Bevallingsverlof, borstvoedingsverlof en moederschapsbescherming

Wat is het?

Naar aanleiding van je bevalling heb je recht op bevallingsverlof. Geef je borstvoeding, dan kan je ook borstvoedingsverlof krijgen.

Je hebt ook recht op pauzes op het werk om borstvoeding te geven en om melk af te kolven. Dat gebeurt volgens de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst: recht op borstvoedingspauzes (cao 80) van de Nationale Arbeidsraad. Je maakt zelf de nodige afspraken met je werkgever over het tijdstip van de pauzes.

Verricht je risicovolle arbeid en kan er geen aangepaste functie gevonden worden? Dan krijg je tijdens je zwangerschap of nadien zolang je nog borstvoeding geeft, ambtshalve verlof (moederschapsbescherming). Je wordt dus vrijgesteld van arbeid voor de nodige periode.

Bevallingsverlof en moederschapsbescherming zijn bezoldigd voor benoemde personeelsleden. Voor tijdelijke personeelsleden zijn deze verloven niet bezoldigd. Borstvoedingsverlof is niet bezoldigd. Tijdens de borstvoedingspauzes blijf je je salaris ontvangen.

Recht of gunst?

Bevallingsverlof, borstvoedingsverlof en moederschapsbescherming zijn een recht.

Naar boven

Voorwaarden

Bevallingsverlof, borstvoedingsverlof, en borstvoedingspauzes en moederschapsbescherming gelden voor benoemde en tijdelijke personeelsleden.

Naar boven

Begin, duur en einde

Bevallingsverlof

Bevallingsverlof duurt in totaal 15 weken (17 weken bij een meerling) en bestaat uit pre- en postnataal verlof:

  • Het prenataal verlof duurt maximaal 6 weken (8 weken bij een meerling).
  • Het postnataal verlof duurt minimaal 9 weken.

Begin, duur en einde van het bevallingsverlof

Je bevallingsverlof kan ten vroegste ingaan vanaf de 6de week (8ste week bij een meerling) voor je vermoedelijke bevallingsdatum. Je mag geen arbeid meer verrichten vanaf 7 dagen voor je vermoedelijke bevallingsdatum en dat tot het verstrijken van een periode van 9 weken die begint te lopen op de dag van de bevalling. De dag van de bevalling behoort dus tot de verplichte postnatale periode.  
Heb je nog gewerkt op de dag van de bevalling? Dan wordt die dag als extra dag bevallingsverlof toegekend. De postnatale periode van 9 weken begint dan te lopen op de dag na de bevalling.

Als je werkelijke bevallingsdatum later ligt dan de door de arts voorziene datum en daardoor de 6 (8) weken prenataal verlof overschreden zijn, wordt je bevallingsverlof tot de werkelijke datum van de bevalling verlengd. In dat geval kan het prenataal verlof dus langer dan 6 (8) weken duren.

Prenataal verlof overdragen naar het postnataal verlof

De weken prenataal verlof die je niet voor je bevalling opgenomen hebt en waarin je dus verder gewerkt hebt, kan je na je bevalling opnemen. Je kan maximaal 5 weken (7 weken bij een meerling) overdragen. De 7 dagen voor de werkelijke bevallingsdatum kan je nooit overdragen naar de postnatale periode. Bij vroeggeboorte wordt de facultatieve over te dragen prenatale periode van 6 (8) weken ook verminderd met de dagen waarop je gewerkt hebt tijdens de periode van 7 dagen die de bevalling voorafgaat.

Arbeidsongeschiktheid in de periode voorafgaand aan je bevalling

Ben je ziek geweest in de 6 (8) weken die de werkelijke bevallingsdatum voorafgaan? Dan wordt je ziekteverlof omgezet in bevallingsverlof voor zover je het werk niet hervat hebt. Als er wel werkhervatting is geweest, dan gebeurt de omzetting naar bevallingsverlof niet. Deze periode kan je niet overdragen naar de postnatale periode. Het speelt geen rol of de dagen omgezet zijn in bevallingsverlof of niet.

Meer algemeen geldt dat laatste voor elke periode van arbeidsongeschiktheid (ziekte, arbeidsongeval, beroepsziekte of moederschapsbescherming) in de 6 (8) weken voor de werkelijke bevallingsdatum: je kan die dagen niet overdragen en dus niet nemen na de verplichte periode van 9 weken postnataal verlof.

Verlenging van je bevallingsverlof

Als je gedurende de volledige periode van 6 weken (8 weken bij een meerling) voor de werkelijke bevallingsdatum ongeschikt bent geweest om arbeid te verrichten wegens ziekte of ongeval, kan het postnataal verlof op jouw vraag verlengd worden met 1 week. Dat is niet verplicht.

Bij een bevalling van een meerling kan je, als je dat wenst, het bevallingsverlof verlengen met maximaal 2 weken postnataal verlof. Het bevallingsverlof kan dan in totaal 19 weken duren.

Wanneer je pasgeboren kind langer dan 7 dagen na de geboorte in het ziekenhuis moet blijven, kan de periode van het postnataal verlof verlengd worden met de duur van de periode dat je kind na de eerste 7 dagen in het ziekenhuis verblijft. De duur van de verlenging mag maximum 24 weken zijn. In dat geval moet je aan de hogeschool op het einde van je postnataal verlof een getuigschrift voorleggen waaruit de opname blijkt en waarop de duur van de opname vermeld is. Eventueel moet je een 2de getuigschrift bezorgen bij het einde van de verlenging van de postnatale rust, waaruit blijkt dat je kind het ziekenhuis nog altijd niet heeft verlaten en met de vermelding van de duur van de opname.

De startdatum van de verlenging van het bevallingsverlof omwille van de hospitalisatie van je kind moet altijd liggen na de einddatum van het volledige reguliere postnatale bevallingsverlof.

Omzetten postnataal verlof in verlofdagen van postnatale rust

Maximaal 2 weken van het prenataal verlof dat je overdraagt naar het postnataal verlof, mag je omzetten in verlofdagen van postnatale rust. Dat is niet verplicht.

  • Ben je onderwijzend personeel, dan moet je de periode van 2 weken nemen in 2 blokken van 7 aaneensluitende kalenderdagen.
  • Ben je administratief en technisch personeel, dan mag je de 2 weken opnemen in afzonderlijke dagen.

Werk je fulltime, dan krijg je maximaal 10 verlofdagen van postnatale rust; werk je 4 dagen per week, dan is dat maximaal 8 dagen …

De verlofdagen van postnatale rust neem je op binnen 8 weken na het einde van de ononderbroken postnatale periode van bevallingsverlof.

Borstvoedingsverlof

Borstvoedingsverlof neem je onmiddellijk aansluitend op het bevallingsverlof op. Borstvoedingsverlof kan je maximaal 3 maanden ononderbroken opnemen.

Moederschapsbescherming

Moederschapsbescherming start zodra je vrijgesteld bent van arbeid. Het verlof eindigt zodra je recht hebt op prenataal verlof. Als je dit verlof neemt na de bevalling en je geeft borstvoeding, dan kan het verlof niet langer duren dan 5 maanden, gerekend vanaf de bevallingsdatum.

Naar boven

Gevolgen

Administratieve stand

Je bent in dienstactiviteit.

Salaris

Bevallingsverlof en moederschapsbescherming zijn bezoldigd voor benoemde personeelsleden. Voor tijdelijke personeelsleden zijn deze verloven niet bezoldigd.

Borstvoedingsverlof is niet bezoldigd.

Tijdens de borstvoedingspauzes blijf je je salaris ontvangen.

Anciënniteit

Bevallingsverlof, borstvoedingsverlof en moederschapsbescherming tellen mee voor je geldelijke anciënniteit.

Pensioen

Voor meer informatie over de invloed van dit verlof op je pensioen kan je terecht bij de Federale Pensioendienst (FPD).

Naar boven

Hoe aanvragen?

Je vraagt deze verloven aan bij je hogeschool.

Je dient ook een aanvraag in bij je ziekenfonds en voegt een medisch attest toe met vermelding van de vermoedelijke bevallingsdatum. Je kan zelf de datum opgeven wanneer je het bevallingsverlof daadwerkelijk wil laten ingaan.

Naar boven

Vragen?

Als je nog vragen hebt, kan je terecht bij je hogeschool.

Naar boven


Extra informatie

Verwante pagina’s

Regelgeving