Vroegtijdig schoolverlaten: risicofactoren en kenmerken

Definitie

Een vroegtijdige schoolverlater is een leerling die niet langer leerplichtig is en die een regulier kwalificerend traject van het Vlaams secundair onderwijs verlaat zonder kwalificatie met een beroepsfinaliteit of een finaliteit doorstroom hoger onderwijs. Een vroegtijdige schoolverlater verlaat dus het Vlaams secundair onderwijs zonder het kwalificatiecriterium te behalen.

Onderstaande kwalificaties vallen onder het Vlaamse kwalificatiecriterium:

  • Diploma secundair onderwijs
  • Studiegetuigschrift 2de leerjaar van de 3de graad beroepssecundair onderwijs
  • Eindgetuigschrift deeltijds beroepssecundair onderwijs (dbso)
  • Certificaat leertijd (Syntra)
  • Getuigschrift opleidingsvorm 3 (OV3) buitengewoon secundair onderwijs (buso)
  • Certificaat modulair stelsel van bso, dbso of buso OV3

Risicofactoren: afstoting en aantrekking

Vroegtijdig schoolverlaten is vaak het resultaat van een individueel complex verhaal. De oorzaken kunnen heel divers zijn. Vaak stapelen problemen zich op voordat de leerling de secundaire school definitief verlaat. De beslissing om te stoppen met school is niet altijd een bewuste keuze.

Twee mechanismen spelen in die beslissing een grote rol: mechanismen van afstoting en aantrekking.

Elementen die ervoor zorgen dat de leerling zich niet meer verbonden voelt met de school of een moeilijke schoolloopbaan doorloopt, kunnen afstoting veroorzaken.

Dat kunnen kenmerken eigen aan het onderwijssysteem zijn, of externe kenmerken.

  • Kenmerken eigen aan het onderwijssysteem:
    • Schoolmoeheid
    • Verkeerde studiekeuze
    • Zittenblijven
    • Spijbelen
    • Leerachterstand
    • Taalachterstand
    • Pestgedrag
  • Externe kenmerken:
    • Problematische thuis- en gezinssituatie
    • Psychische problemen
    • Omgang met regels en verplichtingen binnen de jongerencultuur
    • Individualiteit
    • In groep samenleven

Aantrekking: de arbeidsmarkt en andere wegen om een kwalificatie te behalen kunnen ervoor zorgen dat de jongere het secundair onderwijs vroegtijdig verlaat. Onderzoek toont aan dat wanneer de jongerenwerkloosheid laag is, de kans groter wordt dat een jongere de schoolbanken vroegtijdig verlaat. De laatste jaren tonen de cijfers ook een toename van het aantal jongeren die zich inschrijven voor tweedekansleerwegen. Dit doen jongeren vooral  één en twee jaar na het vroegtijdig schoolverlaten. Zie Cijfers over schooluitval

Rapport op de website van het Steunpunt studie- en schoolloopbanen:Vroege schoolverlaters en de aantrekkingskracht van de arbeidsmarkt (pdf, 108 p.) (5,38 MB)

Kenmerken van leerlingen, ouders, school en onderwijssysteem

Leerlingenkenmerken

Geslacht

Jongens verlaten de school vaker vroegtijdig dan meisjes. Voor het schooljaar 2016-2017 is het verschil net geen 6%. De kloof tussen jongens en meisjes is groter geworden t.o.v. 2015-2016. Het valt op dat er bij meisjes geen stijging plaatsvond t.o.v. het vorige schooljaar (stabiel op 8%).

Leeftijd

Meer dan 50% van de vroegtijdige schoolverlaters is 17 of 18 jaar. Meer dan 25% is er 18 of 19. Daarnaast blijkt dat hoe ouder de leerling is, hoe groter de kans dat hij de school vroegtijdig verlaat.

Schoolse achterstand

Schoolse achterstand is het aantal leerjaren vertraging dat een leerling oploopt ten opzichte van het leerjaar waarin hij zou zitten bij een normale schoolloopbaan. Schoolse achterstand is niet noodzakelijk een gevolg van zittenblijven. Het kan ook het gevolg zijn van een late instap in het lager of secundair onderwijs.

Hoe meer schoolse achterstand een leerling oploopt, hoe meer kans hij heeft om de school vroegtijdig te verlaten. Zittenblijvers hebben tot 50% meer kans om de school vroegtijdig te verlaten dan niet-zittenblijvers. Leerlingen die 2 of meer jaren hebben gedubbeld, hebben 90% meer kans om zonder diploma het onderwijs te verlaten dan leeftijdgenoten die normaal doorstroomden.

Zittenblijven betekent in een nieuwe klasgroep terechtkomen. De vervreemding van de klasgenoten door een jaar te dubbelen, wordt gezien als één van de grootste voorspellers van vroegtijdig schoolverlaten. Dat speelt nog meer in het secundair onderwijs dan in het lager onderwijs, omdat bestaande vriendschappen het moeilijker maken voor de zittenblijvende leerling om aansluiting te vinden met de nieuwe klasgroep. Net die leerling kan sterk gemotiveerd zijn door de sociale aspecten binnen de school.

Origine en taal

Meer dan 80% van de schoolverlaters is Belg. Een kleine 10% komt uit een ander Europees land en nog eens een kleine 10% is van buiten Europa. Kinderen uit andere Europese landen hebben 15% meer kans om uit te vallen dan Belgen. Kinderen van buiten Europa zelfs 35%.

Het percentage vroegtijdige schoolverlaters ligt bij anderstaligen ongeveer 3 keer zo hoog als bij leerlingen die thuis overwegend Nederlands spreken (24,7% versus 8,2 % in 2016-2017).

Betrokkenheid

Participatie en inspraak zorgen ervoor dat de leerling zich meer betrokken voelt. Net als het gevoel nuttig te zijn binnen de klasgroep, of zich gewaardeerd voelen. Een hogere betrokkenheid bij de school zorgt ook voor een hogere betrokkenheid bij de eigen schoolse prestaties.

Schoolhoppen

Leerlingen in het secundair onderwijs die op het einde van het schooljaar een B- of C-attest krijgen, veranderen vaak van school.

Ook leerlingen die door tuchtmaatregelen naar een nieuwe school gaan, ondervinden de effecten van schoolhoppen.

Cijfers bevestigen dat die jongeren kwetsbaarder zijn om de school vroegtijdig te verlaten.

Deels heeft dat te maken met het lage niveau van betrokkenheid bij de nieuwe klasgroep of de nieuwe school. Soms spelen ook vooroordelen mee waardoor de jongere de negatieve spiraal moeilijk kan doorbreken.

Attitude en motivatie

Leerlingen verliezen wel eens hun motivatie op het moment waarop alles lijkt tegen te zitten. De leerkracht kan op dat moment de leerlingen motiveren door zijn lessen af te stemmen op hun interesses en hun leefwereld. Begrip tonen en bekrachtigend werken, zijn 2 sleutels om de band tussen de leraar en de leerling te versterken.

Een attitude hangt vaak samen met levenservaringen en de reactie van anderen in die situaties. Een soort van selffulfilling prophecy vindt plaats, waarbij de omgeving reageert op het gedrag van de leerling. Die reactie heeft een impact op het denken van de leerling, waardoor die zijn gedrag gaat aanpassen.

Een voorbeeld van zo’n selffulfilling prophecy. Een leerling maakt een toets. De leraar quoteert die toets met 9,5/10 en schrijft er ‘Puik werk!’ bij. Daardoor denkt de leerling dat hij het vak zeer goed onder de knie heeft. Voor de volgende toets is de leerling weer gemotiveerd om te studeren, want dan beleeft hij hoogstwaarschijnlijk opnieuw een succeservaring en dat geeft een fijn gevoel.

Spijbelgedrag

Spijbelgedrag kan vroegtijdig schoolverlaten voorspellen. Spijbelen is vaak een eerste signaal dat de leerling met een situatie worstelt.

Vanaf 5 halve dagen problematische afwezigheid (B-codes) neemt de school dan ook contact op met het CLB en volgen ze de jongere nauwgezet op.

Ouderkenmerken

Enkele ouderkenmerken vergroten de kans op vroegtijdig schoolverlaten.

De grootste voorspeller is de socio-economische status (SES) van het gezin. Hoe lager de SES , hoe groter de kans op vroegtijdig schoolverlaten.

Daarnaast spelen ook het opleidingsniveau van de moeder, het beroep van de ouders en de verwachtingen en belangstelling van de ouders voor de onderwijsprestaties van hun kind een rol.

Kinderen hebben 20% meer kans om vroegtijdig de school te verlaten als hun moeder maximaal lager secundair onderwijs afgewerkt heeft.

Kinderen komen in eerste instantie in aanraking met de beroepen van hun ouders en dat zorgt er vaak voor dat ze een soortgelijke weg inslaan.

Een positief effect hebben: belangstelling van de ouders voor de leerprestaties, een kind aanmoedigen als het goed presteert, luisteren naar de moeilijkheden en er constructief mee omgaan.

Lage verwachtingen stellen, zal er eerder voor zorgen dat het kind niet optimaal wordt uitgedaagd om zich te ontwikkelen.

Schoolkenmerken

Een school waar de leerling zijn integriteit niet als gewaarborgd aanvoelt en waar er een onveilig schoolklimaat heerst, vergroot de kans op spijbelgedrag en vroegtijdig schoolverlaten.

Het welbevinden van de leerling komt door de onveilige situatie in het gedrang, waardoor net zoals bij pestgedrag in de ogen van de leerling afwezigheid een betere oplossing lijkt dan aanwezigheid op school.

Ook overbevolkte klaslokalen bevorderen de persoonlijke relatie tussen leerling en leraar niet, waardoor een vertrouwensrelatie vaak uitblijft.

Scholen met veel leerlingen met een lage socio-economische status (SES) hebben ook meer kans op vroegtijdige schoolverlaters. De SES heeft een invloed op de waarden en normen van de jongerencultuur. Die waarden en normen vertalen zich in hoe leeftijdgenoten met elkaar in contact treden. Scholen houden daar maar beter rekening mee.

Scholen registreren het best consequent de aan- en afwezigheden zodat ze samen met het centrum voor leerlingenbegeleiding ‘aanklampend’ kunnen werken bij de problematische afwezigheid van een leerling.

Systeemkenmerken

In vergelijking met andere Europese landen doet Vlaanderen het nog relatief goed op het vlak van vroegtijdige schoolverlaters.

3 kenmerken van ons systeem spelen daarin mee:

  • Leerplicht tot 18 jaar
  • Een sterk uitgebouwd beroepsonderwijs
  • Tracking op vroege leeftijd

Toch zorgt ons onderwijssysteem ook voor een voedingsbodem van schooluitval:

  • Zittenblijven wordt vaak als ultieme oplossing gezien om leerlingen met een leerachterstand te remediëren.
  • Scholen houden te nauw vast aan een jaarklassensysteem, waardoor ze zichzelf soms vastrijden als ze leerwegen flexibeler willen maken.

Naar boven