels zoveel als mogelijk te respecteren, ze te beperken tot maximaal 10 kinderen of jongeren (bij voorkeur van dezelfde school), en zeer alert te zijn voor het ontstaan van nieuwe ziektehaarden. Een veilige heropstart in internaten vergt dus een strikte opvolging van de verschillende veiligheidsinstructies bij ziekte en besmetting. Bekijk nauwkeurig de aanvulling voor internaten in het draaiboek en maak een lokale risicoanalyse. Geef prioriteit aan de meest kwetsbare kinderen en jongeren.

Toepassingsgebied

Deze tekst heeft betrekking op:

  • Onderwijsinternaten
  • MPIGO/IPO van het GO!
  • (Schippers)tehuizen

Omwille van de leesbaarheid hanteren we steeds de term ‘internaten’.

MFC (MPI) en andere voorzieningen die onder het beleidsdomein Welzijn vallen, zijn geen onderwerp van deze annex.

Relatie tot draaiboek scholen

Dit luik is een aanvulling op het draaiboek voor heropstart van de lessen van de  basis- en secundaire scholen gericht op de specifieke situatie van internaten.

Alle bepalingen, verplichtingen en adviezen en adviezen in dat draaiboek gelden ook voor internaten. Neem, naast dit luik , ook het draaiboek zorgvuldig door, en volg de verplichtingen en adviezen over het beslissingskader, het busvervoer, de ondersteuningsnetwerken en beschermingsmiddelen voor personeel en leerlingen.

De contouren van de heropstart/doorstart van internaten

Veiligheid voorop

Binnen een exitstrategie en een heropstart van het maatschappelijke leven zullen er ‘per definitie’ meer contacten tussen mensen komen. Dat is onvermijdelijk. De veiligheid van internen en personeelsleden blijft daarbij, uiteraard, absoluut voorop staan. 

Bij het uitwerken van het heropstartplan en het maken van keuzes dient dat absoluut steeds voor ogen gehouden te worden. Nauw overleg met uw preventieadviseur is daarbij aangewezen.

‘Contactbubbels’ in de internaatscontext (leefgroep = gezin).

Een internaat is een zeer specifieke plaats binnen de samenleving. Door de aard van de werking vervult het internaat meer de functie van het gezin dan van een school, een winkel of andere locaties waar mensen zullen samenkomen. Contactbubbels in internaten moeten beschouwd worden als een contactbubbel in de huiselijke sfeer. Dit betekent dat de regels van social distancing binnen eenzelfde contactbubbel niet van toepassing zijn. Het beperken van de leefgroepen tot max. 10 leerlingen (+ begeleiders) per contactbubbel blijft wel van toepassing. Een leefgroep kan zich dus gedragen als een gezin. Het is belangrijk dat het internaat opvolgt wat die regels zijn, deze kunnen immers de komende weken meermaals wijzigen. Het beperken van het aantal contacten tussen wisselende personen, het bewaren van afstand en het hanteren van de juiste bescherming blijven binnen de algemene exitstrategie van belang. 

Verplichtingen en adviezen

Populatie en prioritering

Door de heropstart van scholen zullen internen opnieuw naar het internaat komen. 

Binnen de groep internen die (opnieuw) naar het internaat zullen komen, zijn er vier doelgroepen

  1. Kwetsbare jongeren die ook nu reeds op internaat verblijven.
  2. Kinderen van ouders met job in een cruciale sector.
  3. Individuele leerlingen, los van de prioritering voor onderwijs of opvang op school, die een achterstand opbouwden tijdens de preteaching-fase en die daardoor terug naar school komen.
  4. Internen van de leerjaren die opnieuw starten op school (dit kan de komende weken stelselmatig opgebouwd worden).

De volgorde van de doelgroepen in deze lijst geeft de prioritering weer. Dat is van belang voor die situaties waarbij het internaat onvoldoende capaciteit heeft om alle internen die een vraag tot verblijf stellen op een veilige manier op te vangen. Het internaat voorziet dus in de eerste plaats verblijf voor de jongeren in een kwetsbare situatie, dan voor het opvangen voor kinderen die opvang nodig hebben…

Samenstelling leefgroepen

Hou bij het samenstellen van de leefgroep (max. 10 internen) voor de komende weken rekening met de volgende overwegingen:

  • De scholen van de internen
  • De verplaatsingen die de internen gaan maken
  • De leeftijd en/of begripsvermogen
  • De fysieke mogelijkheden van de internen
  • De totale infrastructuur van het internaatsgebouw
  • Leerlingen die tot de risicogroep behoren 

De komende weken kunnen mogelijk meer leerlingen naar de school geroepen worden, hou hier proactief rekening mee.

Gelet op de vergelijking met de gezinssituatie en de wijze waarop de veiligheidsmaatregelen binnen de leefgroep gehanteerd mogen worden, maakt dat een leefgroep de komende weken een zeer permanent gegeven is. De consequenties van de keuzes die vandaag gemaakt worden hebben voor enkele weken effect. 

Capaciteit

Indien de aanpassingen (bv. aan de locatie van de leefgroepen) er toe leiden dat er te weinig plaats is voor alle leerlingen die een vraag tot verblijf stellen, zoek dan naar alternatieven:

  • Misschien is er nog plaats op een ander internaat in de buurt?
  • Kan er een locatie bij gezocht worden op tijdelijke basis?
  • Door het delen van lokalen is het mogelijk dat er een win-win situatie ontstaat waarbij de scholen overdag meer leerlingen kunnen spreiden en de internaten een extra leefruimte gecreëerd kunnen zien. 

Relatie opvang op school - internaat

  • Internaten zorgen enkel voor opvang en verblijf op die momenten dat ze dat binnen hun gewone werking ook doen (voor sommige internaten is dat ook verblijf op niet-schooldagen).
  • Internen zullen op schooldagen overdag gebruik maken van de opvang door hun school.
  • Enkel in die situatie waarbij een school, door overmacht en op geen enkele wijze, nog in staat is om in opvang te voorzien, zullen interne leerlingen ook tijdens de gewone schooluren opgevangen worden door hun internaat.
  • Dit algemene principe sluit uiteraard niet uit dat scholen en internaten onderling afspraken kunnen maken over de opvang overdag, de inzet van lokalen en de (vrijwillige) inzet van personeel.
  • Het kan voor sommige internen zinvo(ler) zijn om de niet aan onderwijs besteedde tijd overdag in het internaat door te brengen.

Inzet personeel van internaat en school

  • Leerkrachten en andere personeelsleden die niet betrokken zijn bij preteachting, de opvang of onderwijs op school worden verzocht om zich in te schakelen in de opvang door internaten als deze daar nood toe hebben. 
  • Anderzijds worden personeelsleden van internaten waaraan geen of slecht een beperkte vraag tot verblijf gesteld wordt, verzocht om zich in te schakelen in de opvang in scholen of andere internaten als deze daar nood toe hebben.
  • Deze inzet van personeel buiten de eigen organisatie berust steeds op vrijwilligheid van het personeelslid.

Gezamenlijke communicatie internaten en scholen

Communicatie tussen school en internaat

Het is belangrijk dat scholen en internaten intern goed communiceren over de jongeren waar ze beiden verantwoordelijkheid over zullen dragen. Dit gaat over het op de hoogte blijven van mekaars situatie en dat zal effect hebben op de wijze waarop de leefgroepen samengesteld kunnen worden, de verplaatsingen naar school kunnen gebeuren. De wisselwerking tussen internaten en scholen heeft een ingrijpend effect op de wijze waarop het onderwijs op school en het verblijf op het internaat gerealiseerd kan worden.

Communicatie met derden

  • Het is ook belangrijk, in tijden dat iedereen met informatie overstelpt wordt, zo economisch mogelijk om te gaan met communicatie. Het kan dan helpen als school en internaat, in de mate van het mogelijke, samen extern communiceren (naar ouders, lokale overheden …),
  • Er zal ook een modelbrief voorzien worden met enige uitleg omtrent de procedures. 

Naar boven

Welbevinden

Een internaat kan een belangrijke rol spelen voor het welbevinden van de jongere.

  • De jongeren komen naar uw internaat vanuit een lange periode binnen het gezin (met beperkte toegang tot vrienden ….) besteed voldoende aandacht aan de verhalen van de jongeren
  • De omstandigheden op school zullen anders zijn dan normaal (wijze van lesgeven, beschermingsmateriaal …), zeker voor jongere kinderen (-6j) kan dat zeer bevreemdend zijn en kan er grote impact zijn, besteed voldoende aandacht aan de verwerking van die nieuwe indrukken

Neem contact op met professionals die de kinderen begeleiden (consulenten, psycholoog,…).

Heel specifiek voor jonge kinderen (-6j) kan je afstemmen met de ouders  hoe er over de gehele situatie gecommuniceerd wordt (welke woorden worden thuis gebruikt …). 

Indien er paramedisch personeel verbonden is aan het internaat moet dit hoofdzakelijk worden ingezet voor de meest gespecialiseerde taken zoals het toedienen van zorgen en/of medicatie. Indien zij contactbubbels doorbreken is volledige bescherming (masker, handschoenen, schort, ..) nodig. Het gebruik van beschermingsmaterialen kan spanning of angst veroorzaken bij jonge kinderen of kinderen met bepaalde beperkingen.

Activiteiten

Leefgroepoverschrijdende activiteiten zijn niet toegelaten, ongeacht waar deze doorgaan. Verplaatsingen in groep worden enkel toegelaten wanneer het gaat om internen en begeleiders van dezelfde contactbubbel met een maximale grootte van 10 personen, social distancing moet hierbij niet gehandhaafd worden. Let hierbij ook op de algemene verplichtingen en adviezen die de Federale Overheid uitvaardigt met betrekking tot sporten en verplaatsingen.

Kookactiviteiten met de internen kunnen tijdelijk worden afgelast. Activiteiten in de open lucht zijn echter wel aangeraden.

Bezetting personeel

Er gelden geen andere verplichtingen en adviezen wat betreft de bezetting van het aantal personeelsleden en het aantal kinderen. Indien men denkt de veiligheid niet te kunnen garanderen, is het een mogelijkheid om na een risicoanalyse het aantal plaatsen in de internaatsopvang te beperken. Verplichtingen en adviezen met betrekking tot risicogroepen die personeelsgerelateerd zijn, kunt u in het algemeen draaiboek terugvinden.

Praktische verplichtingen en adviezen

Regels rond handhygiëne

De regels van het algemene handboek blijven van tel. Voor de internaten voorzien we enkele bijkomende regels. Op volgende momenten wast men best de handen:

  • Voor- en na eetmomenten
  • Bij het binnenkomen op internaat
  • Voor het verlaten van het internaat
  • Na sport- en spelactiviteiten
  • Na betreden en verlaten van de eigen kamer

Voorzie daarnaast op een aantal cruciale plaatsen (bv in- en uitgangen) in het internaat handgeldispensers.

Mondmaskers

  • Mondmaskers moeten gedragen worden door contactbubbels die zich verplaatsen in ruimtes met leden van andere contactbubbels. 
  • In principe zetten we in op mondmaskergebruik voor alle kinderen ouder dan 12 jaar. 
  • Wat betreft kinderen met beperkingen richt men zich op de instructies in het kader van busvervoer in het Buitengewoon Onderwijs.
  • Binnen de eigen leefgroep zijn mondmaskers niet nodig.
  • Het is niet verplicht voor het personeel om een mondmasker te dragen, enkel wanneer zij collega’s uit een andere contactbubbel bezoeken.
  • Een mondmasker of faceshield kan de bescherming verhogen. 

Eetmomenten

  • Bekijk welke mogelijkheden de grootte van de refter en keuken u geeft. De maximale groepsgrootte bedraagt 10 personen. Meerdere groepen binnen grote refters kunnen, maar deze groepen moeten strikt gescheiden worden. Deze ruimte mag enkel tijdens eetmomenten gebruikt worden. Probeer contactbubbels maximaal op verschillende tijdstippen te laten eten en zorg voor voldoende verluchting tussendoor. 
  • Probeer circulatie van personen binnen refter- en keukenomgevingen te beperken. 
  • Het voorzien van maaltijdmomenten in afzonderlijke ruimtes zoals leefgroepen kan ook helpen.
  • Waar mogelijk kunnen eetmomenten voorzien worden buiten of op de kamer van de internen. 
  • Warme maaltijden moeten uiteraard voorzien blijven.
  • Bespreek de mogelijkheden zeker met de preventieadviseur.

Speeltuigen in open lucht

De leerlingen mogen gebruik maken van speeltuigen in open lucht, op voorwaarde dat ze voor en na het spelen de handen wassen. De toestellen hoeven na gebruik niet gereinigd te worden.

Douches en sanitaire ruimtes

  • Het toewijzen van sanitair en badkamers aan dezelfde leefgroep is aangeraden. 
  • In het geval meerdere badkamers aanwezig zijn tracht men best de bezetting van de badkamers te beperken. Het serieel gebruik door internen uit dezelfde leefgroep gevolgd door een andere leefgroep, na ontsmetting, is toegestaan.
  • Persoonlijke handdoeken mogen, na drogen op eigen kamer, in een (persoonlijke) gesloten linnenzak worden bewaard tot ze gewassen worden. 
  • In het geval er een bad gedeeld wordt door verschillende leefgroepen is ontsmetting nodig na elk gebruik.

Betreden van slaapkamers en gemeenschappelijke gangen

  • Sta het betreden van de kamers van internen door internen van een andere leefgroep niet toe. 
  • Laat de gemeenschappelijke gangen enkel gebruiken voor verplaatsing en voorzie wanneer mogelijk gescheiden circuits voor kinderen op eenzelfde gang uit verschillende leefgroepen of tracht leefgroepen per gang/gebied binnen het internaat op te delen. 
  • Tracht dan ook zo veel mogelijk internen hun eigen kamer te geven, al dan niet tijdelijk.

Kamers personeel

  • Enkel door het betrokken personeel laten gebruiken, ook internen komen de kamer niet binnen.
  • Na elke wissel van ‘shift’ de kamer grondig reinigen.

Ontspanningsruimte

In de ontspanningsruimte hoeft er geen social distancing gewaarborgd worden wanneer er sprake is van 1 leefgroep. Tracht elke leefgroep een vaste ontspanningsruimte te bieden en de circulatie hierin sterk te beperken.

Terugkeer van/naar school/thuis

Internen zullen zich verplaatsen tussen de locatie waar ze verblijven en de school. Het is belangrijk dat bewaakt wordt dat dit op veilige manier gebeurt en in overeenstemming met de algemeen geldende regels en verplichtingen en adviezen:

  • Het beperken van contacten tussen de verschillende bubbels zal enige creativiteit vragen wanneer leerlingen toekomen of vertrekken op het internaat. 
  • Familie en ouders van kinderen mogen de internaatsgebouwen niet betreden. Het systeem toepassen van een gespreide kiss-and-ride-zone met eventuele timeslots kan een oplossing bieden wanneer er veel internen terug komen.
  • Indien het gebouw dit toelaat kan in- en uitgaand ‘verkeer’ geregeld worden via een afzonderlijke in- of uitgang. 

Verplichtingen en adviezen

  • Breng je internen nog eens op de hoogte van de algemene verplichtingen en adviezen:
    • Zorg dat er mondmaskers zijn als het openbaar vervoer genomen wordt)
    • Hou er rekening mee dat niet iedereen even goed op de hoogte is van de algemene regels en verplichtingen en adviezen (Nederlanders, inwoners van het Duits- of Franstalig landsgedeelte, mensen met een beperkte toegang tot informatie ..)
  • Ga na wie je kan/moet verwittigen (bv. Wijkagent/lokale politie als jongeren toch in groepjes naar school/internaat/wandelen zullen gaan)
  • Maak afspraken met vervoerders (De Lijn, een privévervoerder)
  • Ga na of eventueel eigen vervoer conform is
  • Zie zeker ook deel leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs

Inzet van vrijwilligers 

  • Sommige internaten zetten vrijwilligers in binnen de internaatswerking.
  • Deze vrijwilligers kunnen verschillende rollen opnemen, logistiek, pedagogisch, …  Denk na over welke inzet van vrijwilligers cruciaal is voor de werking en welke ondersteunend is. Tracht deze vrijwilligers altijd in te zetten binnen dezelfde leefgroepen om de contactbubbels te respecteren. De vrijwilligers dienen verplicht een mondmasker te dragen.

Externen

  • Externen met uitzondering van essentiële bezoekers (dokter, herstelpersoneel, …) zijn tijdens de COVID19-crisis niet toegelaten binnen de internaatsgebouwen. Ze zijn wel toegelaten op het domein. 
  • Externen binnen de gebouwen dienen verplicht een mondmasker te dragen.

Rondleidingen 

Rondleidingen worden voor geen enkel internaat toegelaten.

Maatregelen bij leerlingen met COVID19-symptonen

In het geval er bij een interne COVID19-symptomen worden vastgesteld is het van belang deze af te zonderen. Hierna is het belangrijk om te bekijken tot welke doelgroep de interne behoort en de maatregelen hier vervolgens op af te stemmen.

  • Leerling kan naar huis
    • Tijdelijke isolatie tot ouders ophalen, de locatie valt te bepalen in overleg met de verbonden school. 
    • Ouders raadplegen arts
    • Leerling komt pas terug wanneer volledig genezen
    • Leerling komt pas terug minimum 7 dagen na optreden van de eerste symptomen, of langer indien er nog klachten zijn, totdat deze volledig verdwenen zijn.
  • Leerling kan niet onmiddellijk naar huis.
    • Internaat raadpleegt arts. Indien mogelijk COVID-19 moet er een staal worden afgenomen, door de huisarts of in een triagecentrum (bespreking met arts).
    • Indien het om een bevestigde COVID gaat:
      • Leerling moet geïsoleerd worden
      • Gebruik van gemeenschappelijke ruimtes is niet toegestaan
      • Bij ziekte is wel een attest van de arts nodig voor schoolgaande leerlingen. 
      • Isolatie van 7 dagen in de eigen kamer, of langer, zolang er ziektetekens zijn. Zie richtlijn voor hygiëne.
      • De groep/bubbel van de besmette leerling moet (in groepsverband) in quarantaine gedurende 14 dagen vanaf het laatste (onbeschermd) contact met de zieke.

Volgend materiaal is aanbevolen in de omgang met kinderen die ziek zijn: 

  • Zeep 
  • Wegwerpzakdoekjes 
  • Alcoholgel, 70% 
  • Vuilbakken die je kan afsluiten 
  • Chirurgische mondmaskers  
  • Handschoenen 
  • Wegwerpschorten met lange mouwen. Indien er geen wegwerpschorten met lange mouwen zijn, kan een linnen schort gebruikt worden die op de kamer van de bewoner blijft (opgehangen met de buitenzijde naar binnen). De schort moet tweemaal per dag vervangen worden en gewassen worden op 60 graden. 
  • Beschermbril, indien er procedures zijn waarbij bv. aerosol gegeven moet worden

Poetspersoneel

  • Zet voldoende in op poetspersoneel, desnoods ook in samenwerking met externe firma’s. 
  • Let wel op voor personeel dat op meerdere plaatsen werkt (bv. Op school en internaat), tracht dit te beperken.
  • Voorzie de juiste uitleg met betrekking tot de hygiënevoorschriften en ontsmettende producten voor het poetspersoneel.

Contactpersonen 

GO!

Marianne De Paduwa: marianne.de.paduwa@g-o.be
02 790 96 70

Katholiek Onderwijs Vlaanderen

Anja Dingenen: anja.dingenen@katholiekonderwijs.vlaanderen
02 507 07 77
gsm 0496 39 51 63
Dirk Vanstappen: dirk.vanstappen@katholiekonderwijs.vlaanderen
02 529 04 24
gsm 0497 42 43 58

OVSG

Johan Vandenbranden: johan.vandenbranden@ovsg.be
02 506 41 91 
GSM 0485 087 081

POV

Eric Billen: eric.billen@limburg.be 
012 39 80 60 

Onderwijsinspectie

Christian Potloot: christian.potloot@onderwijsinspectie.be

Contactgegevens Zorg en Gezondheid, Infectieziektebestrijding en vaccinatie 

Voor het melden van een COVID-besmetting  of informatie erover kan je tijdens de kantooruren terecht bij de provinciale diensten infectieziektebestrijding.  

Infectieziektebestrijding Antwerpen 

Dr. Wim Flipse Anna Bijnsgebouw, 
Lange Kievitstraat 111-113 bus 31, 
2018 Antwerpen 
Tel. 03 224 62 06 - Fax 03 224 62 01 
E-mail: wim.flipse@vlaanderen.be   

Infectieziektebestrijding Limburg  

Dr. Wouter Dhaeze (tijdelijke vervanging) 
Dirk Boutsgebouw, 
Diestsepoort 6 bus 52, 
3000 Leuven 
Tel. 016 66 63 53 - Fax 016 66 63 55  
E-mail: wouter.dhaeze@vlaanderen.be  

Infectieziektebestrijding Oost-Vlaanderen  

Dr. Naïma Hammami 
Virginie Lovelinggebouw, 
Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 55, 
9000 Gent 
Tel. 09 276 13 70 - Fax 09 276 13 85 
E-mail: naima.hammami@vlaanderen.be  

Infectieziektebestrijding Vlaams-Brabant  

Dr. Wouter Dhaeze 
Dirk Boutsgebouw, Diestsepoort 6 bus 52, 
3000 Leuven 
Tel. 016 66 63 53 - Fax 016 66 63 55   
E-mail: wouter.dhaeze@vlaanderen.be
 
Infectieziekten die voorkomen in een organisatie of (zorg)voorziening die uitsluitend behoort tot de Vlaamse Gemeenschap in het Brussels Hoofdstedelijke Gewest kan je ook melden aan infectieziektebestrijding Vlaams-Brabant.  

Infectieziektebestrijding West-Vlaanderen  

Dr. Valeska Laisnez 
Jacob van Maerlantgebouw, 
Koning Albert I-laan 1-2 bus 53, 
8200 Brugge 
Tel. 050 24 79 15 - Fax 050 24 79 05 
E-mail: valeska.laisnez@vlaanderen.be   

Dringend melden van COVID-uitbraak  

Voor het dringend melden van infectieziekten kan je buiten de kantooruren de dienstdoende arts infectieziektebestrijding bereiken op het nummer 02 512 93 89.

Nuttige links

Op sites van de belendende sectoren Jeugdhulp en VAPH vind je ook informatie die nuttig en inspirerend kan zijn:


Extra informatie