Het ABC van het M-decreet - maatregelen specifieke onderwijsbehoeften


Persbericht kabinet Vlaams minister van Onderwijs, 13 februari 2015


De Vlaamse regering heeft vandaag op voorstel van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits vastgelegd welke verslagen er nodig zijn zodat leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften les kunnen volgen in het gewoon onderwijs en welke verslagen er nodig zijn voor de toegang tot het buitengewoon onderwijs. De beslissing past in het kader van het M-decreet dat vanaf 1 september 2015 in het onderwijs wordt ingevoerd en past eveneens in de vermindering van administratieve planlast. De pedagogische begeleidingsdiensten, de Centra voor Leerlingenbegeleiding, de inspectie en de scholen werken nauw samen om de omschakeling naar het M-decreet met veel zorg en geleidelijk te laten verlopen.

Vanaf 1 september 2015 heeft elk kind het recht zich in te schrijven in een gewone school, mits redelijke aanpassingen. Dat is het gevolg van het decreet van 21 maart 2014 over de maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, beter bekend als het M-decreet. Het VN-verdrag bepaalt dat mensen met een handicap recht hebben op een goed leven, op een volwaardige deelname aan de maatschappij, dus ook aan het onderwijs.

Welke redenering zit er achter het M-decreet?

  1. België heeft in vergelijking met andere Europese landen relatief veel leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. In Vlaanderen volgt 4,35% van de Vlaamse  leerlingen les in het buitengewoon basis- en secundair onderwijs.
  2. België kiest meer dan andere landen voor een oplossing in aparte scholen.
  3. Het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs bleef de laatste 10 jaren groeien. Sinds de goedkeuring van het M-decreet zien we een eerste daling.

Op dit moment lopen ongeveer 15.000 van de circa 65.000 leerlingen met een beperking school in het gewoon onderwijs. 50.000 kinderen en jongeren volgen les in het buitengewoon onderwijs op een totaal van meer dan 1 miljoen kinderen in het leerplichtonderwijs.

Sinds de goedkeuring van het M-decreet zien we voor het eerst een daling van het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs. In eerste instantie in het basisonderwijs, maar de verwachting is dat dit zich de volgende jaren doorzet in het secundair onderwijs. Minder kinderen stappen over van het gewoon naar het buitengewoon onderwijs.

Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal leerlingen buitengewoon onderwijs, met daarbij aangegeven hoeveel van deze leerlingen het schooljaar voordien ingeschreven waren in het gewoon onderwijs en hoeveel leerlingen waren ingeschreven in het buitengewoon onderwijs. Daarnaast zijn er ook altijd een aantal leerlingen die het vorige schooljaar niet konden teruggevonden worden; dat gaat om kleuters die voor de eerste maal naar school gaan, om leerlingen die het schooljaar voordien niet in een school in Vlaanderen zaten en ook om leerlingen die vorig schooljaar wel in een school in Vlaanderen zaten maar niet konden gekoppeld worden (omwille van bijvoorbeeld een ontbrekend rijksregisternummer). De cijfers voor het schooljaar 2014-2015 zijn voorlopig.

schooljaar niveau soort onderwijs vorig schooljaar totaal
   

niet teruggevonden

vorig schooljaar

gewoon onderwijs buitengewoon onderwijs  
2011-2012 kleuter 325 528 1133 1986
  16,40% 26,60% 57%  
lager 336 5099 23131 28566
  1,20% 17,80% 81%  
secundair 280 1067 18488 19835
  1,40% 5,40% 93,20%  
2012-2013 kleuter 345 524 1154 2023
  17% 26% 57%  
lager 290 2921 23270 28481
  1,00% 17,30% 81,70%  
secundair 257 957 18963  
  1,30% 4,70% 94,00%  
2013-2014 kleuter 343 501 1198 2042
  16,80% 24,50% 58,70%  
lager 286 4980 23041 28307
  1,00% 17,60% 81,40%  
secundair 218 1059 19218 20495
  1,10% 5,20% 93,80%  
2014-2015 kleuter 178 401 1224 1803
  9,90% 22,20% 67,90%  
lager 168 3694 22895 26757
  0,60% 13,80% 85,60%  
secundair 216 743 19684 20643
  1,00% 3,60% 95,40%  

Krachtlijnen van het M-decreet

Eerst gewoon dan buitengewoon

Als een kind niet meekan op school dan is de belangrijkste vraag :  wat heeft dit kind nodig om te leren? Met die vraag gaan lerarenteams aan de slag. Dat is het uitgangspunt van het M-decreet. Het onderwijs mag zich niet blindstaren op de vraag : wat is er mis met dit kind? Het antwoord op de noden van de leerling ligt in de eerste plaats in het gewoon onderwijs. Elke gewone school moet een doorgedreven zorgbeleid uitbouwen en zoeken naar redelijke aanpassingen. Als dat niet genoeg helpt, dan kan het kind naar het buitengewoon onderwijs.

Recht op redelijke aanpassingen

De gewone school moet voortaan aantonen dat ze samen met de ouders en het centrum voor leerlingenbegeleiding, CLB, redelijke aanpassingen zoekt. Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften hebben daar recht op. Redelijke aanpassingen zijn bijvoorbeeld langere toetstijden, mondelinge feedback in plaats van cijfers of rustmomenten overdag. Ook technische hulpmiddelen als een laptop met leessoftware of een aangepaste stoel. De school kan onderdelen van het leerprogramma vervangen door iets gelijkwaardigs. Of remediëren, dat is extra individuele leerhulp bieden.

Recht op inschrijven in een gewone school

Het M-decreet stelt dat elk kind het recht heeft om zich in te schrijven in een gewone school. Dat is een logisch gevolg van het recht op redelijke aanpassingen. Ook een leerling die een individueel aangepast curriculum volgt, heeft het recht om in te schrijven in een gewone school. Zijn inschrijving kan pas ontbonden worden na een gesprek tussen school, CLB en ouders over de (on)redelijkheid van aanpassingen. De school motiveert haar beslissing.

Nieuwe types in buitengewoon onderwijs

Vanaf schooljaar 2015-2016 komt er een nieuw type buitengewoon onderwijs : het type ‘basisaanbod’. Dat zal type 1 en type 8 geleidelijk vervangen. Kinderen en jongeren kunnen hiernaartoe als ze specifieke onderwijsbehoeften hebben en als er geen redelijke aanpassingen meer mogelijk zijn in het gewoon onderwijs. Het nieuw type 9 is voor kinderen met autisme die geen verstandelijke beperking hebben en ondanks redelijke aanpassingen niet in het gewoon onderwijs terechtkunnen. Vanaf 1 september zullen 166 scholen buitengewoon basisonderwijs en buitengewoon secundair onderwijs dat nieuwe onderwijstype 9 organiseren. Voor leerlingen die nu al in het buitengewoon onderwijs zitten, verandert er niets. Ze kunnen blijven in het type of de opleidingsvorm waar ze zitten.

Nieuwe toelatingsvoorwaarden buitengewoon onderwijs

Een kind kan enkel naar het buitengewoon onderwijs met een verslag van het CLB.. De onderwijsinspectie zal toezicht houden op de kwaliteit van de verslagen. In een eerste fase verkent de onderwijsinspectie hoe de CLB’s de toepassing van het M-decreet op het terrein uitvoert. Ze gaat de komende twee jaar op verkenning zodat het veld in alle rust zich de nieuwe manier van werken eigen kan maken.

Het CLB zal eerst bekijken of alle mogelijke maatregelen werden genomen in de gewone school alvorens te verwijzen naar het buitengewoon onderwijs. Doorverwijzen naar een buitengewone school louter op basis van de sociale achtergrond van een kind (kansarm, anderstalig gezin) kan niet.
Het medisch label staat niet langer centraal, wel de onderwijsbehoeften en de ondersteuningsnoden. De CLB’s schatten die samen met de ouders en de scholen in. Wie nu al een attest heeft voor het buitengewoon onderwijs voor type 1 en type 8 kan dat behouden tot het einde van het onderwijsniveau waar de leerling is ingeschreven. Nieuwe leerlingen krijgen het attest type basisaanbod. Elke twee jaar wordt dit geëvalueerd.

Ondersteuning voor het gewoon onderwijs

Het valt te verwachten dat de nood aan ondersteuning in het gewoon onderwijs zal groeien. Buitengewoon onderwijs heeft een enorme expertise opgebouwd, die willen we erkennen en honoreren. Daarom is in het M-decreet een waarborgregeling opgenomen. Die voorziet dat er personeel, lestijden en expertise verschuiven als door het M-decreet het aantal leerlingen in het buitengewoon onderwijs daalt. De bestaande ondersteuning, GON- en ION-begeleiding, blijft.

Sinds begin deze maand wordt het aantal leerlingen dat in het buitengewoon onderwijs les volgt en dat begeleiding krijgt in het kader van gelijke kansen door Onderwijs en Vorming geteld. In februari 2016 volgt een nieuwe meting. Dan zal duidelijk zijn hoeveel leerlingen de overstap maken van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs.

Minder administratieve planlast en communicatie

Na de beslissing van de Vlaamse regering vandaag is duidelijk hoe het verslag er moet uitzien om leerlingen toe te laten in het geïntegreerd onderwijs en het verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs. Er is gekozen voor minder administratieve planlast. Het attest, het protocol ter verantwoording en het integratieplan voor leerlingen die toegelaten worden tot het geïntegreerd onderwijs werd in één document geïntegreerd. De nieuwe afspraken zijn nauwgezet met het onderwijsveld besproken. Het is voor het eerst dat een besluit op deze manier tot stand is gekomen en dit strookt met de ambitie van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits om de planlast in het onderwijs te verminderen.

De volgende maanden investeren de pedagogische begeleidingsdiensten, de koepels en de netten, de CLB’s samen met de overheid in een intensieve communicatie. De pedagogische begeleidingsdiensten hebben een aanbod van vorming en informatie naar schoolteams om te verduidelijken hoe kinderen met specifieke noden in het gewoon onderwijs kunnen worden opgevangen met redelijke aanpassingen. Zij gaan ook aan de slag met schoolteams om het noodzakelijke leerproces over hoe een leerkrachtenteam zijn pedagogisch didactisch handelen zo kan aanpassen dat een kind met een beperking toch mee kan in het gewoon onderwijs. Begeleiders bouwen met de scholen die daarom vragen de basiszorg verder uit. De CLB’s bekijken samen met de scholen welke extra ondersteuningsbehoeften een kind heeft zodat het maximaal mee kan in het gewoon onderwijs.

De onderwijsinspectie zal in de eerste twee jaar verkennend, informatief en voorbereidend op het terrein komen. De inspecteurs beluisteren: wat loopt vlot, waar ervaart het CLB nog knelpunten? Er wordt dus in de eerste fase geen enkel CLB doorgelicht op de kwaliteit van de toepassing van het M-decreet. Dit schept de nodige ruimte om het CLB samen met de school een leerproces te laten doorlopen en te groeien in de filosofie van zoeken naar redelijke aanpassingen voor kinderen met specifieke zorgnoden.

Ze zullen over deze verkenningsronde rapporteren (monitoring, informeren beleid en veld, kwalitatieve ondersteuning van kwantitatieve gegevens). Dat betekent ook dat de inspecteurs die specifiek rond het M-decreet werken afstemming met de andere korpsen, die scholen en centra doorlichten.
Heel wat kinderen zullen ook na het M-decreet les blijven volgen in het buitengewoon onderwijs. Deze scholen leveren schitterend werk. Hun opgebouwde expertise willen we ook maximaal inzetten in het gewoon onderwijs.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits : “De invoering van het M-decreet zal geleidelijk en zorgzaam verlopen. De onderwijsverstrekkers, de Centra voor Leerlingenbegeleiding, de pedagogische begeleidingsdiensten en de inspectiediensten werken nauw samen aan een geleidelijke overgang. Grote verschuivingen worden niet meteen verwacht. Er is al heel veel deskundigheid bij de leerkrachtenteams en die willen we optimaal gebruiken en honoreren. Vandaag is een nieuwe stap gezet en heeft de Vlaamse Regering vastgelegd welke verslagen er nodig zijn voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften die les zullen volgen in het gewoon onderwijs en voor zij die naar het buitengewoon onderwijs gaan. Dat resulteert in minder papierwerk en past in het voornemen van de Vlaamse regering om de planlast in het onderwijs te verminderen.”

Naar boven