Coronamaatregelen: veelgestelde vragen - scholen

Op deze pagina vind je een overzicht van de veelgestelde vragen en antwoorden over de coronamaatregelen. De pagina krijgt regelmatig een update.

Pandemiescenario's en draaiboeken - Gezondheid - Testen-  VaccinatiesVeiligheid en bescherming - Organisatie - InternatenLeren en werken, stages en duaal leren - Ondersteuning - Personeelszaken

Zoek in alle vragen en antwoorden
Pandemiescenario's, draaiboeken en pandemiefases
Op welke regelgeving zijn de afspraken en maatregelen in onderwijs gebaseerd?

Op donderdag 12 maart 2020 kondigde de Nationale Veiligheidsraad de federale fase van het crisisbeheer af. Er werden verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van het virus te beperken.  

De versterkte maatregelen zijn vastgelegd in een ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. Op basis van dit ministerieel besluit kunnen de ministers van Onderwijs in ons land de specifieke voorwaarden vaststellen om onderwijs en de lessen te laten doorgaan. 

De Vlaamse overheid is op zijn beurt belast met beleidscoördinatie. De draaiboeken bepalen wat een normaal zorgvuldige school moet doen om de gezondheidsrisico’s in te perken. Miskenning van die richtlijnen brengt de aansprakelijkheid van scholen in het gedrang. 

Scholen zijn verantwoordelijk voor het welzijn van hun personeelsleden (welzijnswet) en voor die van hun leerlingen. Dat geeft hen gezag om instructies en bevelen te geven, zonder dat een specifieke norm nodig is. Volgens het ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken zijn werkgevers, werknemers en derden ertoe gehouden de in de onderneming, vereniging of dienst geldende preventiemaatregelen toe te passen. Schoolbesturen die die maatregelen niet respecteren begaan een fout waarvoor ze aansprakelijk gesteld kunnen worden (artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek).

De burgemeester kan een bestuurlijke sluiting van de betrokken inrichting bevelen in het belang van de openbare gezondheid, als hij vaststelt dat er activiteiten worden uitgeoefend in strijd met het ministerieel besluit of met toepasselijke protocollen.

Welke veiligheidsmaatregelen zijn momenteel van kracht?

Bekijk welke veiligheidsmaatregelen je momenteel moet naleven.

In gemeenten waar de pandemiesituatie acuut is, kan worden overgeschakeld naar een andere pandemiefaseLees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Moeten de richtingen van het kso de richtlijnen van het dko gebruiken?
  • Het kunstsecundair onderwijs (kso) gebruikt de draaiboeken die van toepassing zijn voor het secundair onderwijs. Als het secundair onderwijs code oranje volgt, volg je in de podiumkunstrichtingen voor de specifieke vakken het draaiboek van het deeltijds kunstonderwijs code oranje.
  • Net zoals in de topsportrichtingen wordt toegelaten dat naast maximaal contactloos, één nauw contact is toegestaan om specifieke zaken te kunnen blijven trainen. Bijvoorbeeld bij dans: één danser mag met één vaste danser fysiek contact hebben (om danstechnische oefeningen mogelijk te maken).
  • Grondoefeningen dans kunnen als de leerlingen een eigen dansoppervlakte hebben die na de les steeds gereinigd wordt. 
  • Leerlingen dragen een mondmasker.
     
Hoe wordt er overgeschakeld naar een andere pandemiefase?

Momenteel worden de maatregelen uit pandemiesituatie oranje nageleefd. De huidige maatregelen kun je hier raadplegen.

In gebieden waar door de pandemiesituatie verhoogde waakzaamheid nodig is en/of extra maatregelen overwogen moeten worden, kan worden overgeschakeld naar een andere pandemiefase voor het onderwijs.

De procedure hiervoor verloopt als volgt:

  • De Risk Assessment Group (RAG) bezorgt een overzicht van gebieden waar een verhoogde waakzaamheid nodig is aan de ministers van onderwijs en het Nationaal Crisiscentrum (NCCN). 
  • Het NCCN verwittigt via de gouverneurs de betrokken burgemeesters. De burgemeester roept in dat geval de lokale crisiscel samen, aangevuld met het CLB en representatieve vertegenwoordigers van het onderwijs. 
  • Op basis van dit overleg, doet de burgemeester een voorstel van pandemiefase voor het onderwijs in zijn gemeente of een deel ervan en een schakeltermijn van maximaal 2 weken. 
  • De burgemeester deelt dit voorstel mee aan de minister van onderwijs, die binnen de 48 uur beslist of hij akkoord gaat. Indien de minister niet akkoord gaat met het voorstel, overlegt hij voorafgaand met de burgemeester en de minister voor binnenlands bestuur.
  • De burgemeester brengt de betrokken onderwijsinstellingen op de hoogte, die de nodige maatregelen treffen.
  • De lokale crisiscel monitort de situatie en doorloopt bij verandering van pandemiefase opnieuw deze procedure.

De lokale besturen zijn op de hoogte van deze procedure.
Hier vind je terug welke maatregelen genomen worden in een andere pandemiefase. 

Wanneer is er sprake van een verhoogde waakzaamheid?

Verhoogde waakzaamheid wordt onder andere bepaald op basis van: 
•    Het aantal besmettingen per 100 000 inwoners in de laatste 14 dagen.
•    De trend en context van de lokale uitbraken (cluster vs community-uitbraak).

De Risk Assessment Group (RAG) maakt wekelijks een evaluatie van de epidemiologische situatie in België met als doel gebieden te identificeren waarvoor verhoogde waakzaamheid nodig is en bezorgt deze aan de ministers van onderwijs en het Nationaal Crisiscentrum.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Wie brengt je op de hoogte van een wijziging van pandemiefase?

De burgemeester verwittigt de betrokken school of scholen wanneer de pandemiefase wijzigt. Hij deelt ook mee binnen welke schakeltermijn (maximum 2 weken) je school maatregelen moet nemen.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Wie vertegenwoordigt het onderwijs in de lokale crisiscel?

De onderwijsverstrekkers en de vakbonden stelden een lijst met contactgegevens op. Deze lijst werd aan de lokale besturen bezorgd. Deze contactpersonen bekijken wie lokaal zal deelnemen aan het crisisoverleg, rekening houdend met het onderwijsaanbod in de gemeente.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Wie formuleert een voorstel om naar een andere pandemiefase te gaan?

Als een lokale pandemiesituatie acuut is, kan worden overgeschakeld naar een andere pandemiefase. Op aangeven van de data aangeleverd door Celeval/RAG, roept de burgemeester de lokale crisiscel, aangevuld met de medische expert van de betrokken Zorgraad, het CLB en een representatieve vertegenwoordiging van het onderwijs, samen. Lokaal worden afspraken gemaakt over deze representatieve vertegenwoordiging, rekening houdend met het onderwijsaanbod in de gemeente.  Lees meer over wie het onderwijs lokaal vertegenwoordigt.

De lokale besturen informeren de onderwijsinstellingen op hun grondgebied over de genomen maatregelen.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Gezondheid
Wat doe je bij een besmetting? Update 3 mei
  • CLB’s volgen de lokale situatie op de voet op grond van de richtlijnen van Sciensano. CLB-artsen kunnen in overleg met de medische experten beslissen om ook de laagrisicocontacten te testen.
  • Stuur niet op eigen houtje leerlingen of personeelsleden naar de huisarts. Contacteer altijd eerst het CLB bij vragen of meldingen van een (vermoedelijke) besmetting op school. Contactonderzoek is een opdracht voor het CLB waarbij nauw samengewerkt wordt met de school en de arbeidsgeneeskundige dienst van de school. CLB’s volgen voor testing en tracing de procedures van Sciensano, die door de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg werden vertaald naar de schoolcontext. 
  • Bespreek met het  CLB en/of de arbeidsarts welke maatregelen en communicatie er nodig zijn naar leerlingen, ouders en personeel.  
  • Ga discreet om met de informatie die je verneemt. 
  • Meer informatie over clusterbesmettingen
Hoe worden mobiele equipes ingeschakeld?

Het CLB gaat  in overleg met de MSpoc (de medische expert van de eerstelijnszone) bij een vermoeden van een clusterbesmetting. 
Samen wordt bekeken welke acties het best ondernomen worden. De Mspoc neemt hierbij de leiding. Indien nodig kunnen zowel alle hoog- als laag risico contacten getest worden door een mobiele equipe. De mobiele equipes kunnen op korte termijn ingezet worden om een grote groep te testen. 
Op basis van afspraken met de Mspoc, neemt het CLB contact op met de mobiele equipe en geeft aan hoeveel mensen getest moeten worden. 
De mobiele equipe legt een testmoment vast met de school en maakt daarover praktische afspraken. De mobiele equipe is zowel voor leerlingen als onderwijspersoneelsleden gratis.

Wat is de rol van het CLB bij contactonderzoek?
  • CLB’s staan in voor het contactonderzoek bij bevestigde gevallen van COVID-19 bij leerlingen en schoolpersoneel in het leerplichtonderwijs en de schoolinternaten. 

  • CLB’s nemen geen rol op bij (vermoedelijke) besmettingen: 

    • Buiten de schoolmuren, bijvoorbeeld in de sportclub of de jeugdbeweging.

    • In het deeltijds kunstonderwijs, volwassenonderwijs, hoger onderwijs of basiseducatie.

  • Bij een bevestigd geval van COVID-19 start het CLB met het contactonderzoek door de hoog risico- en laag risicocontacten in kaart te brengen.  Ze informeren de scholen en de ouders over te nemen maatregelen. 

  • Als gevolg van de teststrategie die vanaf 23 november geldt, zorgen CLB ‘s ook voor de PRC-codes waarmee leerlingen zich kunnen laten testen in een test- of staalafnamecentrum. 

  • CLB’s volgen de richtlijnen opgesteld door de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg. Deze richtlijnen zijn afgestemd op de procedures van Sciensano en vertaald naar de onderwijscontext.  

Wat is een hoog of laag risicocontact in het onderwijs en welke maatregelen worden genomen? UPDATE 3 mei

Het CLB brengt vanuit haar contactonderzoek hoog- en laagrisicocontacten op de hoogte van de te nemen maatregelen. Naargelang de specifieke situaties zijn er afzonderlijke brieven. Het CLB zorgt voor een uitnodiging voor de testen. Lees meer over de rol van CLB.

Hoogrisicocontacten gaan in quarantaine en worden 2 keer getest: zo snel mogelijk na identificatie en op het einde van de quarantaine. Is de tweede test negatief? Dan wordt de quarantaine beëindigd en mag men terug naar school. Is het testresultaat (van de eerste of tweede test) positief? Dan moet men gedurende minstens 10 dagen in isolatie.

Laagrisicocontacten mogen indien nodig naar school, hoogrisicocontacten niet. 

Waarom zegt de Coronalert app dat een personeelslid of leerling een hoog risicocontact had terwijl het CLB zegt dat het laag is?

De app laat je via een rood scherm weten dat je langer dan 15 minuten op minder dan 1.5 meter in contact kwam met iemand die besmet is. De app weet niet of je al dan niet een mondmasker droeg. 

Het dragen van een mondmasker is echter van belang bij het inschatten van hoog en laag risicocontacten. Omdat er in onderwijs maatregelen zijn genomen die het dragen van een mondmasker verplichten kan het CLB dus oordelen dat het om een laag risicocontact gaat.

Wat als een leerling tot een risicogroep behoort?

Wie behoort tot de risicogroep?

De lijst met risicogroepen is een leidraad voor artsen om te bepalen welke leerlingen tot de risicogroep behoren. Daarnaast kan een behandelende arts nog steeds oordelen of een leerling wel of niet naar school kan.

Als de behandelde arts oordeelt dat de leerling niet naar school kan, dan schrijft de arts een medisch attest waar expliciet op staat dat de leerling een risicopatiënt is.

Hebben risicopatiënten recht op SIO en TOAH?

Leerlingen die tot de risicogroep behoren én beschikken over een geschikt medisch attest, hebben recht op synchroon internetonderwijs (SIO) en tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH).

Ze kunnen alleen gebruik maken van SIO en TOAH wanneer expliciet op het medisch attest staat dat ze een risicopatiënt zijn.

SIO

TOAH

  • Lees de voorwaarden van TOAH.
  • De risicopatiënten worden door AGODI behandeld als chronisch zieke leerlingen. De leerlingen moeten geen wachttijd doorlopen. Per 9 halve dagen afwezigheid, genereert de leerling 4 lestijden.

Je registreert de afwezigheid van de voltijds leerplichtige leerlingen met een code R. Lees meer over hoe je de afwezigheden van je leerlingen registreert.

Wat als je samenwoont met een risicopatiënt?

Samenwonen met personen die tot de risicogroep behoren, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. De school neemt voldoende voorzorgsmaatregelen (afstand houden, mondmasker dragen waar nodig, handhygiëne, sociale contacten beperken) en volgt de veiligheidsmaatregelen.

De behandelende arts-specialist van de risicopatiënt kan wel oordelen dat het gezondheidsrisico te groot is voor de patiënt wanneer andere gezinsleden in contact komen met externen, door bijvoorbeeld naar school te gaan. In dat geval schrijft de behandelende arts-specialist een medisch attest waar expliciet op staat dat de leerling niet naar school kan omwille van een risicopatiënt in de omgeving.

Die leerlingen kunnen uitzonderlijk gebruik maken van synchroon internetonderwijs (SIO) en tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH). Dit kan enkel wanneer alle betrokkenen akkoord zijn.

Volg de uitzonderingsprocedure om SIO en TOAH aan te vragen:

  • Ouders kunnen aan de school de vraag stellen om SIO en TOAH te organiseren omwille van een risicopatiënt in de directe omgeving. Dit kan alleen als ze een medisch attest kregen van de behandelende arts-specialist.
  • Alle betrokken partijen gaan in overleg: dit zijn minimaal de ouders, de leerling(en), de school, het CLB en de behandelende arts-specialist.
  • De betrokkenen gaan na of de school alle nodige veiligheidsmaatregelen nam en of deze niet voldoende zijn om de veiligheid van de risicopatiënt te waarborgen. De school kan, wanneer nodig, ook nog extra veiligheidsmaatregelen nemen.
  • Als alle betrokkenen in consensus akkoord gaan dat, ondanks alle veiligheidsmaatregelen, SIO en TOAH de enige geschikte piste is, dan registreert het CLB deze beslissing in LARS (multidisciplinair dossier van de leerling).
  • Op basis van het medisch attest van de leerling en de beslissing, kan SIO en TOAH aangevraagd worden volgens de gebruikelijke procedures. De ouders en de school spreken voor SIO onderling af wie de aanvraag indient. Voor TOAH vagen de ouders een aanvraag in bij de school.
  • De school en het CLB volgen het leerproces nauw op en sturen bij wanneer nodig of mogelijk, rekening houdend met de vorderingen van de leerling, de gezondheidssituatie van de risicopatiënt en de evolutie van de pandemie.

Je registreert de afwezigheid van de voltijds leerplichtige met een code R. Lees meer over hoe je de afwezigheden van je leerlingen registreert.

De leerlingen die uitzonderlijk gebruik maken van TOAH omdat ze samenleven met een risicopatiënt, worden door AGODI behandeld als chronisch zieke leerlingen. De leerlingen moeten geen wachtttijd doorlopen. Per 9 halve dagen afwezigheid, genereert de leerling 4 lestijden.

Bekijk ook

Twijfel je of een leerling naar school mag komen?

Twijfel je of een leerling naar school mag komen? Neem dan contact op met je CLB.

Bekijk samen de beslisbomen van de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ).

Zij helpen bepalen of de leerling al dan niet naar school mag komen op basis van een aantal vragen (bv. is de leerling kwetsbaar voor corona? Welke klachten heeft de leerling?)

Er zijn beslisbomen voor zowel kleuters als leerlingen uit het lager en secundair onderwijs.

Wat als een leerling of personeelslid ziek wordt op school of in de opvang?

Heeft een leerling of personeelslid op school symptomen die kunnen wijzen op COVID-19? Isoleer de leerling of het personeelslid in een aparte ruimte in afwachting dat hij naar huis gaat. Op diezelfde dag contacteren de ouders van de leerling of het personeelslid de huisarts telefonisch, zodat een test kan afgenomen worden. 

De symptomen die  in aanmerking komen zijn: 

  • Koorts (38,0°C en hoger) tenzij de oorzaak van de koorts gekend is, zoals bijvoorbeeld na vaccinatie.  
  • Hoesten of problemen met ademhalen. Als de leerling of het personeelslid gekend is met deze klachten, kan hij/zij wel naar school, tenzij de symptomen plots verergeren.
  • Verkoudheid én de leerling voelt zich ziek, denk aan: spierpijn, vermoeidheid, keelpijn, hoofdpijn, geen eetlust.
  • Niet goed meer kunnen ruiken of proeven.  

Leerlingen met alleen klachten van een verkoudheid mogen naar school als ze zich niet ziek voelen. Verkoudheid = snot in/uit de neus (kleur maakt niet uit), eventueel met niezen of een kuchje. 

 

Kan je een leerling met neusloop en kriebel in de keel weigeren op school?

Een aantal symptomen van het coronavirus lopen gelijk aan symptomen bij allergie en hooikoorts, zoals snotteren, niezen, rode ogen en een geïrriteerde keel krijgen. Deze kinderen ondervinden hooguit last van de symptomen, maar hebben niet noodzakelijk COVID-19. Bij een corona-infectie zijn er nog andere symptomen, zoals koorts, spierpijn en een algemeen ziektegevoel.

Informeer bij ouders of het kind hooikoorts of allergie heeft. Deze informatie is eventueel ook ter beschikking gesteld bij inschrijving van het kind.

Het is belangrijk om ouders op voorhand te wijzen op het belang om kinderen die ziek zijn thuis te houden.

Is er een vermoeden dat ouders hun ziek kind toch naar de school sturen, spreek de ouders aan over het feit dat je zieke kinderen in afzondering moet houden. Schakel het CLB in. Als een kind op school ziek is, hou je het in afzondering volgens de geldende afspraken.

Twijfel je of een leerling naar school mag komen?

Bekijk dan de beslisbomen van de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ).

Mag je koorts screenen wanneer iemand de school binnenkomt?

Het is absoluut niet de bedoeling om temperatuur preventief te meten bij het binnenkomen van de school.

Waarom niet?

  • Koorts is een slechte parameter en zeer gemakkelijk te maskeren.
  • Als er verhoogde temperatuur is, kan dit ook nog andere oorzaken hebben zoals bv. fysiologische aspecten (fysieke inspanning, ovulatie) zonder dat dit noodzakelijk een klinische betekenis heeft.
  • Er zijn veel valse resultaten als je de temperatuur frontaal screent.  Personen zonder verhoogde temperatuur kunnen wel besmettelijk zijn.
  • Je weet niet of iemand een koortswerend middel zoals acetylsalicylzuur of paracetamol heeft ingenomen. Een koortswerend middel kan de koorts tijdelijk verlagen.
  • Het kan een vals gevoel van veiligheid geven, waardoor andere, meer efficiëntere preventieve maatregelen minder of niet genomen worden.
  • De federale wetgeving beschouwt het meten van koorts als een medische handeling. Medische handelingen mogen in principe enkel uitgevoerd worden door artsen en verpleegkundigen.
  • Dit gaat in tegen de regelgeving op de privacy.

Personen die ziek zijn vertonen ook andere symptomen die kunnen wijzen op een besmetting, zoals een algemeen vermoeidheid, spierpijn, hoesten, ...  Dan is het de bedoeling om die in afzondering te houden volgens de geldende regels. Lees de richtlijnen voor EHBO.

Testen
Wanneer worden zelftesten ingezet in het onderwijs? UPDATE 20 mei

De zelftesten worden vanaf de week van 17 mei gefaseerd uitgerold in het brede onderwijsveld. Van zodra jouw onderwijsinstelling aan de beurt is, ontvang je via Mijn Onderwijs de nodige informatie over de levering van de zelftesten. Je wordt tijdig op de hoogte gebracht van de leveringsdatum en praktische informatie. 

Meer informatie

Mag ik een klasgroep laten testen voor vertrek op meerdaagse schooluitstap of andere activiteiten op school? UPDATE 20 mei

Neen, dat is niet zinvol.  De zelftesten en sneltesten worden gebruikt in het kader van preventieve screening. Dat betekent dat je regelmatig een zelftest of sneltest doet. Wie bij een zelftest of sneltest een positief resultaat heeft, moet nadien een PCR-test afleggen. De aanvragen daarvoor worden gedaan bij de preventieadviseur-arbeidsarts, de huisarts of het callcentrum via 02 214 19 19. Sneltesten of zelftesten kunnen dus nooit ingezet worden om toe te laten dat eenmalige activiteiten worden georganiseerd. De snel- en zelftesten gebeuren bovendien op vrijwillige basis en kunnen dus nooit opgelegd worden. Je kan nooit een negatief testresultaat eisen om toegang te geven tot je onderwijsinstelling of tot de activiteiten die je organiseert.

Meer informatie

 

Is een leerling of medewerker die thuis een zelftest ondernam en positief testte gewettigd afwezig? UPDATE 20 mei

Heeft een leerling of personeelslid thuis een zelftest afgenomen met een positief testresultaat? Dan neemt die contact op met de huisarts, de preventieadviseur-arbeidsarts of het federale callcenter van de overheid op 02 214 19 19 om het resultaat te bevestigen met een PCR-test. De leerling of het personeelslid gaat in afwachting van de test in isolatie en verwittigt de onderwijsinstelling van de afwezigheid. tijdens die isolatie en na een eventueel positief resultaat is de leerling of personeelslid gewettigd afwezig. De procedure voor de afname van een PCR wordt gevolgd.

Meer informatie

Mag ik eisen dat derden een negatieve coronatest voorleggen om de school te bezoeken?
  • Preventief testen is niet verplicht. Preventieve scnreening kan dus niet als voorwaarde gesteld worden om toegang te krijgen tot de onderwijsinstelling. Het kan wel aanbevolen worden.
  • Een negatief testresultaat op een sneltest of zelftest, kan nooit tot gevolg hebben dat de al bestaande veiligheidsmaatregelen niet opgevolgd worden. Een negatief testresultaat betektent niet dat derden zomaar toegang krijgen tot de onderwijsinstelling. Meer informatie over essentiële derden die toegelaten zijn op school.
  • Onderwijsinstellingen zijn niet verplicht om een test aan derden ter beschikking te stellen. 
     
Worden er nog speekseltesten ingezet?

Neen, er worden geen speekseltesten meer ingezet om personeelsleden te testen. De speekseltesten worden vervangen door sneltesten en mogelijk later door zelftesten.

Wat is het verschil tussen een PCR-test, sneltest en zelftest?
  • Zowel de zelftest als de sneltest zijn een antigeentest. Antigeentesten meten de aanwezigheid van bepaalde eiwitten en moeten niet in een labo worden geanalyseerd. Ze kunnen meteen worden uitgevoerd en afgelezen waardoor het resultaat snel (meestal na 15 minuten) bekend is. Een antigeentest is minder betrouwbaar dan een PCR-test. Een negatief testresultaat sluit dus nooit volledig uit dat de geteste persoon alsnog besmet is. 
  • Een sneltest is een antigeentest die afgenomen moet worden door medisch geschoold personeel of hiertoe speciaal opgeleid personeel, zoals vrijwilligers van het Rode Kruis. Een zelftest is een antigeentest die men bij zichzelf kan afnemen. Het verschil tussen deze twee testen zit hem dus in de manier waarop de test afgenomen wordt. Een zelftest en een sneltest hebben dan ook een andere wisser.
  • Een PCR-test detecteert de aanwezigheid van genetisch materiaal van het coronavirus. Het is de meest betrouwbare test om een besmetting met het coronavirus te detecteren. Ook die test moet, zoals de sneltest, door medisch geschoold personeel afgenomen worden. Het afgenomen staal moet in een labo geanalyseerd worden. Hierdoor kan het langer duren tot het testresultaat bekend is.
  • Zowel de PCR-test, als de sneltest en de zelftest kunnen besmettingen met varianten van het coronavirus detecteren. Om te bepalen over welke variant het gaat, moet men een PCR-test afnemen en hierop verder genoomonderzoek laten uitvoeren.
Vaccinaties
Moet wie gevaccineerd is zich nog aan de maatregelen houden?

Ja, ook nadat je gevaccineerd bent, is het belangrijk om de coronamaatregelen te blijven opvolgen. Pas als meer dan 70 à 80%  van de bevolking is gevaccineerd, zullen we weer controle hebben over het virus en de verspreiding ervan. Als de druk op het gezondheidszorgsysteem vermindert, zullen een aantal versoepelingen mogelijk zijn. Maar momenteel moet je dus de coronamaatregelen blijven volgen, zowel voor je eigen veiligheid als die van de anderen. 

Zie ook laatjevaccineren.be

Heeft de beslissing over het AstraZeneca-vaccin gevolgen voor de vaccinatie van stagiairs (18+) in de zorg?

De stagiairs in de geselecteerde zorgopleidingen (pdf bestandLijst structuuronderdelen (pdf, 1 p.) (87 kB)) staan ingepland voor vaccinatie in de komende weken. De uitnodigingen daarvoor werden door het Agentschap Zorg en Gezondheid verstuurd vanaf 1 april.

Intussen heeft de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid de beslissing genomen om personen onder de 56 jaar voorlopig geen AstraZeneca-vaccin meer aan te bieden de komende 4 weken. Nadien zal op basis van nieuwe data en studiewerk de inzet van het AstraZeneca-vaccin bij deze jongere generaties opnieuw geëvalueerd worden. 

De beslissing gaat in vanaf 8 april. Dat wil zeggen dat elk vaccinatiecentrum maatregelen neemt om personen onder de 56 jaar die zich aanmelden, geen AstraZeneca-vaccin meer aan te bieden als dat gepland was.

Een deel van de stagiairs in de zorg staat ingepland om een Pfizer- of Moderna-vaccin toegediend te krijgen. Een ander deel voor een AstraZeneca-vaccin. 
De vaccinatie van deze laatste subgroep zal geannuleerd worden. Die stagiairs zullen een brief krijgen waarin gemeld wordt dat hun vaccinatie wordt geannuleerd en dat ze verder niets hoeven te ondernemen om een nieuwe uitnodiging te krijgen. Ze zullen prioritair opnieuw worden ingepland voor vaccinatie met een Pfizer- of Moderna-vaccin. 

Deze stagiairs kunnen de vaccinatiecentra administratief een handje toesteken door zelf digitaal hun oorspronkelijke uitnodiging (met drie maanden interval tussen eerste en tweede dosis) te annuleren. Als ze een nieuwe uitnodiging krijgen, moeten ze die uiteraard bevestigen.

Voor een goed begrip: stagiairs die geen annulatiebrief ontvangen, maar wel in het bezit zijn van een uitnodigingsbrief met een intervaltijd tussen eerste en tweede dosis van 3 of 5 weken, staan ingepland voor een Pfizer- of Moderna-vaccin en moeten bevestigen vooraleer ze gevaccineerd worden.

Wanneer kunnen gevaccineerde risicopatiënten terug aan het werk op school?

De arbeidsarts beslist wanneer en op welke manier een personeelslid dat tot de risicogroep behoort opnieuw aan de slag kan.
De arbeidsarts kan met de betrokken persoon overleggen en ook met de behandelend arts van de persoon over diens medische achtergrond. 

Wanneer mag een personeelslid dat tot risicogroep behoort en om medische reden niet gevaccineerd mag worden terug werken?

De arbeidsarts beslist wanneer en op welke manier een personeelslid dat tot de risicogroep behoort opnieuw aan de slag kan. Als de arbeidsarts een andere visie heeft dan de behandelde arts, gaan ze in overleg om tot een oplossing te komen. Blijft er toch een meningsverschil bestaan, dan heeft de arbeidsarts het laatste woord over de aanwezigheid op de werkpost.  Als de arbeidsarts beslist dat het personeelslid niet op school aan het werk kan, en het personeelslid kan niet van thuis uit werken, dan kan het een beroep doen op heirkracht.

Wanneer mag een personeelslid dat tot de risicogroep behoort en niet gevaccineerd wil worden terug aan het werk?

De arbeidsarts beslist wanneer en op welke manier een personeelslid dat tot de risicogroep behoort opnieuw aan de slag kan. Als de arbeidsarts een andere visie heeft dan de behandelde arts, gaan ze in overleg om tot een oplossing te komen. Blijft er toch een meningsverschil bestaan, dan heeft de arbeidsarts het laatste woord over de aanwezigheid op de werkpost.  Als de arbeidsarts beslist dat het personeelslid niet op school aan het werk kan, en het personeelslid niet van thuis uit kan werken, dan kan het een beroep doen op heirkracht. Als de arbeidsarts beslist dat het personeelslid op school aan het werk kan, en het personeelslid weigert, dan moet het personeelslid een verlofstelsel (VVP of AVP) nemen. Zo niet is het personeelslid onwettig afwezig.

Krijgt een personeelslid dienstvrijstelling om zich te laten vaccineren?
  • Het personeelslid ontvangt van het Agentschap Zorg en Gezondheid een persoonlijke uitnodiging via sms, brief of e-mail. Meer info: Laat je vaccineren
  • Valt de uitnodiging samen met de aanwezigheid op school, dan heeft het personeelslid recht op dienstvrijstelling voor de tijd die nodig is om de vaccinatie te krijgen, inclusief de verplaatsing. Dat geldt ook voor de tweede vaccinatie. Maak lokaal afspraken over de praktische organisatie op school. Valt de uitnodiging tot vaccinatie niet samen met de aanwezigheid op school, dan heeft het personeelslid geen recht op dienstvrijstelling.
  • De afwezigheid hoeft niet geattesteerd te worden.
  • Goed om weten: dit is geen dienstverplaatsing. Het personeelslid kan geen aanspraak maken op de arbeidsongevallenverzekering bij een eventueel ongeval.
     
Kan een personeelslid dienstvrijstelling krijgen om zorgbehoevende gezinsleden te begeleiden bij vaccinatie?

Neen. De begeleiding van inwonenede zorgbehoevende gezinsleden voor vaccinatie valt ook niet onder het toepassingsgebied van omstandigheidsverlof. Er zijn andere mogelijkheden zoals het verplaatsen van de afspraak naar een vrij moment of gebruik maken van de vervoersmogelijkheden die steden en gemeenten aanbieden voor zorgbehoevenden.

Kan het schoolbestuur een bewijs van vaccinatie vragen aan personeelsleden?

Een schoolbestuur of directie zal nooit een vaccinatiestatus kunnen opvragen. Als er gegevens moeten uitgewisseld worden, zal dat via de arbeidsgeneeskundige dienst moeten gebeuren.

Wat is de stand van zaken over vaccinaties stagiairs?

Het oplijsten van gegevens van stagiairs die via onderwijsinstellingen zijn verzameld, is afgerond. Het is niet de bedoeling om stageplaatsen nog aan te spreken over stagiairs in opleidingen die niet werden meegenomen. 

AGODI bezorgde de lijst met +16-jarigen die ingeschreven zijn in de weerhouden structuuronderdelen aan het Agentschap Zorg en Gezondheid. De volgende structuuronderdelen werden weerhouden: pdf bestandLijst structuuronderdelen (pdf, 1 p.) (87 kB) 

Wanneer deze stagiairs opgeroepen zullen worden, is afhankelijk van de levering van de vaccins en de voortgang van de vaccinatie van de risicogroepen. 
De leerlingen die op dit moment niet weerhouden werden op de lijst van prioritair te vaccineren personen, zullen later aan de beurt komen in de vaccinatieronde bij de algemene bevolking. In afwachting van hun vaccinatie moeten ze blijvende aandacht hebben voor alle veiligheidsmaatregelen.

Worden internen in MFC's, IPO's en MPGO's gevaccineerd?

Het beleidsdomein Onderwijs verzamelt geen gegevens over deze internen. Minderjarigen zijn momenteel nergens in instellingen onder welzijn opgenomen in de vaccinatiestrategie, omdat er nog onvoldoende gegevens zijn over de werkzaamheid en de veiligheid van de verschillende vaccins bij minderjarigen. Meerderjarigen worden wellicht meegenomen op het moment dat er bij het Agentschap Zorg en Gezondheid een uitnodiging voor de risicogroepen komt. 

Waar vind ik materiaal om het met mijn leerlingen over vaccinatie te hebben?
Wie zorgt er voor de vaccinaties van stagiairs in het onderwijs?

Het Agentschap Zorg en Gezondheid is verantwoordelijk voor de organisatie van de verdeling en toediening van vaccinaties in Vlaanderen. Vind de grote lijnen voor de vaccinatiestrategie: volgorde van vaccineren.

Ook voor de verdere operationalisering zoals het bepalen van verfijningen is het Agentschap Zorg en Gezondheid bevoegd. Voor het bepalen wie wanneer kan worden gevaccineerd zal veel afhangen van de beschikbare voorraden

Mag iemand weigeren om zich te laten vaccineren? UPDATE 1 juni

Ja dat mag. Vaccineren is niet verplicht en kan niet verplicht worden. Uitsluiting op basis van het al dan niet gevaccineerd zijn is discriminerend en disproportioneel. Deze uitsluiting gaat ervan uit dat vaccinaties de besmetting uit de instellingen zal kunnen houden, wat niet bewezen is.

Vaccins beletten niet dat je besmettingen doorgeeft, ze maken vooral dat je zelf niet ziek wordt. Bovendien is het nog niet mogelijk om iedereen te vaccineren (leerlingen jonger dan 16 jaar worden momenteel niet gevaccineerd) en wordt ook in de zorginstellingen nog niet iedere beroepsgroep gevaccineerd.

Zolang er geen grote groep mensen gevaccineerd is, is er geen groepsimmuniteit. De veiligheidsmaatregelen blijven, ongeacht of men gevaccineerd is of niet, het belangrijkste in de bescherming tegen het coronavirus. Meer info: laatjevaccineren.be

Lees de aanbeveling van Unia: COVID-vaccinatie en discriminatie op de arbeidsmarkt COVID-vaccinatie en discriminatie op de arbeidsmarkt (2021)

Moet een stageplaats stagiairs in de zorginstellingen verplichten om zich te laten vaccineren? UPDATE 1 juni

Neen. Vaccinatie is voor niemand verplicht maar wel sterk aanbevolen. Deze sterke aanbeveling geldt zeker ook voor zorgverleners. 
Ook voor het vast personeel van een zorgvoorziening is de vaccinatie niet verplicht. De werkgever heeft geen inzagerecht in de medische gegevens, waaronder de vaccinatiestatus van het personeel en kan het personeelslid dus niet weigeren op basis van de vaccinatiestatus. Naar analogie kan ook een stagiair niet verplicht worden om zich te laten vaccineren vooraleer de stage aan te vatten. 

Zie ook: Mag iemand weigeren om zich te laten vaccineren? 

Onderwijsinstellingen kunnen stagiairs in de zorg wel informeren over het belang van vaccineren. Meer informatie: Waar vind ik materiaal om het met mijn leerlingen over vaccinatie te hebben? 

Kandidaat-stagiairs die geconfronteerd worden met weigeringen op grond van hun vaccinatiestatus contact kunnen opnemen met Unia: meldingsformulier.

Lees de aanbeveling van Unia: COVID-vaccinatie en discriminatie op de arbeidsmarkt COVID-vaccinatie en discriminatie op de arbeidsmarkt (2021).

Mag een instelling iemand weigeren die geen vaccin kreeg? UPDATE 1 juni

Neen, dat mag niet. Er is geen verplichting om gevaccineerd te worden.
Om gevaccineerd te kunnen worden is men bovendien afhankelijk van voorhanden zijnde voorraden en de voorziene procedures.

Meer info: laatjevaccineren.be

Lees de aanbeveling van Unia: COVID-vaccinatie en discriminatie op de arbeidsmarkt COVID-vaccinatie en discriminatie op de arbeidsmarkt (2021).

Zijn er kosten verbonden aan de toediening aan het vaccin voor stagiairs in zorginstellingen?

Neen. Het vaccin en de toediening ervan zijn gratis.

Worden minderjarige jongeren (uit risicogroepen) gevaccineerd?

De Hoge Gezondheidsraad gaf een positief advies over de vaccinatie van 16- en 17-jarigen. De Interministeriële Conferentie beslist nog hoe jongeren zullen worden uitgenodigd en wie eventueel eerst aan de beurt komt  (risicopatiënten).  Aanbevelingen voor de vaccinatie van kinderen van 12 tot 15-jaar zijn er nog niet. 

Wanneer wordt het onderwijspersoneel dat prioriteit gekregen heeft gevaccineerd?

Het verzamelen van gegevens voor onderwijspersoneel is afgerond. Bij het beleidsdomein onderwijs en vorming, de onderwijskoepels en GO! is er geen informatie over de uitnodigingen. 

  • Personeel van MPGO’s, IPO’s, BuSO OV1 en OV2, onderwijsinternaten/tehuizen/MPIGO/IPO en artsen en verpleegkundigen in CLB’s worden mee opgenomen om gevaccineerd te worden in de eerstkomende periode van de vaccinatiestrategie.

    Niet iedereen kan onmiddellijk gevaccineerd worden. In het weerhouden van groepen binnen onderwijs moest er rekening worden gehouden met de voorhanden zijnde vaccins. 
    In overleg met het Agentschap Zorg en Gezondheid werd er beslist om nu te vaccineren:

    • Groepen die onvermijdelijk hands-on contacten hebben.
    • Personeel van BuSO OV1 en OV2 en onderwijsinternaten/tehuizen/MPIGO/IPO die werken met een kwetsbaar publiek (kans dat men behoorlijk ziek wordt van het virus is hoog). 
    • Artsen en verpleegkundigen in CLB's.

Administratief personeel, MVD-personeel en busbegeleiders worden later gevaccineerd. Ze hebben wel contact maar niet even intensief als bijvoorbeeld paramedici die voor de verzorging van de kinderen handelingen uitvoeren die langdurig en niet te vermijden zijn. 
Het werken met prioritair te weerhouden groepen in onderwijs was eenmalig. Er worden in onderwijs geen prioritair te vaccineren groepen nog naar voren geschoven om toe te laten dat de rest van de bevolking sneller zou uitgenodigd worden voor het verkrijgen van het vaccin.

  • In CLB’s werd er gekozen voor artsen en verpleegkundigen omdat zij meer dan andere beroepsgroepen intensief hands-on contact kunnen hebben bij onderzoeken. Deze personeelsleden zullen later in de vaccinatiestrategie gevraagd worden om mee te helpen vaccineren.   

  • Stagebegeleiders werden niet weerhouden om via onderwijs prioritair gevaccineerd te worden omdat stagebegeleiders aangeraden wordt om in de huidige fase van de pandemie de stageplekken niet te bezoeken. Meer informatie:pdf bestandLeidraad voor werkplekleren (264 kB)

  • AGODI verzamelt de vereiste gegevens en geeft deze aan het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) door. Personeelsleden die op het beleidsdomein onderwijs en vorming niet gekend zijn worden getraceerd via de onderwijskoepels en GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. AZG bezorgt op basis van alle verzamelde gegevens een uitnodiging waarmee men een afspraak voor vaccinatie in een vaccinatiecentrum kan maken. 

Lees ook: Mag iemand weigeren om zich te laten vaccineren?

Hoe worden reservelijsten voor vaccinaties aangelegd? Moet ik daar zelf iets voor doen?

Vanaf 6 april kan elke meerderjarige zich via QVaxinschrijven op een elektronische reservelijst voor vaccinatie in het centrum in zijn buurt. Je schrijft je in met je rijksregisternummer, je selecteert je vaccinatiecentrum en je geeft je beschikbaarheden door voor de volgende zeven dagen. De beschikbaarheid kan je telkens aanpassen.
Als een vaccinatiecentrum dan mensen nodig heeft om snel vrijgekomen vaccinatieplaatsen in te vullen, zal het centrum via de elektronische reservelijst van QVax automatisch de mensen oproepen die hebben aangegeven beschikbaar te zijn. 
Je krijgt dan een sms en e-mail en wordt gevraagd om meteen online te bevestigen dat je de vrijgekomen plaats inneemt en je naar het vaccinatiecentrum te begeven.
Je wordt pas uitgenodigd via die reservelijst als ook de doelgroep waartoe je behoort aan de beurt is. Je kan dus geen groepen voorbijsteken. De bedoeling is om de overschotten, die meer en meer zullen ontstaan naarmate de uitgenodigde groepen groter worden, optimaal te benutten. Ook de al aangelegde reservelijsten van vaccinatiecentra worden nog gebruikt om mensen op te roepen.

Meer informatie over de werkwijze op laatjevaccineren.be

Onderwijsinstellingen hoeven daar zelf niets voor te doen. Je houdt wel rekening met de afspraken over dienstvrijstellingen. Lees: Krijgt een personeelslid dienstvrijstelling om zich te laten vaccineren?

Veiligheid en bescherming
Mogen ouders weigeren dat hun kind in het 5e of 6e jaar basisonderwijs een mondmasker draagt?

Het dragen van een mondmasker in het 5de en 6de leerjaar is verplicht. Communiceer dit naar ouders.

Leerlingen kunnen (tijdelijk) geen mondmasker dragen op grond van medische aandoeningen of fysieke of mentale redenen. Hiervoor is een doktersattest nodig. Heeft de leerling een dergelijk attest niet, dan kan hij niet weigeren een mondmasker te dragen. Doet de leerling dat toch, ga dan in gesprek met de ouders. Wijs hen op het belang van het dragen van een mondmasker voor de eigen veiligheid en die van de andere leerlingen en personeelsleden. Blijven de ouders en leerling weigeren om de verplichting tot het dragen van een mondmasker na te leven dan kan de school de leerling de toegang weigeren.

Door hun verantwoordelijkheid voor het welzijn, de veiligheid en de gezondheid van hun personeelsleden en hun leerlingen, moeten schoolbesturen bij de organisatie van onderwijs in de huidige context immers de door de overheid opgelegde maatregelen strikt opvolgen. De verplichting om als schoolbestuur te voorzien in de nodige maatregelen om de veiligheid en gezondheid van de personeelsleden te verzekeren vloeit voort uit de op iedere werkgever toepasselijke Welzijnswet van 4 augustus 1996. Volgens het ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken zijn werkgevers, werknemers en derden ertoe gehouden de in de onderneming, vereniging of dienst geldende preventiemaatregelen toe te passen. 

Wie moet er afstand houden?

Basisonderwijs

Kleuteronderwijs

  • Afstand houden bij contacten tussen volwassenen.
  • Geen afstand houden bij contacten tussen personeel en kleuters.
  • Geen afstand houden bij contacten tussen kleuters.

Lager onderwijs

  • Afstand houden bij contacten tussen volwassenen.
  • Afstand houden bij contacten tussen personeel en leerlingen.
  • Geen afstand houden bij contacten tussen leerlingen.

Secundair onderwijs

  • Zoveel mogelijk afstand houden bij alle contacten. Personeel en leerlingen dragen verplicht een mondmasker, ook in de klas en als ze afstand kunnen houden.

Na vaccinatie

Ook wie gevaccineerd is houdt zich aan de veiligheidsmaatregelen. Zie ook laatjevaccineren.be

Wie moet een mondmasker dragen op school? Update 26 mei

Basisonderwijs (kleuter en lager)

  • Leerlingen uit het basisonderwijs tot en met het 4de leerjaar hoeven geen mondmasker te dragen.

  • Alle leerlingen van het 5e en 6e leerjaar basisonderwijs dragen een mondmasker op school. Buiten kunnen de mondmaskers af, mits je intense fysieke contacten vermijdt. In het buitengewoon basisonderwijs geldt dit voor leerlingen vanaf 10 jaar en enkel voor die leerlingen voor wie het mogelijk is.

  • Personeel draagt mondmasker als de afstand niet kan gegarandeerd worden.
  • Leerlingen en personeel kunnen (tijdelijk) geen mondmasker dragen op grond van medische aandoeningen of fysieke of mentale redenen.
  • Voor afspraken voor de les lichamelijke opvoeding: zie FAQ.
  • Personeel moet geen mondmasker dragen:
    • Wanneer ze in contact komen met kleuters (kleuteronderwijs), ongeacht de afstand.
    • Tijdens het lesgeven vooraan in de klas, op voorwaarde dat er voldoende afstand is tussen de leraar en de leerlingen (en tussen de leraar en eventueel andere personeelsleden). Maar als een leerling of leraar in isolatie of in quarantaine moet, dragen alle leraren van het vijfde en zesde leerjaar basisonderwijs uit voorzorg een mondmasker.
  • Ouders dragen een mondmasker bij het brengen en halen van hun kinderen en wanneer ze de school betreden.

Secundair onderwijs

  • Personeel en leerlingen dragen verplicht een mondmasker binnen, ook als ze voldoende afstand houden. Buiten kunnen de mondmaskers af, mits je voldoende afstand bewaart.
  • In buso OV1 en OV2 dragen leerlingen een mondmasker als het haalbaar is (cfr. risicoanalyse).
  • Leraren moeten ook een mondmasker dragen tijdens het lesgeven vooraan in de klas.
  • Leerlingen en personeel kunnen tijdelijk geen mondmasker dragen op grond van medische aandoeningen of fysieke of mentale redenen.
  • Voor afspraken voor de les lichamelijke opvoeding: zie FAQ.
  • Ouders dragen een mondmasker bij het brengen en halen van hun kinderen en wanneer ze de school betreden.

Face-shield en plexi-wanden

  • Een face-shield is niet verboden, maar vervangt de verplichting tot het dragen van een mondmasker niet. Als je een face-shield draagt, draag je dus ook een mondmasker.
  • Ook als er een plexi-wand is (bv.  aan de balie), blijft een mondmasker verplicht.

Transparante mondmaskers

Je kan je mondmasker vervangen door een transparant mondmasker, op voorwaarde dat het transparant mondmasker dezelfde bescherming biedt: het moet gesloten zijn aan de zijkanten.

Lees hoe je een mondmasker correct draagt.

Na vaccinatie

Ook wie gevaccineerd is houdt zich aan de veiligheidsmaatregelen. Zie ook laatjevaccineren.be

Wie zorgt voor het mondmasker van de leerlingen?

Vraag aan alle ouders om er op toe te zien dat hun kind steeds een proper mondmasker bij heeft. Herinner de ouders eraan dat het belangrijk is dat mondmaskers dagelijks worden ververst.

Voorzie zelf een aantal mondmaskers in reserve voor die leerlingen die hun mondmaskers vergeten zijn of die bevuilde mondmaskers hebben. Zo kunnen die leerlingen op een veilige manier op school blijven.

Welke misverstanden bestaan er over de coronamaatregelen?

Bekijk een filmpje over enkele misverstanden over coronamaatregelen in de klas (op You Tube Onderwijs Vlaanderen)

Kan je leerlingen of personeelsleden die terugkomen uit een rode zone weigeren op school? UPDATE 12 mei

Vanaf maandag 19 april wordt reizen naar het buitenland terug toegestaan maar sterk afgeraden.

Iedereen die op reis is geweest naar een rode zone (en daar langer dan 48 uur verbleef) is verplicht om het PLF in te vullen en wordt op dag 1 en dag 7 na terugkomst getest. Tot zolang de resultaten van de tweede test niet gekend zijn, gaat men in quarantaine. Nadat een negatief testresultaat op de tweede test is afgeleverd, kan men uit quarantaine. 

De uitnodiging voor de test wordt per SMS verzonden. Kreeg je personeelslid geen SMS, dan kan hij zelf contact opnemen met het contactcentrum om een code te bekomen voor de test. Bel 02 214 19 19.

Reizigers die terugkomen uit het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika of India gaan onmiddellijk in quarantaine en laten zich op dag 7 testen. Ze ontvangen hiervoor een sms. Quarantaine en testen zijn verplicht.

Wegens de verplichting om in quarantaine te gaan en je te laten testen kan je leerlingen of personeelsleden tijdens de quarantaineperiode weigeren. Het zou een onaanvaardbaar gezondheidsrisico zijn om deze leerlingen of personeelsleden tot de school toe te laten. 
Verwittig vooraf de leerlingen/personeelsleden van de weigering. Leerlingen die ondanks reizen toch naar school komen, worden in een afzonderlijke ruimte gehouden om door hun ouders terug opgehaald te worden.

Op deze maatregel gelden er uitzonderingen voor buitenlandse leerlingen die in België naar school gaan en hiervoor pendelen en buitenlandse leerlingen die tijdens de week in België op internaat zitten. Ook voor personen die reizen in het kader van co-ouderschap is er geen verplichting om in quarantaine te gaan en zich te laten testen. Een volledig overzicht van de uitzonderingen en laatste richtlijnen vind je hier. Zie ook Mogen schipperskinderen, leerlingen of personeelsleden die in een buurland wonen naar internaat of school komen?

Bekijk ook 

Wat doe je als kinderen die op reis gingen toch naar school komen?

Ga in gesprek en informeer ouders over de verplichte quarantaine en de verplichte testen voor reizigers die terugkomen uit een rode zone. (na een verblijf langer dan 48 uur) 

Indien ouders de maatregelen niet respecteren of volgen kan je leerlingen de toegang tot de school weigeren. Zie ook: Kan je leerlingen of personeelsleden die terugkomen uit een rode zone weigeren op school?

Voor leerlingen en ouders die reizen in het kader van co-ouderschap of het volgen van lessen, gelden er uitzonderingen. Een volledig overzicht van de uitzonderingen vind je hier.

Mag een leerling of personeelslid naar school als een gezinslid net terug is uit een oranje/rode zone?

Samenleven met iemand die op reis ging naar een oranje of rode zone, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. De personeelsleden of leerlingen kunnen gewoon naar school. Bij vragen of twijfels, contacteren ze hun huisarts. Als het gezinslid positief test, volgt het kind of het personeelslid de voorziene procedures en maatregelen.

Bekijk ook

 

Hoe zorg je voor een goede handhygiëne?

Was je handen regelmatig en grondig (40 à 60 sec.) met water en zeep. Hoe je best je handen wast, zie je in deze afbeelding.

Handen wassen met zeep of alcoholgel?

Geef voorrang aan water en zeep.

Zowel handen wassen met zeep als je handen reinigen met alcoholgel zijn in de meeste gevallen effectieve methoden voor handhygiëne. Het gebruik van alcoholgel is minder effectief wanneer je handen nat of vuil zijn. Het is niet nodig om zowel je handen te wassen met water en zeep als je handen te desinfecteren met alcoholgel. 1 van de 2 volstaat. 

Wanneer was je je handen?

  • Voor je naar school vertrekt.
  • Bij aankomst op de school.
  • Bij het binnenkomen van de klas (na de pauze).
  • Na toiletbezoek (basishygiëne).
  • Voor en na de maaltijd (basishygiëne).
  • Voor het verlaten van de school.
  • Na hoesten, snuiten of niezen.
  • Na het bedienen van machines tijdens praktijklessen (basishygiëne).

Raak je gezicht zo weinig mogelijk aan met je handen. Vermijd om handen of kussen te geven. Begroet elkaar met een zwaai of met de elleboog.

Voorzie ook alternatieve (tijdelijke) mogelijkheden voor handhygiëne. Denk hierbij aan tijdelijke huur van extra wasplaatsen of voorzie handgeldispensers.

Bekijk ook:

Hoe verlucht en ventileer je lokalen?
Welke beschermingsmiddelen voorzie je voor personeel?
  • Op basis van risicoanalyse van specifieke leerlingenpopulatie krijgt het personeel buitengewoon onderwijs:

    • Schorten, wasbaar op minstens 60 graden of wegwerpschort.

    • Faceshields of veiligheidsbril.

    • Handschoenen, op voorwaarde dat het personeel vertrouwd is met het gebruik ervan en de handschoenen correct kan verwijderen. Als dat niet zo is, is het aangewezen maximaal in te zetten op het wassen van de handen met zeep of alcoholgel.

  • Op basis van risicoanalyse van specifieke leerlingenpopulatie te vervangen door:

    • Transparante mondmaskers voor personeel voor lessen aan doven/slechthorenden (idem voor auditieve problemen in gewoon secundair onderwijs). Transparante mondmaskers kunnen ook breder gebruikt worden aangezien deze de communicatie vergemakkelijken voor alle kinderen.

    • Chirurgische mondmaskers.

  • Ook in het gewoon onderwijs kan je wanneer nodig nog bijkomend beschermingsmateriaal voorzien voor je personeel.

  • Cursus: omgaan met COVID-19 voor zorgverleners.

Welke derden zijn toegelaten op school?

Essentiële derden zijn op school toegelaten indien er geen digitale alternatieven zijn en hun aanwezigheid op school noodzakelijk is voor het behalen van de lesdoelstellingen en in functie van de begeleiding van leerlingen. Die inschatting maken de onderwijsinstellingen zelf. Er is geen lijst meer van essentiële derden. 

Derden worden bij voorkeur ook getest. 

Iedereen die binnen de schoolmuren komt, leeft alle veiligheidsmaatregelen na die gelden voor de volledige samenleving. 

Ga altijd eerst na of er mogelijkheden zijn om de school op een alternatieve manier dan via fysiek contact te ondersteunen. Nodig de derden uit om daarover mee na te denken. 

Ga ook na hoe je kan voorkomen dat essentiële derden kort na elkaar in verschillende klasgroepen terechtkomen. 

Mogen stagebegeleiders uit de lerarenopleiding hun stagiairs op school bezoeken?

Onderwijsinstellingen mogen zelf de inschatting maken wie ze als essentiële derden beschouwen. Stagebegeleiders dienen hierover dus goed af te stemmen met de scholen waar hun stagiairs stage doen. Indien een stagebezoek niet kan, moet een alternatieve werkwijze gehanteerd worden. 

Organisatie van je school
Mag ik een schoolfeest organiseren? NIEUW 7 juni

Dat mag niet.

Hoe organiseer ik proclamaties? NIEUW 11 mei

Bekijk de handvaten en richtlijnen om op een veilige manier proclamaties te organiseren.

Hoe kan ik werken aan het welbevinden van leerlingen en leervertraging aanpakken?

Een pedagogische taskforce reikt in een advies handvaten aan om te werken aan het welbevinden van je leerlingen en om leervertraging te beperken. Lees het volledige advies:pdf bestandAdvies pedagogische taskforce over leervertraging en welbevinden (pdf, 25 p.) (991 kB) en de extra nieuwsbrief van Schooldirect.

Mogen onderzoekers de school bezoeken?

Voor bepaalde wetenschappelijke onderzoeken is het noodzakelijk dat de onderzoekers en toetsassistenten de school kunnen bezoeken. Ook in de huidig pandemiefase oranje krijgen de onderzoekers van onderstaande onderzoeken toegang tot de school. Op deze manier komt het goede verloop van deze terugkerende onderzoeken niet in gedrang. Enkel onderzoekers en toetsassistenten van onderstaande onderzoeken krijgen toegang: 

  • De 4 peilingen + 2 kalibraties in het kader van de peilingen
  • Hoofdafname van de peilingen ‘informatieverwerving en -verwerking met ICT’ en ‘wiskunde’ in het basisonderwijs én de peilingen ‘kritisch denken en mediawijsheid 3de graad SO’ en ‘PAV 3de graad bso’ in het secundair onderwijs
  • Kalibraties van Nederlands en wiskunde 1ste graad A en B-stroom SO
  • TIMSS repeat – hoofdafname
  • PIRLS 2021 – hoofdafname
  • PISA 2022 – field trial

 De medewerkers van deze onderzoeken moeten zich aan de geldende voorzorgsmaatregelen houden.
 

Hoe plan en organiseer ik contactonderwijs en afstandsonderwijs?

In het basisonderwijs en in de 1ste graad secundair onderwijs geef je 100% contactonderwijs. In de 1ste graad secundair onderwijs kan je eventueel beperkt afstandsonderwijs organiseren.

In de 2de en 3de graad gewoon secundair onderwijs organiseer je een systeem met maximaal 50% contactonderwijs. Alle leerlingen van de tweede en derde graad secundair onderwijs kunnen vanaf 10 mei weer 100 % contactonderwijs volgen. Scholen kiezen zelf of en wanneer ze overschakelen naar voltijds contactonderwijs na risicoanalyse van de preventieadviseur. 

In het buitengewoon secundair onderwijs kan je 100% contactonderwijs organiseren.

In het stelsel voor leren en werken en duaal leren kunnen leerlingen 100% contactonderwijs volgen op school (indien max. 2 dagen op de school voor duaal leren).

Bij het uitwerken van mogelijke scenario’s voor 50% contactonderwijs wordt het advies gevolgd van de virologen om de verplaatsingen per dag te verminderen en om zoveel als mogelijk contacten te beperken. Dat kan bijvoorbeeld door:

  • Halve klassen week-om-week les te geven. Dat is het beste wat je kan doen, want zo hebben minder leerlingen in de klas contact met elkaar en je vermijdt drukte op het openbaar vervoer.
  • Halve klassen een aantal volle dagen per week les te geven. Zo hebben minder leerlingen in de klas contact met elkaar.
  • Hele klassen dag-om-dag les te geven. Zo hebben minder leerlingen in de school contact met elkaar.
  • Een deel van de leerlingen volgt elke voormiddag les en een ander deel elke namiddag. Dat wordt door de virologen sterk afgeraden, omdat hierdoor extra verplaatsingen worden gegenereerd en het besmettingsrisico dus toeneemt. Dat doe je beter niet.

Vraag hulp aan je pedagogische begeleidingsdienst bij het organiseren van afstandsonderwijs.

Lees meer over afstandsleren.

Voor de meest kwetsbare leerlingen organiseer je in elk geval contactonderwijs.

Mogen klasgroepen gemengd worden voor algemene vakken?

Vermijd binnen maximaal het vermengen van klasgroepen.

Mogen examens en studie in een refter of andere grote zaal doorgaan?

Examens en studie kunnen in de refter doorgaan, als voldoende afstand tussen de verschillende klasgroepen wordt gerespecteerd en in het 5de en 6de leerjaar basisonderwijs en het secundair onderwijs het mondmasker wordt aangehouden.   

Mogen scholen met richtingen zoals kappersopleidingen, schoonheidsspecialisatie en horeca terug externen ontvangen? UPDATE 13/4

Als bepaalde sectoren of ondernemingen zoals de kappers terug mogen opstarten, dan mag je ook op school terug opstarten onder dezelfde voorwaarden. Uitzonderlijk kan je dan externen toelaten op school. Raadpleeg de sectorprotocollen voor specifieke maatregelen die er genomen worden. De veiligheidsmaatregelen worden te allen tijde gerespecteerd.  De risicoanalyse laat toe om rekening te houden met zaken als in- en uitstroom en het niet kruisen van andere groepen leerlingen.

Mag ik extra-murosactiviteiten organiseren? - UPDATE 11 mei

Daguitstappen (binnen en buiten) zijn toegelaten op voorwaarde dat de uitstap en het eigen vervoer georganiseerd worden binnen de klasgroep en na een risicoanalyse van de preventieadviseur van de school (dus geen openbaar vervoer). Ook de voorzorgsmaatregelen moeten strikt gevolgd worden. Buitenschoolse activiteiten gaan door in de eigen klasgroep.  

Vanaf 1 juni kunnen één- of meerdaagse uitstappen worden georganiseerd met meerdere klasgroepen, ook wat het vervoer betreft (geen openbaar vervoer). Organiseer de uitstap bij voorkeur zo laat mogelijk in juni. Bij verplaatsingen per autocar zijn meerdere klasgroepen per toestel toegelaten als er voldoende afstand tussen de klasgroepen is en er voldoende ventilatie is. Lees meer in het busprotocol georganiseerd vervoer (p. 15-17)

Mag ik nog meerdaagse schooluitstappen organiseren? UPDATE 11 mei
  • Binnenland: meerdaagse uitstappen zijn toegestaan vanaf 1 juni 2021. Laat ze bij voorkeur zo laat mogelijk plaatsvinden.
  • Buitenland: meerdaagse uitstappen zijn dit schooljaar niet meer toegestaan.

Periode

  • Organiseer de uitstap bij voorkeur zo laat mogelijk in juni.

Vervoer

  • Maak zoveel mogelijk gebruik van eigen vervoer. Maak geen gebruik van het openbaar vervoer.
  • Bij verplaatsingen per autocar zijn meerdere klasgroepen per autocar toegelaten op voorwaarde dat er voldoende afstand tussen de klasgroepen gegarandeerd is en er voldoende geventileerd wordt. Bijkomende richtlijnen zijn opgenomen in het busprotocol georganiseerd vervoer (vanaf pagina 15).

Veiligheidsmaatregelen

  • De veiligheidsmaatregelen die van kracht zijn op school, pas je ook toe op de locatie waar de activiteiten doorgaan. 
  • Maak in overleg met de uitbater vooraf een risicoanalyse.
  • De uitbater kan eventueel bijkomende veiligheidsmaatregelen opleggen. Bespreek die vooraf.
  • Communiceer de veiligheidsmaatregelen vooraf naar leerlingen en ouders.
  • Organiseer zo veel mogelijk activiteiten in openlucht.

Derden

  • Vermijd zo veel mogelijk contact met derden. Enkel derden, die noodzakelijk zijn voor de organisatie van de meerdaagse uitstap, zijn toegelaten.
  • Negatieve snel- of zelftesten kunnen niet gebruikt worden om niet-essentiële derden toe te laten tot de activiteit.

Maaltijden

  • Organiseer de maaltijden volgens dezelfde principes als op school.
  • Maaltijden worden zo veel mogelijk per klasgroep genuttigd. Bewaar afstand tussen de klasgroepen. Voorzie vaste plaatsen voor de leerlingen. 
  • Houd als begeleider voldoende afstand tijdens het toezicht en houd steeds je mondmasker aan.  
  • Besteed voldoende aandacht aan het veilig uitdelen van de maaltijden en let erop dat bestek niet wordt doorgegeven.
  • Maaltijden worden bij voorkeur genuttigd in openlucht of in goed geventileerde ruimtes.
  • Voorzie eventueel alternerende lunchpauzes.

Overnachting

  • Probeer het aantal leerlingen per lokaal zo veel als mogelijk te beperken.
  • Hou klasgroepen maximaal gescheiden.
  • Ventileer de slaapruimtes goed.
  • De mondmaskerplicht geldt enkel bij het betreden en verlaten van de slaapruimte.

Activiteiten

  • Vermijd activiteiten met intens fysiek contact voor leerlingen in het secundair onderwijs.
  • Kies bij voorkeur voor buitenactiviteiten. Bij activiteiten binnen zorg je altijd voor voldoende verluchting/ventilatie.
  • Houd de klasgroepen gescheiden.
Hoe moet ik de leerlingen die tijdelijk onderwijs aan huis volgen doorsturen via de Edisonzending?

Door de coronacrisis zijn er twee bijkomende doelgroepen die recht hebben op tijdelijk onderwijs aan huis: leerlingen die behoren tot een risicogroep en leerlingen die samenleven met een risicopatiënt. Deze leerlingen hebben recht op TOAH volgens de voorwaarden van chronisch zieke leerlingen. De code voor beide doelgroepen is RG. De codes voor alle groepen leerlingen bij tijdelijk onderwijs aan huis vind je hieronder. De gegevens van de oude zending moet je niet aanpassen naar de nieuwe codes.

  • CZ: chronisch ziek
  • LZ: langdurig ziek
  • MR: moederschapsrust
  • RG: risicogroep
    • Leerling die behoort tot een risicogroep 
    • Leerling die samenleeft met een risicopatiënt
Mogen oudercontacten, klassenraden en pedagogische studiedagen op school? UPDATE 7 juni

Oudercontacten organiseer je best online. In uitzonderlijke omstandigheden mag je leerlingen en ouders fysiek ontvangen, bijvoorbeeld als ze weinig toegang hebben tot digitale communicatie. Doe dat op afspraak, met maximaal 3 personen en enkel als er geen andere leerlingen op school zijn.

Klassenraden en pedagogische studiedagen organiseer je liefst online. Vanaf 9 juni  zijn ze uitzonderlijk binnen toegelaten voor maximaal 50 personen. 
Vanaf 25 juni zijn ze binnen toegelaten voor maximaal 100 personen. als je de voorzorgsmaatregelen volgt die ook voor proclamaties gelden.
 

Hoe neem ik examens af van iemand die in quarantaine geplaatst is?

Wie in quarantaine geplaatst is, is niet altijd ziek. 
Neem indien mogelijk het examen digitaal af. Bekijk ook andere manieren om te evalueren. Maak daar duidelijke afspraken over.
Als een lerende tijdens de quarantaineperiode toch ziek wordt, gelden de afspraken en regels zoals voor andere afwezigheden wegens ziekte. Als de zieke geen erge symptomen vertoont kan je afspreken om het examen of evaluatiemoment vanop afstand te laten doorgaan, als je instelling dat kan organiseren. Dat is echter geen verplichting voor de lerende. 
Naargelang regels die vooraf gemaakt zijn kan je ook beslissen om het evaluatiemoment uit te stellen.

Hoe veilig examens organiseren?

Grote leerlingenstromen vermijden en verplaatsingen beperken blijft ook bij de organisatie van examens het uitgangspunt. Code oranje blijft gelden voor het basis- en secundair onderwijs, code rood voor het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs.

Blijf de volgende basisprincipes hanteren:

  • Veilig examens organiseren: 

    • Ventileer en verlucht de lokalen.
    • Was of ontsmet de handen bij het binnenkomen van een lokaal.
    • Hou zoveel mogelijk afstand tussen leerlingen/cursisten en personeel.
    • Draag steeds een mondmasker, ook tijdens het examen.
  • Iedereen heeft recht op een faire evaluatie.
  • Aandacht voor examens in functie van onderwijsloopbaanbegeleiding van leerlingen.
  • Stem lokaal goed af met personeelsleden, leerlingen, cursisten en ouders. Maak duidelijke afspraken en communiceer deze helder naar iedereen. 
  • Bij vragen rond evaluatie en klassenraden kan je steeds beroep op de ondersteuning van de pedagogische begeleidingsdienst.

Veiligheidsadviezen

Extra aandacht voor volgende veiligheidsadviezen:

  • Leerlingen en cursisten verplaatsen zich bij voorkeur op eigen kracht en/of met eigen vervoer naar de plaats van het examen.
  • De toegang tot de examenplaats gebeurt via éénrichtingsverkeer en gemarkeerde loopwegen. Leerlingen/cursisten wachten bij voorkeur in openlucht. Na het examen verlaten leerlingen en cursisten indien mogelijk onmiddellijk en individueel de locatie.
  • Zoek indien nodig en indien mogelijk alternatieve examenlocaties (sportzalen, grote vergaderzalen, feestzalen,...). Ga hierover in overleg met het lokaal bestuur, privéondernemingen, vzw’s ...
  • Reinig de werkbladen en andere oppervlakten voor elk examen grondig. Ook materiaal en computers moeten voor gebruik grondig gereinigd worden. Laat zo weinig mogelijk materiaal (geodriehoek, tekenmateriaal, gereedschappen, rekenmachine ...) uitwisselen.
  • Zieke leerlingen, cursisten en personeelsleden blijven thuis. Als een leerling of cursist ziek wordt tijdens een examen, wordt hij volgens de geldende richtlijnen apart gezet tot hij naar huis kan.

Basisonderwijs

In het basisonderwijs kan de gewone werking doorgaan, uiteraard volgens de richtlijnen.

Secundair onderwijs

Een examensituatie is in principe veiliger dan een lessituatie (leerlingen werken in stilte en verder uit elkaar). Het mengen van klasgroepen is mogelijk, zolang de basisprincipes rond veiligheid gerespecteerd worden.

Leerlingen 1ste graad 

  • Momenteel voltijds naar school, beperkt afstandsonderwijs is mogelijk.
  • Het organiseren van examens kan volgens de normale werking. Hou wel rekening met examens van andere graden en vermijd zo dat er te veel leerlingen tegelijkertijd aanwezig zijn op school.

Leerlingen 2de en 3de graad 

  • Momenteel maximaal 50% contactonderwijs om de verplaatsingen per dag te verminderen en zoveel mogelijk contacten te beperken.
  • Mogelijke lesscenario’s op dit moment:
    • Halve klassen week-om-week lesgeven (= virologisch beste scenario)
    • Halve klassen een aantal volle dagen per week lesgeven
    • Hele klassen dag-om-dag les te geven
    • Een deel van de leerlingen volgt elke voormiddag les en een ander deel elke namiddag (= virologisch sterk afgeraden)

Als je dit vertaalt naar de examenperiode, zijn er verschillende overwegingen die je kan meenemen in je denkproces: 

  • Alternatieven voor een schriftelijk examen: bijvoorbeeld een mondeling (online) examen, permanente evaluatie, examenopdracht voor thuis, digitaal meerkeuze-examen, open boek ...
  • Examenduur beperken om zo te vermijden dat grote groepen lang in eenzelfde lokaal moeten verblijven.
  • Verschillende starturen van het examen van andere leerlingengroepen om de leerlingenstromen te beperken en te scheiden.
  • Examenperiode zo efficiënt mogelijk en verspreid mogelijk organiseren

Het is belangrijk om je schoolteam, leerlingen en ouders te betrekken bij je denkproces. Maak met hen duidelijke afspraken en communiceer helder.

  • Het organiseren van studie op school is mogelijk. Respecteer daarbij de basisprincipes rond veiligheid en beperk deze studie tot leerlingen die het echt nodig hebben (bijvoorbeeld moeilijke thuissituatie).
  • Het blijft mogelijk om af te wijken van de leerlingenevaluatie zoals opgenomen in het schoolreglement mits inspraak van de schoolraad en het LOC.
  • Voor een aantal doelen is evaluatie op dit moment moeilijk of onmogelijk (bijvoorbeeld zwemmen). Met de sociale partners en werk wordt bekeken hoe stages en duaal leren in coronatijd aangepakt worden. Dezepdf bestandLeidraad voor werkplekleren (264 kB) geeft je al meer informatie.
  • De evaluatie van praktijkvakken gebeurt in heel wat scholen onder de vorm van permanente evaluatie en/of in kleine groepen.
  • De mogelijkheid van het inzetten op remediërende maatregelen (bijvoorbeeld vakantietaken..) blijft gelden.
  • Neem voldoende tijd om de resultaten te bespreken met ouders en leerlingen. Kies bij voorkeur voor digitale of telefonische oudercontacten. Uitzonderlijk is een oudercontact op school wel mogelijk (bv. bij slechtnieuwsgesprekken). Leerlinggesprekken kunnen op school of digitaal.
  • Wees extra waakzaam voor het welbevinden van leerlingen. Besteed expliciete aandacht aan de onderwijsloopbaanbegeleiding. Veranderen van studierichting kan tot en met 15 januari 2021. Nadien is een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad nodig. Ga nu reeds met je schoolteam na hoe je leerlingen die van studierichting of school veranderen na de kerstvakantie zo goed mogelijk kan integreren.
Mogen leerlingen nog zingen in de klas?

(Les)activiteiten waarbij leerlingen zingen, gaan best buiten door. Indien dat niet lukt, heb je extra aandacht voor ventilatie en verluchting. Leerlingen vanaf het vijfde leerjaar dragen ook tijdens het zingen een mondmasker.  De lagere leerjaren dragen, indien mogelijk, een mondmasker tijdens het zingen. 

Mag ik een opendeurdag, rondleidingen of schoolbezoeken organiseren? UPDATE 3 mei

Basisonderwijs

  • De aanwezigheid van ouders op school wordt zoveel mogelijk vermeden en je mag dus geen opendeurdag organiseren.
  • Rondleidingen zijn enkel uitzonderlijk mogelijk. Scholen kunnen ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor bijvoorbeeld een rondleiding of voor het formaliseren van de inschrijving (bijvoorbeeld handtekenen, welkomstgesprek…). Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met maximaal 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie verminderde toegang heeft tot digitale alternatieven.
  • Schoolbezoeken aan secundaire scholen door leerlingen van het laatste jaar lager onderwijs kunnen enkel doorgaan als alle voorzorgsmaatregelen gevolgd worden en:
    • De schoolbezoeken per klas georganiseerd worden.
    • Er geen gebruikt gemaakt wordt van het openbaar vervoer.
    • Er  geen contact is tussen de leerlingen van secundair onderwijs en de leerlingen van het lager.

Secundair onderwijs

  • Snuffelstages voor OKAN-leerlingen:
    Tot 10 mei: snuffelstages zijn niet toegelaten
    Vanaf 10 mei: tijdens de snuffelstage dienen de klasgroepen maximaal behouden te blijven en moeten de lokalen voldoende groot zijn om voldoende afstand tussen de leerlingen te garanderen. Ook de andere voorzorgsmaatregelen moeten gerespecteerd worden. Indien dit niet kan, vragen we de scholen alternatieven voor de snuffelstage te zoeken. 
  • Je mag geen opendeurdag organiseren. De aanwezigheid van ouders op school wordt zoveel mogelijk vermeden.
  • Rondleidingen zijn enkel uitzonderlijk mogelijk. Scholen kunnen ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor bijvoorbeeld een rondleiding of voor het formaliseren van de inschrijving (bijvoorbeeld handtekenen, welkomstgesprek…). Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met maximaal 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie verminderde toegang heeft tot digitale alternatieven.

Lees meer over de aanwezigheid van ouders op school.

Hoe organiseer ik de inschrijvingen?

Inschrijvingen voor huidig schooljaar (2020-2021)

  • De inschrijvingen in basis en secundair onderwijs gebeuren op afstand (bijvoorbeeld digitaal of telefonisch). Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen.
  • Hou rekening met de schoolvakanties. Een weigering moet binnen de vier kalenderdagen kunnen worden meegedeeld aan de ouders. Communiceer duidelijk naar ouders, bijvoorbeeld over wanneer het webformulier (on)beschikbaar is.
  • Scholen kunnen ook ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor een rondleiding of het formaliseren van de inschrijving ( handtekenen, welkomstgesprek…). Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met ten hoogste 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie weinig toegang heeft tot digitale alternatieven. Het formaliseren van de inschrijving kan op afstand en elektronisch.

Inschrijvingen voor volgend schooljaar (2021-2022)

  • Hou rekening met een mogelijke verstrenging van het pandemieniveau voor inschrijvingen voor volgend schooljaar (2021-2022).
  • Verwacht je kampeerrijen voor de inschrijvingen voor schooljaar 2021-2022? Vermijd dan kamperende ouders door de inschrijvingen te laten plaatsvinden op afstand. Dat kan via een (gezamenlijke) digitale aanmeldingsprocedure
  • Scholen kunnen tegen 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten.
    Scholen kunnen ook nadien nog een voorstel indienen, uiterlijk op 17 januari 2021. Er geldt dan wel een verkorte beroepsprocedure.  
  • Maakt je school deel uit van een LOP? Maak dan op tijd afspraken met het LOP over de inschrijvingen voor volgend schooljaar. 
  • Opendeurdagen zijn niet mogelijk. 
  • De inschrijvingen in basis en secundair onderwijs gebeuren op afstand (digitaal of telefonisch). Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen. 
  • Inschrijvingen van toegewezen leerlingen na een aanmeldingsprocedure kunnen uitzonderlijk op afspraak gebeuren. Ook inschrijvingen die starten voor de eerste schooldag van maart in scholen die geen leerlingen weigeren, kunnen uitzonderlijk op afspraak.
  • Scholen kunnen ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor bv. een rondleiding of voor het formaliseren van de inschrijving (bv. handtekenen, welkomstgesprek…). Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met max. 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie verminderde toegang heeft tot digitale alternatieven.
  • Het formaliseren van de inschrijving kan op afstand en elektronisch

Inschrijvingen digitaal of op afstand organiseren

  • Als je school in LOP-gebied ligt, maak je hierover afspraken in het LOP.
  • Je school kan:
    • De inschrijvingen laten voorafgaan door aanmeldingen
    • Rechtstreeks laten inschrijven op afstand (bijvoorbeeld digitaal).
  • Voor de hogere leerjaren van het secundair onderwijs kan uitsluitend rechtstreeks ingeschreven worden op afstand.

Aanmelden
 

  • Aanmelden betekent dat ouders vooraf kenbaar maken in welke school of scholen ze hun kind willen inschrijven, waarbij een volgorde in keuze wordt aangegeven. De beschikbare plaatsen worden dan toegekend aan de hand van bepaalde criteria.
  • Dien uiterlijk op 15 november 2020 of uiterlijk op 17 januari 2021 een voorstel tot aanmeldingsprocedure in bij de CLR.
  • Ga na of er scholen aanmelden in je gemeente. Samen aanmelden heeft voordelen.
  • Meer info over aanmelden:

Rechtstreeks inschrijven op afstand (bijvoorbeeld digitaal)

  • Digitale inschrijvingen gebeuren chronologisch (volgens het moment dat in het inschrijvingsregister wordt genoteerd). Vermijd digitaal inschrijven indien mogelijk als je een capaciteitsprobleem hebt en dus leerlingen zal moeten weigeren op basis van capaciteit. Voorzie een performant systeem, zodat bij eventuele klachten de volgorde van de inschrijvingen gereconstrueerd kan worden.
  • Communiceer zo breed mogelijk. Maak de start en de wijze van inschrijvingen breed bekend. Communiceer met zoveel mogelijk partners en via verschillende kanalen (andere scholen in de gemeente, CLB, doelgroeporganisaties, website, sociale media, gemeentelijke infokanalen, affiche aan de schoolpoort …).
  • Een inschrijving is definitief als het schoolreglement en het pedagogisch project is ondertekend. Dit kan dit schooljaar op afstand en elektronisch, bijvoorbeeld met een elektronische handtekening, scan of foto van de ondertekening of een akkoordverklaring via een webformulier.
  • De eerste kennisgeving, tijdens de inschrijvingsperiode, van een ouder of leerling dat hij wil inschrijven wordt aanzien als het moment dat geregistreerd wordt in het inschrijvingsregister.
  • Voorzie ondersteuning voor ouders, bijvoorbeeld telefonisch, en bezorg schoolreglementen per post aan ouders waar nodig.
  • Respecteer de regels rond de voorrangsgroepen.
  • Stuur ouders een bevestiging per mail of brief dat de leerling ingeschreven is.
  • Als een leerling niet kan worden ingeschreven bezorg je ook nu een weigeringsdocument (mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving):
  • Weigeringen kunnen dit schooljaar ook elektronisch aan de ouders bezorgd worden en moeten worden gemeld via het schoolsoftwarepakket aan AGODI.

Nieuw inschrijvingsdecreet?

Omdat scholen zich de rest van het schooljaar op hun kerntaak, lesgeven, kunnen toeleggen, moeten scholen maximaal ademruimte krijgen. Daarom wordt de implementatie van het nieuwe inschrijvingsdecreet met 1 jaar uitgesteld tot 1 september 2021 voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2022-2023. Zo kunnen scholen hetzelfde inschrijvingsregister en model van niet-gerealiseerde inschrijving blijven gebruiken voor inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022.
 

Kan de inschrijvingsperiode in het buitengewoon onderwijs met 2 weken verlengd worden?

Doordat de CLB’s niet tijdig de nodige onderzoeken kunnen doen binnen hun diagnostische trajecten, kunnen ook de indicatiestellingen voor een doorverwijzing naar BuO niet tijdig afgewerkt worden en kunnen leerlingen niet worden ingeschreven. 
In Coronadecreet IV werd al een artikel (artikel 8) opgenomen dat een schoolbestuur, verschillende schoolbesturen samen of het lokaal overlegplatform ervoor kan kiezen om de start en de duur van de aanmeldingsperiode of deelperiodes te wijzigen. Het gewijzigde voorstel hieromtrent moet ingediend worden bij de Commissie inzake Leerlingenrechten.

Verder is er ook de mogelijkheid tot een tijdelijk verslag die werd ingeschreven in hetzelfde Corona-decreet (artikels 2 en 30). Als het handelingsgericht diagnostisch traject niet volledig doorlopen kan worden, kan ook een tijdelijk verslag worden opgemaakt. Dit tijdelijk verslag moet beschikbaar zijn op het moment van eerste lesbijwoning in schooljaar 2021-2022. In schooljaar 2021-2022 moet het verder handelingsgericht diagnostisch traject doorlopen worden.

Hoe moet je de leerlingen die tijdelijk onderwijs aan huis volgen doorsturen via de Edisonzending?

Door de coronacrisis zijn er twee bijkomende doelgroepen die recht hebben op tijdelijk onderwijs aan huis: leerlingen die behoren tot een risicogroep en leerlingen die samenleven met een risicopatiënt. Beide doelgroepen registreer je als ‘chronisch zieke leerlingen’. De code voor beide doelgroepen is RG. De codes voor alle groepen leerlingen bij tijdelijk onderwijs aan huis vind je hieronder: 

Code Omschrijving
CZ Chronisch ziek
LZ Langdurig ziek
MR Moederschapsrust
RG

Risicogroep:

  • Leerling die behoort tot een risicogroep
  • Leerling die samenleeft met een risicopatiënt

 

Hoe organiseer je de lessen lichamelijke opvoeding?

Corona laat voorlopig niet toe dat aan alle lesdoelen L.O. even intensief kan worden gewerkt. Leraren L.O. kunnen de focus leggen op thema's die zeker nu van belang zijn voor het welbevinden van leerlingen. Bijvoorbeeld ademhalings-en ontspanningstechnieken, tussenin voldoende (voor, tijdens en na afstandslessen) bewegen, EHBO of aandacht voor een gezonde levensstijl,...

Voor vragen over lesdoelen L.O. kunnen leraren terecht bij de pedagogische begeleidingsdiensten. Specialisten zoals MOEV, BVLO en het Vlaams Instituut Gezond Leven helpen schoolteams met materiaal dat ze in deze coronatijd kunnen gebruiken (webinars, delen van goede praktijk, challenges bij afstandsonderwijs, leerlijn beweging,...) 

Algemene richtlijnen voor de organisatie: 

  • De lessen L.O. gaan maximaal contactloos en zoveel mogelijk buiten door. Buiten is de kans op besmetting kleiner door voldoende luchtcirculatie, indien er afstand wordt gehouden. 

  • Indoor gaan de lessen altijd door in goed geventileerde/verluchte ruimtes.

  • Een klasgroep mag zich samen buiten verplaatsen mits de nodige voorzorgsmaatregelen: respecteren van voldoende afstand tot 'derden' en het dragen van mondmaskers wanneer nodig  (wie draagt een mondmasker). 
  • Sporten en bewegen buiten de schoolmuren worden niet als extramurosactiviteit beschouwd. Zij vormen tevens een uitzondering op het samenscholingsverbod.
  • Zwembaden mogen sinds 1 december terug open.  Voor het gebruik van zwembaden wordt rekening gehouden met prioriteiten. Zwemlessen voor het basisonderwijs (zelfredzaamheid) krijgen hierbij prioriteit, vervolgens sportonderwijs (zowel sportscholen als de lerarenopleiding) en dan het secundair onderwijs. Scholen met een eigen zwembad mogen dit openen. Hou daarbij vooral rekening met het hoofdstuk over de technische en organisatorische aandachtspunten onder 2.5. in het protocol voor zwembadexploitanten
    Verplaatsingen naar het zwembad gebeuren zo veel als mogelijk te voet of per fiets.  Indien er toch gebruik gemaakt wordt van een bus, worden de eerder uitgewerkte richtlijnen voor het gebruik van busvervoer gevolgd. Vertrekpunt is de risicoanalyse. Personeel draagt mondmaskers en leerlingen ouder dan 12 jaar dragen zo maximaal mogelijk mondmaskers.

In de omzendbrief: stille leerplekken en (sport)infrastructuur voor onderwijsinstellingen en lerenden vind je meer info over:

  • Het delen van lokale (sport)infrastructuur voor lessen L.O. en andere lessen
  • Hoe lokale besturen stille studeerruimtes mogen organiseren onder bepaalde voorwaarden
  • Hoe een klasgroep zich samen buiten kan verplaatsen (mits de nodige voorzorgsmaatregelen) zonder dat dit als een samenscholing wordt gezien

Specifiek voor basisonderwijs: 

  • Voor leerlingen in het basisonderwijs blijven alle indoor-en outdoor sportactiviteiten mogelijk. De lessen L.O. kunnen doorgaan zoals eerder voorzien.

  • Voor leerlingen in het 5de en 6de leerjaar: leerlingen dragen indoor verplicht een mondmasker bij oefeningen waarbij een vluchtig contact mogelijk is. Bij oefeningen waarbij meer dan de nodige afstand gegarandeerd kan worden, is een mondmasker niet verplicht. 

  • Kleedkamers kunnen enkel gebruikt worden als ze voldoende gereinigd worden na ieder gebruik van een groep leerlingen. Leerlingen van het basisonderwijs houden afstand in de kleedkamers.

  • Sportinfrastructuur van lokale overheden kan altijd worden opengesteld voor de lessen L.O.

Specifiek voor het secundair onderwijs

  • Laag intensieve contactloze lessen lichamelijke opvoeding kunnen indoor gegeven worden. Bij indoor activiteiten wordt steeds de onderlinge afstand van 1.5 meter bewaard.

  • Leerlingen dragen indoor verplicht een mondmasker bij oefeningen waarbij een vluchtig contact mogelijk is. Bij oefeningen waarbij meer dan de nodige afstand gegarandeerd kan worden,  is een mondmasker niet verplicht.

  • Matig intensieve beweegactiviteiten worden buiten gegeven.
  • Contactloos (fysieke) beweeg- en sportactiviteiten en individuele oefenvormen krijgen de voorkeur, bijvoorbeeld opdrachten- of bewegingsparcours.
  • Indoor-sportinfrastructuur van lokale overheden kan altijd worden opengesteld voor de lessen L.O. De betrokken infrastructuur wordt (enkel) voor deze lesuren beschouwd als onderdeel van de schoolse activiteiten en -infrastructuur waar de voorliggende veiligheidsregels van toepassing zijn. 

Hierdoor worden technische en tactische oefenvormen terug mogelijk, waardoor de leerkrachten (vooral in sportrichtingen) verder aan leerplanrealisatie kunnen werken

  • Douches blijven gesloten. De kleedkamers kunnen gebruikt worden op voorwaarde dat volgende regels gevolgd worden :

    • Handen desinfecteren
    • Mondmaskers verplicht
    • Grondige reiniging na iedere klasgroep
    • Voldoende ventilatie
    • Gebruik van materiaal is toegestaan. Na elke les/groep worden contactpunten gereinigd.
  • Leerkrachten lichamelijke opvoeding: zij volgen de richtlijnen voor het dragen van mondmaskers bij personeelsleden. 

Meer info over laag en matig intensieve vormen van beweginghttps://www.gezondleven.be/themas/beweging-sedentair-gedrag/bewegingsdriehoek/licht-intensief-bewegen

Meer inspiratie: https://www.moev.be/blijf-je-school-in-beweging-zetten

Mag je zwemlessen organiseren? UPDATE 19 mei

Bespreek met de zwembadexploitant hoe je het zwemmen veilig kan organiseren.

Zwembaden mogen sinds 1 december terug open als de aandachtspunten in hoofdstuk 2.5. in het protocol voor zwembadexploitanten gerespecteerd worden. Ook scholen met een eigen zwembad mogen openen volgens die regels.

Zwemlessen voor het basisonderwijs (zelfredzaamheid) krijgen hierbij prioriteit, vervolgens sportonderwijs (zowel sportscholen als de lerarenopleiding) en dan het secundair onderwijs. 

Personeel en leerlingen dragen mondmaskers, zie richtlijnen over het dragen van mondmaskers in lessen lichamelijke opvoeding en zwembadprotocollen, heel in het bijzonder over het houden van afstand. Concreet houdt dit in dat mondmaskers op alle plekken in het zwembadcomplex worden gedragen. Tijdens het zwemmen zelf hoeft men geen mondmasker te dragen. Aan het zwembad zelf zijn mondmaskers niet verplicht, tenzij de afstand niet kan worden bewaard. 

Vervoer:

  • Je mag geen gebruikmaken van het openbaar vervoer.
  • Organiseer de verplaatsingen maximaal te voet of per fiets.
  • Ga je met de bus? Bij verplaatsingen per autocar zijn meerdere klasgroepen per toestel toegelaten als er voldoende afstand tussen de klasgroepen is en er voldoende ventilatie is.
Kunnen de levensbeschouwelijke vakken doorgaan in fase oranje?

Ja, dat kan, zowel is basis- als secundair onderwijs. De nadruk ligt op de realisatie van de leerplannen van de eigen levensbeschouwing.

De directies zijn ervoor verantwoordelijk dat de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken  in alle scholen onderwijs op basis van hun leerplan kunnen blijven voorzien. 

Geeft een leerkracht in verschillende scholen les, beperk dan de gespreide lesopdrachten in de mate van het mogelijke tot 2 onderwijsinstellingen. Om school organisatorische redenen kan hiervan afgeweken worden. Directies overleggen in welke school/scholen de leerkracht fysiek aanwezig is. Indien directies onderling niet tot een consensus komen, kan het advies van de inspecteur-adviseurs worden ingeroepen die met elkaar in overleg gaan. 

Als het ‘normale’ uurrooster niet kan gevolgd worden omdat klasgroepen levensbeschouwelijke vakken niet kunnen samengevoegd worden: probeer pragmatisch, veilig en haalbaar een aanbod levensbeschouwelijk onderwijs te organiseren. Bijvoorbeeld:

  • Organiseer een beurtrolsysteem met de verschillende klassen 
  • Werk in de klasgroepen met de verschillende levensbeschouwelijke vakken

Je mag klasgroepen samenzetten, maar zet de verschillende groepen dan op voldoende afstand van mekaar en voorzie vaste plaatsen. 

Als het ‘normale’ uurrooster niet kan gevolgd worden omdat niet alle leerkrachten levensbeschouwelijke vakken aanwezig kunnen zijn omwille van de beperking van een gespreide lesopdracht:

  • De afwezige leerkrachten zetten maximaal in op afstandsonderwijs via diverse didactische leermiddelen (digitale en andere).
  • Leerkrachten geven les waar ze aanwezig zijn, maar verzorgen ook lessen op afstand (digitaal, lesbundels) op de momenten dat de lessen levensbeschouwing plaatsvinden in de scholen waar ze niet fysiek aanwezig kunnen zijn.

Als er gewerkt wordt in klasgroepen met leerlingen van de verschillende levensbeschouwelijke vakken dan kan je, in samenspraak met de verschillende leerkrachten, gezamenlijke lesmomenten organiseren met gedeelde elementen uit de verschillende leerplannen  en met de interlevensbeschouwelijke competenties als inspiratiebron. 
De inspecteur-adviseurs adviseren je in onderling overleg over de gemeenschappelijke lesmomenten.

Projecten rond interlevensbeschouwelijke competenties kunnen alleen doorgaan als alle leerkrachten levensbeschouwelijke vakken een eigen bijdrage inbrengen. De uitwerking van de projecten en hun frequentie gebeurt op basis van de adviezen van de Commissie Levensbeschouwelijke Vakken.  
 

Moet je afstandsleren organiseren voor leerlingen in quarantaine?

Het kan dat sommige leerlingen en klassen meerdere keren in quarantaine moeten dit schooljaar. Dit betekent niet altijd dat ze ziek zijn. Je kan dan een vorm van afstandsleren (bv. digitaal of op papier) organiseren, zodat leerlingen in quarantaine geen leerachterstand opbouwen, maar dit is niet verplicht.

Ga met je team na hoe je afstandsleren kan organiseren. Bouw verder op de ervaringen met afstandsonderwijs van vorig schooljaar.

Communiceer steeds op voorhand naar ouders, zodat zij op de hoogte zijn van hoe hun kind de leerstof kan bijhouden. 

Indien nodig, kan je voor sommige leerlingen ook tijdelijk de nodige infrastructuur ter beschikking stellen.

Kan je schriftelijke oefeningen, examens of toetsen organiseren?
  • Bekijk eerst of het echt noodzakelijk is om een schriftelijke oefening, toets of examen te laten maken. Zijn er alternatieven? Geef dan de voorkeur aan een werkwijze waarbij je het doorgeven van materiaal vermijdt.
  • Wil je toch een oefening, toets of examen op papier laten maken? Volg dan zeker alle regels rond handhygiëne
Hoe ga je om met discussies of pestgedrag rond corona in de klas?

Ook op school leidt corona tot discussies. Dat kan je merken in de klas en op de speelplaats. Soms gebeurt het zelfs dat leerlingen gepest of uitgesloten worden, omdat ze bijvoorbeeld positief getest hebben.

Praat over de coronaregels

Lees hoe je omgaat met:

Mogen leerlingen voedsel bereiden en tijdens de lessen opeten?

Onderstaande gaat niet door tenzij de activiteiten gekoppeld zijn aan te behalen lesdoelen.

Toepassingsgebied: enkel voor didactische lessen zoals kooklessen, niet voor richtingen zoals horeca, bakkerij en slagerij. Zij vinden meer informatie op:

De kans dat je besmet geraakt door contact met levensmiddelen is, volgens wetenschappelijk onderzoek, zeer klein.  Pas wel de maatregelen voor persoonlijke, voedsel- en arbeidshygiëne strikt toe, zoals:

  • Reinig en ontsmet regelmatig oppervlakken en voorwerpen zoals tafels en materialen.
  • Niet-personeelsleden zoals ouders, grootouders, andere derden mogen de leslokalen waar het voedsel wordt bereikt niet binnen.

Basisonderwijs

In het basisonderwijs mag je voedsel bereiden tijdens de lessen, tenzij je preventieadviseur anders oordeelt op basis van de risicoanalyse. 

Secundair onderwijs

In het secundair onderwijs kan je om bepaalde lesdoelen te bereiken vanaf fase geel wel nog voedsel bereiden als je een aantal regels volgt:

  • Beperk de circulatie van leerlingen tijdens de kooklessen en hou zo veel mogelijk afstand.
  • Pas de HACCP-regels toe.
  • Draag altijd een mondmasker en een koksmuts of haarnetje.
  • Zorg voor een lokaal dat je kan verluchten en ventileren.
  • Vermijd dat het gereedschap zoals messen en keukenhanddoeken door verschillende leerlingen/personeelsleden wordt gebruikt. Als dit niet kan, reinig en ontsmet je regelmatig het materiaal.
  • Voorzie in de leslokalen voldoende reinigings- en ontsmettingsproducten , ontsmettende handgels, handwasbakjes met ontsmettende zeep…
  • Handen wassen of ontsmetten is belangrijk. Doe dit:
    • Vóór en na de bereiding.
    • Elke keer dat je materiaal heb aangeraakt.
  • Iedereen werkt bij voorkeur aan slechts één gerecht. Met meerdere personen aan één gerecht werken is af te raden, omdat de afstand dan niet kan gerespecteerd worden. Lukt dit niet, dan zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig. Probeer in elk geval de verplaatsingen in het leslokaal zo veel mogelijk te beperken en kruislijnen te vermijden.
  • Gebruik zoveel mogelijk papieren tafellakens, napperons, placemats, servetten.
  • Zet geen boterpotjes, zout- en pepervaatjes, olie en azijn, ketchupflesjes, broodmandjes, siervoorwerpen, … op tafel. Geef de voorkeur aan individueel verpakte porties. Je mag die zelf bereiden.
  • Als je de bereiding in de klas opeet, doe je je mondmasker pas af op het moment dat je begint te eten.
  • Eén persoon schept de bereide gerechten op.
  • Maatregelen bij het afwassen van het gebruikte materiaal:
    • Glazen, tassen, servieswerk, bestekken reinig en spoel je na ieder gebruik met zeep bij voorkeur in de afwasmachine bij meer dan 60 ° C.
    • Was je met de hand af, dan is het aangeraden om heet water en detergent te gebruiken. Eventueel kan je naspoelen met koud drinkbaar water.
    • Kan je niet met heet water afwassen?
      • Ververs regelmatig het water.
      • Gebruik steeds voldoende detergent. Volg de aanbevelingen van de producent.
      • Laat de glazen voldoende lang weken in het water met detergent.
      • Spoel na met drinkbaar water.
      • Gebruik een afwasbak voor het afwassen en een andere afwasbak voor het naspoelen. Laat de glazen goed uitlekken en drogen voor je ze opnieuw gebruikt. Droog bij voorkeur niet af met een handdoek. Kan het niet anders, zorg er dan voor dat je zo vaak als nodig een propere handdoek neemt. Was de handdoeken steeds na gebruik.
      • Was je handen voor je de gewassen glazen aanraakt.
      • Reinig de oppervlaktes waarop je de bereidingen klaarmaakte met warm water en zeep. Soms is reiniging beter dan een ontsmettingsmiddel verkeerd gebruiken. De meeste van de gebruikelijke ontsmettingsmiddelen zijn goed tegen Covid-19 als je de gebruiksvoorwaarden naleeft. Kijk altijd naar de gebruiksaanwijzingen.
      • Gaat de afwas naar de schoolkeuken? Zorg ervoor dat slechts één iemand de afwas wegbrengt naar de keuken.
Wat is de procedure voor een (gedeeltelijke) sluiting van een school wegens clusterbesmettingen?

Wanneer spreken we van een clusterbesmetting op school?

Als je op school minstens 2 aan elkaar gelinkte gevallen van COVID-19 hebt, is er sprake van clusterbesmetting. Onder school wordt verstaan een school voor kleuter-, lager en/of secundair onderwijs, een centrum leren en werken, Syntra Leertijd/ Duaal leren Secundair Onderwijs.
Deze procedure is ook van toepassing op onderwijsinternaten/tehuizen/MPIGO/IPO.

Besmetting melden

De CLB-arts meldt de clusterbesmetting aan de medische expert van de betrokken zorgraad. De CLB-arts bezorgt de medische expert specifieke informatie over de concrete situatie die zich voordoet. De medisch expert helpt via zijn/haar ervaring om: 

  1. samen met het netwerk van de zorgraad de verschillende signalen te onderzoeken of te analyseren, 
  2. bestuurlijke beslissingen te onderbouwen met medische argumenten om de volksgezondheid te beschermen. 

De medisch expert of zijn afgevaardigde kan in tweede lijn een advies vragen aan de artsen van het Team Infectieziektebestrijding van het Agentschap Zorg en Gezondheid

Als een personeelslid van de school betrokken is, wordt de arbeidsarts van de school geïnformeerd door de CLB-arts.

Overleg 

  • De CLB-arts en eventueel de arbeidsarts en de medische expert van de betrokken zorgraad overleggen samen welke maatregelen nodig zijn, waaronder de communicatie met ouders. Een mogelijke maatregel is het gedeeltelijk of volledig sluiten van een school (quarantaine). Samen wordt de mogelijkheid bekeken om de betrokkenen te laten testen. Hiervoor kan een mobiel test team naar de school gestuurd worden.
  • De medische expert kan advies vragen aan de arts van het Team Infectieziektebestrijding van het Agentschap Zorg en Gezondheid.

(Gedeeltelijk) sluiten van één klas

De beslissing om over te gaan tot de sluiting van een gedeelte van een klas of een volledige klas wordt altijd genomen door de medische expert van de betrokken zorgraad na overleg met de CLB-arts of de arbeidsarts. De  CLB-arts deelt de beslissing van de gedeeltelijke of volledige sluiting mee aan de school. De medische expert informeert de burgemeester.

Het CLB maakt afspraken met de school over de latere heropstart van de school.

Meerdere klassen sluiten (gedeelte sluiting van een school)

De beslissing om over te gaan tot een gedeeltelijke sluiting van een school (meerdere klassen) wordt altijd genomen door de medische expert van de betrokken zorgraad na overleg met de CLB-arts of de arbeidsarts en de burgemeester. De burgemeester oordeelt of een bijeenkomst van de lokale crisiscel wel of niet nodig is om maatregelen te kunnen nemen omwille van de impact van de beslissing op de omgeving.  Het schoolbestuur (of haar afgevaardigde), de medische expert, de CLB-arts en de arbeidsarts van de school (indien een personeelslid betrokken is) worden betrokken bij het overleg van de lokale crisiscel.

Alle betrokkenen maken afspraken met het schoolbestuur over de latere heropstart van de school.

De hele school sluiten

Vanuit preventief oogpunt kan overwogen worden om de school volledig te sluiten, omdat het besmettingsgevaar zeer groot en alomtegenwoordig is. De medische expert van de betrokken zorgraad neemt het initiatief om de burgemeester en de federaal gezondheidsinspecteur te betrekken. De burgemeester roept de lokale crisiscel bijeen. De burgemeester beslist in overleg met de lokale crisiscel, het betrokken schoolbestuur op advies van de medische expert, de CLB-arts, de arbeidsarts van de school en de federaal gezondheidsinspecteur, over de sluiting van de school.

Alle betrokkenen maken afspraken met het schoolbestuur over de latere heropstart van de school.

De burgemeester brengt de gouverneur op de hoogte van de volledige sluiting van de school wegens een clusterbesmetting. De gouverneur meldt de volledige sluiting van de school aan het nationaal crisiscentrum.

Melden aan AGODI

De school meldt de beslissing van de gedeeltelijke of volledige sluiting omwille van een clusterbesmetting aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten:

Geef zeker het instellingsnummer van de school en de periode van (gedeeltelijke) sluiting mee in je melding. De melding van een sluiting aan AGODI handelt om sluiting van de fysieke lessen. 

Brondocument: Procedure sluiting van een school (pdf, 3 p.) (154 kB)

Noodopvang schoolkinderen bij sluiting van scholen

Zowel tijdens een schoolperiode als tijdens een vakantieperiode kan het nodig zijn om noodopvang voor schoolkinderen te organiseren. Onder bepaalde voorwaarden kan het lokaal bestuur hiervoor beroep doen op een subsidie. 
Lees meer op de website van lokaal bestuur.

Meer informatie

Wat is de procedure voor een (gedeeltelijke) sluiting van een school wegens overmacht?

Onderstaande info gaat over het stopzetten van fysieke lessen.

Het schoolbestuur kan beslissen dat de school sluit wegens overmacht, bijvoorbeeld als er te veel leerkrachten afwezig zijn.

Informeer de burgemeester. Hij oordeelt of een bijeenkomst van de lokale crisiscel wel of niet nodig is om maatregelen te kunnen nemen omwille van de impact van de beslissing op de omgeving. Het schoolbestuur, de medische expert, de CLB-arts en de arbeidsarts van de school kunnen betrokken worden bij het overleg van de lokale crisiscel.

De lokale crisiscel maakt afspraken met de school over de latere heropstart van de school.

De burgemeester brengt de gouverneur op de hoogte van de sluiting van de school wegens overmacht. De gouverneur meldt de sluiting van de school aan het nationaal crisiscentrum.

De school deelt de beslissing van de sluiting mee aan het CLB.

De school meldt de beslissing van de gedeeltelijke of volledige sluiting wegens overmacht aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten:

Geef zeker het instellingsnummer van de school en de periode van (gedeeltelijke) sluiting mee in je melding.

Het schoolbestuur beslist na overleg met de medische expert, de CLB-arts, de arbeidsarts van de school en de preventie-adviseur wanneer de school opnieuw kan opstarten. Het schoolbestuur informeert de burgemeester hierover.

Brondocument: Procedure sluiting van een school (pdf, 3 p.) (154 kB)

Noodopvang schoolkinderen bij sluiting van scholen

Zowel tijdens een schoolperiode als tijdens een vakantieperiode kan het nodig zijn om noodopvang voor schoolkinderen te organiseren. Onder bepaalde voorwaarden kan het lokaal bestuur hiervoor beroep doen op een subsidie. 
Lees meer op de website van lokaal bestuur.

Hoe organiseer je veilig leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs?

Om de vele ritten en de langere rijtijden te verminderen, zijn de eerdere maatregelen bijgestuurd. De basisprincipes blijven dezelfde.

  • Zowel leerlingen uit het buitengewoon basis- als leerlingen uit het buitengewoon secundair onderwijs mogen op 1 bus zitten. Je mag ritten dus zowel gemengd als gesplitst organiseren. De Lijn contacteert de school voor 11 september.
  • Wisselparkings mogen gebruikt worden.

Basisprincipes leerlingenvervoer buitengewoon basis- en secundair onderwijs 

  • Voer een grondige risicoanalyse uit, die in kaart brengt welke leerlingen hun mondmasker kunnen ophouden.  
  • De 1ste rij hou je altijd vrij, zodat er voldoende afstand is tussen de buschauffeur en busbegeleider én de leerlingen.  
  • Buschauffeur en busbegeleider dragen een mondmasker op de bus. De exploitant voorziet het mondmasker voor de buschauffeur; de school die voor de busbegeleider.
  • De school zorgt voor alcoholgel op de bus. 
  • Leerlingen stappen op in het midden of achteraan.
    • Geen deur in het midden of achteraan? De buschauffeur stapt eerst af, samen met de busbegeleider. De leerling stapt dan vooraan op. Daarna stappen de buschauffeur en busbegeleider terug op.   
    • Vermijd kruisen bij het opstappen. De FBAA (Federatie van de Belgische Autobus- en Autocarondernemers) schreef een procedure uit over hoe je dit kan vermijden. Vraag hier zeker naar bij het provinciaal aanspreekpunt van De Lijn. 
  • Leerlingen ouder dan 10 jaar dragen zo maximaal mogelijk mondmaskers. Als een leerling het mondmasker niet kan aanhouden gedurende de volledige rit, blijven de zitjes in een radius van 1,5m rond deze leerling vrij.
  • De exploitant reinigt de bus grondig voor de heen- én de terugrit. Pas na grondige reiniging mogen de busbegeleider en de leerlingen opstappen.  
  • Er zijn maximaal 2 rijmomenten per dag. Standaard is dat ’s ochtends en ’s avonds. Kies je om te werken met halve dagen, stem binnen de zone tijdig af met de andere scholen. Binnen eenzelfde zone kan De Lijn niet voor elke school een ander ritme aanhouden.  
  • Je kan het leerlingenvervoer gesplitst laten verlopen per onderwijsniveau. Spreek je regionaal aanspreekpunt van De Lijn aan voor meer informatie
  • Als een leerling ouder is dan 12 jaar, maar nog in het basisonderwijs les volgt, gelden de regels van het buitengewoon basisonderwijs.  

Vragen?

Lees in de maatregelen over leerlingenvervoer hoe leerlingen veilig vervoerd kunnen worden van en naar hun school buitengewoon onderwijs.

  • Over de regelgeving en de toekenning van het recht op collectief leerlingenvervoer: mail naar leerlingenvervoer@vlaanderen.be.
  • Over de organisatie van het collectief leerlingenvervoer (plannen van de reisroutes, uitvoeren van de busdiensten, …): mail naar leerlingenvervoer@delijn.be
Mag je je schoolsportinfrastructuur delen?
  • Ga na of het nog mogelijk is om je schoolinfrastructuur veilig te delen. De risicoanalyse houdt o.a. rekening met:
    • Inspanningen die de school op lokaal niveau doet om de school te kunnen openhouden.  
    • De haalbaarheid om de coronamaatregelen voor sport toe te passen, rekening houdende met die van onderwijs, bijvoorbeeld voor gebruik kleedkamers of douches, in-en uitstroom van leden van de sportvereniging, het gescheiden houden van groepen.   
  • Bekijk de overeenkomst met de derde: op basis van een overmachtsclausule in je overeenkomst kan je de overeenkomst eventueel schorsen.
Hoe registreer je de afwezigheden van je leerlingen ? UPDATE 20 mei

Het registreren van afwezigheden van leerlingen verloopt grotendeels terug zoals voor corona. Er worden opnieuw afwezigheidsattesten gevraagd. Uitgangspunt blijft wel wederzijds vertrouwen en open dialoog. 

Specifiek voor de corona-epidemie registreer je de afwezigheden van je leerlingen als volgt: 

  • Voltijds leerplichtige leerlingen die afwezig zijn omdat ze tot een risicogroep behoren of die afwezig zijn omdat iemand van het gezin behoort tot een risicogroep: code R (wettiging met doktersattest)
  • Voltijds leerplichtige leerlingen die afwezig zijn omdat ze in quarantaine zitten: code R
    • Na een reis uit een zone met veel besmettingen na invullen Passenger Location Form: wettiging door de ouders (via bevestigingssms, quarantaineattest of schriftelijke verklaring ouders) 
    • Niet kunnen terugkeren uit het buitenland: wettiging door schriftelijke verklaring ouders 
    • Vermoeden van ziekte/besmetting bij de leerling zelf: wettiging door schriftelijke verklaring ouders of een quarantaine-attest. Zodra duidelijk is dat het om een besmetting/ziekte gaat, wordt het quarantaineattest, de bevestiging van een positieve test of het ziekteattest van de arts aan de school bezorgd (en krijgt de leerling afwezigheidscode Z) 
    • Quarantaine na contactonderzoek door CLB: wettiging door advies CLB
    • Quarantaine na hoog risicocontact: quarantaineattest, of wettiging door positieve test of ziekteattest gezinslid als het gaat om een hoog risicocontact binnen het gezin 
  • Leerlingen die niet op school verwacht worden: code X
  • Leerlingen die afwezig zijn omwille van een oproep tot vaccinatie: code R

Lees meer in de aangepaste omzendbrief NO/2020/01

Voor leerlingen die omwille van een gegronde reden (problemen met hun internetverbinding of hun laptop, ziekte…) afwezig zijn in de digitale les(sen) hebben scholen de autonomie om - rekening houdend met de lokale context en met de concrete situatie van de leerling in kwestie – deze afwezigheid niet als problematisch te beschouwen. De leerling krijgt dan code X. De school is het best geplaatst om de concrete situatie van een leerling in te schatten en een beslissing te nemen. 
Leerplichtige leerlingen die thuis worden gehouden zonder gegronde reden of weigeren afstandsonderwijs te volgen zonder gegronde reden, worden door de school geregistreerd met een code voor problematische afwezigheden (code B). De leerling wordt dan als spijbelaar beschouwd. Het is belangrijk om als school in gesprek te gaan met de ouders over de afwezigheid van hun kind. Verwijs hen door naar het CLB voor verdere ondersteuning. Maak eventuele angstgevoelens bespreekbaar. Als er geen oplossing wordt gevonden, kan de schooltoelage (deel van het groeipakket, voordien kinderbijslag) op termijn teruggevorderd worden.

Leerlingen die omwille van vaccinaties afwezig zijn

Afwezigheden omwille van vaccinaties worden geregistreerd met een code R. De uitnodiging tot vaccinatie  geldt als bewijs. De afwezigheid geldt voor de tijd die nodig is om de vaccinatie te krijgen, inclusief de verplaatsing.
Indien een leerling na een vaccinatie ziek is tijdens een examenmoment, is een doktersbriefje vereist.  Maak in dit geval afspraken over het al dan niet inhalen van een examenmoment.
Hebben leerlingen een uitnodiging tot vaccinatie gekregen en maken ze zich zorgen over hun planning? Voorzie om vooraf daarover met hen in gesprek te gaan.
 

Mogen schoolraden en ouderraden doorgaan op school?

Alle bijeenkomsten, ook essentiële bijeenkomsten met derden, gaan maximaal digitaal door. 

In fase geel mogen ze doorgaan op school, maar volg wel de regels die gelden voor de volledige samenleving. draag een mondmasker, hou voldoende afstand van elkaar en verlucht en ventileer voldoende de ruimte. Lees alle voorzorgsmaatregelen.

Mogen ouders op school komen? UPDATE 7 juni

Oudercontacten organiseer je best online. In uitzonderlijke omstandigheden mag je leerlingen en ouders fysiek ontvangen, bijvoorbeeld als ze weinig toegang hebben tot digitale communicatie. Doe dat op afspraak, met maximaal 3 personen en enkel als er geen andere leerlingen op school zijn.

Lees meer over proclamaties.

Mag je een koekenverkoop of andere verkoop organiseren op school?

 

Verkoop van koeken, planten en andere producten die de school in functie van haar lesactiviteiten zelf vervaardigt, worden toegelaten in de pandemiefase groen, geel en oranje. In fase rood is de verkoop verboden.

In alle pandemiefases respecteer je de regels van de respectievelijke sectoren.

In fase geel en oranje let je erop dat de verkoop van producten doorgaat op momenten dat er geen lesactiviteiten of andere activiteiten met leerlingen op school doorgaan. Je werkt zoveel mogelijk met digitale inschrijvingen en tijdslots, waardoor kopers weten wanneer ze hun product mogen afhalen en daardoor het risico op een besmetting vermindert.

Hoe organiseer je leerlingenstromen?

Kleuteronderwijs

Vanaf fase oranje en rood: beperk de leerlingenstromen en verplaatsingen van leerlingen. 

Lager onderwijs

  • Vanaf fase oranje en rood: beperk de leerlingenstromen en verplaatsingen van leerlingen. 
  • Beperk de in-en uitgangen in de school.
  • Voer éénrichtingsverkeer in. Als dit niet mogelijk is, werk dan met voorrangsregels.
  • Start op de speelplaats en laat de leerlingen klas per klas de school betreden.
  • Voorzie meer tijd voor verplaatsingen.

Secundair onderwijs

  • Vanaf fase oranje en rood: beperk de leerlingenstromen en verplaatsingen van leerlingen. 
  • Beperk de in-en uitgangen in de school.
  • Voer éénrichtingsverkeer in. Als dit niet mogelijk is, werk dan met voorrangsregels.
  • Start op de speelplaats en laat de leerlingen klas per klas de school betreden.
  • Leerlingen wachten in de gang op een veilige afstand van elkaar en betreden één voor één de ruimte.
  • Leerlingen nemen plaats in de klas op zo’n manier dat eerst de plaatsen het verst van de deur worden ingenomen en verlaten de klas waarbij wie het dichtst bij de deur zit eerst vertrekt.
  • Voorzie meer tijd voor verplaatsingen.
Waar moet je op letten bij sanitaire installaties en zwembaden?
Wat zijn de richtlijnen voor EHBO?
  • Lees de richtlijnen voor EHBO op school.
  • Voorzie digitale thermometers die vanop een zo groot mogelijke afstand kunnen werken. Indien niet beschikbaar, volstaan gewone thermometers, op voorwaarde dat ze na gebruik ontsmet worden.
  • Voorzie voldoende handschoenen en mondmaskers voor de hulpverleners.
Mogen schipperskinderen, leerlingen of personeelsleden die in een buurland wonen naar internaat of school komen?

Die personen die in het buitenland wonen en zich regelmatig verplaatsen moeten zich niet laten testen of in quarantaine gaan telkens ze naar ons land komen. (Deze regels gelden ook voor grensarbeiders). Ze moeten ook geen test afleggen als ze naar hun eigen land terugkeren. Zij dienen wél nauwgezet de maatregelen na te leven, zowel in België als in de buurlanden.  Zij moeten extra gesensibiliseerd worden om zich op tijd te laten testen in geval van symptomen. In afwachting van het resultaat moeten ze wel in quarantaine. 

Ook leerlingen waarvan één ouder in het buurland woont krijgen deze uitzondering.

 

Gaan de doorlichtingen van de onderwijsinspectie door? Hoe gaan ze te werk?

Onderwijsinspectie zal een coachende en ondersteunende rol opnemen en geen doorlichtingen laten plaatsvinden.

Je vindt alle informatie per onderwijsniveau voor schooljaar 2020-2021 op de website van de Onderwijsinspectie.

Internaten
Zijn internaten open en wie wordt opgevangen?
  • Onderwijsinternaten zijn in de eerste plaats open voor de jongeren die naar school gaan.
  • Als hun kinderen niet naar school gaan staan in eerste instantie de ouders maximaal in voor opvang. 
  • Voor de opvang overdag zie: voor wie wordt er opvang voorzien?
  • Als opvang in de thuiscontext niet kan of mag, kan er voorzien worden in noodopvang. 
  • Bij die noodopvang wordt er voorrang gegeven aan:
    • Kinderen en jongeren die ‘uit huis geplaatst’ zijn door een Jeugdrechter (SDJ), een ondersteuningscentrum Jeugdzorg (OCJ) of een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling (VK) en de plaatsende instantie is van oordeel dat de jongeren niet naar huis kunnen
    • Kinderen en jongeren die niet ‘uit huis geplaatst zijn’ (er is geen ‘maatregel’) maar voor wie het vanuit de medisch/therapeutische zorgnood absoluut niet wenselijk/haalbaar is dat ze terug naar huis keren
    • Kinderen van ouders die in cruciale beroepen en essentiële diensten werken. Dit zijn bijvoorbeeld: zorgberoepen, politie, kinderopvang, voedingssector… 
    • Kinderen en jongeren die niet onder de vorige categorieën vallen, maar waarvan de professionals van het onderwijsinternaat/tehuis/MPIGO/IPO oordelen dat een verblijf op ‘internaat’ aangewezen is. Het gaat dan om kinderen van kwetsbare ouders of ouders met een precaire arbeidssituatie, kinderen in een verontrustende thuissituatie… 
  • Als de vraag tot noodopvang leidt tot ‘uitzonderlijke opvang’ binnen een onderwijsinternaat/tehuis/MPIGO/IPO is er 50 euro beschikbaar per interne, per halve dag van uitzonderlijke opvang. Het gaat om bijkomende werkingsmiddelen. Onder ‘uitzonderlijke opvang’ verstaan we:
    • Opvang op momenten dat het internaat, tehuis, MPIGO/IPO normaal niet open is
    • Opvang van jongeren die normaal geen interne van het internaat, tehuis, MPIGO/IPO zijn
       
Welke veiligheidsmaatregelen volgen onderwijsinternaten/tehuizen/MPIGO/IPO?
Zijn er middelen voor uitzonderlijke opvang in internaten in 2021?

Ja. Er is 50 euro beschikbaar per interne, per halve dag van uitzonderlijke opvang binnen een internaat/tehuis/mpigo/ipo. Het gaat om bijkomende werkingsmiddelen.
De regeling geldt van 1 januari tot en met 18 april 2021.
AGODI zal de nodige gegevens opvragen.

Wat is uitzonderlijke opvang in internaten? 

  • Opvang op momenten dat het internaat, tehuis, MPIGO/IPO normaal niet open is
  • Opvang van jongeren die normaal geen interne van het internaat, tehuis, MPIGO/IPO zijn
Leren en werken, stages en duaal leren
Hoe organiseer ik stages en werkplekleren voor het schooljaar 2020-2021?

Het organiseren van de verschillende vormen van werkplekleren (duaal leren, stages …) blijft ook dit schooljaar nog mogelijk, maar zal wellicht anders verlopen dan gebruikelijk. Samen met de onderwijsverstrekkers werd een leidraad met verschillende scenario’s opgesteld voor het verdere schooljaar. Elk scenario geeft ook de impact weer op de leerling, de school en de ondernemer. 
Bekijk de leidraad: pdf bestandLeidraad voor werkplekleren (264 kB)

Gaan stages en duaal leren door?

De stages en duaal leren gaan door als de veiligheidsmaatregelen gerespecteerd kunnen worden die van toepassing zijn op de werkplekken. Stagebegeleiding wordt maximaal digitaal georganiseerd.

De regels rond quarantaine hebben mogelijk ook een invloed op stages en duaal leren.  Als een medeleerling of onderwijspersoneelslid besmet is, en het CLB beslist om over te gaan tot quarantaine voor medeleerlingen, kan dit er in sommige gevallen ook voor zorgen dat een stage opgeschort moet worden. Als de stagiair minder dan 48 uur voor de besmetting nog risicovol contact had met de besmette leerling of het besmette onderwijspersoneelslid, plaatst het CLB de stagiair in quarantaine. Enkel als de stagiair de afgelopen 48h geen contact meer had met de besmette medeleerling en dus niet als hoog risico contact geïdentificeerd is, kan de stage blijven verderlopen. Mogelijk heeft de quarantaine van hun medeleerling wel impact op de eventuele verdere organisatie van het contactonderwijs.  

Meer informatie: vlaanderen.be/leerlingen-uit-het-secundair-onderwijs-opleiden-op-de-werkplek/alternerende-opleidingen-coronavirus

Kunnen activiteiten voor leerlingen in een NAFT-traject/aanloopfase/IBAL en bij zorgboeren doorgaan?

Dat hangt af van de pandemiefase.

  • Fase geel: normale werking.
  • Fase oranje en rood: de activiteiten worden maximaal (digitaal) georganiseerd. Individuele begeleidingen die noodzakelijk zijn voor de leerlingen en niet digitaal kunnen georganiseerd worden, gaan door met de nodige veiligheidsmaatregelen. Groepsbegeleidingen in de aanloopfase die essentieel zijn voor de opleiding/begeleiding zijn mogelijk mits behoud van de bestaande klasgroepen en met de nodige veiligheidsmaatregelen. 
Mogen leerlingen uit een CDO/Syntra vanaf 19 april terug voltijds naar school?

Elke leerling in een CDO of Syntra vzw die daar school loopt in het kader van het stelsel voor leren en werken of duaal leren, kan terug ‘voltijds’ naar het centrum vanaf 15 maart. Dit betekent dat de lescomponent in de praktijk vaak weer 1 of 2 dagen wordt ingericht. Elke leerling wordt geacht aanwezig te zijn, tenzij er een gegronde reden is.

Een gegronde reden kan bijvoorbeeld zijn: de leerling behoort tot een risicogroep vastgesteld door arts (lees meer), de leerling moet in quarantaine of de leerling is langdurig ziek. 

Kan er de komende periode intensiever worden ingezet op stages/arbeidsdeelname?

Bepaalde sectoren mogen heropenen en kunnen ook weer leerlingen ontvangen. Hoewel een leerling ook een kwalificatie kan behalen wanneer een stage of arbeidsdeelname wegvalt, kan een school overwegen om leerlingen intensiever naar de werkplek te laten gaan. Daarbij dient de school steeds een pedagogische afweging te maken tussen de nog af te werken leerplandoelstellingen enerzijds en de leeropportuniteit anderzijds. 

Wanneer de intensievere stage tijdens een schoolvakantie wordt georganiseerd, is het van belang deze schoolvakantie te compenseren. 

Intensievere arbeidsdeelname in dbso/leertijd:

Een school kan tijdelijk het aandeel op de werkvloer verhogen op voorwaarde dat:

  1. De totale verhouding schoolcomponent/werkplekcomponent over het schooljaar in balans blijft
  2. De school een verantwoordingsdossier op de school beschikbaar heeft met motivatie voor deze tijdelijke verhoging. Een wijziging van het uurrooster kan noodzakelijk zijn. 

Intensievere arbeidsdeelname in duaal leren:

Dit is steeds mogelijk mits aanpassing van het uurrooster en rekening houdend met schoolvakanties (en/of compensatie)

Kan een stageplaats voor aanvang van stage een negatieve test eisen van een stagiair?

Een stageplaats kan aan stagiairs net zoals aan haar werknemers niet vragen dat men bewijs aflevert van een negatieve COVID-19-test. Testen is immers niet verplicht. 

Een PCR -Test is alleen verplicht voor personen die een hoog risicocontact hadden met een indexpatiënt of als een arts bevestigt na een snel-of zelftest. Iedereen die op het Belgisch grondgebied toekomt vanuit een rode zone moet zich ook laten testen, maar daar is een uitzondering op voor leerlingen, cursisten en studenten in het kader van hun studies.  

Snel- en zelftesten zijn enkel preventief te gebruiken en kunnen nooit als bewijs voor toegang tot een stageplaats ingeschakeld worden.  

Testen voor aanvang van een stage is bovendien niet nuttig: het gaat om een momentopname zonder garantie dat de stagiair de dag nadien niet besmettelijk is. Het strikt volgen van de regels rond hygiëne en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn essentieel, alsook het zich laten testen (in plaats van op stage te gaan) indien de stagiair symptomen zou hebben.  

Indien stageplaatsen ondanks bovenstaande informatie toch zouden eisen dat een stagiair voor de aanvang van een stage wordt getest dan kan dat via de arbeidsarts verlopen. CLB’s staan niet in voor het testen van stagiairs in functie van de aanvang van een stage. Indien er om praktische redenen toch via de huisarts wordt gegaan, dan kunnen de kosten van een PCR-test voor de aanvang van een stage nooit op de stagiair of de onderwijsinstelling verhaald worden. Indien de stageplaats gebruikt maakt van snel- en zelftesten dan wordt aan de stagiaires de nodige info ter beschikking gesteld om de test te kunnen ondergaan.  

Kan een leerling nog een kwalificatie behalen wanneer de stage of arbeidsdeelname wegvalt?

Ook in coronatijden moet het onderwijs zich richten op de realisatie van het gevalideerd doelenkader (in leerplannen en standaardtrajecten) voor de leerlingen. Scholen hebben een ruime bevoegdheid om te bepalen hoe ze dit onderwijs concreet organiseren. De evaluatie valt eveneens onder bevoegdheid van de school, zich baserend op het gevalideerd doelenkader. 

Dat er door COVID-19 geen invulling is van de werk(plek)component door overmacht hoeft geen afbreuk te doen aan de validiteit van de evaluatie, mits de competenties zoveel als mogelijk op een andere manier worden aangeboden.

Een leerling kan dus nog steeds een kwalificatie behalen, ook al is een stage of werkervaring niet (geheel) kunnen doorgaan. 

Mag een leerling een internationale stage doen?

Hoewel reizen naar het buitenland mogelijk is voor studiedoeleinden, met inbegrip van stage, wordt reizen om welke reden dan ook ten stelligste afgeraden. Wanneer een leerling toch op stage gaat naar het buitenland, moet hij rekening houden met verplichte maatregelen bij aankomst in het land van bestemming en bij terugkeer naar België. Meer info: info-coronavirus.be

Mag een leerling in een stage, leren en werken of duaal leren, leren in een onderneming met tijdelijke werkloosheid?

Ja, als de overeenkomst – zoals de bedoeling ervan – bestaat uit het aanleren van competenties en de leerling geen medewerkers in tijdelijke werkloosheid vervangt.

De federale regelgeving stelt dat het werk van een tijdelijk werkloze werknemer niet mag uitbesteed worden aan derden of studenten en dat bijgevolg geen nieuwe arbeidsovereenkomsten mogen afgesloten worden voor de uitvoering van hetzelfde werk. 

Voor jongeren in het stelsel voor leren en werken (aanloopfase en arbeidsdeelname) en jongeren in een duale opleiding is de werkvloer echter een deel van de opleiding. Competentieverwerving staat daarbij centraal en niet het uitvoeren van het werk. Jongeren mogen dus in het kader van het stelsel voor leren en werken en duaal leren naar de werkvloer om competenties te verwerven, ongeacht tijdelijke werkloosheid binnen die onderneming, als dit geen vervanging met zich meebrengt van de medewerkers in tijdelijke werkloosheid. Hetzelfde principe is van toepassing voor jongeren in het voltijds secundair onderwijs die een leerlingstageovereenkomst afsluiten. 

De onderneming moet de veiligheidsmaatregelen respecteren die van toepassing zijn op de werkplekken. 

Wat zijn de specifieke adviezen voor praktijkopleidingen?

Meeste adviezen gelden in alle pandemieniveaus (geel-oranje-rood). Wanneer dat niet het geval is, wordt dat expliciet vermeld.

Adviezen: algemeen

  • Voorzie voldoende afvalcontainers.
  • Zorg voor een goede reiniging van de ateliers en van de werkposten
    • Vanaf fase oranje: voorzie ook onderhoud tussen de lessen door.
  • Gebruik spreidingsmaatregelen bij in-, uit- en doorgangen met hulpmiddelen zoals markeringen, linten of fysieke barrières, en overweeg éénrichtingsverkeer en voorrangsregels in gangen waar leerlingen elkaar te vaak of zonder voldoende afstand kruisen.
  • Besteed bijzondere aandacht aan de opslag van materiaal zodat niet alle leerlingen hun materialen op eenzelfde plaats moeten ophalen en daardoor onvoldoende afstand kunnen bewaren).
  • Bij aankomst in en verlaten van het lesatelier: handen wassen met (vloeibare) zeep of handgel.
  • Vanaf fase oranje: reinig arbeidsmiddelen (handvaten) na gebruik, en in elk geval vóór gebruik door iemand anders; dit geldt ook voor mobiele arbeidsmiddelen.
  • Vanaf fase oranje: besteed aandacht aan het reinigen van bedieningsschermen van machines, of voorzie alternatieve wijzen van bediening (bv. een touchscreen-pen).
  • Of je extra-murosactiviteiten mag organiseren, hangt af van het pandemieniveau. Lees meer.

Kleedkamers 

  • Gebruik kleedkamers enkel als ze voldoende gereinigd kunnen worden na gebruik door een groep.
  • Leerlingen dragen hun mondmasker tijdens het omkleden en ontsmetten hun handen bij het binnenkomen van de kleedkamer. 
  • Voorzie zoveel als mogelijk verluchting.
  • Gebruik de douches niet. 

Werkposten

  • Probeer zoveel mogelijk afstand tussen de werkposten te creëren. Verplaats mobiele werkposten waarvan de onderlinge afstand te klein is. Beperk het aantal leerlingen in het lesatelier. Laat hen eventueel met de rug naar elkaar toe werken.
  • Probeer zo weinig mogelijk machines en arbeidsmiddelen door verschillende leerlingen te laten bedienen.
  • Hou met bovengenoemde richtlijnen rekening bij de risicoanalyse.

Arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)

  • Zorg voor een goed onderhoud van arbeidsmiddelen en PBM’s. Laat de leerlingen zoveel mogelijk werken met eigen arbeidsmiddelen en PBM’s, en reinig ze regelmatig (zeker bij gebruik door andere leerlingen). Heb extra aandacht voor PBM’s die in contact komen met het gezicht (bv. veiligheidsbrillen, oorkappen).
  • Zorg dat de handgrepen en contactoppervlakken van gedeeld materieel worden gereinigd.

Circulatie van leerlingen/cursisten

  • Respecteer maximaal social distancing.
  • Maak gebruik van hulpmiddelen, zoals markeringen, linten of fysieke afscheiding om de routes zo duidelijk mogelijk aan te geven
  • Gebruik spreidingsmaatregelen bij in-, uit- en doorgangen met hulpmiddelen zoals markeringen, linten of fysieke barrières.
  • Zorg ervoor dat leerlingen elkaar zo weinig mogelijk moeten kruisen, bv. door markeringen aan te brengen op de grond of overweeg éénrichtingsverkeer in gangen en op trappen waar personen elkaar zonder voldoende afstand moeten kruisen.
  • Laat deuren die niet gesloten moeten blijven om veiligheidsredenen zoveel mogelijk openstaan om veelvuldig aanraken te vermijden.

Leveringen

  • Leveranciers voeren hun leveringen uit met zo weinig mogelijk fysiek contact met andere personen (laden en lossen volledig door de leverancier of volledig door de ontvanger).
  • Leveringen worden best verspreid ingepland zodat er niet te veel externen tegelijkertijd aanwezig zijn.
Wat met de DIMONA aangifte als een stage niet doorgaat of wordt uitgesteld?

De DIMONA aangifte wordt in de meeste gevallen gedaan bij aanvang van het schooljaar, waarbij de aangifte vaak het hele schooljaar dekt. Wanneer binnen die aangegeven periode een stage wordt geannuleerd en/of uitgesteld, hoef je de aangifte niet aan te passen. Mogelijks kan een stage dan nog op een later tijdstip onder dezelfde aangifte worden gedaan. Wanneer de stage buiten de initieel aangegeven periode valt, is een nieuwe aangifte wel noodzakelijk.
 
Meer informatie over de DIMONA-aangifte vind je in omzendbrief SO/2015/01.

Ondersteuning
Mogen derden op school komen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te ondersteunen?

Ondersteuning voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs

De ondersteuners blijven hun kerntaak uitoefenen. Ze bieden ondersteuning aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, de schoolteams en hun leerkrachten. Het is niet de bedoeling dat ondersteuners andere taken uitvoeren.  

Ondersteuners zijn essentiële derden en zijn op school toegelaten. Ze ondersteunen op school indien digitale ondersteuning niet haalbaar of wenselijk is en wanneer hun aanwezigheid op school noodzakelijk is voor het behalen van de lesdoelstellingen en in functie van de begeleiding van leerlingen. Ondersteuningsteams en de scholen voor gewoon onderwijs maken samen de inschatting of ondersteuning op school dan wel op afstand wordt gegeven. Dat kan verschillen per ondersteuningstraject en volgens de ondersteuningsnoden van leerlingen, leerkrachten en schoolteams.

Ondersteuning kan naargelang de fase en de ondersteuningsnoden een andere vorm krijgen, naargelang of leerlingen les volgen op school of via afstandsonderwijs.  

Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die les volgen op school, bieden ondersteuners  waar dat nodig is ondersteuning in de school . Houd op vlak van veiligheidsmaatregelen en gebruik van beschermingsmateriaal rekening met de geldende veiligheidsmaatregelen per pandemiefase.

Betrek en informeer in dit proces ook ouders en leerlingen. 

Leerlingen die deeltijds naar school gaan of afstandsonderwijs volgen

  • Voor leerlingen in de 2de of 3de graad van het secundair onderwijs die (deeltijds) afstandsonderwijs volgen, kan ondersteuning op school plaatsvinden wanneer de leerlingen op school zijn en kan ondersteuning van op afstand geboden worden wanneer de leerlingen afstandsonderwijs volgen. Ondersteuning wordt steeds verder gezet en gebeurt altijd volgens de ondersteuningsnoden van leerlingen en leerkrachten. De ondersteuner bepaalt samen met de leerkracht, de leerling en zijn ouders hoe de ondersteuning vorm krijgt.   
  • Ook voor leerlingen basisonderwijs die door lokale veiligheidsmaatregelen of een tijdelijke quarantaine niet naar school kunnen, gebeurt de ondersteuning in een periode van afstandsonderwijs vanop afstand.  
  • Afstandsonderwijs kan ook voor andere of bijkomende ondersteuningsnoden zorgen:  
  • Ondersteuning zoals planning, structuur, verduidelijking van opdrachten kan bv. telefonisch of digitaal opgenomen worden. Stem daarvoor af met de leerling zelf en zijn ouders.   
  • Ook de ondersteuning van leraren en schoolteams is noodzakelijk voor kwaliteitsvol afstandsonderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Leraren kunnen terecht bij hun ondersteuningsnetwerk of ondersteunende school voor buitengewoon onderwijs met vragen over de afstemming van afstandsleren op de noden van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.   
  • Ondersteuners kunnen de leraren ook helpen bij de vormgeving van lesmateriaal en opdrachten voor individuele leerlingen, in het bijzonder voor leerlingen die een individueel aangepast curriculum volgen.  
  • Voor ouders kunnen ondersteuners ook een taak opnemen. Ouders proberen hun kinderen te helpen en een goede leercontext te creëren. Ouders hebben vaak vragen over de dagindeling en de planning. Redelijke aanpassingen die op school gelden, kunnen misschien ook thuis toegepast worden.  
  • Leerlingen blijven recht hebben op redelijke aanpassingen, ongeacht of de leerling naar school gaat of (deeltijds) werkt via afstandsleren. Mogelijks zijn in veranderende situaties andere of bijkomende redelijke aanpassingen nodig. Ook hier kan een ondersteuner bij helpen. 
Kan een leerling geweigerd worden op school omdat een rolstoel of fysiek nabije hulp noodzakelijk is door een beperking?

Het gebruik van een rolstoel of de nood aan hulp door een beperking is geen reden om een leerling te weigeren op een school in het gewoon en buitengewoon onderwijs. Net zoals bij andere leerlingen is afstand houden in alle pandemiefases de norm, maar op momenten dat nabijheid noodzakelijk is, moeten voorzorgsmaatregelen genomen worden.

Ook leerlingen die door hun beperking zich niet aan de veiligheidsvoorschriften kunnen houden, zijn welkom op school. De school moet er alles aan doen om de nodige beschermingsmaatregelen -en materialen voor het personeel te voorzien die het mogelijk maken om de veiligheid en het recht op onderwijs te blijven garanderen.

De begeleidende persoon (leerkracht, ondersteuner, assistent, verpleger,…) neemt de nodige voorzorgsmaatregelen tijdens momenten van nabij contact:

  • Het dragen van een mondmasker (eventueel aangevuld met een faceshield).
  • Het maximaal inzetten op het wassen van de handen met zeep of alcoholgel. Handschoenen dragen kan als alternatief, maar met aandacht voor een correct gebruik.
  • Het reinigen van de contactoppervlakken van de rolstoel met water en zeep of met alcoholgel.

Essentiële derden krijgen toegang tot de school voor bijvoorbeeld ondersteuning of verzorging. Zij volgen de veiligheidsvoorschriften tijdens hun activiteit op school. Lees meer over wat essentiële derden zijn.
 

Kan je leerlingen met een beperking weigeren op school omdat ze zich niet aan de veiligheidsmaatregelen kunnen houden?

Neen. Leerlingen met een beperking kunnen de toegang tot de school niet ontzegd worden omdat ze zich niet aan bepaalde veiligheidsvoorschriften kunnen houden door hun (verstandelijke of fysieke) beperking.

De verantwoordelijkheid ligt bij de school en het betrokken onderwijspersoneel om zelf de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen (bv. gebruik van beschermingsmateriaal) en de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden bij de geldende maatregelen. Als school doe je er alles aan om de nodige beschermingsmaatregelen en -materialen voor je personeel te voorzien.

Welke beschermingsmiddelen voorzie je voor je personeel?

Als het risico voor de veiligheid van anderen toch te groot wordt tijdens bepaalde activiteiten, kunnen alternatieve veiligheidsmaatregelen genomen worden zoals beschermingsmateriaal voorzien voor medeleerlingen of een ander aanbod voorzien voor de betreffende leerling(en). Ga hierover in overleg met de ouders.

Hoe moet je redelijke aanpassingen toepassen?

Leerlingen hebben in elke pandemiefase recht op de redelijke aanpassingen zoals ze werden afgesproken. Redelijke aanpassingen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zet je altijd verder. 
Zijn er nog andere redelijke aanpassingen nodig om afstandsleren (indien van toepassing) mogelijk te maken,  dan voorzie je die, zodat de leerling zo goed mogelijk studievoortgang kan maken. 

Wat met leerlingen zonder internettoegang of laptop?
Personeelszaken
Moeten scholen een telewerkaangifte indienen?

De federale overheid voerde een registratieplicht voor telewerk in voor werkgevers uit de private en openbare sector. 
Als onderwijsinstelling moet je echter geen aangifte doen tot en met juni 2021.

Dit geldt voor alle personeelsleden waarvan je instelling werkgever is, wie ook voor de uitbetaling van het loon zorgt.
Lees meer op de website van de Sociale zekerheid bij 'Voor wie geldt de aangifteplicht?'

Welk attest moet een personeelslid aan de school bezorgen bij afwezigheid wegens ziekte?

Personeelsleden kunnen hun afwezigheid wegens ziekte voortaan bewijzen met het gebruikelijke standaardattest van de huisarts. De 2 specifieke modellen voor onderwijs, het medisch attest en het afwezigheidsattest, hoeven tijdelijk niet meer ingevuld te worden. Zo worden overbevraagde huisartsen minder belast. 
Het personeelslid bezorgt het standaardattest aan zijn of haar school. Het is niet nodig om een attest te sturen naar het controleorgaan Certimed. De school heeft de mogelijkheid om een controle aan te vragen bij het controleorgaan op basis van het afgeleverde standaardattest. 
Deze maatregel geldt tot herroeping.

Aanvragen voor een verlof verminderde prestaties (VVP) wegens ziekte of een langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen (LVVPMED) moeten wel nog op de gewone manier, dus mét medisch attest en specifieke aanvraagformulieren.
Opgelet: aangezien het controleorgaan nagaat of het VVP ziekte of LVVPMED aansluit op een periode van ziekte, moet er voor die voorafgaande ziekteperiode ook een bewijs meegestuurd worden. Dat kan een medisch attest zijn of een standaardattest.

Tijdelijke vervangingsmogelijkheden voor afwezigheden van minder dan 10 werkdagen voor leraren en kinderverzorgers.

Scholen en internaten die kunnen aantonen dat ze een tekort aan personeel hebben en een vervanger vonden, mogen die aanstellen voor afwezigheden van minder dan tien werkdagen. 
De afwezigheid moet voldoen aan volgende voorwaarden:

  • Minder dan tien werkdagen
  • Te wijten aan ziekteverlof, profylactisch verlof, verlof wegens overmacht of heirkracht, ingevolge de coronacrisis

De school of het internaat stuurt daartoe een verklaring op eer aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten, waarin ze verklaart dat:

  • Er proportioneel veel afwezigen zijn
  • Alle andere bestaande vervangingsmogelijkheden zijn uitgeput (bv. geen vervangingseenheden meer voor korte afwezigheden of geen leerkrachten meer beschikbaar in het lerarenplatform)
  • De schoolorganisatie niet mogelijk is met de aanwezige personeelsleden

Scholen en internaten hebben recht op vervanging vanaf de eerste dag dat ze geconfronteerd worden met het tekort.
Meer informatie vind je in de omzendbrief. De verlenging van deze maatregel tot 30 juni 2021 werd goedgekeurd op de ministerraad van 26 maart 2021. 

Hoe bewijs je dat je niet kan thuiswerken?

De federale wetgeving legt sinds 30 oktober 2020 aan werkgevers op om aan hun werknemers een bewijsstuk te bezorgen dat aangeeft dat ze niet kunnen thuiswerken.

Personeelsleden in onderwijs die niet kunnen thuiswerken kunnen hun lerarenkaart gebruiken als bewijsstuk.

Welk verlofstelsel kan een personeelslid nemen om thuis te blijven als zijn kind thuis moet blijven?

Een personeelslid kan niet naar het werk komen omdat het een kind moet opvangen dat in quarantaine of isolatie zit, of verplicht afstandsonderwijs moet volgen of omdat de school, het kinderdagverblijf of de instelling van het kind sluit. Wat zijn de mogelijkheden?

  • Eerst bekijken directie en personeelslid of thuiswerk mogelijk is. Als thuiswerken niet mogelijk is, moet het personeelslid een verlofstelsel nemen. 
  • Het personeelslid kan verlof wegens overmacht nemen. Dat is normaal beperkt tot een maximum van 4 dagen per kalenderjaar, maar in het kader van corona is dat recht uitgebreid tot meer dan 4 dagen. De uitbreiding geldt tot 30 juni 2021. De verlenging werd goedgekeurd op de Ministerraad van 26 maart. Lees meer over de uitbreiding van het verlof wegens overmacht.

Andere verlofstelsels blijven ook mogelijk, als het personeelslid aan de voorwaarden voor dat verlofstelsel voldoet.

Kunnen personeelsleden nog in meerdere scholen werken of in meerdere klassen komen?

De medisch experten stellen als principe voorop dat iedereen zo weinig mogelijk contacten heeft. Hoe minder contacten hoe beter! Daarom is het absoluut nodig om zoveel mogelijk de aanwezigheid van eenzelfde personeelslid op verschillende scholen/vestigingsplaatsen te beperken. Beperk dus gespreide lesopdrachten in de mate van het mogelijke tot 2 onderwijsinstellingen. Wijk enkel af om schoolorganisatorische redenen.

De directeurs van de betrokken scholen komen onderling tot een pragmatische, veilige en haalbare overeenkomst. Ze laten zich hierbij begeleiden door de preventie-adviseurs. Bespreek de toewijzing in het bevoegde onderhandelingscomité. Pas de veiligheidsmaatregelen strikt toe.

Het personeelslid in kwestie blijft het aantal uren presteren volgens de geldende prestatieregeling. Over het inzetten van personeel worden afspraken gemaakt in het lokaal onderhandelingscomité. Personeelsleden kunnen op basis van vrijwilligheid worden ingezet in een andere opdracht dan waarvoor ze een aanstelling hebben.

Onder uitzonderlijke voorwaarden is het mogelijk om in bepaalde ambten een personeelslid, dat in minimaal 3 scholen tewerkgesteld is, te vervangen in de school waar het tijdelijk niet meer komt omwille van de geldende veiligheidsmaatregelen. Het gaat om ambten waarbij voor de uitoefening van de opdracht fysiek contact nodig is en waarbij de afstand van anderhalve meter niet gegarandeerd kan worden.
Bekijk de ambten en lees meer in punt 3 van de omzendbrief over de uitbreiding van vervangingsmogelijkheden

Wat doe je als een personeelslid terugkeert uit het buitenland? UPDATE 12 mei

Iedereen die naar België reist, of meer dan 48 uur in het buitenland was, moet het Public Health Passenger Locator Form (PLF) invullen binnen 48 uur voor aankomst in België.  Men is verplicht om zich op  dag 1 en dag 7 na terugkomst uit een rode zone te laten testen. Pas na een negatief resultaat op de tweede test mag men uit quarantaine.

  • Komt het personeelslid terug uit een groene of oranje zone? Dan moet het niet in quarantaine en moet het zich niet laten testen.
  • Komt het personeelslid terug uit een rode zone na een verblijf van langer dan 48 uur? Dan moet het in quarantaine en zich laten testen. Via het invullen van het PLF-formulier krijgt het personeelslid een code waarmee hij zich kan laten testen op COVID-19. Reizigers die terugkomen uit het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Afrika, Zuid-Amerika of India gaan onmiddellijk in quarantaine en laten zich op dag 7 testen. Ze ontvangen hiervoor een sms. Quarantaine en testen zijn verplicht. 
  • Als het personeelslid in quarantaine gaat of zit ten gevolge van terugkeer uit een rode zone en thuiswerk is niet mogelijk, dan is er geen sprake van heirkracht. Het personeelslid moet zijn afwezigheid regelen door het opnemen van een verlofstelsel (avp of vvp).
  • Als het personeelslid ziek is, bezorgt het personeelslid een ziekteattest aan de werkgever. Vervanging van afwezigen wegens ziekte kan volgens de bestaande regels.
  • Meer informatie over de kleurcodes op de website van FOD Buitenlandse Zaken.
  • Meer informatie over regels bij reizen: Reizen naar en vanuit het buitenland op info-coronavirus.be
Wat doe je als een personeelslid vastzit in het buitenland?

Zit een personeelslid vast in het buitenland? Dan maak je volgende afspraken: 

  • Was de kleurcode van de zone waarnaar het personeelslid op reis ging op de dag van het vertrek oranje of rood? Dan is er geen sprake van ‘overmacht’. Dan moet het personeelslid zijn afwezigheid regelen door het opnemen van een verlofstelsel (avp of vvp). 
  • Was de kleurcode van de zone waarnaar het personeelslid op reis ging op de dag van het vertrek groen? Dan is er sprake van ‘heirkracht’ en kan je beroep doen op code 046

Lees of je personeelsleden uit een rode zone kan weigeren op school.

Wat als een personeelslid tot een risicogroep behoort?

Wie behoort tot de risicogroep?

Wanneer een personeelslid tot de risicogroep behoort, zijn er 3 mogelijkheden:   

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een attest vragen waarin een arts bevestigt dat het betrokken personeelslid tot de risicogroep behoort.  Het schoolbestuur/de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).  
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur/de directie voor dat personeelslid een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur/de directeur kan een attest vragen waarin een arts bevestigt dat het betrokken personeelslid tot de risicogroep behoort.  
  • Het personeelslid wenst zelf te komen werken op school. Het schoolbestuur/de directeur kan een attest vragen waarin de arbeidsarts bevestigt dat het betrokken personeelslid geschikt is om op school te komen werken.  

Personeelsleden ouder dan 65 jaar volgen het advies van hun arts. 

Zwangere personeelsleden? De arts bepaalt of je personeelslid op school aanwezig mag zijn of van thuis uit werkt. 

Samenleven met personen die tot de risicogroep behoren, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. Behalve als de behandelende arts van de risicopatiënt anders oordeelt. Als de behandelende arts oordeelt dat het personeelslid niet aanwezig kan zijn op school, bekijkt de school samen met het personeelslid of die van thuis uit kan werken:

  • Als het personeelslid thuis kan werken, kan de school een attest vragen aan de behandelende arts.
  • Als het personeelslid niet thuis kan werken, doe je beroep op heirkracht (code D046) en kan het personeelslid worden vervangen. Ook hier kan je een attest vragen aan de behandelende arts.
Hoe registreer je de afwezigheden van personeelsleden? UPDATE 21 mei

Je gezonde personeelsleden blijven aan het werk en volgen de verplichtingen van het pandemieniveau dat van toepassing is. Over afwijkingen van de invulling van hun takenpakket (op school of eventueel thuis) maak je afspraken in het lokaal overlegcomité. Het is daarbij van belang de pedagogische opdracht en de prestatieregeling van leraren te respecteren.

Zieke personeelsleden blijven thuis. Ze bezorgen een ziekteattest aan hun werkgever. Vervanging van afwezigen wegens ziekte kan volgens de bestaande regels.

Personeelsleden ouder dan 65 jaar volgen het advies van hun arts.

Zwangere personeelsleden? De arts bepaalt of je personeelslid op school aanwezig mag zijn of van thuis uit werkt.

Wat met personeelsleden die tot een risicogroep behoren?

Lees wat je moet doen als een personeelslid tot een risicogroep behoort.

Wat met personeelsleden die samenwonen met een risicopatiënt?

Samenwonen met personen die tot de risicogroep behoren, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. Behalve als de behandelende arts van de risicopatiënt anders oordeelt. Als de behandelende arts oordeelt dat het personeelslid niet aanwezig kan zijn op school, bekijkt de school samen met het personeelslid of die van thuis uit kan werken:

  • Als het personeelslid thuis kan werken, kan de school een attest vragen aan de behandelende arts.
  • Als het personeelslid niet thuis kan werken, doe je beroep op heirkracht (code D046) en kan het personeelslid worden vervangen. Ook hier kan je een attest vragen aan de behandelende arts.

Wat met personeelsleden die wachten op hun testresultaat?

Het personeelslid gaat in quarantaine in afwachting van de resultaten van zijn coronatest, als er symptomen zijn en de huisarts vermoedt dat het personeelslid corona heeft of in het geval van een hoogrisicocontact. Er zijn 2 mogelijkheden:

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een bewijs vragen van de quarantaine. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).  
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur of de directeur kan een bewijs vragen van de quarantaine. 
  • Als het personeelslid in quarantaine gaat of zit ten gevolge van terugkeer uit een rode zone en thuiswerk is niet mogelijk, dan is er geen sprake van heirkracht. Het personeelslid moet zijn afwezigheid regelen door het opnemen van een verlofstelsel (avp of vvp). Zie "Wat doe je als een personeelslid terugkeert uit het buitenland?"

Info-coronavirus: meer over quarantaine: zoek op de term quarantaine en zelfisolatie in de zoekbalk

Wat met personeelsleden die positief testen en geen ziekteverschijnselen vertonen?

Het personeelslid is medisch in staat om te werken maar moet wel in quarantaine. 

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).   
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur of de directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. 
  • Als het personeelslid in quarantaine gaat of zit ten gevolge van terugkeer uit een rode zone en thuiswerk is niet mogelijk, dan is er geen sprake van heirkracht. Het personeelslid moet zijn afwezigheid regelen door het opnemen van een verlofstelsel (avp of vvp). Zie "Wat doe je als een personeelslid terugkeert uit het buitenland?"

Wat met personeelsleden die samenwonen met iemand die positief test of effectief ziek is? 

Het personeelslid wordt beschouwd als een hoog risicocontact en moet in quarantaine.

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).   
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur of de directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. 
  • Als het personeelslid in quarantaine gaat of zit ten gevolge van terugkeer uit een rode zone en thuiswerk is niet mogelijk, dan is er geen sprake van heirkracht. Het personeelslid moet zijn afwezigheid regelen door het opnemen van een verlofstelsel (avp of vvp). Zie "Wat doe je als een personeelslid terugkeert uit het buitenland?"

Wat met personeelsleden van wie het kind mogelijk besmet is?  

Als een kind van een personeelslid in quarantaine moet omdat het elders (bv op school) in contact kwam met iemand die besmet is, gaat het personeelslid niet mee in quarantaine. Het kind wordt naargelang o.a. de leeftijd getest. Het is enkel als het kind symptomen krijgt, dat het personeelslid eventueel getest wordt. In afwachting van de testresultaten van het kind kan het personeelslid verder op school werken, tenzij een arts expliciet oordeelt dat de aanwezigheid op school niet aangewezen is.  

Het personeelslid kan dan van thuis uit werken of, als de opdracht dat niet toelaat, een beroep doen op DO 046 heirkracht.   

Is er een einddatum voor de code DO46 (heirkracht)?

Je kan de code DO46 (heirkracht) doorgeven tot 31 augustus 2021. Het gebruik van heirkracht kan verlengd worden, als de huidige toestand aanhoudt. 

Kunnen personeelsleden die aangesteld zijn in niet-organieke uren beroep doen op DO46 (heirkracht)? 

Ja, dat kan. Omdat het om niet-organieke uren gaat, is er geen vervanging mogelijk.

Wat moeten personeelsleden doen die in quarantaine moeten vanaf de gewijzigde teststrategie van 23 november 2020?

De school kan een bewijs vragen van het feit dat een personeelslid in quarantaine moet, maar is niet verplicht dat te doen. 
Een bewijs hoeft niet noodzakelijk in de vorm van een quarantaine-attest van een arts. Ook contacttracers kunnen een bewijsstuk afleveren, of in het geval van een vastgestelde Covid-besmetting op school, het CLB. Een positieve test van een gezinslid vormt eveneens een impliciet bewijs voor de noodzakelijke quarantaine van de andere leden van het gezin. 

Wanneer een personeelslid in quarantaine moet, lees je in de vraag Wat is een hoog of laag risicocontact in het onderwijs en welke maatregelen worden genomen? 

Als het personeelslid in quarantaine moet zijn er 3 mogelijkheden: 

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).  
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. 
  • Als het personeelslid in quarantaine gaat of zit ten gevolge van terugkeer uit een rode zone en thuiswerk is niet mogelijk, dan is er geen sprake van heirkracht. Het personeelslid moet zijn afwezigheid regelen door het opnemen van een verlofstelsel (avp of vvp). Zie "Wat doe je als een personeelslid terugkeert uit het buitenland?"

Wat moeten personeelsleden doen als een gezinslid terugkeert uit een rode zone?

Als een gezinslid uit een rode zone terugkeert en in quarantaine moet, gaat het personeelslid niet mee in quarantaine. In afwachting van de testresultaten kan het personeelslid verder op school werken, tenzij een arts expliciet oordeelt dat de aanwezigheid op school niet aangewezen is. Als de test van het terugkerende gezinslid positief blijkt te zijn, gaan ook de andere gezinsleden inclusief het personeelslid, in quarantaine en blijven thuis. Het personeelslid kan dan van thuis uit werken of, als de opdracht dat niet toelaat, een beroep doen op DO 046 heirkracht.

Hoe registreer je personeelsleden die arbeidsongeschikt zijn als gevolg van de bijwerkingen van het vaccin? 

Een afwezigheid wegens arbeidsongeschiktheid is een afwezigheid wegens ziekte.

Wat zijn de specifieke adviezen voor onderhoudspersoneel?
  • Gebruik steeds lange handschoenen die de mouwen van de werkkledij overlappen.
  • Wassen van handen voor het aandoen van handschoenen en na het uitrekken van de handschoenen (en onmiddellijk verzorgende crème aanbrengen).
  • Dagelijks legen van vuilnisbakken.
  • Verhoog de onderhoudsfrequentie van het sanitair.
  • Het verhogen van de onderhoudsfrequentie van de gebouwen en lokalen kan ertoe leiden dat in bepaalde periodes geprioriteerd wordt (bv. sanitair, lokalen met meerdere groepen leerlingen/personeel).
  • Was textiel (bv. gordijnen, speelgoed) minimaal op 60° en bij voorkeur op 90° graden.
  • Gebruik bij voorkeur enkel wasbaar speelgoed.
Wordt het coronavirus erkend als een beroepsziekte?

In het onderwijs wordt COVID-19 niet erkend als een beroepsziekte. Meer informatie vind je op de website van Fedris.

Wat met vervangingen?

De gewone regels met betrekking tot vervangingen blijven van toepassing, ook als de opdracht bestaat uit lesgeven op afstand.  

Daarnaast zijn er twee bijkomende tijdelijke regelingen uitgewerkt rond vervangingen. Beide maatregelen lopen tot 30 juni 2021.  

Wat met de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)?

Om het TADD-recht te verwerven, moet een personeelslid in hetzelfde ambt binnen de scholengemeenschap 580 dagen hebben opgebouwd, waarvan 400 effectief gepresteerde dagen (in de overgangsregeling is de voorwaarde 720 dagen waarvan 600 effectief gepresteerd).  

Voor de 400 (of 600) effectief gepresteerde dagen blijft de algemene regel van kracht:

  • Personeelslid werkt thuis en/of op school? De dagen tellen als effectief gepresteerde dagen.  
  • Personeelslid is met profylactisch verlof? De dagen tellen als effectief gepresteerde dagen. 
  • Personeelslid bleef thuis om preventieve redenen (met dienstonderbreking 'heirkracht')? De dagen tellen als effectief gepresteerde dagen. 
  • Personeelslid is met ziekteverlof? De dagen tellen niet als effectief gepresteerde dagen.

Lees meer over TADD.

Blijf op de hoogte

Ontdek de maatregelen die je instelling helpen tijdens de coronacrisis