Onderwijs op maat: differentiatie in de klas en op school

Diversiteit en differentiatie

De Vlaamse leerlingenpopulatie kent een grote diversiteit. Om alle leerlingen maximale kansen te geven om te leren en zich te ontwikkelen, moet het onderwijs optimaal toegankelijk zijn voor leerlingen met verschillende achtergronden, mogelijkheden en behoeften.

Omgaan met diversiteit in de klas is een grote uitdaging voor leraren. Het vraagt een flexibele houding en werk op maat van de leerling.
Vanaf 1 september 2019 wordt in het kader van de modernisering van het secundair onderwijs structureel ruimte voorzien voor differentiatie in het wekelijks lessenrooster: remediëring en verdieping in de basisvorming of verdieping in klassieke talen. Lees meer

Het innovatiefonds Gelaagdheid in Differentiatie (GID) onderzocht de kritische succesfactoren van effectief en efficiënt gedifferentieerd werken in de lagere school. Leraren en scholen vinden inspirerende ideeën om te differentiëren in de klas en met het schoolteam op de website van Gelaagdheid in Differentiatie.

Differentiatie door flexibele leerwegen

Flexibele leerwegen bieden flexibiliteit in wat, hoe, wanneer, waar en met wie leerlingen leren binnen het gemeenschappelijk curriculum.

De doelstelling is: zoveel mogelijk leerlingen een kans bieden op een kwalificatie.

3 vormen van differentiatie

1. Interne differentiatie

Interne differentiatie speelt in op verschillen tussen leerlingen binnen de klas.

In het jaarklassensysteem, dat de regelgeving niet oplegt maar dat in de meeste scholen gebruikt wordt, differentieert de leraar tussen leerlingen van dezelfde leeftijd binnen een bepaald leerjaar.

Voorbeelden:

  • Flexibele leerinhouden
  • Individuele leerlijnen met nadruk op zelfstandig werk

2. Structurele vormen van externe differentiatie

Structurele vormen van externe differentiatie zijn flexibele leerwegen die het jaarklassensysteem overstijgen. De school houdt rekening met verschillen tussen leerlingen door ze anders te groeperen.

Voorbeelden:

  • Graadklassen
  • Multileeftijdsklassen
  • Klas- of leerjaaroverstijgende niveaugroepen
  • Modularisering

Die alternatieve groeperingen zorgen vaak ook voor meer mogelijkheden tot interne differentiatie.

Andere vormen van externe differentiatie zijn:

  • Attestering per graad
  • Flexibele uurroosters
  • Bundelen van vakken
  • Structureel ingebouwde uren voor remediëring, verbreding en verdieping
  • Co-teaching

3. Praktijken voor specifieke doelgroepen

Met praktijken voor specifieke doelgroepen differentiëren leraren en scholen alleen voor bepaalde groepen van leerlingen.

Voorbeelden:

  • Niveauwerking voor specifieke doelgroepen
  • Extra remediëring, verdieping of verbreding
  • Doorstroom na tekorten
  • Flexibiliteit in studieduur

Je vindt concrete informatie over flexibele leerwegen per doelgroep en hoe je ze in de klas kan toepassen op de website Onderwijskiezer:flexibele leertrajecten in het secundair onderwijs (pdf, 17 p.) (762 kB).

3 randvoorwaarden

Om onderwijs op maat te realiseren zijn er 3 randvoorwaarden:

  1. Ontwikkeling van een uitdrukkelijk omschreven visie
  2. Organisatorische aspecten zoals aangepaste infrastructuur en voldoende financiële mogelijkheden
  3. Passende competenties en professionalisering van leraren

Flexibele praktijken kunnen ook neveneffecten hebben. Daarom moet een school voortdurend nagaan of de praktijken de draagkracht van het schoolteam niet overstijgen en moet ze aandacht hebben voor het groepsgevoel in een klas.

Mogelijke flexibele leerwegen

Doorstroom na tekorten

De regelgeving maakt de doorstroom na tekorten mogelijk.

Het schoolbestuur kan de klassenraad de toelating geven om leerlingen met tekorten in het 1ste leerjaar van de 1ste, 2e en 3de graad secundair onderwijs toch te laten overgaan naar het hoger leerjaar met de bedoeling daar de tekorten weg te werken.

Zo verliest de leerling geen jaar en vervangt de klassenraad het oriënteringsattest door een attest van regelmatige lesbijwoning voor het 1ste leerjaar van de betreffende graad.

De klassenraad kan die maatregel nemen voor elke individuele leerling waarvoor de beslissing om definitief een B- of C-attest toe te kennen, te ingrijpend is.

Afwijken van de toelatingsvoorwaarden tot het eerste leerjaar A kan ook als flexibele leerweg worden toegepast. Dat gebeurt vaak voor leerlingen die zonder getuigschrift basisonderwijs in het secundair onderwijs starten, of voor anderstalige nieuwkomers.

De klassenraad kan ook de studiebekrachtiging tot het einde van de graad uitstellen voor alle leerlingen van een structuuronderdeel. Bij dat flexibel traject krijgen alle leerlingen op het einde van het 1ste leerjaar van de graad een attest van regelmatige lesbijwoning.

Vrijstellingen

Een vaak gebruikte flexibele leerweg is vrijstelling voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Een voltallige klassenraad kan beslissen om hoogbegaafde leerlingen, leerlingen met leerstoornissen, tijdelijke leermoeilijkheden of -achterstanden vrij te stellen van bepaalde onderdelen van de vorming. Die onderdelen moeten worden vervangen door andere, waarbij de finaliteit (einddoelstelling) van het structuuronderdeel niet mag worden aangetast.

Een andere flexibele leerweg is de vrijstelling voor leerlingen voor onderdelen waarvoor ze al geslaagd zijn. In scholen die dat flexibel traject toepassen, kunnen leerlingen worden vrijgesteld van bepaalde onderdelen van de vorming op voorwaarde dat zij al geslaagd zijn voor die onderdelen in het secundair onderwijs. Het schoolbestuur kan afbakenen welke doelgroepen daarvoor in aanmerking komen (zoals leerlingen die overzitten in dezelfde of in een andere studierichting, leerlingen die tijdens het schooljaar van studierichting veranderen, anderstalige leerlingen die al Frans-, Engels- of Duitstalig onderwijs hebben gevolgd). De uren die door vrijstellingen vrijkomen, moeten verplicht besteed worden aan een alternatief lesprogramma.

Extra informatie

Publicaties

Regelgeving

Naar boven