Oproep organisatie zomerscholen 2021

Uiterste indieningsdatum 30 mei 2021 (12 uur 's middags)

Oproep voor de organisatie van een aanbod aan zomerscholen:

  • Gekoppeld aan de onderwijsdoelen en het individueel onderwijstraject van
  • Leerlingen uit het lager en het secundair onderwijs
  • Georganiseerd door het onderwijsveld en lokale besturen in samenwerking met partners
  • In juli en augustus 2021
  • Gratis voor deelnemende leerlingen

Doel:

  • Maatwerk aan kleine groepen kinderen en jongeren
  • Opsporen, remediëren of voorkomen van leerverlies en -achterstand

 


 

Wat is er nieuw in de oproep organisatie Zomerscholen 2021? 

  • Alleen scholen en lokale besturen kunnen een aanvraag indienen. Ze kunnen onderling samenwerken en samenwerken met externe partners
  • Lokale besturen maken aanspraak op extra middelen (20 euro per leerling voor de volledige periode van 10 dagen) als ze een regierol (ondersteuning, coördinatie,…) opnemen voor scholen op hun grondgebied.
    • Een lokaal bestuur kan enkel aanspraak maken op die middelen als het minstens 2 andere partners (scholen of andere organisaties) betrekt bij de zomerscholen op het grondgebied. 
    • Het lokale bestuur dient in dat geval 1 aanvraag in (een clusteraanvraag) voor alle betrokken scholen. De scholen dienen geen afzonderlijke aanvraag in. 
  • Voor de vergoeding van de lesgevers kan je alleen werken:  
    • Met personeel op werkingsbudget (PWB) in het ambt van administratief medewerker (voor leerkrachten die al een opdracht hebben in het onderwijs)
    • Via een contract bepaalde duur (voor wie nog geen opdracht heeft in het onderwijs).
  • Het bedrag per leerling verhoogt van 25 naar 45 euro per dag.
  • Schoolmakers vzw zal diverse vormen van ondersteuning bieden

  1. Projectdoelstellingen en aanbod
  2. Doelgroep
  3. Organisatoren en samenwerkingsverbanden
  4. Personeel van zomerscholen en verloning 
  5. Locatie van zomerscholen
  6. Looptijd 
  7. Ontvankelijkheid en kwaliteit
  8. Budget 
  9. Communicatie
  10. Ondersteuning

1. Projectdoelstellingen en aanbod 

In een zomerschool staat het leren van schoolse kennis en vaardigheden centraal. Er wordt zoveel mogelijk doelgericht en effectief gewerkt aan een beperkt aantal leerdoelen uit het reguliere curriculum. Een zomerschool kan zowel het remediëren van leerachterstanden als primaire doelstelling beogen, als een vlotte voorbereiding op een belangrijke schoolse overgang. Het opsporen, remediëren of voorkomen van leerverlies en -achterstand staat centraal, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare doelgroepen. Om een gerichte aanpak te garanderen, is een keuze voor een beperkt aantal duidelijke doelen (zoals leesvaardigheid verbeteren) noodzakelijk. Deze dienen ook gecommuniceerd te worden binnen de zomerschool, zodat alle betrokkenen (coördinator, lesgevers, vrijwilligers,…) zich achter deze doelen kunnen scharen.  

Het onderwijsaanbod wordt uitgebreid met een verrijkingsaanbod waarin er kan ingezet worden op (educatieve) sport- en spelvormen of de realisatie van bijkomende doelstellingen. Voorbeelden van dergelijke doelstellingen zijn het verhogen van zelfvertrouwen van de jongeren/kinderen, het ontwikkelen van sociale vaardigheden of het bevorderen van schoolse betrokkenheid. Het schools karakter wordt hierin minder benadrukt

Concreet moet per voltijdse dag minimaal de helft van de tijd besteed worden aan de onderwijsdoelen. In de andere helft van de tijd kan er meer ingezet worden op het verrijkingsaanbod. Integratie  van beide kan, en vergroot de meerwaarde van het zomerschoolaanbod. 

Het onderwijs wordt aangeboden via maatwerk aan leerlingen in kleine groepen. De concrete invulling van de groepsverdeling en -groottes behoort tot de autonomie van de zomerscholen. Zij beslissen immers zelf over hun pedagogisch-didactische aanpak, rekening houdend met de behoeften en achtergrond van de leerlingen. Wetenschappelijke literatuur bevestigt het belang van kleine groepen. De didactiek wordt in elk geval afgestemd op de invulling van het maatwerk en de specifieke noden van de individuele leerlingen.

Het kunnen bieden van maatwerk, vraagt een goed zicht op de noden van de leerlingen. Het is belangrijk om te starten met een goede overdracht van essentiële informatie over de leerlingen, tussen de scholen waar ze vandaan komen en de zomerschool. De lesgevers dienen immers over alle essentiële informatie te beschikken om op maat te kunnen werken en evalueren. Het in kaart brengen van de individuele noden gebeurt bij voorkeur voor de start van de zomerschool (beginsituatieanalyse). Op die manier kan de effectieve lestijd tijdens de zomerschool geoptimaliseerd worden. 
Zowel het vroeg analyseren van de noden als het in kaart brengen van de vorderingen via formele of informele evaluatie zijn van groot belang. Een goed zicht op de beginsituatie van de leerlingen, helpt om de vorderingen van de leerlingen tijdens de zomerschoolweken in kaart te brengen. Na afloop van de zomerschool is het zowel voor de ouders als voor de school waar de leerling in september zal starten, relevant om de weg te kennen die de leerling heeft afgelegd. 
Het aanbod wordt bij voorkeur lokaal georganiseerd, zodat de zomerscholen goed bereikbaar zijn voor leerlingen en er een schoolnabije werking kan worden gegarandeerd. Ook relevante lokale organisaties (jeugdverenigingen, sportverenigingen, welzijnsorganisaties, …) kunnen op die manier betrokken worden.

Het aanbod is kosteloos voor de deelnemers. Er kan een waarborgsysteem gehanteerd worden met de nodige sociale correcties: bij deelname zal de organisator de waarborg na afloop terugbetalen aan de ouders. Dit zet het niet-vrijblijvend karakter van het aanbod in de verf en kan uitval van leerlingen vermijden. De organisator kan evenwel beslissen van dit waarborgsysteem af te zien.

Leerlingen nemen vrijwillig deel. Een leerling kan m.a.w. niet verplicht worden tot deelname aan een zomerschool. Wel hebben klassenraden en/of het betrokken CLB, maar ook lokale partners zoals bv. jeugdwerking, welzijnsorganisaties,… een cruciale rol in de stimulering en toeleiding van leerlingen naar de zomerscholen.

Wanneer de vraag het aanbod overstijgt, zal de organisator een selectie maken van de leerlingen die er het meeste nood aan hebben, in overleg met de instanties die de kinderen en jongeren hebben toegeleid.

Om de hoger geschetste doelen nog beter dan vorig jaar te kunnen realiseren, kunnen scholen die een zomerschool willen opzetten, beroep doen op de regierol van het lokale bestuur (zie verder in punt 3). Lokale besturen die deze regierol willen opnemen, kunnen een coördinerende en ondersteunende functie opnemen in de verschillende fases van de organisatie.

Naar boven

2. Doelgroep

De zomerscholen zijn bedoeld voor leerlingen uit het:

  • Gewoon en buitengewoon lager onderwijs (exclusief kleuters)
  • Gewoon secundair onderwijs inclusief OKAN, deeltijds onderwijs en leren en werken
  • Buitengewoon secundair onderwijs: OV3 en OV4

Het staat de organisatoren vrij om te kiezen op welke doelgroep ze zich richten. Een logische keuze is dat een lagere school haar zomerschoolaanbod richt op leerlingen uit het  lager onderwijs, maar het is ook mogelijk dat een secundaire school een aanbod organiseert voor leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar lager onderwijs.

Naar boven

3.    Organisatoren en samenwerkingsverbanden

3.1    Organisatoren

Een zomerschool kan enkel georganiseerd worden door een basis- of secundaire school   of een lokaal bestuur . 

Zij zijn de enige actoren die een aanvraag kunnen indienen. Echter, ze kunnen daarbij met verschillende actoren samenwerken, en ook onderling kunnen scholen en lokale besturen samenwerkingsverbanden opzetten. We gaan daar verder op in in de punten 3.2 en 3.3. 

Het georganiseerde aanbod kan zich uitsluitend richten op de doelgroep zoals omschreven in punt 2 van deze oproep.

3.2    Regierol lokale besturen

Binnen deze oproep krijgen de lokale besturen bijkomende middelen indien ze een regierol opnemen. Dit wil zeggen dat ze voor alle of verschillende zomerscholen op haar grondgebied de regie op zich neemt of dat ze bij het zelf organiseren van een zomerschool regietaken vervult. Om voor de middelen voor regierol in aanmerking te komen, moeten – naast het lokaal bestuur – nog minstens twee andere partners betrokken zijn bij de zomerscholen op het grondgebied.

In dat geval wordt er slechts 1 aanvraag ingediend door het lokaal bestuur (een clusteraanvraag) en niet door  de betrokken scholen afzonderlijk.
 
Deze regierol betekent dat de lokale besturen (niet-exhaustieve opsomming):

  • De scholen op hun grondgebied trachten te overtuigen om mee te werken aan een zomerschool georganiseerd door het lokaal bestuur of zelf een zomerschool  organiseren
  • Een zo dekkend mogelijk complementair aanbod realiseren op hun grondgebied met duidelijke doelstellingen en aangepast aan het doelpubliek
  • De samenwerkende partners zoeken die de doelstellingen helpen realiseren (met het oog op toeleiding, passend verrijkingsaanbod,…) en een brugfunctie vervullen tussen deze partners en de scholen
  • Instaan voor het opmaken en indienen van de aanvraag voor de organisatie van zomerscholen
  • Infrastructuur en/of (didactisch) materiaal zoeken en/of ter beschikking stellen voor de zomerschool
  • Instaan voor de toeleiding van de meer kwetsbare groepen en de integratie van het verrijkingsaanbod
  • Beslissen over het al dan niet voorzien van een waarborgregeling 
  • De scholen, ouders, leerlingen en andere betrokken actoren ondersteuning bieden bij eventuele vragen of problemen (bv. rond personeelsinzet) (helpdeskfunctie)
  • Instaan voor de communicatie van het zomerscholenaanbod op hun grondgebied

Lokale besturen kunnen voor het opnemen van deze regierol een samenwerking met andere lokale besturen aangaan. Deze samenwerking gebeurt bij voorkeur binnen de recent afgebakende referentieregio’s zoals goedgekeurd door de Vlaamse Regering op 12 maart 2021 . 

3.3    Samenwerkingen

Zoals aangegeven in 3.2 kunnen lokale besturen voor het opnemen van de regierol een samenwerking aangaan met andere lokale besturen. De betrokken gemeenten duiden dan een indienende (trekkende) gemeente aan die de aanvraag doet. De indienende gemeente beschikt over een machtiging van de andere lokale besturen om in hun naam de aanvraag in te  dienen.

Ook onderwijsinstellingen kunnen onderling samenwerken om zomerscholen te organiseren, bijvoorbeeld onder de vorm van een scholengroep of scholengemeenschap. Naar analogie met de samenwerking tussen lokale besturen, duiden ook zij een indienende (trekkende) school die in naam van het samenwerkingsverband de aanvraag doet. 

Zowel onderwijsinstellingen als lokale besturen kunnen voor hun aanbod van zomerscholen samenwerken met andere organisaties:

Het kan gaan om: 

  • Organisaties die ondersteuning bieden rond die delen van het curriculum waar de zomerschool op inzet (bv. STEM-academies, organisaties die inzetten op leesbevordering, erkende ondernemingen in het kader van duaal leren,...)
  • Organisaties die een bijdrage kunnen leveren aan de vormgeving van het verrijkingsaanbod (bv. jeugd- en vrijetijdsorganisaties, sportclubs, kunstacademies,…)
  • Organisaties die lokaal verankerd zijn, en een bijdrage kunnen leveren aan toeleiding of contacten met specifieke doelgroepen (bv. welzijnsorganisaties, jeugdwerking, …)
  • Reeds bestaande zomerscholen of andere initiatieven die al hun nut bewezen hebben op het vlak van individuele leerondersteuning
  • Instellingen uit het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs of het hoger onderwijs (bv. lerarenopleidingen) 

Onderwijsinstellingen en lokale besturen die een samenwerkingsverband aangaan met andere partners, beslissen in onderlinge afstemming wie welke rol opneemt doorheen het traject en maken hierover interne afspraken (al dan niet vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst).

Onderwijsinstellingen en lokale besturen kunnen een voorstel tot zomerschool indienen aan de hand van het digitaal aanvraagformulier. Als ze een samenwerkingsverband aangaan met een organisatie, dan vermelden ze dat in de aanvraag. 

Naar boven

4.    Personeel zomerscholen en verloning

Omdat de belangrijkste doelstelling van de zomerscholen leren is, vormen lesgevers met pedagogische ervaring de spil van de zomerscholen. Om grote verschillen in vergoeding tussen de zomerscholen te vermijden, leggen we een aantal richtlijnen vast. 

4.1    Lesgevers

4.1.1    De zomerschool wordt georganiseerd door een school of groep scholen

Voor het onderwijsgedeelte zijn er de volgende mogelijkheden om lesgevers te werk te stellen in het kader van de zomerscholen:

  • Leerkrachten die een opdracht hebben in het onderwijs worden vergoed via het PWB-systeem (Personeel op Werkingsbudget), in het ambt van administratief medewerker. Op deze manier kunnen zij rekenen op een verloning die hoger ligt dan een vrijwilligersvergoeding, en zijn de lesgevers ook volledig verzekerd zoals bij de reguliere schoolwerking. 
    • Het is niet mogelijk om deze opdrachten in het ambt van kleuteronderwijzer, onderwijzer of leraar op te nemen, omdat tijdelijke leerkrachten niet betaalbaar zijn in de zomervakantie. Zij kunnen opdrachten uitvoeren van september tot en met juni, en ontvangen in juli en augustus een uitgestelde bezoldiging. Administratief medewerker is een ambt dat wel kan ingericht worden in de zomervakantie. 
    • Hierbij dient rekening gehouden te worden met de geldende cumulatiegrenzen van 140%. De bijkomende opdracht in de zomerschool mag met andere woorden de grens van 40% bovenop een voltijdse opdracht niet overschrijden. 
    • De werkwijze PWB houdt in dat de schoolbesturen zich engageren om  de volledige loonkost van de betrokken personeelsleden onmiddellijk terug te betalen, wanneer zij de terugvorderingen ontvangen. Die terugvorderingen worden verstuurd in de maand november 2021. De werkwijze via PWB opent ook  het recht op eindejaarstoelagen en vakantiegeld. De terugvorderingen aan de schoolbesturen  zullen op een later moment verstuurd worden, omdat ook de concrete uitbetaling op een later moment plaatsvindt. 
    • Meer details kan u nalezen in de  omzendbrief ‘Aanwending van het werkingsbudget voor aanwerving van personeel.  Informatie over de loonkost van een administratief medewerker op niveau bachelor vindt u in bijlage 4 van deze omzendbrief, informatie over de loonkost van een administratief medewerker op niveau secundair onderwijs vindt u in bijlage 5 bij deze omzendbrief. 
  • Personen met een pedagogisch bekwaamheidsbewijs die niet werkzaam zijn in het onderwijs, of personen zonder pedagogisch bekwaamheidsbewijs maar met de nodige pedagogische ervaring kunnen aangeworven worden met een contract van bepaalde duur (volgens de wet op de arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978). 
    • Gepensioneerde leerkrachten. De regels in verband met bijverdienen als gepensioneerde zijn te raadplegen via de website van de federale pensioendienst. 
    • Andere lesgevers (bv. lesgevers uit een educatieve organisatie van het samenwerkingsverband) kunnen lesgeven mits ze beschikken over voldoende pedagogische ervaring. Het is aan de coördinator van de zomerschool om hierover te oordelen. 
    • Studenten uit de lerarenopleiding kunnen ook lesgeven, zij het enkel in co-teaching of onder leiding van een ervaren leerkracht. Veel studenten zien hun stage dit schooljaar in rook opgaan. Zij kunnen met hun onderwijsinstelling het gesprek aangaan over een eventuele erkenning van de lessen die ze geven in de zomerscholen als stage. Zij kunnen gebruik maken van een vrijwilligersvergoeding. De regelgeving en relevante informatie in verband met onkostenvergoedingen, verzekeringen en administratieve verplichtingen, is terug te vinden op de website van het Steunpunt Vrijwilligerswerk. Over het systeem dat  gehanteerd zal worden voor de onkostenvergoeding, worden best aan het begin van het engagement de nodige afspraken gemaakt. Hierbij is er keuze uit de mogelijkheden zoals voor 2021 voorzien op de website van het Steunpunt Vrijwilligerswerk. 

4.1.2    De zomerschool wordt georganiseerd door een lokaal bestuur

Indien het lokale bestuur enkel optreedt als inrichtende macht (schoolbestuur) voor de onderwijsinstellingen van het gemeentelijk en stedelijk onderwijs die een zomerschool organiseren, en dus niet in een regierol, geldt de PWB-regeling voor onderwijspersoneel (zie 4.1.11).  

Indien het lokaal bestuur een regierol opneemt kan zij de arbeidscontracten sluiten en optreden als werkgever. Alle lesgevers worden dan aangeworven met een contract van bepaalde duur (volgens de wet op de arbeidsovereenkomsten van 3 juli 1978). In dit geval zal de gemeenteraad in de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel de vereiste afwijkingen moeten vaststellen voor de lesgevers, in overeenstemming met de decreten en besluiten betreffende het onderwijs.

Studenten uit de lerarenopleiding krijgen een vrijwilligersvergoeding.

4.2    Andere medewerkers

De begeleiders van het verrijkingsgedeelte kunnen aangeworven worden met contract voor bepaalde duur of een vrijwilligerscontract. Dit geldt zowel voor de situatie waarin een school organisator is, als deze waarin een lokaal bestuur optreedt als organisator.

Voor andere functies dan lesgeven of begeleiden in het onderwijs- of verrijkingsdeel kan ook een beroep gedaan worden op vrijwilligers. Dit kan zowel wanneer een school als wanneer een lokaal bestuur het aanbod organiseert. 

4.3    Coördinatie en opvolging

Coördinatie en opvolging van de activiteiten binnen de zomerschool is cruciaal in functie van de interne kwaliteitsbewaking. Enkel professionals met voldoende ervaring in het onderwijs of in (onderwijs)beleid komen hiervoor in aanmerking. 

Afhankelijk van wie de opdracht van coördinator opneemt, kan via het PWB-systeem worden gewerkt zoals hoger geschetst of kan een contract bepaalde duur worden afgesloten. Dit geldt zowel voor de situatie waarin een school organisator is, als deze waarin een lokaal bestuur optreedt als organisator.

Naar boven

5. Locatie van de zomerscholen

De zomerschool vindt plaats op om het even welke geschikte locatie in Vlaanderen of Brussel. Dit hoeft niet beperkt te worden tot fysieke schoolomgevingen. Zo behoren culturele centra en gemeenschapscentra, gemeentelijke infrastructuur, bibliotheken, musea, ... ook tot de mogelijkheden.

De zomerscholen moeten doorgaan op locaties die voldoen aan de voorwaarden op vlak van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne.

Naar boven

6. Looptijd

De zomerscholen vinden plaats in de zomervakantie van 2021 voor een minimale duur van 10 voltijdse dagen bij voorkeur gespreid over 2 opeenvolgende (werk)weken of 20 halve dagen bij voorkeur gespreid over 4 opeenvolgende weken. Een voltijdse dag heeft het equivalent van 8 uur, een halve dag van 4 uur.

De zomerscholen kunnen starten op maandag 5 juli 2021 en lopen tot en met uiterlijk vrijdag 27 augustus 2021, rekening houdend met de bepalingen die worden vastgelegd door het Overlegcomité.

Naar boven

7. Ontvankelijkheid en kwaliteit

Een onderwijsinstelling of lokaal bestuur dat 1 of meerdere zomerscholen wil organiseren kan een aanvraag voor subsidiëring indienen vanaf maandag 26 april tot en met  vrijdag 30 mei 2021 via een online formulier. 

De ontvankelijkheidscriteria voor de aanvragen zijn:

  • Een volledig ingevuld aanvraagformulier 
  • De aanvraag bevat een aanbod gericht op leerlingen van het gewoon of buitengewoon lager, het gewoon secundair onderwijs (incl. OKAN,  deeltijds onderwijs, leren en werken) of BuSO OV3 en/of OV4
  • De aanvraag is opgesteld in het Nederlands

Via de oproep worden ook een aantal engagementen gevraagd met het oog op de organisatie van de zomerschool (bv. kosteloosheid van het aanbod) en het ter beschikking houden van een aantal documenten (zoals uittreksels strafregister).

De controle van de ontvankelijkheidscriteria en afhandeling van de aanvragen gebeurt uiterlijk midden juni zodat de klassenraden de zomerscholen tijdig kunnen meenemen in hun advies aan de leerlingen en hun ouders. De afhandeling gebeurt door het departement Onderwijs en Vorming en het Agentschap Binnenlands Bestuur. 

De kwaliteitsbewaking van de zomerscholen is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de organisatoren. De aandachtspunten, zoals uiteengezet onder punt 1 van de oproep, vormen hierbij het kader. Een accent op lezen wordt zeer gewaardeerd. Van de organisatoren wordt verwacht dat zij de noodzakelijke randvoorwaarden creëren opdat de lesgevers de vooropgestelde doelen kunnen realiseren (rekening houdend met de individuele noden van de leerlingen), de vorderingen van de leerlingen in kaart kunnen brengen en doelgerichte feedback kunnen geven. Deze feedback is belangrijk voor leerlingen, hun ouders en de school waar de leerlingen het volgende schooljaar schoollopen. Indien de zomerscholen hierover gericht een aantal gegevens bijhouden, kunnen deze gebruikt worden voor het eventueel verzamelen van input ten behoeve van het onderwijsbeleid. 

De organisatoren kunnen voor de vormgeving van hun interne kwaliteitszorg een beroep doen op de ondersteuning van een pedagogische begeleidingsdienst, Schoolmakers, het materiaal op de onderwijswebsite en de Klascementpagina (zie punt 10 voor meer uitleg). 

Naar boven

8. Budget

De financiering van de zomerschool bestaat uit 2 delen:
1.    De financiering van het onderwijs- en verrijkingsaanbod (zie verder punt 8.1.);
2.    De financiering van de regierol (zie verder punt 8.2.).

In het geval een samenwerkingsverband wordt aangegaan met een andere organisatie, maken de partners onderlinge afspraken over de interne verdeling en besteding van de subsidies vermeld in 8.1. en 8.2.

Een zomerschool definiëren we als een periode van 10 volle of 20 halve dagen waarin een aanbod wordt georganiseerd voor één of meerdere groepen leerlingen.

In de Vlaamse begroting werd voor zomerscholen 2021 een budget van maximaal10 miljoen euro uitgetrokken. Wanneer het maximale budget overstegen wordt, zal de Vlaamse Regering, net zoals in de subsidiebesluiten voor de zomerscholen in 2020, opnieuw een voorrangsregeling hanteren op basis van de inhoudelijke waarde van het ingediende aanvraagdossier.

8.1     Financiering van het onderwijs- en verrijkingsaanbod 

De onderwijsinstelling of het lokaal bestuur neemt in zijn aanvraag een inschatting op van het aantal leerlingen dat men maximaal zou kunnen bereiken. Per leerling per volledige dag wordt een subsidie voorzien van 45 euro voor de organisatie van een onderwijsaanbod en het verrijkingsaanbod (sport, cultuur,…).

Na afloop van de zomerschool zullen de effectieve deelnemersaantallen worden opgevraagd om de subsidie uit te betalen. Het doorgeven van de effectieve leerlingenaantallen betekent dat organisatoren de aanwezigheden van de leerlingen moeten bijhouden. Gezien de korte tijdsspanne wordt er niet gewerkt met twee subsidieschijven, maar wordt de subsidie waarop een zomerschool recht heeft, na afloop volledig betaald. Het correct en maximaal inschatten van de verwachte deelnemersaantallen blijft zeker belangrijk.

De subsidie voor het onderwijs- en verrijkingsaanbod wordt uitbetaald aan de indienende onderwijsinstelling of het indienend lokaal bestuur.

Enkel in het geval een lokaal bestuur vanuit zijn regierol een gezamenlijke aanvraag indient voor verschillende onderwijsinstellingen op zijn grondgebied, is er een aparte financiering van de regierol die altijd naar het lokaal bestuur gaat (zie verder punt 8.2.). De subsidie voor het onderwijs- en verrijkingsaanbod wordt uitbetaald aan het lokaal bestuur dat de regierol opneemt  Op basis van onderlinge afspraken en het resp. aandeel in de gemaakte kosten voor de organisatie van de zomerscholen, verdeelt het lokaal bestuur deze subsidie over de onderwijsinstellingen. Indien bijvoorbeeld het lokaal bestuur de organisatie van het verrijkingsaanbod op zich neemt, komt dit deel van de subsidie voor het onderwijs- en verrijkingsaanbod toe aan het lokaal bestuur.

Onderwijsinstellingen die geen beroep doen op de regierol van een lokaal bestuur of die gelegen zijn op het grondgebied van een lokaal bestuur dat geen regierol opneemt, ontvangen een extra subsidie van 5 euro per leerling voor de periode van de zomerschool, voor de vergoeding van zgn. overheadkosten. Deze middelen kunnen gebruikt worden voor eventuele verplaatsingsonkosten, gebruik van bijkomende infrastructuur, het inschakelen van organisaties bv voor de toeleiding van leerlingen,…

8.2. Financiering van de regierol

Een lokaal bestuur dat een regierol opneemt voor alle of verschillende scholen op haar grondgebied of zelf een zomerschool organiseert waarbij het regietaken vervult, ontvangt hiervoor 20 euro per leerling voor de volledige duur van de zomerschool. 

De subsidie wordt uitbetaald aan het lokaal bestuur dat een regierol opneemt. 

8.3 Verantwoording

De subsidie mag geen aanleiding geven tot reservevorming. De subsidie, berekend op basis van de effectieve deelnemersaantallen, kan dan ook niet hoger liggen dan de werkelijke kosten (inclusief overheadkosten voor max 10%).  Daarom zal na afloop van de zomerscholen het totaal van de gemaakte kosten worden opgevraagd, alsmede het aantal ingezette personeelsleden (uitgedrukt in VTE).  De onderliggende bewijsstukken moeten niet worden ingestuurd, maar kunnen wel worden opgevraagd en zullen steekproefgewijs worden gecontroleerd.

Naar boven

9. Communicatie

Er bestaat niet zoiets als één type zomerschool. Elke zomerschool zal eigen accenten leggen o.b.v. het onderwijsniveau, de onderwijsvorm, de leeftijd van de leerlingen, de keuze van de doelen,…

Het is belangrijk dat de ouders en leerlingen op voorhand voldoende geïnformeerd worden over de inhoud en de doelstelling(en) van het aanbod.

De organiserende scholen en lokale besturen zijn verantwoordelijk voor de communicatie en het up-to-date houden van hun zomerscholenaanbod. Indien het lokaal bestuur een regierol opneemt, is dat lokaal bestuur verantwoordelijk voor de communicatie over het volledige zomerscholenaanbod op het eigen grondgebied. De Vlaamse Overheid voorziet op haar website een overzichtspagina met linken naar de verschillende zomerscholen, georganiseerd door scholen en/of lokale besturen.

Naar boven

10. Ondersteuning

De Vlaamse Overheid heeft Schoolmakers vzw aangeduid als ondersteunende organisatie voor organisatoren van zomerscholen. Haar opdrachten zijn de volgende:

  • Informeren van alle mogelijk partners betrokken bij de organisatie van zomerscholen over opzet, doelstellingen, ondersteuningsinitiatieven…;
  • Inspireren van organisatoren van zomerscholen, onder meer door het in kaart brengen en uitwisselen van goede praktijken. Hierbij worden strategieën ontwikkeld voor kruisbestuiving en disseminatie;
  • Professionaliseren en inspireren van alle betrokkenen bij een zomerschool met opleidingen op maat. Hierbij gaat bijzondere aandacht naar het verrijkingsluik, waarvoor opleidingen worden aangereikt in diverse domeinen, in samenwerking met gespecialiseerde partners. Dit aanbod bevat onder meer:
    • Een opleiding toegespitst op het versterken van kwetsbare kinderen/jongeren
    • Een opleiding gericht op het aanleren van digitale skills
    • Een opleiding gericht op het versterken van schoolse betrokkenheid, vooral voor leerlingen in de 2e en 3e graad secundair onderwijs
    • Een opleiding gericht op het professionaliseren van coördinatoren en ander medewerkers met een leidende rol;
  • Centraliseren van alle informatiebronnen en ondersteuningsaanbod op 1 online platform.

(De organisatie van zomerscholen is onderhevig aan de beslissingen van het Overlegcomité inzake de organisatie van buitenschoolse activiteiten en kan in de loop van het traject worden gewijzigd.)

Naar boven