Omzendbrief indiensttreding van een tijdelijk personeelslid: bezoldigingsvoorwaarden

Deze pagina maakt, samen met 3 verwante pagina's, deel uit van de omzendbrief indiensttreding van een tijdelijk personeelslid.
Omzendbrief en verwante pagina's

Bezoldigingsvoorwaarden personeelslid

Bezoldigingsvoorwaarden betrekking

Onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Vrijhandelsassociatie, behoudens door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling

Om bezoldigd te kunnen worden door het ministerie van Onderwijs en Vorming moet het personeelslid voldoen aan de nationaliteitsvoorwaarde.

We onderscheiden twee categorieën, waarvoor telkens afzonderlijke voorwaarden gelden:

1) Een personeelslid dat onderdaan is van één van de volgende landen voldoet aan de nationaliteitsvoorwaarde zonder meer:

België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groothertogdom Luxemburg, Ierland, Italië, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Verenigd Koningkrijk, Zweden, Cyprus, Malta, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië, Bulgarije en Kroatië (lidstaten van de Europese Unie) en IJsland, Noorwegen, Liechtenstein en Zwitserland (landen van de Europese Vrijhandelsassociatie).

2) Een personeelslid van een ander land dan de hierboven vermelde landen, moet eerst en vooral in het bezit zijn van een arbeidskaart. De arbeidskaart moet niet aan het werkstation worden bezorgd. Bovendien kan dit personeelslid slechts aangesteld worden mits een vrijstelling van de nationaliteitsvereiste verleend door het ministerie van Onderwijs en Vorming.

Naar boven

De burgerlijke en politieke rechten genieten, behoudens een door de Vlaamse Regering te verlenen vrijstelling die samengaat met de vrijstelling van nationaliteitsvoorwaarde

Een personeelslid moet al de burgerlijke en politieke rechten genieten om in aanmerking te komen voor een tijdelijke aanstelling en voor bezoldiging door het ministerie van Onderwijs en Vorming.

De controle van deze voorwaarde gebeurt aan de hand van een uittreksel uit het strafregister. Voor een aanstelling in het onderwijs is een uittreksel uit het strafregister conform artikel 596, tweede lid van het wetboek van Strafvordering vereist. Dat is het model dat bestemd is voor de uitoefening van een activiteit die onder opvoeding, psycho -medisch-sociale begeleiding, hulpverlening aan de jeugd, kinderbescherming, animatie of begeleiding van minderjarigen valt (het vroegere model 2). Dit uittreksel kan afgeleverd worden onder verschillende benamingen, waaronder model 596.2 SV, maar vaak wordt nog de vroegere benaming model 2 gebruikt.

Het uittreksel uit het strafregister wordt voor alle personeelsleden die in België wonen afgeleverd door de gemeente waar de aanvrager in het bevolkingsregister is ingeschreven. Het heeft betrekking op de periode waarin de aanvrager op het Belgisch grondgebied verblijft/verbleef.

Personeelsleden die niet in België wonen, moeten een gelijkwaardig document voorleggen.

Welke documenten bestaan en door welke overheid ze worden afgeleverd, verschilt van land tot land. Een getuigschrift van goed zedelijk gedrag, een moraliteitsattest, een uittreksel uit het strafregister of een gelijkwaardig document afgeleverd door de bevoegde buitenlandse instantie behoren tot de mogelijkheden.

Op het ogenblik van de indiensttreding mag het uittreksel uit het strafregister of het gelijkwaardige document niet ouder zijn dan één jaar.

De inrichtende macht of het schoolbestuur moet bijzondere aandacht besteden aan de eventuele strafrechtelijke veroordelingen die op het uittreksel voorkomen. Indien een op het uittreksel vermelde strafrechtelijke veroordeling bepaalde burgerlijke en/of politieke rechten uitdrukkelijk aan een personeelslid ontneemt, dan zal het ministerie van Onderwijs en Vorming het personeelslid niet in betaling stellen.

Voorbeeld

Het uittreksel uit het strafregister maakt melding van een veroordeling waarbij het personeelslid uitdrukkelijk ontzet wordt van het recht om verkozen te worden of openbare ambten te vervullen. Het personeelslid wordt niet door het werkstation bezoldigd omdat hij niet over alle politieke rechten beschikt.

Naar boven

In het bezit zijn van een bekwaamheidsbewijs zoals door de Vlaamse regering voor het ambt bepaald

De Vlaamse regering legt per onderwijsniveau de bekwaamheidsbewijzen vast.

Deze bekwaamheidsbewijzen zijn ingedeeld in vereiste (VE), voldoend geachte (VO) en "andere" (AND) bekwaamheidsbewijzen.

Voor een tijdelijke aanstelling moet een personeelslid beschikken over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs.

Bij gebrek aan kandidaten met een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs, kan u een kandidaat aanstellen met een "ander" bekwaamheidsbewijs. De aanstelling wordt in dit geval beperkt tot het lopende schooljaar, maar kan jaarlijks verlengd worden indien het tekort voortduurt.

Toetsing van het bekwaamheidsbewijs

Voor de toetsing van het bekwaamheidsbewijs maakt het werkstation met ingang van 1 maart 2019 gebruik van de leer- en ervaringsbewijzendatabank (LED).

Uitzondering: bij studiebewijzen uitgereikt in het volwassenenonderwijs vóór 1 september 2015 en bij studiebewijzen uitgereikt in een ander onderwijsniveau vóór 1 september 2010, stuurt u zoals voorheen een kopie naar het werkstation.
U bezorgt een kopie van het definitief verworven studiebewijs van het personeelslid. Zolang het definitieve studiebewijs niet is afgeleverd, geldt bij wijze van uitzondering een voorlopig getuigschrift. Deze uitzondering is evenwel beperkt in de tijd en geldt enkel voor de aanstelling van een personeelslid binnen de twee jaar na het beëindigen van de studies.

Bij de huidige generatie bekwaamheidsbewijzen wordt, naast het eigenlijke diploma uitgereikt door een hogeschool of universiteit, ook een "diplomasupplement" uitgereikt, waarop onder meer de keuzevakken vermeld staan. Ook dit supplement is belangrijk en moet dus worden meegestuurd.

Voor een beperkt aantal bekwaamheidsbewijzen die niet in de LED worden opgenomen, zoals niet-Vlaamse studiebewijzen, sommige levensbeschouwelijke bekwaamheidsbewijzen of attesten van taalkennis, zal het werkstation een kopie opvragen bij het schoolsecretariaat.

Het bekwaamheidsbewijs kan behalve uit een brevet, getuigschrift, certificaat of diploma ook uit nuttige ervaring bestaan. Meer informatie over nuttige ervaring en de te volgen procedure vindt u in de omzendbrief betreffende de erkenning van diensten als nuttige ervaring (13/CB/WVB/4 van 17/10/1997).

Meer informatie over de indeling van de bekwaamheidsbewijzen per onderwijsniveau vindt u op de website Bekwaamheidsbewijzen voor het onderwijs.

Naar boven

Medisch geschikt zijn

Om in het onderwijs in dienst te komen mag de gezondheidstoestand van het personeelslid geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de leerlingen of cursisten.

De medische geschiktheid wordt aangetoond via een medisch attest, afgeleverd door de huisarts.
 

Aangesteld zijn met inachtneming van de reglementering inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling

U mag een tijdelijk personeelslid pas aanstellen mits naleving van de bepalingen inzake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.

Meer informatie over de reglementering terzake vindt u in de omzendbrief De reaffectatie- en wedertewerkstellingsregeling voor de inrichtende machten en de personeelsleden tewerkgesteld in het niet-tertiair onderwijs (Pers/2003/08 van 28/07/2003).

Naar boven

Voldoen aan de bepalingen van de taalwetten terzake

Om een betrekking in het onderwijs te kunnen uitoefenen en in aanmerking te komen voor een salaris(toelage) moet een personeelslid voldoen aan taalwetten.

De taalvereisten slaan op:

- de kennis van het Nederlands als onderwijstaal;
- de kennis van Frans als verplichte tweede taal in het basisonderwijs.

Meer informatie vindt u terug in de omzendbrief PERS/2010/01 van 19 januari 2010.

Als u moeilijkheden ondervindt om een personeelslid aan te werven dat niet onmiddellijk beantwoordt aan de vereiste kennis van het Nederlands als onderwijstaal of van Frans als verplichte tweede taal in het basisonderwijs, kan u voor dit personeelslid een tijdelijke afwijking aanvragen op de vereiste taalkennis.

Naar boven

Een betrekking bekleden die op grond van de regels inzake de personeelsformatie kan bezoldigd worden

Om bezoldigd te kunnen worden, moet de betrekking die het personeelslid invult ook effectief ingericht kunnen worden. Dit betekent dat het ambt en de gepresteerde lestijden, uren-leraar of lesuren moeten kaderen binnen de personeelsformatie van de onderwijsinstelling, zoals die door het ministerie van Onderwijs en Vorming wordt goedgekeurd.

Naar boven

Een betrekking bekleden die in toepassing van de cumulatieregels kan bezoldigd worden

Cumulatie is mogelijk binnen en buiten het onderwijs.

Binnen het onderwijs is sprake van cumulatie indien een personeelslid dat al een ambt met volledige prestaties uitoefent, een bijkomende onderwijsopdracht opneemt. Afhankelijk van de situatie en het onderwijsniveau wordt deze bijkomende opdracht beschouwd als plage, overwerk of bijbetrekking.

Vanaf 01/09/09 heeft geen enkele beroepsactiviteit buiten het onderwijs nog invloed op de bezoldiging van onderwijsprestaties. Er wordt geen rekening meer gehouden met prestaties, inkomsten of arbeidsregelingen buiten het “onderwijs” (een zelfstandige activiteit, een activiteit als loontrekkende of elke andere activiteit, prestaties aan een hogeschool of aan een universiteit, in een centrum voor basiseducatie, …).

Betrekkingen uitgeoefend in overwerk of bijbetrekking komen slechts onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor bezoldiging.

U vindt meer informatie in de omzendbrief PERS/2005/21 van 25/10/2005 "Cumulatieregeling".

Naar boven

Bij vervangingsopdrachten: aangesteld zijn in een betrekking die naar duur en tijdstip voor bezoldiging in aanmerking komt

Vervangingsopdrachten worden bezoldigd onder de volgende voorwaarden:

  • Het te vervangen personeelslid is aangesteld in een gefinancierde of gesubsidieerde betrekking in het onderwijs;
  • Het te vervangen personeelslid is afwezig voor ten minste tien opeenvolgende werkdagen. Deze voorwaarde geldt niet in een vestigingsplaats van een school voor gewoon of buitengewoon basisonderwijs waar minder dan 72 lestijden in het ambt van onderwijzer of kleuteronderwijzer zijn ingericht. 
  • Tijdelijke vervangingen worden niet bezoldigd indien de afwezigheid van het te vervangen personeelslid aanvangt na 31 mei. Dit geldt niet voor het basisonderwijs en de CLB’s.
  • Het ministerie van Onderwijs en Vorming bezoldigt geen vervangers van personeelsleden die afwezig zijn om nascholing te volgen.
  • Voor afwezigheden die starten in een periode van 14 kalenderdagen voor of tijdens de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie, wordt geen vervanger bezoldigd. Deze regel geldt niet in het basisonderwijs en in de internaten.  Meer informatie leest u in de omzendbrief PERS/2015/06 van 24 augustus 2015.

Naar boven