Coronamaatregelen: veelgestelde vragen - scholen

Op deze pagina vind je een overzicht van de veelgestelde vragen en antwoorden over de coronamaatregelen. De pagina krijgt regelmatig een update.

Pandemiescenario's en draaiboeken - Gezondheid - Veiligheid en bescherming - Organisatie - Leren en werken - Ondersteuning - Personeelszaken

Zoek in alle vragen en antwoorden
Pandemiescenario's, draaiboeken en pandemiefases
Op welke regelgeving zijn de afspraken en maatregelen in onderwijs gebaseerd? NIEUW 25 november

Op donderdag 12 maart kondigde de Nationale Veiligheidsraad de federale fase van het crisisbeheer af. Er werden verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van het virus te beperken.  

De versterkte maatregelen werden vastgelegd in een ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. Op basis van dit ministerieel besluit kunnen de ministers van Onderwijs in ons land de specifieke voorwaarden vaststellen om onderwijs en de lessen te laten doorgaan. 

De Vlaamse overheid is op zijn beurt belast met beleidscoördinatie. De draaiboeken bepalen wat een normaal zorgvuldige school moet doen om de gezondheidsrisico’s in te perken. Miskenning van die richtlijnen brengt de aansprakelijkheid van scholen in het gedrang. 

Scholen zijn verantwoordelijk voor het welzijn van hun personeelsleden (welzijnswet) en voor die van hun leerlingen. Dat geeft hen gezag om instructies en bevelen te geven, zonder dat een specifieke norm nodig is. Volgens het ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken zijn werkgevers, werknemers en derden ertoe gehouden de in de onderneming, vereniging of dienst geldende preventiemaatregelen toe te passen. Schoolbesturen die die maatregelen niet respecteren begaan een fout waarvoor ze aansprakelijk gesteld kunnen worden (artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek).

De burgemeester kan een bestuurlijke sluiting van de betrokken inrichting bevelen in het belang van de openbare gezondheid, als hij vaststelt dat er activiteiten worden uitgeoefend in strijd met het ministerieel besluit of met toepasselijke protocollen.
 

In welke pandemiefase zit je school? - UPDATE 10 november

Het basis- en secundair onderwijs starten na de herfstvakantie in code oranje.

In gemeenten waar de pandemiesituatie acuut is, kan worden overgeschakeld naar een andere pandemiefaseLees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Veiligheidsmaatregelen per pandemiefase

Bekijk welke veiligheidsmaatregelen je moet naleven per pandemiefase:

Moeten de richtingen van het kso de richtlijnen van het dko gebruiken? Nieuw 13 november
  • Het kunstsecundair onderwijs (kso) gebruikt de draaiboeken die van toepassing zijn voor het secundair onderwijs. Als het secundair onderwijs code oranje volgt, volg je in de podiumkunstrichtingen voor de specifieke vakken het draaiboek van het deeltijds kunstonderwijs code oranje.
  • Net zoals in de topsportrichtingen wordt toegelaten dat naast maximaal contactloos, één nauw contact is toegestaan om specifieke zaken te kunnen blijven trainen. Bijvoorbeeld bij dans: één danser mag met één vaste danser fysiek contact hebben (om danstechnische oefeningen mogelijk te maken).
  • Grondoefeningen dans kunnen als de leerlingen een eigen dansoppervlakte hebben die na de les steeds gereinigd wordt. 
  • Leerlingen dragen een mondmakser.
     
Waarom is het veilig om scholen terug op te starten? - UPDATE 17 november

De maatregelen in de maatschappij zorgen ervoor dat het veilig is om de scholen terug op te starten. Uit het contactonderzoek van de CLB's weten we dat in de gecontroleerde omgeving van scholen weinig besmettingen plaatsvinden.

Zo blijven de 4 beschermingsmaatregelen van kracht:

  • Zet in op handhygiëne om verspreiding via contact te vermijden.
  • Hou afstand om verspreiding via druppels te vermijden.
  • Draag een mondmasker om verspreiding via druppels en microdruppels (aerosols) te vermijden. Bescherm zo jezelf en anderen.
  • Ventileer zoveel als mogelijk om microdruppels in de omgeving te verdunnen.

De rol van onderwijs in de heropflakkering van het virus in de maatschappij is beperkt. Dit leren we vanuit epidemiologisch onderzoek van de beschikbare data. Eind augustus vertraagde de daling om daarna om te buigen tot een stijging. Deze tendens is te vroeg begonnen om aan scholen toe te schrijven. Deze eerste stijging is in de tweede helft van september gaan vertragen, om nadien door te starten. 

De recente vertraging in de coronacijfers is reeds ingezet rond 20 oktober, dus voorafgaand aan de verlengde herfstvakantie. 
Dit wijst erop dat onderwijs niet de motor is van de epidemie, in grote mate doordat we effectieve maatregelen nemen. Door het verlengen van de herfstvakantie zijn alle quarantaines ondertussen afgelopen. Daaraan gekoppeld hebben de maatregelen in de maatschappij het mogelijk gemaakt om de scholen te heropenen.
Blijf dus inzetten op alle maatregelen.

Webinar over veiligheid heropening scholen op 16 november

Tijdens een webinar op 13 november antwoordde Geert Molenberghs, biostatisticus bij de Universiteit van Hasselt en de KU Leuven op vragen over de veiligheid van het heropenen van de scholen na de herfstvakantie. 
Bekijk het webinar op You Tube Onderwijs Vlaanderen.

Hoe wordt er overgeschakeld naar een andere pandemiefase?

In gebieden waar door de pandemiesituatie verhoogde waakzaamheid nodig is en/of extra maatregelen overwogen moeten worden, kan worden overgeschakeld naar een andere pandemiefase voor het onderwijs.

De procedure hiervoor verloopt als volgt:

  • De Risk Assessment Group (RAG) bezorgt een overzicht van gebieden waar een verhoogde waakzaamheid nodig is aan de ministers van onderwijs en het Nationaal Crisiscentrum (NCCN). 
  • Het NCCN verwittigt via de gouverneurs de betrokken burgemeesters. De burgemeester roept in dat geval de lokale crisiscel samen, aangevuld met het CLB en representatieve vertegenwoordigers van het onderwijs. 
  • Op basis van dit overleg, doet de burgemeester een voorstel van pandemiefase voor het onderwijs in zijn gemeente of een deel ervan en een schakeltermijn van maximaal 2 weken. 
  • De burgemeester deelt dit voorstel mee aan de minister van onderwijs, die binnen de 48 uur beslist of hij akkoord gaat. Indien de minister niet akkoord gaat met het voorstel, overlegt hij voorafgaand met de burgemeester en de minister voor binnenlands bestuur.
  • De burgemeester brengt de betrokken onderwijsinstellingen op de hoogte, die de nodige maatregelen treffen.
  • De lokale crisiscel monitort de situatie en doorloopt bij verandering van pandemiefase opnieuw deze procedure.

De lokale besturen zijn op de hoogte van deze procedure.

Wanneer is er sprake van een verhoogde waakzaamheid?

Verhoogde waakzaamheid wordt onder andere bepaald op basis van: 
•    Het aantal besmettingen per 100 000 inwoners in de laatste 14 dagen.
•    De trend en context van de lokale uitbraken (cluster vs community-uitbraak).

De Risk Assessment Group (RAG) maakt wekelijks een evaluatie van de epidemiologische situatie in België met als doel gebieden te identificeren waarvoor verhoogde waakzaamheid nodig is en bezorgt deze aan de ministers van onderwijs en het Nationaal Crisiscentrum.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Wie brengt je op de hoogte van een wijziging van pandemiefase?

De burgemeester verwittigt de betrokken school of scholen wanneer de pandemiefase wijzigt. Hij deelt ook mee binnen welke schakeltermijn (maximum 2 weken) je school maatregelen moet nemen.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Wie vertegenwoordigt het onderwijs in de lokale crisiscel?

De onderwijsverstrekkers en de vakbonden stelden een lijst met contactgegevens op. Deze lijst werd aan de lokale besturen bezorgd. Deze contactpersonen bekijken wie lokaal zal deelnemen aan het crisisoverleg, rekening houdend met het onderwijsaanbod in de gemeente.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Wie formuleert een voorstel om naar een andere pandemiefase te gaan?

Als een lokale pandemiesituatie acuut is, kan worden overgeschakeld naar een andere pandemiefase. Op aangeven van de data aangeleverd door Celeval/RAG, roept de burgemeester de lokale crisiscel, aangevuld met de medische expert van de betrokken Zorgraad, het CLB en een representatieve vertegenwoordiging van het onderwijs, samen. Lokaal worden afspraken gemaakt over deze representatieve vertegenwoordiging, rekening houdend met het onderwijsaanbod in de gemeente.  Lees meer over wie het onderwijs lokaal vertegenwoordigt.

De lokale besturen informeren de onderwijsinstellingen op hun grondgebied over de genomen maatregelen.

Lees meer over de procedure voor wijziging van pandemiefase.

Hoe gebruik je de pandemiescenario's en draaiboeken?

In de pandemiescenario's vind je de veiligheidsmaatregelen per pandemieniveau. Voor elk pandemieniveau is er een veiligheidsdraaiboek uitgewerkt. De veiligheidsdraaiboeken zijn een leeswijzer bij de pandemiescenario's en verduidelijken verplichtingen – maar leggen er geen extra op – en geven bijkomende adviezen die een lokale risicoanalyse kunnen ondersteunen. Lees meer over de pandemiescenario's en draaiboeken.

Onderstaande webpagina's vatten alle veiligheidsmaatregelen per pandemieniveau samen uit de pandemiescenario's en draaiboeken:

Download je liever de volledige draaiboeken en pandemiescenario's? Je vindt ze in een overzichtstabel. De draaiboeken zijn een leeswijzer bij de pandemiescenario's.

Let op: de pandemiescenario's en draaiboeken zijn dynamische documenten. Het is aangeraden om ze digitaal te bekijken in plaats van ze af te drukken.

Gezondheid
Wat doe je met een vraag over of melding van een (vermoedelijke) besmetting?
  • Stuur niet op eigen houtje leerlingen of personeelsleden naar de huisarts. Contacteer altijd eerst het CLB bij vragen of meldingen van een (vermoedelijke) besmetting op school. Contactonderzoek is een opdracht voor het CLB waarbij nauw samengewerkt wordt met de school en de arbeidsgeneeskundige dienst van de school. CLB’s volgen voor testing en tracing de procedures van Sciensano, die door de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg werden vertaald naar de schoolcontext. 
  • Bespreek met het  CLB en/of de arbeidsarts welke maatregelen en communicatie er nodig zijn naar leerlingen, ouders en personeel.  
  • Ga discreet om met de informatie die je verneemt. 
Wie wordt als (vermoedelijk) besmet beschouwd?
  • Personen met een positief testresultaat. Als een leerling of personeelslid positief testte, moeten ze in isolatie. Dit is voor een periode van 7 dagen vanaf de testafname.  Ze krijgen een attest om de afwezigheid op school te wettigen. 
  • Kleuters die na een nauw contact met een COVID-19 patiënt binnen het gezin in de afgelopen 14 dagen symptomen krijgen. De kleuter blijft thuis zolang hij besmettelijk is. Dit is 7 dagen na de start van de klachten. De kleuter kan na die 7 dagen opnieuw naar school als er 3 dagen geen koorts is en de klachten beter zijn. 
  • Personen (zonder of met een negatief testresultaat) waarbij de huisarts op basis van zijn klinische inschatting een sterk vermoeden heeft van een besmetting met COVID-19. 

VWVJ - COVID-19: beslisbomen, richtlijnen, stappenplannen en voorbeeldbrieven.

Wat is de rol van het CLB bij contactonderzoek? UPDATE 24 november
  • CLB’s staan in voor het contactonderzoek bij bevestigde gevallen van COVID-19 bij leerlingen en schoolpersoneel in het leerplichtonderwijs en de schoolinternaten
    CLB’s nemen geen rol op bij (vermoedelijke) besmettingen: 

    • Buiten de schoolmuren, bijvoorbeeld in de sportclub of de jeugdbeweging.
    • In het deeltijds kunstonderwijs, volwassenonderwijs, hoger onderwijs of basiseducatie.
  • Bij een bevestigd geval van COVID-19 start het CLB met het contactonderzoek door de hoog risico- en laag risicocontacten in kaart te brengen.  Ze informeren de scholen en de ouders over te nemen maatregelen. 
  • Als gevolg van de teststrategie die vanaf 23 november geldt, zorgen CLB ‘s ook voor de codes waarmee leerlingen zich kunnen laten testen in een test- of staalafnamecentrum. 
  • CLB’s volgen de richtlijnen opgesteld door de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg. Deze richtlijnen zijn afgestemd op de procedures van Sciensano en vertaald naar de onderwijscontext.  
Wie geeft opdracht tot het contactonderzoek door het CLB?

Let op: onderstaande tekst is nog niet aangepast aan de nieuwe teststrategie van 23 november. Hoog risicocontacten zonder symptomen worden terug getest en gaan 10 dagen in quarantaine sinds laatste contact.

  • De (huis)arts deelt het testresultaat mee aan de patiënt. De patiënt volgt de maatregelen van de huisarts. Het contactonderzoek start zodra het testresultaat positief is. Het callcenter neemt daarvoor contact op met het CLB.
  • De huisarts kan, uitzonderlijk, aan het CLB vragen om het contactonderzoek op te starten, ook wanneer er nog geen testresultaat is of zelfs als er sprake is van een negatief testresultaat. De huisarts kan dit doen op basis van zijn klinische inschatting en een sterk vermoeden van besmetting.  
  • Vaak wordt het CLB sneller op de hoogte gebracht van een bevestigd geval via de leerling, de ouders of de school zelf. Het CLB gaat dan eerst na of het werkelijk gaat over een bevestigd geval. 
Wat is een hoog of laag risicocontact in het onderwijs en welke maatregelen worden genomen? - UPDATE 24 november

Let op: sinds 23 november is er een nieuwe teststrategie. Hoog risicocontacten zonder symptomen gaan 10 dagen in quarantaine sinds het laatste hoog risicocontact en worden op dag 7, geteld vanaf het laatste contact, getest.

Lees meer over wat er verandert (zie 'Richtlijnen voor CLB bij een melding van COVID-19').

Hoog en laag risicocontacten

Naargelang het risico op besmetting, worden contacten in 2 groepen verdeeld met verschillende maatregelen per leeftijd en onderwijsniveau: 

  • Laag risicocontacten
  • Hoog risicocontacten

Kleuteronderwijs

  • Als een kind in het kleuteronderwijs positief test of de huisarts vermoedt besmetting (= kleuter die symptomen ontwikkelt binnen de 14 dagen na contact met een COVID-19 geval binnen het gezin) worden alle kinderen in de klas, evenals de leerkracht, beschouwd als contactpersonen met een laag risico. 
  • Als de leerkracht positief test, worden alle kinderen in de klas beschouwd als contactpersonen met een hoog risico gezien de kleuterleerkracht geen afstand bewaart met de leerlingen en geen mondmasker draagt. 

Lager onderwijs 

  • Als een kind in het lager onderwijs positief test, worden alle kinderen in de klas, evenals de leerkracht, beschouwd als contactpersonen met een laag risico. 
  • Als de leerkracht positief test, worden alle kinderen in de klas ook beschouwd als contactpersonen met een laag risico op voorwaarde dat de leerlingen in het klaslokaal niet langer dan 15 minuten contact hadden op een afstand van minder dan 1,5 meter met de leerkracht zonder mondmasker (op mond en neus) en dat er geen nauw rechtstreeks fysiek contact was tussen de leerkracht en de leerlingen. 

Secundair onderwijs, personeelsleden en alle andere volwassenen in basis- en secundaire scholen 

Hoog risicocontacten 

Als het personeelslid van een school of een leerling in het secundair onderwijs positief test, worden andere volwassenen en leerlingen in het secundair onderwijs in de volgende situaties als hoog risicocontacten beschouwd: 

  • Iedereen die ‘face-to-face’ contact had langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter (zoals bijv. tijdens een gesprek), waarbij er geen mondmasker op een correcte manier (op mond en neus) werd gedragen. Dit zijn bijvoorbeeld leerlingen of leerkracht die samen eten en geen afstand bewaren. Indien er een volledige scheiding was door een wand uit plexiglas valt dit niet onder een ‘face to face’ contact; 
  • Iedereen die fysiek contact had met een positief geteste persoon, bijvoorbeeld bij knuffelen, handen schudden … (al dan niet met een mondmasker aan) of die in direct contact kwam met lichaamsvloeistoffen, bv. bij het zoenen (al dan niet op de mond).  

Laag risicocontacten 

De contacten met een laag risico zijn: 

  • Iedereen die zich tot 15 minuten in dezelfde gesloten kamer/omgeving bevond als de positief geteste persoon, maar op minder dan 1,5 meter afstand. 
  • Iedereen die langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter contact had, maar waarbij gedurende de hele tijd een masker over mond en neus gedragen werd. 

Leerlingen (alle leeftijden) die in een internaat verblijven 

Binnen een internaat worden kinderen die deel uitmaken van dezelfde zorggroep beschouwd als nauwe contacten. Er gelden dezelfde maatregelen als voor gezinsleden (huisgenoten). 

Maatregelen 

Het CLB brengt vanuit haar contactonderzoek: 

  • Laag risicocontacten op de hoogte van de te nemen maatregelen via brief. 
  • Hoog risicocontacten op de hoogte van de te nemen maatregelen via een gesprek met de (ouder van de) leerling en een brief. Voor kleuters is er een specifieke brief.

Laag risicocontacten mogen indien nodig naar school en alle opvanginitiatieven die door scholen al dan niet in samenwerking met lokale besturen worden opgezet, hoog risicocontacten niet. 

Bekijk wanneer een leerling naar school mag komen in de beslisbomen van de VWVJ voor kleuters en leerlingen lager en secundair onderwijs. 

Waarom zegt de Coronalert app dat een personeelslid of leerling een hoog risicocontact had terwijl het CLB zegt dat het laag is?

De app laat je via een rood scherm weten dat je langer dan 15 minuten op minder dan 1.5 meter in contact kwam met iemand die besmet is. De app weet niet of je al dan niet een mondmasker droeg. 

Het dragen van een mondmasker is echter van belang bij het inschatten van hoog en laag risicocontacten. Omdat er in onderwijs maatregelen zijn genomen die het dragen van een mondmasker verplichten kan het CLB dus oordelen dat het om een laag risicocontact gaat.

Wat met kinderen van ouders die positief testen?  - UPDATE 27 november

Lees meer over wat er verandert (zie 'Richtlijnen voor CLB bij een melding van COVID-19').

  • Contacten met mogelijk besmette ouders worden als hoog risicocontacten ingeschat, tenzij de ouder zich volledig isoleerde van de kinderen. 
  • Kinderen jonger dan 6 jaar krijgen in principe geen test. Ze kunnen zonder test terug naar school,10 dagen na het laatste contact. Er volgen dan nog 4 dagen van verhoogde waakzaamheid. Als het kind ondertussen ziek wordt, blijft het minstens 7 dagen thuis.  
  • Voor kinderen vanaf de lagere school, moet een test uitgevoerd worden op de 7de dag na het laatste contact met de besmette ouder: 
    • Bij een positief testresultaat blijft het kind minstens 7 dagen thuis. Het kind mag pas uit isolatie als het 3 opeenvolgende dagen geen koorts meer heeft en de klachten duidelijk verbeterd zijn. De periode van isolatie kan dus eventueel langer dan 7 dagen duren. 
    • Bij een negatief testresultaat wordt de quarantaine beëindigd. 
  • In de week die volgt op het beëindigen van de quarantaine, is extra waakzaamheid geboden en moeten hobby’s, contacten met kwetsbare personen (bv. grootouders) en risicogroepen zoveel mogelijk vermeden worden.
Wat als een leerling tot een risicogroep behoort?

Wie behoort tot de risicogroep?

De lijst met risicogroepen is een leidraad voor artsen om te bepalen welke leerlingen tot de risicogroep behoren. Daarnaast kan een behandelende arts nog steeds oordelen of een leerling wel of niet naar school kan.

Als de behandelde arts oordeelt dat de leerling niet naar school kan, dan schrijft de arts een medisch attest waar expliciet op staat dat de leerling een risicopatiënt is.

Hebben risicopatiënten recht op SIO en TOAH?

Leerlingen die tot de risicogroep behoren én beschikken over een geschikt medisch attest, hebben recht op synchroon internetonderwijs (SIO) en tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH).

Ze kunnen alleen gebruik maken van SIO en TOAH wanneer expliciet op het medisch attest staat dat ze een risicopatiënt zijn.

SIO

TOAH

  • Lees de voorwaarden van TOAH.
  • De risicopatiënten worden door AGODI behandeld als chronisch zieke leerlingen. De leerlingen moeten geen wachttijd doorlopen. Per 9 halve dagen afwezigheid, genereert de leerling 4 lestijden.

Je registreert de afwezigheid van de voltijds leerplichtige leerlingen met een code R. Lees meer over hoe je de afwezigheden van je leerlingen registreert.

Wat als je samenwoont met een risicopatiënt?

Samenwonen met personen die tot de risicogroep behoren, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. De school neemt voldoende voorzorgsmaatregelen (afstand houden, mondmasker dragen waar nodig, handhygiëne, sociale contacten beperken) en volgt de veiligheidsmaatregelen.

De behandelende arts-specialist van de risicopatiënt kan wel oordelen dat het gezondheidsrisico te groot is voor de patiënt wanneer andere gezinsleden in contact komen met externen, door bijvoorbeeld naar school te gaan. In dat geval schrijft de behandelende arts-specialist een medisch attest waar expliciet op staat dat de leerling niet naar school kan omwille van een risicopatiënt in de omgeving.

Die leerlingen kunnen uitzonderlijk gebruik maken van synchroon internetonderwijs (SIO) en tijdelijk onderwijs aan huis (TOAH). Dit kan enkel wanneer alle betrokkenen akkoord zijn.

Volg de uitzonderingsprocedure om SIO en TOAH aan te vragen:

  • Ouders kunnen aan de school de vraag stellen om SIO en TOAH te organiseren omwille van een risicopatiënt in de directe omgeving. Dit kan alleen als ze een medisch attest kregen van de behandelende arts-specialist.
  • Alle betrokken partijen gaan in overleg: dit zijn minimaal de ouders, de leerling(en), de school, het CLB en de behandelende arts-specialist.
  • De betrokkenen gaan na of de school alle nodige veiligheidsmaatregelen nam en of deze niet voldoende zijn om de veiligheid van de risicopatiënt te waarborgen. De school kan, wanneer nodig, ook nog extra veiligheidsmaatregelen nemen.
  • Als alle betrokkenen in consensus akkoord gaan dat, ondanks alle veiligheidsmaatregelen, SIO en TOAH de enige geschikte piste is, dan registreert het CLB deze beslissing in LARS (multidisciplinair dossier van de leerling).
  • Op basis van het medisch attest van de leerling en de beslissing, kan SIO en TOAH aangevraagd worden volgens de gebruikelijke procedures. De ouders en de school spreken onderling af wie de aanvraag indient.
  • De school en het CLB volgen het leerproces nauw op en sturen bij wanneer nodig of mogelijk, rekening houdend met de vorderingen van de leerling, de gezondheidssituatie van de risicopatiënt en de evolutie van de pandemie.

Je registreert de afwezigheid van de voltijds leerplichtige met een code R. Lees meer over hoe je de afwezigheden van je leerlingen registreert.

De leerlingen die uitzonderlijk gebruik maken van TOAH omdat ze samenleven met een risicopatiënt, worden door AGODI behandeld als chronisch zieke leerlingen. De leerlingen moeten geen wachtttijd doorlopen. Per 9 dagen halve afwezigheid, genereert de leerling 4 lestijden.

Bekijk ook

Twijfel je of een leerling naar school mag komen?

Twijfel je of een leerling naar school mag komen? Neem dan contact op met je CLB.

Bekijk samen de beslisbomen van de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ).

Zij helpen bepalen of de leerling al dan niet naar school mag komen op basis van een aantal vragen (bv. is de leerling kwetsbaar voor corona? Welke klachten heeft de leerling?)

Er zijn beslisbomen voor zowel kleuters als leerlingen uit het lager en secundair onderwijs.

Wat als een leerling of personeelslid ziek wordt op school of in de opvang?

Heeft een leerling of personeelslid op school symptomen die kunnen wijzen op COVID-19? Isoleer de leerling of het personeelslid in een aparte ruimte in afwachting dat hij naar huis gaat. Op diezelfde dag contacteren de ouders van de leerling of het personeelslid de huisarts telefonisch, zodat een test kan afgenomen worden. 

De symptomen die  in aanmerking komen zijn: 

  • Koorts (38,0°C en hoger) tenzij de oorzaak van de koorts gekend is, zoals bijvoorbeeld na vaccinatie.  
  • Hoesten of problemen met ademhalen. Als de leerling of het personeelslid gekend is met deze klachten, kan hij/zij wel naar school, tenzij de symptomen plots verergeren.
  • Verkoudheid én de leerling voelt zich ziek, denk aan: spierpijn, vermoeidheid, keelpijn, hoofdpijn, geen eetlust.
  • Niet goed meer kunnen ruiken of proeven.  

Leerlingen met alleen klachten van een verkoudheid mogen naar school als ze zich niet ziek voelen. Verkoudheid = snot in/uit de neus (kleur maakt niet uit), eventueel met niezen of een kuchje. 

 

Kan je een leerling met neusloop en kriebel in de keel weigeren op school?

Een aantal symptomen van het coronavirus lopen gelijk aan symptomen bij allergie en hooikoorts, zoals snotteren, niezen, rode ogen en een geïrriteerde keel krijgen. Deze kinderen ondervinden hooguit last van de symptomen, maar hebben niet noodzakelijk COVID-19. Bij een corona-infectie zijn er nog andere symptomen, zoals koorts, spierpijn en een algemeen ziektegevoel.

Informeer bij ouders of het kind hooikoorts of allergie heeft. Deze informatie is eventueel ook ter beschikking gesteld bij inschrijving van het kind.

Het is belangrijk om ouders op voorhand te wijzen op het belang om kinderen die ziek zijn thuis te houden.

Is er een vermoeden dat ouders hun ziek kind toch naar de school sturen, spreek de ouders aan over het feit dat je zieke kinderen in afzondering moet houden. Schakel het CLB in. Als een kind op school ziek is, hou je het in afzondering volgens de geldende afspraken.

Twijfel je of een leerling naar school mag komen?

Bekijk dan de beslisbomen van de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ).

Mag je koorts screenen wanneer iemand de school binnenkomt?

Het is absoluut niet de bedoeling om temperatuur preventief te meten bij het binnenkomen van de school.

Waarom niet?

  • Koorts is een slechte parameter en zeer gemakkelijk te maskeren.
  • Als er verhoogde temperatuur is, kan dit ook nog andere oorzaken hebben zoals bv. fysiologische aspecten (fysieke inspanning, ovulatie) zonder dat dit noodzakelijk een klinische betekenis heeft.
  • Er zijn veel valse resultaten als je de temperatuur frontaal screent.  Personen zonder verhoogde temperatuur kunnen wel besmettelijk zijn.
  • Je weet niet of iemand een koortswerend middel zoals acetylsalicylzuur of paracetamol heeft ingenomen. Een koortswerend middel kan de koorts tijdelijk verlagen.
  • Het kan een vals gevoel van veiligheid geven, waardoor andere, meer efficiëntere preventieve maatregelen minder of niet genomen worden.
  • De federale wetgeving beschouwt het meten van koorts als een medische handeling. Medische handelingen mogen in principe enkel uitgevoerd worden door artsen en verpleegkundigen.
  • Dit gaat in tegen de regelgeving op de privacy.

Personen die ziek zijn vertonen ook andere symptomen die kunnen wijzen op een besmetting, zoals een algemeen vermoeidheid, spierpijn, hoesten, ...  Dan is het de bedoeling om die in afzondering te houden volgens de geldende regels. Lees de richtlijnen voor EHBO.

Veiligheid en bescherming
Wie moet er afstand houden?

Basisonderwijs

Kleuteronderwijs

  • Afstand houden bij contacten tussen volwassenen.
  • Geen afstand houden bij contacten tussen personeel en kleuters.
  • Geen afstand houden bij contacten tussen kleuters.

Lager onderwijs

  • Afstand houden bij contacten tussen volwassenen.
  • Afstand houden bij contacten tussen personeel en leerlingen.
  • Geen afstand houden bij contacten tussen leerlingen.

Secundair onderwijs

  • Zoveel mogelijk afstand houden bij alle contacten. Personeel en leerlingen dragen verplicht een mondmasker, ook in de klas en als ze afstand kunnen houden.
Wie moet een mondmasker dragen op school? - UPDATE 19 oktober

Basisonderwijs (kleuter en lager)

  • Leerlingen uit het basisonderwijs (ook al zijn ze 12+) hoeven geen mondmasker te dragen.
  • Personeel draagt mondmasker als de afstand niet kan gegarandeerd worden.
  • Personeel moet geen mondmasker dragen:
    • Wanneer ze in contact komen met kleuters (kleuteronderwijs), ongeacht de afstand.
    • Tijdens het lesgeven vooraan in de klas, op voorwaarde dat er voldoende afstand is tussen de leraar en de leerlingen (en tussen de leraar en eventueel andere personeelsleden).
  • Ouders dragen een mondmasker bij het brengen en halen van hun kinderen en wanneer ze de school betreden.

Secundair onderwijs

  • Personeel en leerlingen moeten verplicht een mondmasker dragen, ook als ze afstand kunnen houden.
  • In buso OV1 en OV2 dragen leerlingen een mondmasker als het haalbaar is (cfr. risicoanalyse).
  • Leraren moeten ook een mondmasker dragen tijdens het lesgeven vooraan in de klas.
  • Personeel en leerlingen dragen verplicht een mondmasker binnen, ook als ze voldoende afstand houden.
    Personeel en leerlingen dragen verplicht een mondmasker buiten, tenzij ze voldoende afstand kunnen houden.
  • Leerlingen en personeel kunnen tijdelijk geen mondmasker dragen op grond van medische aandoeningen (bv. ASS of allergieën voor bepaalde stoffen) en sportactiviteiten en danslessen.
  • Ouders dragen een mondmasker bij het brengen en halen van hun kinderen en wanneer ze de school betreden.

Face-shield en plexi-wanden

  • Een face-shield is niet verboden, maar vervangt de verplichting tot het dragen van een mondmasker niet. Als je een face-shield draagt, draag je dus ook een mondmasker.
  • Ook als er een plexi-wand is (bv.  aan de balie), blijft een mondmasker verplicht.

Transparante mondmaskers

Je kan je mondmasker vervangen door een transparant mondmasker, op voorwaarde dat het transparant mondmasker dezelfde bescherming biedt: het moet gesloten zijn aan de zijkanten.

Lees hoe je een mondmasker correct draagt.

Meer info over de mondmaskerplicht vanaf 12 jaar

Op YouTube Onderwijs Vlaanderen: 

Welke misverstanden bestaan er over de coronamaatregelen? NIEUW 19 november

Bekijk een filmpje over enkele misverstanden over coronamaatregelen in de klas (op You Tube Onderwijs Vlaanderen)

Kan je leerlingen of personeelsleden weigeren op school die terugkomen uit een oranje of rode zone? UPDATE 26 november

Neen, je mag leerlingen of personeelsleden die uit een oranje of rode zone terugkeren niet weigeren en ook niet verplichten om zich te laten testen: 

  • Reizen naar oranje en rode zones zijn niet verboden.  
  • Personen zonder symptomen die terugkomen uit groene of oranje zones moeten zich niet laten testen en niet in quarantaine.
  • Je kan enkel vragen aan ouders van leerlingen of personeelsleden die uit een rode zone terugkeren om hun verantwoordelijkheid op te nemen in functie van de veiligheid en gezondheid van iedereen op school.
  • Alle reizigers die terugkeren na een verblijf in het buitenland van meer dan 48 uur, moeten het Public Health Passenger Locator Form (PLF) en een zelfevaluatiedocument invullen. Als daaruit blijkt dat er een risico op besmetting is, krijg je een bericht waarin gevraagd wordt om minstens 10 dagen in quarantaine te gaan en om je te laten testen. Je krijgt een code die je toegang heeft tot een COVID-test, zonder tussenkomst van je huisarts. Meer informatie vind je op de website van Sciensano.

Bekijk ook 

Mag een leerling of personeelslid naar school als een gezinslid net terug is uit een oranje/rode zone? UPDATE 26 november

Samenleven met iemand die op reis ging naar een oranje of rode zone, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. De personeelsleden of leerlingen kunnen gewoon naar school. Bij vragen of twijfels, contacteren ze hun huisarts. Als het gezinslid positief test, volgt het kind of het personeelslid de voorziene procedures en maatregelen.

Bekijk ook

Hoe zorg je voor een goede handhygiëne?

Was je handen regelmatig en grondig (40 à 60 sec.) met water en zeep. Hoe je best je handen wast, zie je in deze afbeelding.

Handen wassen met zeep of alcoholgel?

Geef voorrang aan water en zeep.

Zowel handen wassen met zeep als je handen reinigen met alcoholgel zijn in de meeste gevallen effectieve methoden voor handhygiëne. Het gebruik van alcoholgel is minder effectief wanneer je handen nat of vuil zijn. Het is niet nodig om zowel je handen te wassen met water en zeep als je handen te desinfecteren met alcoholgel. 1 van de 2 volstaat. 

Wanneer was je je handen?

  • Voor je naar school vertrekt.
  • Bij aankomst op de school.
  • Bij het binnenkomen van de klas (na de pauze).
  • Na toiletbezoek (basishygiëne).
  • Voor en na de maaltijd (basishygiëne).
  • Voor het verlaten van de school.
  • Na hoesten, snuiten of niezen.
  • Na het bedienen van machines tijdens praktijklessen (basishygiëne).

Raak je gezicht zo weinig mogelijk aan met je handen. Vermijd om handen of kussen te geven. Begroet elkaar met een zwaai of met de elleboog.

Voorzie ook alternatieve (tijdelijke) mogelijkheden voor handhygiëne. Denk hierbij aan tijdelijke huur van extra wasplaatsen of voorzie handgeldispensers.

Bekijk ook:

Hoe verlucht en ventileer je lokalen?
Welke beschermingsmiddelen voorzie je voor personeel?
  • Op basis van risicoanalyse van specifieke leerlingenpopulatie krijgt het personeel buitengewoon onderwijs:

    • Schorten, wasbaar op minstens 60 graden of wegwerpschort.

    • Faceshields of veiligheidsbril.

    • Handschoenen, op voorwaarde dat het personeel vertrouwd is met het gebruik ervan en de handschoenen correct kan verwijderen. Als dat niet zo is, is het aangewezen maximaal in te zetten op het wassen van de handen met zeep of alcoholgel.

  • Op basis van risicoanalyse van specifieke leerlingenpopulatie te vervangen door:

    • Transparante mondmaskers voor personeel voor lessen aan doven/slechthorenden (idem voor auditieve problemen in gewoon secundair onderwijs). Transparante mondmaskers kunnen ook breder gebruikt worden aangezien deze de communicatie vergemakkelijken voor alle kinderen.

    • Chirurgische mondmaskers.

  • Ook in het gewoon onderwijs kan je wanneer nodig nog bijkomend beschermingsmateriaal voorzien voor je personeel.

  • Cursus: omgaan met COVID-19 voor zorgverleners.

Wat zijn essentiële derden? - UPDATE 19 oktober

Essentiële derden zijn externe medewerkers die essentieel zijn voor een goede werking van de school. Essentiële derden krijgen in elke fase toegang tot de school voor de taken die ze moeten uitvoeren en niet eenvoudig op afstand kunnen. 

Essentiële derden leven alle veiligheidsmaatregelen na die gelden voor de volledige samenleving.

Voorbeelden van essentiële derden zijn:

  • CLB

  • Ondersteuners

  • De pedagogische begeleiding 

  • Nascholers

  • De leraren in opleiding 

  • Vrijwilligers (bv. leesouders)

  • Verpleegkundigen

  • GIP/jury

  • Begeleiding NAFT/zorgboeren/begeleiders aanloopfase en IBAL

  • Externe praktijkleerkrachten/voordrachthouders

  • Externe begeleiders van cursisten

  • Externe diensten voor preventie en bescherming op het werk

  • Ondersteuningsnetwerken

  • Nascholers

  • Onderhoudsfirma’s 

  • Kunstkuur

  • Dynamoproject

  • Onderwijsinspectie

  • Verificateurs

  • Persoonlijk assistenten (PAB) 

  • Therapeuten 

  • Personeel van een MFC of revalidatiecentrum 

  • Mobiele begeleiders en GIO-begeleiders 

  • Tolken voor doven en slechthorenden

  • Onderzoekers in opdracht van het departement Ondewijs en Vorming

  • ...

De voorbeelden zijn niet-limitatief en kunnen door een school uitgebreid of ingeperkt worden na risicoanalyse. Of toegang tot de school nog mogelijk is, is ook afhankelijk van de lokaal genomen maatregelen.

Ga altijd eerst na of er mogelijkheden zijn om de school op een alternatieve manier dan via fysiek contact te ondersteunen. Nodig de derden uit om daarover mee na te denken.

Ga ook na hoe je kan voorkomen dat essentiële derden kort na elkaar in verschillende klasgroepen terechtkomen.

Maak duidelijke afspraken met derden (catering, schoonmaak, leverancier, ondersteuningsnetwerken …) en communiceer die schriftelijk. Hou bij deze afspraken rekening met het onderscheid tussen de essentiële en de niet-essentiële derden (bv. niet-dringende leveringen).

Wat zijn essentiële bijeenkomsten? - UPDATE 10 november

Activiteiten voor volwassenen worden maximaal contactloos (digitaal) georganiseerd. Vanaf fase oranje kunnen enkel bijeenkomsten die essentieel zijn voor het onderwijs uitzonderlijk fysiek doorgaan. De veiligheidsmaatregelen die gelden voor de volledige samenleving moeten altijd nageleefd worden: draag een mondmasker, hou voldoende afstand en ventileer voldoende de ruimte. 

Of toegang tot de school nog mogelijk is, is ook afhankelijk van de lokaal genomen maatregelen.

Ga altijd eerst na of er mogelijkheden zijn om de school op een alternatieve manier dan via fysiek contact te ondersteunen. Nodig de derden uit om daarover mee na te denken.

Mogen stagebegeleiders uit de lerarenopleiding hun stagiairs op school bezoeken?

Ja. Stage is een essentieel onderdeel van de opleiding en stagebegeleiding maakt deel uit van de stage. Stagebegeleiders zijn dus essentiële derden.

Alle verplaatsingen in het kader van onderwijs zijn essentiële verplaatsingen.  

Je kan uiteraard in overleg met de instelling voor hoger onderwijs bekijken of er alternatieven voor een bezoek ter plaatse zijn.

Organisatie van je school
Hoe plan en organiseer ik na 16 november het contactonderwijs en afstandsonderwijs? UPDATE 9 november

In het basisonderwijs geef je 100% contactonderwijs.

In de 1e graad secundair onderwijs kan je eventueel beperkt afstandsonderwijs organiseren.

In de 2e en 3e graad secundair onderwijs en in de kwalificatie- en integratiefase BuSO OV3 organiseer je een systeem met maximaal 50% contactonderwijs. 

Bij het uitwerken van mogelijke scenario’s voor 50% contactonderwijs wordt het advies gevolgd van de virologen om de verplaatsingen per dag te verminderen en om zoveel als mogelijk contacten te beperken. Dat kan bijvoorbeeld door:

  • Halve klassen week-om-week les te geven. Dat is het beste wat je kan doen, want zo hebben minder leerlingen in de klas contact met elkaar en je vermijdt drukte op het openbaar vervoer.
  • Halve klassen een aantal volle dagen per week les te geven. Zo hebben minder leerlingen in de klas contact met elkaar.
  • Hele klassen dag-om-dag les te geven. Zo hebben minder leerlingen in de school contact met elkaar.
  • Een deel van de leerlingen volgt elke voormiddag les en een ander deel elke namiddag. Dat wordt door de virologen sterk afgeraden, omdat hierdoor extra verplaatsingen worden gegenereerd en het besmettingsrisico dus toeneemt. Dat doe je beter niet.

Voor de meest kwetsbare leerlingen, zeker in het buitengewoon onderwijs, organiseer je in elk geval contactonderwijs.
Vraag hulp aan je pedagogische begeleidingsdienst bij het organiseren van afstandsonderwijs.

Lees meer over afstandsleren.

Hoe veilig examens organiseren? NIEUW 19 november

Grote leerlingenstromen vermijden en verplaatsingen beperken blijft ook bij de organisatie van examens het uitgangspunt. Code oranje blijft gelden voor het basis- en secundair onderwijs, code rood voor het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs.

Uit de laatste cijfers van het CLB weten we dat de helft van de besmettingen bij leerlingen zich voordoen bij leerlingen 2de en 3de graad secundair onderwijs. Het blijft dus van belang om ook bij het organiseren van de examens de contacten maximaal te beperken.

Blijf de volgende basisprincipes hanteren:

  • Veilig examens organiseren: 

    • Ventileer en verlucht de lokalen.
    • Was of ontsmet de handen bij het binnenkomen van een lokaal.
    • Hou zoveel mogelijk afstand tussen leerlingen/cursisten en personeel.
    • Draag steeds een mondmasker, ook tijdens het examen.
  • Iedereen heeft recht op een faire evaluatie.
  • Aandacht voor examens in functie van onderwijsloopbaanbegeleiding van leerlingen.
  • Stem lokaal goed af met personeelsleden, leerlingen, cursisten en ouders. Maak duidelijke afspraken en communiceer deze helder naar iedereen. 
  • Bij vragen rond evaluatie en klassenraden kan je steeds beroep op de ondersteuning van de pedagogische begeleidingsdienst.

Veiligheidsadviezen

Extra aandacht voor volgende veiligheidsadviezen:

  • Leerlingen en cursisten verplaatsen zich bij voorkeur op eigen kracht en/of met eigen vervoer naar de plaats van het examen.
  • De toegang tot de examenplaats gebeurt via éénrichtingsverkeer en gemarkeerde loopwegen. Leerlingen/cursisten wachten bij voorkeur in openlucht. Na het examen verlaten leerlingen en cursisten indien mogelijk onmiddellijk en individueel de locatie.
  • Zoek indien nodig en indien mogelijk alternatieve examenlocaties (sportzalen, grote vergaderzalen, feestzalen,...). Ga hierover in overleg met het lokaal bestuur, privéondernemingen, vzw’s ...
  • Reinig de werkbladen en andere oppervlakten voor elk examen grondig. Ook materiaal en computers moeten voor gebruik grondig gereinigd worden. Laat zo weinig mogelijk materiaal (geodriehoek, tekenmateriaal, gereedschappen, rekenmachine ...) uitwisselen.
  • Zieke leerlingen, cursisten en personeelsleden blijven thuis. Als een leerling of cursist ziek wordt tijdens een examen, wordt hij volgens de geldende richtlijnen apart gezet tot hij naar huis kan.

Basisonderwijs

In het basisonderwijs kan de gewone werking doorgaan, uiteraard volgens de richtlijnen.

Secundair onderwijs

Een examensituatie is in principe veiliger dan een lessituatie (leerlingen werken in stilte en verder uit elkaar). Het mengen van klasgroepen is mogelijk, zolang de basisprincipes rond veiligheid gerespecteerd worden.

Leerlingen 1ste graad 

  • Momenteel voltijds naar school, beperkt afstandsonderwijs is mogelijk.
  • Het organiseren van examens kan volgens de normale werking. Hou wel rekening met examens van andere graden en vermijd zo dat er te veel leerlingen tegelijkertijd aanwezig zijn op school.

Leerlingen 2de en 3de graad 

  • Momenteel maximaal 50% contactonderwijs om de verplaatsingen per dag te verminderen en zoveel mogelijk contacten te beperken.
  • Mogelijke lesscenario’s op dit moment:
    • Halve klassen week-om-week lesgeven (= virologisch beste scenario)
    • Halve klassen een aantal volle dagen per week lesgeven
    • Hele klassen dag-om-dag les te geven
    • Een deel van de leerlingen volgt elke voormiddag les en een ander deel elke namiddag (= virologisch sterk afgeraden)

Als je dit vertaalt naar de examenperiode, zijn er verschillende overwegingen die je kan meenemen in je denkproces: 

  • Alternatieven voor een schriftelijk examen: bijvoorbeeld een mondeling (online) examen, permanente evaluatie, examenopdracht voor thuis, digitaal meerkeuze-examen, open boek ...
  • Examenduur beperken om zo te vermijden dat grote groepen lang in eenzelfde lokaal moeten verblijven.
  • Verschillende starturen van het examen van andere leerlingengroepen om de leerlingenstromen te beperken en te scheiden.
  • Examenperiode zo efficiënt mogelijk en verspreid mogelijk organiseren

Het is belangrijk om je schoolteam, leerlingen en ouders te betrekken bij je denkproces. Maak met hen duidelijke afspraken en communiceer helder.

  • Het organiseren van studie op school is mogelijk. Respecteer daarbij de basisprincipes rond veiligheid en beperk deze studie tot leerlingen die het echt nodig hebben (bijvoorbeeld moeilijke thuissituatie).
  • Het blijft mogelijk om af te wijken van de leerlingenevaluatie zoals opgenomen in het schoolreglement mits inspraak van de schoolraad en het LOC.
  • Voor een aantal doelen is evaluatie op dit moment moeilijk of onmogelijk (bijvoorbeeld zwemmen). Met de sociale partners en werk wordt bekeken hoe stages en duaal leren in coronatijd aangepakt worden. Dezepdf bestandLeidraad voor werkplekleren (273 kB) geeft je al meer informatie.
  • De evaluatie van praktijkvakken gebeurt in heel wat scholen onder de vorm van permanente evaluatie en/of in kleine groepen.
  • De mogelijkheid van het inzetten op remediërende maatregelen (bijvoorbeeld vakantietaken..) blijft gelden.
  • Neem voldoende tijd om de resultaten te bespreken met ouders en leerlingen. Kies bij voorkeur voor digitale of telefonische oudercontacten. Uitzonderlijk is een oudercontact op school wel mogelijk (bv. bij slechtnieuwsgesprekken). Leerlinggesprekken kunnen op school of digitaal.
  • Wees extra waakzaam voor het welbevinden van leerlingen. Besteed expliciete aandacht aan de onderwijsloopbaanbegeleiding. Veranderen van studierichting kan tot en met 15 januari 2021. Nadien is een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad nodig. Ga nu reeds met je schoolteam na hoe je leerlingen die van studierichting of school veranderen na de kerstvakantie zo goed mogelijk kan integreren.
Hoe registreer ik instappers na de verlengde herfstvakantie? NIEUW 3 november
  • Leerlingen die al ingeschreven waren voor de instapdag 9 november 2020 (kinderen geboren tot en met 9 mei 2018) blijven geregistreerd met instapdag 9 november
  • De leerlingen die nu bijkomend kunnen instappen, naar aanleiding van de verschuiving van de instapdag naar 16 november 2020, worden geregistreerd met instapdag 16 november 2020.
  • Voor leerlingen die je intussen al geregistreerd had met instapdag 12 november 2020  hoef je niets aan te passen.  Je kan 12 november behouden.
     
Kunnen kinderen geboren voor 17 mei 2018 instappen op 16 november? UPDATE 30 oktober

Ja, dat kan.

De instapdatum na de hefstvakantie was voorzien op 9 november. Door de verlenging van de herfstvakantie wordt dat nu 16 november.  Kinderen die op 16 november 2,5 jaar zijn mogen instappen. Dat betekent dat kinderen geboren voor 17 mei 2018 die dag mogen instappen.

Hoe organiseer ik de inschrijvingen? UPDATE 28 oktober

Inschrijvingen voor huidig schooljaar (2020-2021)

Fase geel

  • In fase geel kunnen inschrijvingen op een normale manier (fysiek) plaatsvinden. Je kan ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen.
  • Neem de nodige veiligheids- en hygiënemaatregelen in acht die in deze fase gelden.

Fase oranje

  • In fase oranje gebeuren de inschrijvingen, in basis en secundair onderwijs, op afstand (bijvoorbeeld digitaal of telefonisch). Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen.
  • Scholen kunnen ook ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor een rondleiding of het formaliseren van de inschrijving ( handtekenen, welkomstgesprek…). Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met ten hoogste 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie weinig toegang heeft tot digitale alternatieven. Het formaliseren van de inschrijving kan op afstand en elektronisch.

Fase rood

  • In deze fase gebeuren de inschrijvingen, in basis en secundair onderwijs, uitsluitend op afstand (bijvoorbeeld digitaal of telefonisch).
  • Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen.
  • Ouders of kandidaat-leerlingen op school ontvangen is niet toegestaan. Formaliseer een inschrijving eventueel later, wanneer dat wel weer kan en respecteer de chronologie. Het formaliseren van de inschrijving kan op afstand en elektronisch.

Inschrijvingen voor volgend schooljaar (2021-2022)

  • Hou rekening met een mogelijke verstrenging van het pandemieniveau voor inschrijvingen voor volgend schooljaar (2021-2022).
  • Verwacht je kampeerrijen voor de inschrijvingen voor schooljaar 2021-2022? Vermijd dan kamperende ouders door de inschrijvingen te laten plaatsvinden op afstand. Dat kan via een (gezamenlijke) digitale aanmeldingsprocedure
  • Scholen kunnen tegen 15 november 2020 een voorstel van aanmeldingsprocedure indienen bij de Commissie inzake Leerlingenrechten.
    Scholen kunnen ook nadien nog een voorstel indienen, uiterlijk op 17 januari 2021. Er geldt dan wel een verkorte beroepsprocedure.  
  • Maakt je school deel uit van een LOP? Maak dan op tijd afspraken met het LOP over de inschrijvingen voor volgend schooljaar. 
  • Opendeurdagen zijn mogelijk in het basisonderwijs in fase geel. In het secundair onderwijs zijn ze enkel mogelijk in fase groen.

Fase geel

  • In fase geel kunnen inschrijvingen op een normale manier (fysiek) plaatsvinden in het basisonderwijs, als de nodige  veiligheids- en hygiëne maatregelen gerespecteerd worden
  • Inschrijvingen in het secundair onderwijs en ook in de hogere leerjaren van het gewoon secundair onderwijs en de leertijd kunnen enkel op afstand (bij inschrijvingen op afspraak kan immers de chronologie niet gegarandeerd worden).
  • Inschrijvingen van toegewezen leerlingen na een aanmeldingsprocedure kunnen op afspraak gebeuren. Ook inschrijvingen die starten voor de eerste schooldag van maart in scholen die geen leerlingen weigeren, kunnen op afspraak.
  • Scholen secundair onderwijs kunnen ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor een rondleiding of het formaliseren van de inschrijving (handtekenen, welkomstgesprek…). Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met max. 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie verminderde toegang heeft tot digitale alternatieven.  
  • Het formaliseren van de inschrijving kan op afstand en elektronisch

Fase oranje

  • In fase oranje gebeuren de inschrijvingen, in basis en secundair onderwijs, op afstand (digitaal of telefonisch). Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen. 
  • Inschrijvingen van toegewezen leerlingen na een aanmeldingsprocedure kunnen op afspraak gebeuren. Ook inschrijvingen die starten voor de eerste schooldag van maart in scholen die geen leerlingen weigeren, kunnen op afspraak.
  • Scholen kunnen ouders en (kandidaat-) leerlingen op school ontvangen voor bv. een rondleiding of voor het formaliseren van de inschrijving (bv. handtekenen, welkomstgesprek…). Deze contacten zijn uitzonderlijk: als er geen leerlingen op school zijn, op individuele afspraak, met max. 3 personen, volgens de veiligheidsmaatregelen en enkel voor wie verminderde toegang heeft tot digitale alternatieven.
  • Het formaliseren van de inschrijving kan op afstand en elektronisch

Fase rood

  • In fase rood gebeuren de inschrijvingen, in het basis en secundair onderwijs, uitsluitend op afstand (digitaal of telefonisch). Dit geldt voor alle inschrijvingen in het basis- en secundair onderwijs, ook voor de inschrijvingen voor de hogere leerjaren van het gewoon secundair onderwijs en de leertijd.
  • Respecteer altijd de chronologie van de inschrijvingen. 
  • Ouders of kandidaat-leerlingen op school ontvangen is niet toegestaan. Formaliseer een inschrijving bij voorkeur elektronisch in deze fase. Dit kan ook op school, eens dat weer kan conform de veiligheidsmaatregelen in fase oranje of geel. 

Inschrijvingen digitaal of op afstand organiseren

  • Als je school in LOP-gebied ligt, maak je hierover afspraken in het LOP.
  • Je school kan:
    • De inschrijvingen laten voorafgaan door aanmeldingen
    • Rechtstreeks laten inschrijven op afstand (bijvoorbeeld digitaal).
  • Voor de hogere leerjaren van het secundair onderwijs kan uitsluitend rechtstreeks ingeschreven worden op afstand.

Aanmelden

 

  • Aanmelden betekent dat ouders vooraf kenbaar maken in welke school of scholen ze hun kind willen inschrijven, waarbij een volgorde in keuze wordt aangegeven. De beschikbare plaatsen worden dan toegekend aan de hand van bepaalde criteria.
  • Dien uiterlijk op 15 november 2020 of uiterlijk op 17 januari 2021 een voorstel tot aanmeldingsprocedure in bij de CLR.
  • Ga na of er scholen aanmelden in je gemeente. Samen aanmelden heeft voordelen.
  • Meer info over aanmelden:

Rechtstreeks inschrijven op afstand (bijvoorbeeld digitaal)

  • Digitale inschrijvingen gebeuren chronologisch (volgens het moment dat in het inschrijvingsregister wordt genoteerd). Vermijd digitaal inschrijven indien mogelijk als je een capaciteitsprobleem hebt en dus leerlingen zal moeten weigeren op basis van capaciteit. Voorzie een performant systeem, zodat bij eventuele klachten de volgorde van de inschrijvingen gereconstrueerd kan worden.
  • Communiceer zo breed mogelijk. Maak de start en de wijze van inschrijvingen breed bekend. Communiceer met zoveel mogelijk partners en via verschillende kanalen (andere scholen in de gemeente, CLB, doelgroeporganisaties, website, sociale media, gemeentelijke infokanalen, affiche aan de schoolpoort …).
  • Een inschrijving is definitief als het schoolreglement en het pedagogisch project is ondertekend. Dit kan dit schooljaar op afstand en elektronisch, bijvoorbeeld met een elektronische handtekening, scan of foto van de ondertekening of een akkoordverklaring via een webformulier.
  • De eerste kennisgeving, tijdens de inschrijvingsperiode, van een ouder of leerling dat hij wil inschrijven wordt aanzien als het moment dat geregistreerd wordt in het inschrijvingsregister.
  • Voorzie ondersteuning voor ouders, bijvoorbeeld telefonisch, en bezorg schoolreglementen per post aan ouders waar nodig.
  • Respecteer de regels rond de voorrangsgroepen.
  • Stuur ouders een bevestiging per mail of brief dat de leerling ingeschreven is.
  • Als een leerling niet kan worden ingeschreven bezorg je ook nu een weigeringsdocument (mededeling van niet-gerealiseerde inschrijving):
  • Weigeringen kunnen dit schooljaar ook elektronisch aan de ouders bezorgd worden en moeten worden gemeld via het schoolsoftwarepakket aan AGODI.

Nieuw inschrijvingsdecreet?

Omdat scholen zich de rest van het schooljaar op hun kerntaak, lesgeven, kunnen toeleggen, moeten scholen maximaal ademruimte krijgen. Daarom wordt de implementatie van het nieuwe inschrijvingsdecreet met 1 jaar uitgesteld tot 1 september 2021 voor de inschrijvingen voor het schooljaar 2022-2023. Zo kunnen scholen hetzelfde inschrijvingsregister en model van niet-gerealiseerde inschrijving blijven gebruiken voor inschrijvingen voor het schooljaar 2021-2022.
 

Hoe moet je de leerlingen die tijdelijk onderwijs aan huis volgen doorsturen via de Edisonzending? UPDATE 21 oktober

Door de coronacrisis zijn er twee bijkomende doelgroepen die recht hebben op tijdelijk onderwijs aan huis: leerlingen die behoren tot een risicogroep en leerlingen die samenleven met een risicopatiënt. Beide doelgroepen registreer je als ‘chronisch zieke leerlingen’. De code voor beide doelgroepen is RG. De codes voor alle groepen leerlingen bij tijdelijk onderwijs aan huis vind je hieronder: 

Code Omschrijving
CZ Chronisch ziek
LZ Langdurig ziek
MR Moederschapsrust
RG

Risicogroep:

  • Leerling die behoort tot een risicogroep
  • Leerling die samenleeft met een risicopatiënt

 

Hoe organiseer je de lessen lichamelijke opvoeding? - UPDATE 2 december

Corona laat voorlopig niet toe dat aan alle lesdoelen L.O. even intensief kan worden gewerkt. Leraren L.O. kunnen de focus leggen op thema's die zeker nu van belang zijn voor het welbevinden van leerlingen. Bijvoorbeeld ademhalings-en ontspanningstechnieken, tussenin voldoende (voor, tijdens en na afstandslessen) bewegen, EHBO of aandacht voor een gezonde levensstijl,...

Voor vragen over lesdoelen L.O. kunnen leraren terecht bij de pedagogische begeleidingsdiensten. Specialisten zoals MOEV, BVLO en het Vlaams Instituut Gezond Leven helpen schoolteams met materiaal dat ze in deze coronatijd kunnen gebruiken (webinars, delen van goede praktijk, challenges bij afstandsonderwijs, leerlijn beweging,...) 

Algemene richtlijnen voor de organisatie: 

  • De lessen L.O. gaan maximaal contactloos en zoveel mogelijk buiten door. Buiten is de kans op besmetting kleiner door voldoende luchtcirculatie, indien er afstand wordt gehouden. 

  • Indoor gaan de lessen altijd door in goed geventileerde/verluchte ruimtes.

  • Een klasgroep mag zich samen buiten verplaatsen mits de nodige voorzorgsmaatregelen: respecteren van voldoende afstand tot 'derden' en het dragen van mondmaskers wanneer nodig (voor leerlingen +12 jaar). 
  • Sporten en bewegen buiten de schoolmuren worden niet als extramurosactiviteit beschouwd. Zij vormen tevens een uitzondering op het samenscholingsverbod.
  • Zwembaden mogen sinds 1 december terug open als de veiligheidsmaatregelen gerespecteerd worden.  Voor het gebruik van zwembaden wordt rekening gehouden met prioriteiten. Zwemlessen voor het basisonderwijs (zelfredzaamheid) krijgen hierbij prioriteit, vervolgens sportonderwijs (zowel sportscholen als de lerarenopleiding) en dan het secundair onderwijs. Scholen met een eigen zwembad mogen dit openen volgens de geldende regels.
    Verplaatsingen naar het zwembad gebeuren zo veel als mogelijk te voet of per fiets.  Indien er toch gebruik gemaakt wordt van een bus, worden de eerder uitgewerkte richtlijnen voor het gebruik van busvervoer gevolgd. Vertrekpunt is de risicoanalyse. Personeel draagt mondmaskers en leerlingen ouder dan 12 jaar dragen zo maximaal mogelijk mondmaskers.

Specifiek voor basisonderwijs: 

  • Voor leerlingen in het basisonderwijs blijven alle indoor-en outdoor sportactiviteiten, met uitzondering van de zwemlessen, mogelijk. De lessen L.O. kunnen doorgaan zoals eerder voorzien.

  • Kleedkamers kunnen enkel gebruikt worden als ze voldoende gereinigd worden na ieder gebruik van een groep leerlingen. Leerlingen van het basisonderwijs hoeven geen afstand te houden in de kleedkamers.

  • Sportinfrastructuur van lokale overheden kan altijd worden opengesteld voor de lessen L.O.

Specifiek voor het secundair onderwijs

  • Laag intensieve contactloze lessen lichamelijke opvoeding kunnen indoor gegeven worden. Bij indoor activiteiten wordt steeds de onderlinge afstand van 1.5 meter bewaard.

  • Leerlingen dragen indoor verplicht een mondmasker bij oefeningen waarbij een vluchtig contact mogelijk is. Bij oefeningen waarbij meer dan de nodige afstand gegarandeerd kan worden,  is een mondmasker niet verplicht.

  • Matig intensieve beweegactiviteiten worden buiten gegeven.
  • Contactloos (fysieke) beweeg- en sportactiviteiten en individuele oefenvormen krijgen de voorkeur, bijvoorbeeld opdrachten- of bewegingsparcours.
  • Indoor-sportinfrastructuur van lokale overheden kan altijd worden opengesteld voor de lessen L.O. De betrokken infrastructuur wordt (enkel) voor deze lesuren beschouwd als onderdeel van de schoolse activiteiten en -infrastructuur waar de voorliggende veiligheidsregels van toepassing zijn. 

Hierdoor worden technische en tactische oefenvormen terug mogelijk, waardoor de leerkrachten (vooral in sportrichtingen) verder aan leerplanrealisatie kunnen werken

  • Douches blijven gesloten. De kleedkamers kunnen gebruikt worden op voorwaarde dat volgende regels gevolgd worden :
  • Handen desinfecteren
  • Mondmaskers verplicht
  • Grondige reiniging na iedere klasgroep
  • Voldoende ventilatie
  • Gebruik van materiaal is toegestaan. Na elke les/groep worden contactpunten gereinigd.

 

Mag je zwemlessen organiseren? UPDATE 2 december

Zwembaden mogen sinds 1 december terug open als de veiligheidsmaatregelen gerespecteerd worden.  Zwemlessen voor het basisonderwijs (zelfredzaamheid) krijgen hierbij prioriteit, vervolgens sportonderwijs (zowel sportscholen als de lerarenopleiding) en dan het secundair onderwijs. Scholen met een eigen zwembad mogen dit openen volgens de geldende regels.
Verplaatsingen naar het zwembad gebeuren zo veel als mogelijk te voet of per fiets.  Indien er toch gebruik gemaakt wordt van een bus, worden de eerder uitgewerkte richtlijnen voor het gebruik van busvervoer gevolgd. Vertrekpunt is de risicoanalyse. Personeel draagt mondmaskers en leerlingen ouder dan 12 jaar dragen zo maximaal mogelijk mondmaskers.

Kunnen de levensbeschouwelijke vakken doorgaan in fase oranje? - UPDATE 13 november

Ja, dat kan. De nadruk ligt op de realisatie van de leerplannen van de eigen levensbeschouwing.

Basisonderwijs

  • De directies zijn ervoor verantwoordelijk dat de leermeesters in alle scholen onderwijs op basis van hun leerplan kunnen blijven voorzien. Geeft een leermeester in verschillende scholen les, beperk dan de gespreide lesopdrachten in de mate van het mogelijke tot 2 onderwijsinstellingen. Om schoolorganisatorische redenen kan hiervan afgeweken worden.
    Directies overleggen in welke school/scholen de leermeester fysiek aanwezig is. Indien directies onderling niet tot een consensus komen, kan het advies van de inspecteur-adviseurs worden ingeroepen die met elkaar in overleg gaan. 

  • Als het ‘normale’ uurrooster toch niet kan gevolgd worden omdat klasgroepen voor de levensbeschouwelijke vakken niet kunnen samengevoegd worden: probeer pragmatisch, veilig en haalbaar een aanbod levensbeschouwelijk onderwijs te organiseren. Bijvoorbeeld:
    • Organiseer een beurtrolsysteem met de verschillende klassen
    • Werk in de klasgroepen met de verschillende levensbeschouwelijke vakken

Je mag klasgroepen samenzetten, maar zet de verschillende groepen dan op voldoende afstand van mekaar en voorzie vaste plaatsen.

  • Projecten rond interlevensbeschouwelijke competenties kunnen alleen doorgaan als alle leermeesters levensbeschouwelijke vakken aanwezig zijn. De uitwerking van de projecten en hun frequentie gebeurt op basis van de adviezen van de Commissie Levensbeschouwelijke Vakken. 

Secundair onderwijs

  • Als in een klasgroep slechts één levensbeschouwing wordt onderwezen, gaan de lessen gewoon door.
  • Je mag de leerlingen mengen om ze te laten deelnemen aan de lessen in hun levensbeschouwelijk vak.
  • Als het mengen van klasgroepen niet meer mogelijk zou zijn, verlopen de lessen levensbeschouwelijke vakken via opdrachten onder begeleiding. Via co-teaching kan, met respect voor de levensbeschouwelijke diversiteit, ook op didactisch verantwoorde wijze les worden gegeven.  
  • Als de school afstandsonderwijs organiseert, zullen de leraren levensbeschouwelijke vakken via deze middelen hun leerplan realiseren zoals de leraren van andere vakken dat doen. 
  • Gezamenlijke projecten rond interlevensbeschouwelijke competenties blijven mogelijk.
  • Beperk gespreide lesopdrachten in de mate van het mogelijke tot 2 onderwijsinstellingen

Moet je afstandsleren organiseren voor leerlingen in quarantaine?

Het kan dat sommige leerlingen en klassen meerdere keren in quarantaine moeten dit schooljaar. Dit betekent niet altijd dat ze ziek zijn. Je kan dan een vorm van afstandsleren (bv. digitaal of op papier) organiseren, zodat leerlingen in quarantaine geen leerachterstand opbouwen.

Ga met je team na hoe je afstandsleren kan organiseren. Bouw verder op de ervaringen met afstandsonderwijs van vorig schooljaar.

Communiceer steeds op voorhand naar ouders, zodat zij op de hoogte zijn van hoe hun kind de leerstof kan bijhouden. 

Indien nodig, kan je voor sommige leerlingen ook tijdelijk de nodige infrastructuur ter beschikking stellen.

Kan je schriftelijke oefeningen, examens of toetsen organiseren?
  • Bekijk eerst of het echt noodzakelijk is om een schriftelijke oefening, toets of examen te laten maken. Zijn er alternatieven? Geef dan de voorkeur aan een werkwijze waarbij je het doorgeven van materiaal vermijdt.
  • Wil je toch een oefening, toets of examen op papier laten maken? Volg dan zeker alle regels rond handhygiëne
Hoe ga je om met discussies of pestgedrag rond corona in de klas?

Ook op school leidt corona tot discussies. Dat kan je merken in de klas en op de speelplaats. Soms gebeurt het zelfs dat leerlingen gepest of uitgesloten worden, omdat ze bijvoorbeeld positief getest hebben.

Praat over de coronaregels

Lees hoe je omgaat met:

Mogen leerlingen voedsel bereiden en tijdens de lessen opeten?

Toepassingsgebied: enkel voor didactische lessen zoals kooklessen, niet voor richtingen zoals horeca, bakkerij en slagerij. Zij vinden meer informatie op:

De kans dat je besmet geraakt door contact met levensmiddelen is, volgens wetenschappelijk onderzoek, zeer klein.  Pas wel de maatregelen voor persoonlijke, voedsel- en arbeidshygiëne strikt toe, zoals:

  • Reinig en ontsmet regelmatig oppervlakken en voorwerpen zoals tafels en materialen.
  • Niet-personeelsleden zoals ouders, grootouders, andere derden mogen de leslokalen waar het voedsel wordt bereikt niet binnen.

Basisonderwijs

In het basisonderwijs mag je voedsel bereiden tijdens de lessen, tenzij je preventieadviseur anders oordeelt op basis van de risicoanalyse. 

Secundair onderwijs

In het secundair onderwijs kan je om bepaalde lesdoelen te bereiken vanaf fase geel wel nog voedsel bereiden als je een aantal regels volgt:

  • Beperk de circulatie van leerlingen tijdens de kooklessen en hou zo veel mogelijk afstand.
  • Pas de HACCP-regels toe.
  • Draag altijd een mondmasker en een koksmuts of haarnetje.
  • Zorg voor een lokaal dat je kan verluchten en ventileren.
  • Vermijd dat het gereedschap zoals messen en keukenhanddoeken door verschillende leerlingen/personeelsleden wordt gebruikt. Als dit niet kan, reinig en ontsmet je regelmatig het materiaal.
  • Voorzie in de leslokalen voldoende reinigings- en ontsmettingsproducten , ontsmettende handgels, handwasbakjes met ontsmettende zeep…
  • Handen wassen of ontsmetten is belangrijk. Doe dit:
    • Vóór en na de bereiding.
    • Elke keer dat je materiaal heb aangeraakt.
  • Iedereen werkt bij voorkeur aan slechts één gerecht. Met meerdere personen aan één gerecht werken is af te raden, omdat de afstand dan niet kan gerespecteerd worden. Lukt dit niet, dan zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig. Probeer in elk geval de verplaatsingen in het leslokaal zo veel mogelijk te beperken en kruislijnen te vermijden.
  • Gebruik zoveel mogelijk papieren tafellakens, napperons, placemats, servetten.
  • Zet geen boterpotjes, zout- en pepervaatjes, olie en azijn, ketchupflesjes, broodmandjes, siervoorwerpen, … op tafel. Geef de voorkeur aan individueel verpakte porties. Je mag die zelf bereiden.
  • Als je de bereiding in de klas opeet, doe je je mondmasker pas af op het moment dat je begint te eten.
  • Eén persoon schept de bereide gerechten op.
  • Maatregelen bij het afwassen van het gebruikte materiaal:
    • Glazen, tassen, servieswerk, bestekken reinig en spoel je na ieder gebruik met zeep bij voorkeur in de afwasmachine bij meer dan 60 ° C.
    • Was je met de hand af, dan is het aangeraden om heet water en detergent te gebruiken. Eventueel kan je naspoelen met koud drinkbaar water.
    • Kan je niet met heet water afwassen?
      • Ververs regelmatig het water.
      • Gebruik steeds voldoende detergent. Volg de aanbevelingen van de producent.
      • Laat de glazen voldoende lang weken in het water met detergent.
      • Spoel na met drinkbaar water.
      • Gebruik een afwasbak voor het afwassen en een andere afwasbak voor het naspoelen. Laat de glazen goed uitlekken en drogen voor je ze opnieuw gebruikt. Droog bij voorkeur niet af met een handdoek. Kan het niet anders, zorg er dan voor dat je zo vaak als nodig een propere handdoek neemt. Was de handdoeken steeds na gebruik.
      • Was je handen voor je de gewassen glazen aanraakt.
      • Reinig de oppervlaktes waarop je de bereidingen klaarmaakte met warm water en zeep. Soms is reiniging beter dan een ontsmettingsmiddel verkeerd gebruiken. De meeste van de gebruikelijke ontsmettingsmiddelen zijn goed tegen Covid-19 als je de gebruiksvoorwaarden naleeft. Kijk altijd naar de gebruiksaanwijzingen.
      • Gaat de afwas naar de schoolkeuken? Zorg ervoor dat slechts één iemand de afwas wegbrengt naar de keuken.
Wat is de procedure voor een (gedeeltelijke) sluiting van een school wegens clusterbesmettingen?

Wanneer spreken we van een clusterbesmetting op school?

Als je op school minstens 2 aan elkaar gelinkte gevallen van COVID-19 hebt, is er sprake van clusterbesmetting. Onder school wordt verstaan een school voor kleuter-, lager en/of secundair onderwijs, een centrum leren en werken, Syntra Leertijd/ Duaal leren Secundair Onderwijs.
Deze procedure is ook van toepassing op onderwijsinternaten.

Besmetting melden

De CLB-arts meldt de clusterbesmetting aan de medische expert van de betrokken zorgraad. De CLB-arts bezorgt de medische expert specifieke informatie over de concrete situatie die zich voordoet. De medisch expert helpt via zijn/haar ervaring om: 

  1. samen met het netwerk van de zorgraad de verschillende signalen te onderzoeken of te analyseren, 
  2. bestuurlijke beslissingen te onderbouwen met medische argumenten om de volksgezondheid te beschermen. 

De medisch expert of zijn afgevaardigde kan in tweede lijn een advies vragen aan de artsen van het Team Infectieziektebestrijding van het Agentschap Zorg en Gezondheid

Als een personeelslid van de school betrokken is, wordt de arbeidsarts van de school geïnformeerd door de CLB-arts.

Overleg 

De CLB-arts en eventueel de arbeidsarts en de medische expert van de betrokken zorgraad overleggen samen welke maatregelen nodig zijn, waaronder de communicatie met ouders. Een mogelijke maatregel is het gedeeltelijk of volledig sluiten van een school (quarantaine).
De medische expert kan advies vragen aan de arts van het Team Infectieziektebestrijding van het Agentschap Zorg en Gezondheid.

(Gedeeltelijk) sluiten van één klas

De beslissing om over te gaan tot de sluiting van een gedeelte van een klas of een volledige klas wordt altijd genomen door de medische expert van de betrokken zorgraad na overleg met de CLB-arts of de arbeidsarts. De  CLB-arts deelt de beslissing van de gedeeltelijke of volledige sluiting mee aan de school. De medische expert informeert de burgemeester.

Het CLB maakt afspraken met de school over de latere heropstart van de school.

Meerdere klassen sluiten (gedeelte sluiting van een school)

De beslissing om over te gaan tot een gedeeltelijke sluiting van een school (meerdere klassen) wordt altijd genomen door de medische expert van de betrokken zorgraad na overleg met de CLB-arts of de arbeidsarts en de burgemeester. De burgemeester oordeelt of een bijeenkomst van de lokale crisiscel wel of niet nodig is om maatregelen te kunnen nemen omwille van de impact van de beslissing op de omgeving.  Het schoolbestuur (of haar afgevaardigde), de medische expert, de CLB-arts en de arbeidsarts van de school (indien een personeelslid betrokken is) worden betrokken bij het overleg van de lokale crisiscel.

Alle betrokkenen maken afspraken met het schoolbestuur over de latere heropstart van de school.

De hele school sluiten

Vanuit preventief oogpunt kan overwogen worden om de school volledig te sluiten, omdat het besmettingsgevaar zeer groot en alomtegenwoordig is. De medische expert van de betrokken zorgraad neemt het initiatief om de burgemeester en de federaal gezondheidsinspecteur te betrekken. De burgemeester roept de lokale crisiscel bijeen. De burgemeester beslist in overleg met de lokale crisiscel, het betrokken schoolbestuur op advies van de medische expert, de CLB-arts, de arbeidsarts van de school en de federaal gezondheidsinspecteur, over de sluiting van de school.

Alle betrokkenen maken afspraken met het schoolbestuur over de latere heropstart van de school.

De burgemeester brengt de gouverneur op de hoogte van de volledige sluiting van de school wegens een clusterbesmetting. De gouverneur meldt de volledige sluiting van de school aan het nationaal crisiscentrum.

Melden aan AGODI

De school meldt de beslissing van de gedeeltelijke of volledige sluiting omwille van een clusterbesmetting aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten:

Brondocument: Procedure sluiting van een school (pdf, 3 p.) (154 kB)

Noodopvang schoolkinderen bij sluiting van scholen

Zowel tijdens een schoolperiode als tijdens een vakantieperiode kan het nodig zijn om noodopvang voor schoolkinderen te organiseren. Onder bepaalde voorwaarden kan het lokaal bestuur hiervoor beroep doen op een subsidie. 
Lees meer op de website van lokaal bestuur.

Wat is de procedure voor een (gedeeltelijke) sluiting van een school wegens overmacht?

Het schoolbestuur kan beslissen dat de school sluit wegens overmacht, bijvoorbeeld als er te veel leerkrachten afwezig zijn.

Informeer de burgemeester. Hij oordeelt of een bijeenkomst van de lokale crisiscel wel of niet nodig is om maatregelen te kunnen nemen omwille van de impact van de beslissing op de omgeving. Het schoolbestuur, de medische expert, de CLB-arts en de arbeidsarts van de school kunnen betrokken worden bij het overleg van de lokale crisiscel.

De lokale crisiscel maakt afspraken met de school over de latere heropstart van de school.

De burgemeester brengt de gouverneur op de hoogte van de sluiting van de school wegens overmacht. De gouverneur meldt de sluiting van de school aan het nationaal crisiscentrum.

De school deelt de beslissing van de sluiting mee aan het CLB.

De school meldt de beslissing van de gedeeltelijke of volledige sluiting wegens overmacht aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten:

Het schoolbestuur beslist na overleg met de medische expert, de CLB-arts, de arbeidsarts van de school en de preventie-adviseur wanneer de school opnieuw kan opstarten. Het schoolbestuur informeert de burgemeester hierover.

Brondocument: Procedure sluiting van een school (pdf, 3 p.) (154 kB)

Noodopvang schoolkinderen bij sluiting van scholen

Zowel tijdens een schoolperiode als tijdens een vakantieperiode kan het nodig zijn om noodopvang voor schoolkinderen te organiseren. Onder bepaalde voorwaarden kan het lokaal bestuur hiervoor beroep doen op een subsidie. 
Lees meer op de website van lokaal bestuur.

Hoe organiseer je veilig leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs?

Om de vele ritten en de langere rijtijden te verminderen, zijn de eerdere maatregelen bijgestuurd. De basisprincipes blijven dezelfde.

  • Zowel leerlingen uit het buitengewoon basis- als leerlingen uit het buitengewoon secundair onderwijs mogen op 1 bus zitten. Je mag ritten dus zowel gemengd als gesplitst organiseren. De Lijn contacteert de school voor 11 september.
  • Wisselparkings mogen gebruikt worden.

Basisprincipes leerlingenvervoer buitengewoon basis- en secundair onderwijs 

  • Voer een grondige risicoanalyse uit, die in kaart brengt welke leerlingen hun mondmasker kunnen ophouden.  
  • De 1ste rij hou je altijd vrij, zodat er voldoende afstand is tussen de buschauffeur en busbegeleider én de leerlingen.  
  • Buschauffeur en busbegeleider dragen een mondmasker op de bus. De exploitant voorziet het mondmasker voor de buschauffeur; de school die voor de busbegeleider.
  • De school zorgt voor alcoholgel op de bus. 
  • Leerlingen stappen op in het midden of achteraan.
    • Geen deur in het midden of achteraan? De buschauffeur stapt eerst af, samen met de busbegeleider. De leerling stapt dan vooraan op. Daarna stappen de buschauffeur en busbegeleider terug op.   
    • Vermijd kruisen bij het opstappen. De FBAA (Federatie van de Belgische Autobus- en Autocarondernemers) schreef een procedure uit over hoe je dit kan vermijden. Vraag hier zeker naar bij het provinciaal aanspreekpunt van De Lijn. 
  • De exploitant reinigt de bus grondig voor de heen- én de terugrit. Pas na grondige reiniging mogen de busbegeleider en de leerlingen opstappen.  
  • Er zijn maximaal 2 rijmomenten per dag. Standaard is dat ’s ochtends en ’s avonds. Kies je om te werken met halve dagen, stem binnen de zone tijdig af met de andere scholen. Binnen eenzelfde zone kan De Lijn niet voor elke school een ander ritme aanhouden.  
  • Als een leerling ouder is dan 12 jaar, maar nog in het basisonderwijs les volgt, gelden de regels van het buitengewoon basisonderwijs.  

Vragen?

Lees in het pandemiescenario voor leerlingenvervoer hoe leerlingen veilig vervoerd kunnen worden van en naar hun school buitengewoon onderwijs.

 

Mag je je schoolsportinfrastructuur delen?
  • Ga na of het nog mogelijk is om je schoolinfrastructuur veilig te delen. De risicoanalyse houdt o.a. rekening met:
    • Het aantal personen: maximaal 50.
    • Inspanningen die de school op lokaal niveau doet om de school te kunnen openhouden.  
    • De haalbaarheid om de coronamaatregelen voor sport toe te passen, rekening houdende met die van onderwijs, bijvoorbeeld voor gebruik kleedkamers of douches, in-en uitstroom van leden van de sportvereniging, het gescheiden houden van groepen.   
  • Bekijk de overeenkomst met de derde: op basis van een overmachtsclausule in je overeenkomst kan je de overeenkomst eventueel schorsen.
Hoe registreer je de afwezigheden van je leerlingen? UPDATE 26 november

Het registreren van afwezigheden van leerlingen verloopt grotendeels terug zoals voor corona. Er worden opnieuw afwezigheidsattesten gevraagd. Uitgangspunt blijft wel wederzijds vertrouwen en open dialoog. 

Specifiek voor de corona-epidemie registreer je de afwezigheden van je leerlingen als volgt: 

  • Voltijds leerplichtige leerlingen die afwezig zijn omdat ze tot een risicogroep behoren of die afwezig zijn omdat iemand van het gezin behoort tot een risicogroep: code R (wettiging met doktersattest)
  • Voltijds leerplichtige leerlingen die afwezig zijn omdat ze in quarantaine zitten: code R
    • Na een reis uit een zone met veel besmettingen bevestigd door federale overheid via invullen Passenger Location Form: wettiging door de ouders (via bevestigingssms, quarantaineattest of schriftelijke verklaring ouders)  
    • Niet kunnen terugkeren uit het buitenland: wettiging door schriftelijke verklaring ouders 
    • Vermoeden van ziekte/besmetting bij de leerling zelf: wettiging door schriftelijke verklaring ouders of een quarantaine-attest. Zodra duidelijk is dat het om een besmetting/ziekte gaat, wordt het quarantaineattest, de bevestiging van een positieve test of het ziekteattest van de arts aan de school bezorgd (en krijgt de leerling afwezigheidscode Z) 
    • Quarantaine na contactonderzoek door CLB: wettiging door advies CLB
    • Quarantaine na hoog risicocontact: quarantaineattest, of wettiging door positieve test of ziekteattest gezinslid als het gaat om een hoog risicocontact binnen het gezin 
  • Leerlingen die niet op school verwacht worden: code X

Lees meer in de aangepaste omzendbrief NO/2020/01

Leerplichtige leerlingen die thuis worden gehouden zonder gegronde reden of weigeren afstandsonderwijs te volgen zonder gegronde reden, worden door de school geregistreerd met een code voor problematische afwezigheden (code B). De leerling wordt dan als spijbelaar beschouwd. Het is belangrijk om als school in gesprek te gaan met de ouders over de afwezigheid van hun kind. Verwijs hen door naar het CLB voor verdere ondersteuning. Maak eventuele angstgevoelens bespreekbaar. Als er geen oplossing wordt gevonden, kan het Groeipakket (voordien kinderbijslag) op termijn teruggevorderd worden.

Mag je extra-murosactiviteiten organiseren? - UPDATE 30 oktober

Dit is afhankelijk van de fase en onderwijsniveau.

Basisonderwijs

  • Fase geel: extra-murosactiviteiten kunnen doorgaan. Personeel en leerlingen leven wel de veiligheidsmaatregelen die gelden voor de samenleving na.
  • Fase oranje: extra-murosactiviteiten worden opgeschort behalve
    • Activiteiten waarvan de risicoanalyse uitwijst dat ze veiliger kunnen plaatsvinden buiten het schooldomein dan in eigen klaslokalen en waarbij je geen openbaar vervoer gebruikt.

Voorbeelden: lessen in openlucht, in lokalen met betere ventilatiesystemen, in grotere lokalen dan op school ... 

  • Fase rood: extra-murosactiviteiten worden opgeschort.

Secundair onderwijs

  • Fase geel en oranje: extra-murosactiviteiten worden opgeschort behalve:

    • Praktijklessen op verplaatsing en observatie-activiteiten in tso/bso

    • Activiteiten waarvan de risicoanalyse uitwijst dat ze veiliger kunnen plaatsvinden buiten het schooldomein dan in eigen klaslokalen en waarbij je geen openbaar vervoer gebruikt.

Voorbeelden: lessen in openlucht, in lokalen met betere ventilatiesystemen, in grotere lokalen dan op school ...

  • Fase rood: extra-murosactiviteiten worden opgeschort.
Mogen schoolraden, leerlingenraden en ouderraden doorgaan op school? - UPDATE 22 oktober

Vanaf fase oranje organiseer je alle bijeenkomsten, ook essentiële bijeenkomsten, maximaal digitaal. In fase geel mogen ze doorgaan op school, maar volg wel de regels die gelden voor de volledige samenleving. draag een mondmasker, hou voldoende afstand van elkaar en verlucht en ventileer voldoende de ruimte. Lees alle voorzorgsmaatregelen.

Mogen ouders op school komen?

Of ouders op school mogen komen, hangt af van de pandemiefase en het onderwijsniveau.

Basisonderwijs

Dit mag in fase groen (geen risico) en fase geel (laag risico), maar volg de regels die gelden voor de bredere samenleving. Vanaf fase oranje (matig risico) en fase rood (hoog risico) wordt de aanwezigheid van ouders op school vermeden. Er wordt verwacht dat ouders hun kinderen aan de poort afzetten en weer ophalen.

Secundair onderwijs

Dit mag in fase groen (geen risico), maar vanaf fase geel (laag risico), oranje (matig risico) en rood (hoog risico) wordt de aanwezigheid van ouders op school vermeden. Er wordt verwacht dat ouders hun kinderen aan de poort afzetten en weer ophalen. 

In een aantal gevallen kunnen ouders wel op school komen (basis- en secundair onderwijs):

  • Wanneer je een vraag of probleem hebt, neem dan zeker contact op met de school. De school bekijkt of het noodzakelijk is om een overleg te houden op school. De school laat dan aan jou weten waar je verwacht wordt en welke veiligheidsmaatregelen je moet naleven.
  • In fase groen (geen risico) en fase geel (laag risico) kunnen ouders op school meehelpen in het basisonderwijs (bv. klusjes, leesouders, activiteit van de ouderwerking). Dit gebeurt bij voorkeur wanneer er geen les is. Ouders die op school helpen, respecteren de algemene veiligheidsmaatregelen die voor de bredere samenleving gelden. Voor klusjes houden ze zich aan de afspraken in die sectoren.
  • Bekijk de lijst van essentiële derden.

Ouders dragen een mondmasker bij het brengen en halen van hun kinderen en wanneer ze de school betreden.

Bekijk ook

Mag je een koekenverkoop of andere verkoop organiseren op school?

Verkoop van koeken, planten en andere producten die de school in functie van haar lesactiviteiten zelf vervaardigt, worden toegelaten in de pandemiefase groen, geel en oranje. In fase rood is de verkoop verboden.

In alle pandemiefases respecteer je de regels van de respectievelijke sectoren.

In fase geel en oranje let je erop dat de verkoop van producten doorgaat op momenten dat er geen lesactiviteiten of andere activiteiten met leerlingen op school doorgaan. Je werkt zoveel mogelijk met digitale inschrijvingen en tijdslots, waardoor kopers weten wanneer ze hun product mogen afhalen en daardoor het risico op een besmetting vermindert.

Mag je een opendeurdag organiseren?

Of je een opendeurdag mag organiseren, hangt af van de pandemiefase en het onderwijsniveau.

Basisonderwijs

Je mag in principe een opendeurdag organiseren in fase geel, maar wees voorzichtig en volg alle veiligheidsmaatregelen die gelden voor de volledige samenleving. Het is aangeraden dat alle volwassenen en leerlingen vanaf 12 jaar een mondmasker dragen en afstand houden van elkaar. Je brengt nu beter geen grote groepen samen.

Vanaf fase oranje en rood wordt de aanwezigheid van ouders op school zoveel mogelijk vermeden en mag je dus geen opendeurdag organiseren.

Secundair onderwijs

Je mag geen opendeurdag organiseren in fase geel, oranje en rood. Vanaf fase geel wordt de aanwezigheid van ouders op school zoveel mogelijk vermeden.

Lees meer over de aanwezigheid van ouders op school.

Wat met voor- en naschoolse opvang? UPDATE 28 oktober
  • Voor- en naschoolse opvang georganiseerd door de school, volgt de veiligheidsvoorschriften uit de pandemiescenario's en draaiboeken. Als school leef je volgende veiligheidsmaatregelen na:

    • Begeleiders zijn zoveel mogelijk dezelfde per groep.
    • Kinderen moeten geen afstand houden van elkaar.
    • Volwassenen houden wel afstand van elkaar (personeel onderling, personen die de kinderen brengen/ophalen).
    • Kinderen moeten geen mondmasker dragen.
    • Volwassenen dragen een mondmasker bij contacten met andere volwassenen en leerlingen ouder dan 6 jaar, als de afstand niet gegarandeerd kan worden.
    • De kinderen mogen gebruikmaken van speeltuigen en speelgoed in openlucht, op voorwaarde dat ze voor en na het spelen de handen wassen. De toestellen hoeven na gebruik niet gereinigd te worden.
    • Laat kinderen zoveel mogelijk brengen en ophalen door dezelfde persoon. Duid aan waar ze kunnen wachten (bv. stickers op de vloer, instructies bij de inkom).
    • Ouders dragen een mondmasker wanneer ze hun kind brengen en ophalen.
  • Kinderen die als laagrisico zijn ingeschaald en/of als hoog risico en in hun waakzaamheidsperiode (zie info VWVJ)  zitten mogen naar de opvang, inclusief de voor- en naschoolse opvang. Leerlingen in quarantaine worden niet toegelaten.
  • Opvanginitiatieven erkend door of met attest van toezicht van het Agentschap Opgroeien, volgen de veiligheidsvoorschriften uit het draaiboek van het Agentschap Opgroeien.
Hoe organiseer je leerlingenstromen? - UPDATE 19 oktober

Kleuteronderwijs

Vanaf fase oranje en rood: beperk de leerlingenstromen en verplaatsingen van leerlingen. 

Lager onderwijs

  • Vanaf fase oranje en rood: beperk de leerlingenstromen en verplaatsingen van leerlingen. 
  • Beperk de in-en uitgangen in de school.
  • Voer éénrichtingsverkeer in. Als dit niet mogelijk is, werk dan met voorrangsregels.
  • Start op de speelplaats en laat de leerlingen klas per klas de school betreden.
  • Voorzie meer tijd voor verplaatsingen.

Secundair onderwijs

  • Vanaf fase oranje en rood: beperk de leerlingenstromen en verplaatsingen van leerlingen. 
  • Beperk de in-en uitgangen in de school.
  • Voer éénrichtingsverkeer in. Als dit niet mogelijk is, werk dan met voorrangsregels.
  • Start op de speelplaats en laat de leerlingen klas per klas de school betreden.
  • Leerlingen wachten in de gang op een veilige afstand van elkaar en betreden één voor één de ruimte.
  • Leerlingen nemen plaats in de klas op zo’n manier dat eerst de plaatsen het verst van de deur worden ingenomen en verlaten de klas waarbij wie het dichtst bij de deur zit eerst vertrekt.
  • Voorzie meer tijd voor verplaatsingen.
Waar moet je op letten bij sanitaire installaties en zwembaden?
Wat zijn de richtlijnen voor EHBO?
  • Lees de richtlijnen voor EHBO op school.
  • Voorzie digitale thermometers die vanop een zo groot mogelijke afstand kunnen werken. Indien niet beschikbaar, volstaan gewone thermometers, op voorwaarde dat ze na gebruik ontsmet worden.
  • Voorzie voldoende handschoenen en mondmaskers voor de hulpverleners.
Welke veiligheidsmaatregelen volgen internaten?

Met oog op het garanderen van het recht op leren, starten de internaten op vanaf september, onder voorbehoud van de evolutie van de besmettingen en onder specifieke veiligheidsvoorwaarden, afgestemd met de GEES.

Wat met leerlingen of personeelsleden die in het buitenland wonen? Mogen zij naar België komen?
  • Leerlingen en personeelsleden kunnen uit buurlanden naar België komen voor onderwijs. Ze mogen elke dag pendelen. Onderwijs is een essentiële verplaatsing.
  • Ook leerlingen en personeelsleden die in een rode zone wonen in het buitenland mogen naar België komen voor onderwijs. Zij zijn niet onderworpen aan de quarantainemaatregelen.

Lees meer.

Wat met de doorlichtingen van de onderwijsinspectie? Hoe gaan ze te werk? UPDATE 28 oktober

Onderwijsinspectie zal een coachende en ondersteunende rol opnemen en geen doorlichtingen laten plaatsvinden tot 31 december.

Wil je in 1 oogopslag weten hoe de onderwijsinspectie het komende schooljaar werkt? Bekijk het filmpje.

Je vindt alle informatie per onderwijsniveau voor schooljaar 2020-2021 op de website van de Onderwijsinspectie.

Leren en werken
Hoe organiseer ik stages en werkplekleren voor het schooljaar 2020-2021? UPDATE 17 november

Het organiseren van de verschillende vormen van werkplekleren (duaal leren, stages …) blijft ook dit schooljaar nog mogelijk, maar zal wellicht anders verlopen dan gebruikelijk. Samen met de onderwijsverstrekkers werd een leidraad met verschillende scenario’s opgesteld voor het verdere schooljaar. Elk scenario geeft ook de impact weer op de leerling, de school en de ondernemer. 
Bekijk de leidraad: pdf bestandLeidraad voor werkplekleren (273 kB)

Mag een leerling in een stage, leren en werken of duaal leren, leren in een onderneming met tijdelijke werkloosheid?

Ja, als de overeenkomst – zoals de bedoeling ervan – bestaat uit het aanleren van competenties en de leerling geen medewerkers in tijdelijke werkloosheid vervangt.

De federale regelgeving stelt dat het werk van een tijdelijk werkloze werknemer niet mag uitbesteed worden aan derden of studenten en dat bijgevolg geen nieuwe arbeidsovereenkomsten mogen afgesloten worden voor de uitvoering van hetzelfde werk. 

Voor jongeren in het stelsel voor leren en werken (aanloopfase en arbeidsdeelname) en jongeren in een duale opleiding is de werkvloer echter een deel van de opleiding. Competentieverwerving staat daarbij centraal en niet het uitvoeren van het werk. Jongeren mogen dus in het kader van het stelsel voor leren en werken en duaal leren naar de werkvloer om competenties te verwerven, ongeacht tijdelijke werkloosheid binnen die onderneming, als dit geen vervanging met zich meebrengt van de medewerkers in tijdelijke werkloosheid. Hetzelfde principe is van toepassing voor jongeren in het voltijds secundair onderwijs die een leerlingstageovereenkomst afsluiten. 

De onderneming moet de veiligheidsmaatregelen respecteren die van toepassing zijn op de werkplekken. 

Gaan stages en duaal leren door? - UPDATE 19 oktober

De stages en duaal leren gaan door als de veiligheidsmaatregelen gerespecteerd kunnen worden die van toepassing zijn op de werkplekken. Stagebegeleiding wordt maximaal digitaal georganiseerd.

Wat zijn de specifieke adviezen voor praktijkopleidingen? - UPDATE 19 oktober

Meeste adviezen gelden in alle pandemieniveaus (geel-oranje-rood). Wanneer dat niet het geval is, wordt dat expliciet vermeld.

Adviezen: algemeen

  • Voorzie voldoende afvalcontainers.
  • Zorg voor een goede reiniging van de ateliers en van de werkposten
    • Vanaf fase oranje: voorzie ook onderhoud tussen de lessen door.
  • Gebruik spreidingsmaatregelen bij in-, uit- en doorgangen met hulpmiddelen zoals markeringen, linten of fysieke barrières, en overweeg éénrichtingsverkeer en voorrangsregels in gangen waar leerlingen elkaar te vaak of zonder voldoende afstand kruisen.
  • Besteed bijzondere aandacht aan de opslag van materiaal zodat niet alle leerlingen hun materialen op eenzelfde plaats moeten ophalen en daardoor onvoldoende afstand kunnen bewaren).
  • Bij aankomst in en verlaten van het lesatelier: handen wassen met (vloeibare) zeep of handgel.
  • Vanaf fase oranje: reinig arbeidsmiddelen (handvaten) na gebruik, en in elk geval vóór gebruik door iemand anders; dit geldt ook voor mobiele arbeidsmiddelen.
  • Vanaf fase oranje: besteed aandacht aan het reinigen van bedieningsschermen van machines, of voorzie alternatieve wijzen van bediening (bv. een touchscreen-pen).
  • Of je extra-murosactiviteiten mag organiseren, hangt af van het pandemieniveau. Lees meer.

Kleedkamers UPDATE 19 oktober

  • Gebruik kleedkamers enkel als ze voldoende gereinigd kunnen worden na gebruik door een groep.
  • Leerlingen dragen hun mondmasker tijdens het omkleden en ontsmetten hun handen bij het binnenkomen van de kleedkamer. 
  • Voorzie zoveel als mogelijk verluchting.
  • Gebruik de douches niet. 

Werkposten

  • Probeer zoveel mogelijk afstand tussen de werkposten te creëren. Verplaats mobiele werkposten waarvan de onderlinge afstand te klein is. Beperk het aantal leerlingen in het lesatelier. Laat hen eventueel met de rug naar elkaar toe werken.
  • Probeer zo weinig mogelijk machines en arbeidsmiddelen door verschillende leerlingen te laten bedienen.
  • Hou met bovengenoemde richtlijnen rekening bij de risicoanalyse.

Arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)

  • Zorg voor een goed onderhoud van arbeidsmiddelen en PBM’s. Laat de leerlingen zoveel mogelijk werken met eigen arbeidsmiddelen en PBM’s, en reinig ze regelmatig (zeker bij gebruik door andere leerlingen). Heb extra aandacht voor PBM’s die in contact komen met het gezicht (bv. veiligheidsbrillen, oorkappen).
  • Zorg dat de handgrepen en contactoppervlakken van gedeeld materieel worden gereinigd.

Circulatie van leerlingen/cursisten

  • Respecteer maximaal social distancing.
  • Maak gebruik van hulpmiddelen, zoals markeringen, linten of fysieke afscheiding om de routes zo duidelijk mogelijk aan te geven
  • Gebruik spreidingsmaatregelen bij in-, uit- en doorgangen met hulpmiddelen zoals markeringen, linten of fysieke barrières.
  • Zorg ervoor dat leerlingen elkaar zo weinig mogelijk moeten kruisen, bv. door markeringen aan te brengen op de grond of overweeg éénrichtingsverkeer in gangen en op trappen waar personen elkaar zonder voldoende afstand moeten kruisen.
  • Laat deuren die niet gesloten moeten blijven om veiligheidsredenen zoveel mogelijk openstaan om veelvuldig aanraken te vermijden.

Leveringen

  • Leveranciers voeren hun leveringen uit met zo weinig mogelijk fysiek contact met andere personen (laden en lossen volledig door de leverancier of volledig door de ontvanger).
  • Leveringen worden best verspreid ingepland zodat er niet te veel externen tegelijkertijd aanwezig zijn.
Schooljaar 2019-2020: wat met evalueren en attesteren?

Lees de adviezen uit het draaiboek 2019-2020 over evalueren en attesteren. Let op: de informatie is alleen van toepassing op schooljaar 2019-2020.

Wat met leerlingen in een NAFT-traject/aanloopfase/IBAL en zorgboeren? UPDATE 17 november

Dit hangt af van de pandemiefase.

  • Fase geel: normale werking.
  • Fase oranje en rood: de activiteiten worden maximaal (digitaal) georganiseerd. Individuele begeleidingen die noodzakelijk zijn voor de leerlingen en niet digitaal kunnen georganiseerd worden, gaan door met de nodige veiligheidsmaatregelen. Groepsbegeleidingen in de aanloopfase die essentieel zijn voor de opleiding/begeleiding zijn mogelijk mits behoud van de bestaande klasgroepen en met de nodige veiligheidsmaatregelen. 

Begeleiding NAFT, aanloopfase/IBAL en zorgboeren zijn essentiële derden en worden dus altijd toegelaten op school.

Wat met de DIMONA aangifte als een stage niet doorgaat of wordt uitgesteld? NIEUW 17 november

De DIMONA aangifte wordt in de meeste gevallen gedaan bij aanvang van het schooljaar, waarbij de aangifte vaak het hele schooljaar dekt. Wanneer binnen die aangegeven periode een stage wordt geannuleerd en/of uitgesteld, hoef je de aangifte niet aan te passen. Mogelijks kan een stage dan nog op een later tijdstip onder dezelfde aangifte worden gedaan. Wanneer de stage buiten de initieel aangegeven periode valt, is een nieuwe aangifte wel noodzakelijk.
 
Meer informatie over de DIMONA-aangifte vind je in omzendbrief SO/2015/01.

Ondersteuning
Kan een leerling geweigerd worden op school omdat een rolstoel of fysiek nabije hulp noodzakelijk is door een beperking?

Het gebruik van een rolstoel of de nood aan hulp door een beperking is geen reden om een leerling te weigeren op een school in het gewoon en buitengewoon onderwijs. Net zoals bij andere leerlingen is afstand houden in alle pandemiefases de norm, maar op momenten dat nabijheid noodzakelijk is, moeten voorzorgsmaatregelen genomen worden.

Ook leerlingen die door hun beperking zich niet aan de veiligheidsvoorschriften kunnen houden, zijn welkom op school. De school moet er alles aan doen om de nodige beschermingsmaatregelen -en materialen voor het personeel te voorzien die het mogelijk maken om de veiligheid en het recht op onderwijs te blijven garanderen.

De begeleidende persoon (leerkracht, ondersteuner, assistent, verpleger,…) neemt de nodige voorzorgsmaatregelen tijdens momenten van nabij contact:

  • Het dragen van een mondmasker (eventueel aangevuld met een faceshield).
  • Het maximaal inzetten op het wassen van de handen met zeep of alcoholgel. Handschoenen dragen kan als alternatief, maar met aandacht voor een correct gebruik.
  • Het reinigen van de contactoppervlakken van de rolstoel met water en zeep of met alcoholgel.

Essentiële derden krijgen toegang tot de school voor bijvoorbeeld ondersteuning of verzorging. Zij volgen de veiligheidsvoorschriften tijdens hun activiteit op school. Lees meer over wat essentiële derden zijn.
 

Kan je leerlingen met een beperking weigeren op school omdat ze zich niet aan de veiligheidsmaatregelen kunnen houden?

Neen. Leerlingen met een beperking kunnen de toegang tot de school niet ontzegd worden omdat ze zich niet aan bepaalde veiligheidsvoorschriften kunnen houden door hun (verstandelijke of fysieke) beperking.

De verantwoordelijkheid ligt bij de school en het betrokken onderwijspersoneel om zelf de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen (bv. gebruik van beschermingsmateriaal) en de leerlingen zo goed mogelijk te begeleiden bij de geldende maatregelen. Als school doe je er alles aan om de nodige beschermingsmaatregelen en -materialen voor je personeel te voorzien.

Welke beschermingsmiddelen voorzie je voor je personeel?

Als het risico voor de veiligheid van anderen toch te groot wordt tijdens bepaalde activiteiten, kunnen alternatieve veiligheidsmaatregelen genomen worden zoals beschermingsmateriaal voorzien voor medeleerlingen of een ander aanbod voorzien voor de betreffende leerling(en). Ga hierover in overleg met de ouders.

Wat met de ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs?

De ondersteuners blijven tijdens alle fases (groen, geel, oranje, rood) hun kerntaak uitoefenen. Ze bieden ondersteuning aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, de schoolteams en hun leerkrachten. Het is niet de bedoeling dat ondersteuners andere taken uitvoeren. 

Ondersteuning kan naargelang de fase en de ondersteuningsnoden wel een andere vorm krijgen, naargelang of leerlingen les volgen op school of via afstandsonderwijs. 

Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die les volgen op school

  • Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften die les volgen op school, bieden ondersteuners –ondersteuning in de school . Houd op vlak van veiligheidsmaatregelen en gebruik van beschermingsmateriaal rekening met de geldende veiligheidsmaatregelen per pandemiefase
  • In fase oranje en rood wordt erop gelet dat ondersteuners zoveel als mogelijk dezelfde leerlingen en leerkrachten opvolgen. In het bevoegde onderhandelingscomité kunnen afspraken gemaakt worden over het aantal te ondersteunen scholen. 
  • Betrek en informeer in dit proces ook ouders en leerlingen. 

Voor leerlingen die deeltijds naar school gaan of afstandsonderwijs volgen 

Voor leerlingen in de 2de of 3de graad van het secundair onderwijs die (deeltijds) afstandsonderwijs volgen, kan ondersteuning op school plaatsvinden wanneer de leerlingen op school zijn en kan ondersteuning van op afstand geboden worden wanneer de leerlingen afstandsonderwijs volgen. Ondersteuning wordt steeds verder gezet en gebeurt altijd volgens de ondersteuningsnoden van leerlingen en leerkrachten. De ondersteuner bepaalt samen met de leerkracht, de leerling en zijn ouders hoe de ondersteuning vorm krijgt.  

Ook voor leerlingen basisonderwijs die door lokale veiligheidsmaatregelen of een tijdelijke quarantaine niet naar school kunnen, gebeurt de ondersteuning in een periode van afstandsonderwijs vanop afstand. 

Afstandsonderwijs kan ook voor andere of bijkomende ondersteuningsnoden zorgen: 

  • Ondersteuning zoals planning, structuur, verduidelijking van opdrachten kan bv. telefonisch of digitaal opgenomen worden. Stem daarvoor af met de leerling zelf en zijn ouders.  
  • Ook de ondersteuning van leraren en schoolteams is noodzakelijk voor kwaliteitsvol afstandsonderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Leraren kunnen terecht bij hun ondersteuningsnetwerk of ondersteunende school voor buitengewoon onderwijs met vragen over de afstemming van afstandsleren op de noden van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.  
  • Ondersteuners kunnen de leraren ook helpen bij de vormgeving van lesmateriaal en opdrachten voor individuele leerlingen, in het bijzonder voor leerlingen die een individueel aangepast curriculum volgen. 
  • Voor ouders kunnen ondersteuners ook een taak opnemen. Ouders proberen hun kinderen te helpen en een goede leercontext te creëren. Ouders hebben vaak vragen over de dagindeling en de planning. Redelijke aanpassingen die op school gelden, kunnen misschien ook thuis toegepast worden. 

Leerlingen blijven recht hebben op redelijke aanpassingen, ongeacht of de leerling naar school gaat of (deeltijds) werkt via afstandsleren. Mogelijks zijn in veranderende situaties andere of bijkomende redelijke aanpassingen nodig. Ook hier kan een ondersteuner bij helpen. 

Hoe moet je redelijke aanpassingen toepassen?

Leerlingen hebben in elke pandemiefase recht op de redelijke aanpassingen zoals ze werden afgesproken. Redelijke aanpassingen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zet je altijd verder. 
Zijn er nog andere redelijke aanpassingen nodig om afstandsleren (indien van toepassing) mogelijk te maken,  dan voorzie je die, zodat de leerling zo goed mogelijk studievoortgang kan maken. 

Mogen derden op school komen om leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te ondersteunen?

Ondersteuners zijn essentiële derden en worden dus altijd toegelaten op school, ongeacht welke pandemiefase.

Lees meer over wat essentiële derden zijn.

Wat met leerlingen zonder internettoegang of laptop? UPDATE 9 november
Personeelszaken
Wat als personeelslid moet thuisblijven omdat kinderdagverblijf, school of instelling van kind sluit door corona? NIEUW 19/11

Als thuiswerken niet mogelijk is, moet het personeelslid een verlofstelsel nemen. Personeelsleden kunnen daarvoor onder meer gebruik maken van het verlof wegens overmacht. In dit geval is er geen medisch attest nodig. Ook na uitputting van de vier dagen per kalenderjaar, kan het personeelslid in de periode van 16 november 2020 tot en met 31 december 2020 verlof wegens overmacht nemen. Meer informatie vind je in de omzendbrief.  

Welk attest moet een personeelslid aan de school bezorgen bij afwezigheid wegens ziekte? UPDATE 19 november

Personeelsleden kunnen hun afwezigheid wegens ziekte voortaan bewijzen met het gebruikelijke standaardattest van de huisarts. De 2 specifieke modellen voor onderwijs, het medisch attest en het afwezigheidsattest, hoeven tijdelijk niet meer ingevuld te worden. Zo worden overbevraagde huisartsen minder belast. 
Het personeelslid bezorgt het standaardattest aan zijn of haar school. Het is niet nodig om een attest te sturen naar het controleorgaan Certimed. De school heeft de mogelijkheid om een controle aan te vragen bij het controleorgaan op basis van het afgeleverde standaardattest. 
Deze maatregel geldt tot herroeping.

Aanvragen voor een verlof verminderde prestaties wegens ziekte of een langdurig verlof verminderde prestaties wegens medische redenen moeten wel nog op de gewone manier, dus mét medisch attest en specifieke aanvraagformulieren.

Tijdelijke vervangingsmogelijkheden voor afwezigheden van minder dan 10 werkdagen voor leraren en kinderverzorgers. NIEUW 19/11

Scholen en internaten die kunnen aantonen dat ze een tekort aan personeel hebben en een vervanger vonden, mogen die aanstellen voor afwezigheden van minder dan tien werkdagen. 
De afwezigheid moet voldoen aan volgende voorwaarden:

  • Minder dan tien werkdagen
  • Te wijten aan ziekteverlof, profylactisch verlof, verlof wegens overmacht of heirkracht, ingevolge de coronacrisis

De school of het internaat stuurt daartoe een verklaring op eer aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten, waarin ze verklaart dat:

  • Er proportioneel veel afwezigen zijn
  • Alle andere bestaande vervangingsmogelijkheden zijn uitgeput (bv. geen vervangingseenheden meer voor korte afwezigheden of geen leerkrachten meer beschikbaar in het lerarenplatform)
  • De schoolorganisatie niet mogelijk is met de aanwezige personeelsleden

Scholen en internaten hebben recht op vervanging vanaf de eerste dag dat ze geconfronteerd worden met het tekort.
Meer informatie vind je in de omzendbrief.

Hoe bewijs je dat je niet kan thuiswerken? NIEUW 13 november

De federale wetgeving legt sinds 30 oktober 2020 aan werkgevers op om aan hun werknemers een bewijsstuk te bezorgen dat aangeeft dat ze niet kunnen thuiswerken.

Personeelsleden in onderwijs die niet kunnen thuiswerken kunnen hun lerarenkaart gebruiken als bewijsstuk.

Welk verlofstelsel kan een personeelslid nemen om thuis te blijven als zijn kind in quarantaine moet? UPDATE 19 november

De mogelijkheden hangen af van de specifieke situatie. Bovendien moet het personeelslid voldoen aan de voorwaarden van het betrokken verlofstelsel (beperkte duur, recht/gunst, …). Deze verlofstelsels komen mogelijk in aanmerking:  

Wat met personeelsleden die in meerdere scholen werken of in meerdere klassen komen? - UPDATE 19 november

De medisch experten stellen als principe voorop dat iedereen zo weinig mogelijk contacten heeft. Hoe minder contacten hoe beter! Daarom is het absoluut nodig om zoveel mogelijk de aanwezigheid van eenzelfde personeelslid op verschillende scholen/vestigingsplaatsen te beperken. Beperk dus gespreide lesopdrachten in de mate van het mogelijke tot 2 onderwijsinstellingen. Wijk enkel af om schoolorganisatorische redenen.

De directeurs van de betrokken scholen komen onderling tot een pragmatische, veilige en haalbare overeenkomst. Ze laten zich hierbij begeleiden door de preventie-adviseurs. Bespreek de toewijzing in het bevoegde onderhandelingscomité. Pas de veiligheidsmaatregelen strikt toe.

Het personeelslid in kwestie blijft het aantal uren presteren volgens de geldende prestatieregeling. Over het inzetten van personeel worden afspraken gemaakt in het lokaal onderhandelingscomité. Personeelsleden kunnen op basis van vrijwilligheid worden ingezet in een andere opdracht dan waarvoor ze een aanstelling hebben.  
Een vervanger aanstellen in de onderwijsinstelling(en) waar het personeelslid (tijdelijk) niet meer komt, is niet mogelijk.

Wat doe je als een personeelslid terugkeert uit het buitenland? - UPDATE 27 november

Let op: de teststrategie wijzigde op 23 november. Asymptomatische hoog risicocontacten en terugkerende reizigers uit een rode zone (na beoordeling van zelfbeoordelingsformulier) gaan 10 dagen in quarantaine sinds laatste hoog risicocontact.
Lees meer over wat er verandert op de website van Sciensano.

Iedereen die naar België reist met het vliegtuig of per boot, of meer dan 48 uur in het buitenland was, moet het Public Health Passenger Locator Form (PLF) invullen binnen 48 uur voor aankomst in België.

  • Komt het personeelslid terug uit een groene of oranje zone? Dan moet het niet in quarantaine en moet het zich niet laten testen.
  • Komt het personeelslid terug uit een rode zone en krijgt het na het invullen van het PLF een bericht om in quarantaine te gaan? Dan gaat het in quarantaine gedurende 10 dagen na de laatste dag van zijn verblijf in een rode zone. Daarna volgen er nog 4 dagen van verhoogde waakzaamheid. Als er tijdens de quarantaine symptomen optreden, moet het personeelslid uiteraard worden getest. Als de test positief is, moet het personeelslid minimum 7 dagen in isolatie gaan vanaf het begin van de symptomen. In alle situaties neemt het personeelslid contact op met de school om afspraken te maken over quarantaine, bijvoorbeeld maximaal thuiswerk en/of een aangepast takenpakket.

Meer informatie over de kleurcodes op de website van FOD Buitenlandse Zaken.

  • Als het personeelslid in quarantaine gaat of zit ten gevolge van terugkeer uit een rode zone en thuiswerk is niet mogelijk, dan is er geen sprake van heirkracht. Het personeelslid moet zijn afwezigheid regelen door het opnemen van een verlofstelsel (avp of vvp).
  • Als het personeelslid ziek is, bezorgt het personeelslid een ziekteattest aan de werkgever. Vervanging van afwezigen wegens ziekte kan volgens de bestaande regels.
Wat doe je als een personeelslid vastzit in het buitenland?

Zit een personeelslid vast in het buitenland? Dan maak je volgende afspraken: 

  • Was de kleurcode van de zone waarnaar het personeelslid op reis ging op de dag van het vertrek oranje of rood? Dan is er geen sprake van ‘overmacht’. Dan moet het personeelslid zijn afwezigheid regelen door het opnemen van een verlofstelsel (avp of vvp). 
  • Was de kleurcode van de zone waarnaar het personeelslid op reis ging op de dag van het vertrek groen? Dan is er sprake van ‘heirkracht’ en kan je beroep doen op code 046

Lees of je personeelsleden uit een oranje of rode zone kan weigeren op school.

Wat als een personeelslid tot een risicogroep behoort? UPDATE 28 oktober

Wie behoort tot de risicogroep?

Wanneer een personeelslid tot de risicogroep behoort, zijn er 3 mogelijkheden:   

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een attest vragen waarin een arts bevestigt dat het betrokken personeelslid tot de risicogroep behoort.  Het schoolbestuur/de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).  
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur/de directie voor dat personeelslid een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur/de directeur kan een attest vragen waarin een arts bevestigt dat het betrokken personeelslid tot de risicogroep behoort.  
  • Het personeelslid wenst zelf te komen werken op school. Het schoolbestuur/de directeur kan een attest vragen waarin de arbeidsarts bevestigt dat het betrokken personeelslid geschikt is om op school te komen werken.  

Personeelsleden ouder dan 65 jaar volgen het advies van hun arts. 

Zwangere personeelsleden? De arts bepaalt of je personeelslid op school aanwezig mag zijn of van thuis uit werkt. 

Samenleven met personen die tot de risicogroep behoren, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. Behalve als de behandelende arts van de risicopatiënt anders oordeelt. Als de behandelende arts oordeelt dat het personeelslid niet aanwezig kan zijn op school, bekijkt de school samen met het personeelslid of die van thuis uit kan werken:

  • Als het personeelslid thuis kan werken, kan de school een attest vragen aan de behandelende arts.
  • Als het personeelslid niet thuis kan werken, doe je beroep op heirkracht (code D046) en kan het personeelslid worden vervangen. Ook hier kan je een attest vragen aan de behandelende arts.
Hoe registreer je de afwezigheden van personeelsleden? UPDATE 27 november

Je gezonde personeelsleden blijven aan het werk en volgen de verplichtingen van het pandemieniveau dat van toepassing is. Over afwijkingen van de invulling van hun takenpakket (op school of eventueel thuis) maak je afspraken in het lokaal overlegcomité. Het is daarbij van belang de pedagogische opdracht en de prestatieregeling van leraren te respecteren.

Zieke personeelsleden blijven thuis. Ze bezorgen een ziekteattest aan hun werkgever. Vervanging van afwezigen wegens ziekte kan volgens de bestaande regels.

Personeelsleden ouder dan 65 jaar volgen het advies van hun arts.

Zwangere personeelsleden? De arts bepaalt of je personeelslid op school aanwezig mag zijn of van thuis uit werkt.

Wat met personeelsleden die tot een risicogroep behoren?

Lees wat je moet doen als een personeelslid tot een risicogroep behoort.

Wat met personeelsleden die samenwonen met een risicopatiënt?

Samenwonen met personen die tot de risicogroep behoren, vormt geen obstakel voor aanwezigheid op school. Behalve als de behandelende arts van de risicopatiënt anders oordeelt. Als de behandelende arts oordeelt dat het personeelslid niet aanwezig kan zijn op school, bekijkt de school samen met het personeelslid of die van thuis uit kan werken:

  • Als het personeelslid thuis kan werken, kan de school een attest vragen aan de behandelende arts.
  • Als het personeelslid niet thuis kan werken, doe je beroep op heirkracht (code D046) en kan het personeelslid worden vervangen. Ook hier kan je een attest vragen aan de behandelende arts.

Wat met personeelsleden die wachten op hun testresultaat?

Het personeelslid gaat in quarantaine in afwachting van de resultaten van zijn coronatest. Er zijn 2 mogelijkheden:

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een bewijs vragen van de quarantaine. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).  
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur of de directeur kan een bewijs vragen van de quarantaine. 

Info-coronavirus: meer over quarantaine: zoek op de term quarantaine en zelfisolatie in de zoekbalk

Wat met personeelsleden die positief testen en geen ziekteverschijnselen vertonen?

Het personeelslid is medisch in staat om te werken maar moet wel in quarantaine. 

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).   
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur of de directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. 

Wat met personeelsleden die samenwonen met iemand die positief test of effectief ziek is? 

Het personeelslid wordt beschouwd als een hoog risicocontact en moet in quarantaine.

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. De directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).   
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. Het schoolbestuur of de directeur kan een bewijs vragen van de positieve test. 

Wat met personeelsleden van wie het kind mogelijk besmet is?  

Als een kind van een personeelslid in quarantaine moet omdat het elders (bv op school) in contact kwam met iemand die besmet is, gaat het personeelslid niet mee in quarantaine. Het kind wordt naargelang o.a. de leeftijd getest. Het is enkel als het kind symptomen krijgt, dat het personeelslid eventueel getest wordt. In afwachting van de testresultaten van het kind kan het personeelslid verder op school werken, tenzij een arts expliciet oordeelt dat de aanwezigheid op school niet aangewezen is.  

Het personeelslid kan dan van thuis uit werken of, als de opdracht dat niet toelaat, een beroep doen op DO 046 heirkracht.   

Is er een einddatum voor de code DO46 (heirkracht)?

Je kan de code DO46 (heirkracht) doorgeven tot 31 december 2020. Het gebruik van heirkracht kan verlengd worden, als de huidige toestand aanhoudt. 

Kunnen personeelsleden die aangesteld zijn in niet-organieke uren beroep doen op DO46 (heirkracht)? 

Ja, dat kan. Omdat het om niet-organieke uren gaat, is er geen vervanging mogelijk.

Wat moeten personeelsleden doen die in quarantaine moeten vanaf de gewijzigde teststrategie van 23 november 2020?

De school kan een bewijs vragen van het feit dat een personeelslid in quarantaine moet, maar is niet verplicht dat te doen. 
Een bewijs hoeft niet noodzakelijk in de vorm van een quarantaine-attest van een arts. Ook contacttracers kunnen een bewijsstuk afleveren, of in het geval van een vastgestelde Covid-besmetting op school, het CLB. Een positieve test van een gezinslid vormt eveneens een impliciet bewijs voor de noodzakelijke quarantaine van de andere leden van het gezin. 

Wanneer een personeelslid in quarantaine moet, lees je in de vraag Wat is een hoog of laag risicocontact in het onderwijs en welke maatregelen worden genomen? 

Als het personeelslid in quarantaine moet zijn er 2 mogelijkheden: 

  • Het personeelslid kan van thuis uit werken omdat de opdracht dat toelaat. Het schoolbestuur of de directie hoeft voor dat personeelslid geen beroep te doen op DO46 (heirkracht).  
  • Het personeelslid kan niet van thuis uit werken omdat de opdracht dat niet toelaat. In dat geval kan het schoolbestuur of de directie een beroep doen op D046 (heirkracht) en kan het worden vervangen volgens de bestaande vervangingsregels. 
     
Kan je personeelslid corona-ouderschapsverlof aanvragen?

Tijdens de periode die loopt van 11 mei 2020 tot en met 30 september 2020 konden personeelsleden in het onderwijs corona-ouderschapsverlof opnemen. Vanaf 1 oktober 2020 is dat niet meer mogelijk, want het verlof wordt niet verlengd.

Wat zijn de specifieke adviezen voor onderhoudspersoneel?
  • Gebruik steeds lange handschoenen die de mouwen van de werkkledij overlappen.
  • Wassen van handen voor het aandoen van handschoenen en na het uitrekken van de handschoenen (en onmiddellijk verzorgende crème aanbrengen).
  • Dagelijks legen van vuilnisbakken.
  • Verhoog de onderhoudsfrequentie van het sanitair.
  • Het verhogen van de onderhoudsfrequentie van de gebouwen en lokalen kan ertoe leiden dat in bepaalde periodes geprioriteerd wordt (bv. sanitair, lokalen met meerdere groepen leerlingen/personeel).
  • Was textiel (bv. gordijnen, speelgoed) minimaal op 60° en bij voorkeur op 90° graden.
  • Gebruik bij voorkeur enkel wasbaar speelgoed.
Wordt het coronavirus erkend als een beroepsziekte?

COVID-19 wordt erkend als een beroepsziekte voor werknemers in bepaalde sectoren. Meer informatie vind je op de website van Fedris.

Wat met vervangingen?
  • Voor tijdelijke personeelsleden in een vervangingsopdracht verloopt alles volgens de geldende vervangingsregels: aangegane engagementen voor nieuwe of verlengde vervangingsopdrachten moeten de school en titularis naleven.
  • Ook nieuwe vervangingen zijn mogelijk als ze conform de algemene vervangingsregels gebeuren, ook als de opdracht bestaat uit lesgeven op afstand. Het blijft ook tijdens de coronacrisis belangrijk om op een professionele manier met kandidaat-leraren om te gaan, met als doel ze binnen het onderwijs aan te slag te houden.
Wat met de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD)?

Om het TADD-recht te verwerven, moet een personeelslid in hetzelfde ambt binnen de scholengemeenschap 580 dagen hebben opgebouwd, waarvan 400 effectief gepresteerde dagen (in de overgangsregeling is de voorwaarde 720 dagen waarvan 600 effectief gepresteerd).  

Voor de 400 (of 600) effectief gepresteerde dagen blijft de algemene regel van kracht:

  • Personeelslid werkt thuis en/of op school? De dagen tellen als effectief gepresteerde dagen.  
  • Personeelslid is met profylactisch verlof? De dagen tellen als effectief gepresteerde dagen. 
  • Personeelslid bleef thuis om preventieve redenen (met dienstonderbreking 'heirkracht')? De dagen tellen als effectief gepresteerde dagen. 
  • Personeelslid is met ziekteverlof? De dagen tellen niet als effectief gepresteerde dagen.

Lees meer over TADD.

Blijf op de hoogte

Welke maatregelen zijn voor jouw instelling van toepassing in het corona-4 decreet?