Spijbelen en schoolverzuim

Definitie

Een leerling is ongewettigd afwezig of spijbelt als hij afwezig is zonder geldige reden. De school geeft de leerling een B-code in het aan- en afwezigheidsregister.

Vormen en gedragsuitingen

Er zijn verschillende vormen van spijbelen en schoolverzuim:

  • Ongeoorloofd relatief verzuim: de ingeschreven leerling verzuimt les- of praktijktijd zonder geldige reden.

    • Luxeverzuim: de leerling blijft weg van school om extra vakantie te nemen, vaak voor of na een schoolvakantie. Dat gebeurt met medeweten van de ouders en zonder toestemming van de schooldirectie.
    • Incidenteel spijbelen: de leerling ‘brost’ af en toe een les.
    • Berekend spijbelen: de leerling slaat systematisch theorievakken over, is steeds bij dezelfde leraar afwezig, blijft altijd hetzelfde uur weg ...
    • Periodiek spijbelen: de leerling spijbelt gedurende een periode, en dat herhaalt zich regelmatig.
    • Permanent spijbelen: de leerling gaat helemaal niet naar school, hoewel hij ingeschreven is.
  • Absoluut verzuim: de leerplichtige leerling is niet in een school ingeschreven en volgt ook geen huisonderwijs.

Iedere vorm van spijbelen kan een andere reden hebben. Daarom is het belangrijk dat de school het soort spijbelgedrag bijhoudt in het leerlingendossier.

Bij ongeoorloofd relatief verzuim gaat het meestal om signaalverzuim: een indicatie dat er achterliggende problemen zijn, waardoor een leerling slechter kan functioneren op school.

Verschillende vormen van spijbelen kunnen wijzen op verschillende problemen. Zo kan berekend spijbelen eerder te maken hebben met de relatie tussen een leerling en een leerkracht. Terwijl periodiek spijbelen eerder kan wijzen op een probleem thuis of op een psychisch probleem.

Verschillende vormen van spijbelen uiten zich ook in verschillende gedragingen:

  • Thuisblijvers: jongeren die grotendeels thuis spijbelen in hun eentje. Ouders zijn vaak op de hoogte.
  • Traditionele spijbelaars: jongeren die bijna nooit thuis spijbelen. Ze spijbelen in groep. Ze beslissen dat vaak op de dag zelf. Ouders zijn vaak niet op de hoogte.
  • Ouder gedoogde sociale spijbelaars: jongeren die vaak in groep spijbelen, even vaak thuis als op andere locaties. Ouders zijn vaak op de hoogte.

Uit het onderzoek ‘Van occassionele tot reguliere spijbelaar’ van Bram Spruyt en Gil Keppens, blijkt dat ouders vaak op de hoogte zijn van de schoolse afwezigheid. Ouders bij het schoolgebeuren betrekken is heel belangrijk omdat zij de zin en het nut van onderwijs mee kunnen uitdragen.

Onwil of onmacht

Onwil van de ouders betekent dat ouders moedwillig hun kind thuishouden van school of weten dat hun kind spijbelt maar daar niets aan doen. Bij onwil moet je de ouders wijzen op hun verantwoordelijkheid en op het belang dat hun kind zoveel mogelijk lesdagen aanwezig is.

Ook bij de leerling zelf kan er sprake zijn van onwil: de leerling weigert deel te nemen aan de schoolse activiteiten en leeft de leerplicht niet na.

Als ouders wel inspanningen leveren om hun kind naar school te laten gaan, maar daar niet in slagen, spreken we over onmacht van de ouders. Die ouders kunnen ondersteuning en begeleiding krijgen van de school en het CLB.

Ook leerlingen kunnen soms niets aan hun spijbelgedrag doen, bijvoorbeeld omdat de ouders hen verplichten om te gaan werken of te helpen in het huishouden.

Regelmatig aanwezig zijn op school is een voorwaarde om in aanmerking te komen voor een schooltoelage.

Risicofactoren: wie heeft een grotere kans op spijbelgedrag?

In het basisonderwijs

In het basisonderwijs zijn weinig leerlingen problematisch afwezig. Tijdens het schooljaar 2017-2018 was dat slechts 0,6%. Dit cijfer blijft al 3 schooljaren stabiel. 6-jarigen vormen hier de grootste absolute groep. Bij kinderen van 12 jaar of ouder is het probleem verhoudingsgewijs het grootst.

Er is een daling van de afwezigheden naarmate de leerjaren vorderen. Dat wijst erop dat de oorzaak van spijbelen in het lager onderwijs mogelijk moet gezocht worden bij de ouders en in mindere mate bij de kinderen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest scoort het hoogst, gevolgd door de provincies Oost-Vlaanderen en Antwerpen. De leerlingen die vaak problematisch afwezig zijn, wonen vooral in verstedelijkte gebieden.

Niet-Belgen zijn relatief gezien vaker problematisch afwezig en dan vooral leerlingen met een Centraal- of Oost-Europese nationaliteit.

Jongens zijn iets vaker afwezig dan meisjes.

De kans op spijbelen is hoger bij leerlingen die thuis geen Nederlands spreken, bij leerlingen die tot de trekkende bevolking behoren, of als de moeder een laag opleidingsniveau heeft.

Grafiek

grafiek

In het secundair onderwijs

Tijdens het schooljaar 2017-2018 spijbelde 2,62% van de leerplichtige leerlingen minstens 30 halve dagen. De niet-leerplichtige jongeren spijbelden meer: 10,2%. Van alle ingeschreven leerlingen spijbelde 3,6%.

Van de leerplichtige leerlingen zijn jongens vaker problematisch afwezig dan meisjes. Leerlingen die niet de Belgische nationaliteit hebben, zijn proportioneel meer problematisch afwezig.

Problematische afwezigheden stijgen met de leeftijd.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de provincie Antwerpen en Oost-Vlaanderen zijn de leerlingen het vaakst problematisch afwezig, dit hangt samen met de grootstedelijke context waar er meer spijbelaars zijn.

Proportioneel gezien ligt het aantal problematische afwezigheden in het deeltijds secundair onderwijs hoger: 58,6% van de leerplichtige leerlingen is er problematisch afwezig. In het voltijds gewoon secundair onderwijs zijn er vooral problematische afwezigheden in het beroepsonderwijs, de B-stroom en het onthaalonderwijs. In absolute cijfers komen de meeste problematische afwezigheden voor in het voltijds gewoon secundair onderwijs.

Er is een samenhang tussen problematische afwezigheid en schoolse vertraging.

Meer cijfers op de website van AGODI:

Grafieken

grafiek grafiek

Oorzaken

In het secundair onderwijs zien scholen volgende oorzaken van spijbelen:

  • Een gebrek aan motivatie
  • Een laag welbevinden op school
  • Een problematische gezinssituatie

Vaak is er sprake van een combinatie van oorzaken.

De oorzaken van spijbelen liggen niet alleen bij de jongere zelf, maar ook bij de ouders, de school en de samenleving.

Leerlinggebonden oorzaken:

  • Laag welbevinden in de klas of school
  • Slachtoffer van pestgedrag
  • Faalangst
  • Zwakke motivatie, zoals bij verkeerde studiekeuze
  • Psychosociale problemen
  • Invloed van ‘peers’ of de leefomgeving

Schoolgebonden oorzaken:

  • Tekort aan vorming en ondersteuning van leerkrachten
  • Een verstoorde relatie tussen leerkracht en leerling
  • Een fout gelopen samenwerking met het CLB
  • Gebrekkige opvang bij het wegvallen van lessen
  • Onvoldoende aandacht voor geïntegreerde leerlingenbegeleiding
  • Gebrekkige studiekeuzebegeleiding

Oudergebonden oorzaken:

  • Onmacht van de ouders in de opvoeding
  • Weinig of geen interesse van de ouders in de schoolloopbaan van hun kind
  • Kind wordt verplicht om te gaan werken
  • Problemen binnen het gezin
  • Onwil van de ouders

Samenlevings- en beleidsgebonden oorzaken:

  • Onzekere toekomstperspectieven: diploma’s zijn geen garantie op werk
  • Afwijkend gedrag als geldende norm in de jongerencultuur
  • Het jaarklassensysteem
  • Goedkoper om buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan

Naar boven