Cijfers over schooluitval

Streefdoel

Er zijn zowel Europese als Vlaamse streefdoelen om het aantal vroegtijdige schoolverlaters in te perken.

Voor Europa is dat de Europa 2020-doelstelling (EU 2020), die streeft naar een verlaging tot onder 10% van het aantal vroegtijdige schoolverlaters.

Vlaanderen vertaalde deze doelstelling met o.a. de sociale partners in pact 2020 naar een halvering van het aandeel vroegtijdige schoolverlaters, waarbij Vlaanderen van 8,6% in 2008 naar 4,25% in 2020 vroegtijdig schoolverlaters streeft volgens de EAK-indicator. (EAK: Enquête naar de arbeidskrachten – driemaandelijkse enquête van de federale overheid en het Europese EUROSTAT).

Grafiek met Europese doelstellingen voor vroegtijdig schoolverlaten

Situering van Vlaamse en Belgische cijfers binnen Europa

Het Europese cijfer vroegtijdig schoolverlaten is gebaseerd op de EAK-indicator: de ‘early school leavers’-indicator uit de enquête naar de arbeidskrachten. De berekeningswijze gebeurt vanuit een bevolkingsstatistiek. Dat is een zinvolle bron om vergelijkingen tussen Europese landen mogelijk te maken.

Cijfers volgens EAK-indicator

Belgische cijfers volgens de EAK-indicator:

  2006 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
EU 27 15.5 14.1 13.5 12.8 12.0 11.3 11.0 10.8 10.6
België 12.6 11.9 12.3 12.0 11.0 9.8 10.1 8.8 8.9
Wallonië 14.8 13.7 14.7 14.8 14.7 12.9 13.1 10.3 10.5

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

19.3 18.4 18.9 24.1 17.7 14.4 15.8 14.8 12.9
Vlaanderen 10.0 9.6 9.6 8.7 7.5 7.0 7.2 6.8 7.2

 

Vlaamse Cijfers

Voor een betrouwbare monitoring van de Vlaamse situatie is de EAK-indicator minder geschikt omdat de cijfers berekend worden aan de hand van een steekproef met een relatief grote foutenmarge. Daardoor zijn de gegevens over jaarlijkse evoluties in Vlaanderen zelden statistisch significant en dus minder betrouwbaar.

Voor een meer accurate berekening van het aantal vroegtijdige schoolverlaters hanteren we binnen het Vlaamse onderwijs een andere berekeningswijze vanuit een onderwijsstatistiek. Die wordt opgesteld via de administratieve data van alle leerlingen uit het Vlaams secundair onderwijs.

Het percentage vroegtijdige schoolverlaters voor schooljaar X wordt als volgt berekend:

Formule vroegtijdig schoolverlaten berekenen

Sinds het schooljaar 2009-2010 berekent het Departement Onderwijs en Vorming het aantal vroegtijdige schoolverlaters:

Cijfers volgens Vlaamse indicator

Schooljaar Leerlingen met een kwalificatie Vroegtijdige schoolverlaters % vroegtijdige schoolverlaters
2009-2010 64.431 8.787 12 %
2010-2011 63.640 8.418 11,7 %
2011-2012 61.915 7.561 10,9 %
2012-2013 61.248 7.177 10,5 %
2013-2014 61.258 6.840 10 %
2014-2015 62.152 6.638 9,6 %
2015-2016 61.699 7.100 10,3 %
2016-2017 60.736 7.524 11 %

Vroegtijdige schoolverlaters die zich inschrijven in een tweedekansleerweg

Jaarlijks verlaten ongeveer 7.000 jongeren het Vlaams secundair onderwijs vroegtijdig. Velen onder hen geven het streven naar een kwalificatie echter niet op. In het rapport 'Vroegtijdige schoolverlaters: inschrijvingen en kwalificaties in tweedekansleerwegen' lees je hoeveel vroegtijdige schoolverlaters zich inschrijven voor een tweedekansleerweg en hoeveel alsnog een kwalificatie halen.

Er zijn 3 tweedekansleerwegen:

  • Examencommissie secundair onderwijs
  • Secundair volwassenenonderwijs
  • Herintrede in het secundair onderwijs

In schooljaar 2015-2016 verlieten 7.100 leerlingen vroegtijdig de schoolbanken. Twee jaar later hebben 2.538 onder hen (35,7%) zich ingeschreven bij een tweedekansleerweg.

Lees het rapportpdf bestandVroegtijdige schoolverlaters: inschrijvingen en kwalificaties in tweedekansleerwegen (pdf, 14 p.) (312 kB) en depdf bestandBijlage met gegevens over uitstroompositie en geslacht (pdf, 18 p.) (172 kB).

Naar boven