Eindtermen, ontwikkelingsdoelen en leerplannen in het secundair onderwijs

De overheid legt eindtermen en ontwikkelingsdoelen vast, de minimumdoelen van ons onderwijs. Deze minimumdoelen omvatten een minimum aan kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes die de leerlingen moeten bereiken. In het gewoon secundair onderwijs verschillen deze minimumdoelen volgens de graad en - vanaf de 2de graad - ook volgens onderwijsvorm (ASO, BSO, KSO en TSO). In het buitengewoon secundair onderwijs verschillen de minimumdoelen volgens opleidingsvorm.

Een school bepaalt zelf wat ze bovenop deze minimumdoelen aan bod wil laten komen in de lessen. Ook de onderwijsmethode kiest de school zelf. 

Voor het buitengewoon onderwijs en het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers van het voltijds gewoon secundair onderwijs zijn er geen eindtermen, maar ontwikkelingsdoelen: minimumdoelen die een school bij de leerlingen moet nastreven, maar niet noodzakelijk bereiken.

Vanaf 1 september 2019 zijn nieuwe eindtermen ingevoerd in het secundair onderwijs. Dat verloopt gelijktijdig met de invoering van de modernisering van het secundair onderwijs. Dit betekent dat in het schooljaar 2019-2020 enkel het 1ste leerjaar van de 1ste graad van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs van start gaan met nieuwe eindtermen. 

Volgende schooljaren zullen ook in de andere graden van het secundair onderwijs nieuwe eindtermen ingevoerd worden.

Voor de nieuwe eindtermen geldt:

  • Alle eindtermen zijn te bereiken. In de eerste graad is er een set eindtermen per stroom (A- en B-stroom). 
  • Elke individuele leerling moet de eindtermen basisgeletterdheid bereiken op het einde van de eerste graad, zowel in de A-stroom als in de B-stroom. Basisgeletterdheid zijn die eindtermen die nodig zijn om te kunnen participeren in de maatschappij: Nederlands, wiskunde, digitale en financiële geletterdheid.
  • De school streeft ernaar dat de leerlingen de eindtermen die een attitude aangeven, bereiken. De school moet kunnen aantonen dat ze hiervoor inspanningen levert.
  • Voor Nederlands zijn er uitbreidingsdoelen. Dat zijn doelen voor jongeren die extra uitgedaagd willen worden en zich meer kunnen verdiepen in het Nederlands.

De school moet de eindtermen letterlijk opnemen in hun leerplannen.

In bepaalde gevallen kan een school het leerprogramma aanpassen aan het individuele profiel of noden van de leerling.

Voorbeelden:

  • Soms kan je kind vrijstelling krijgen van vakken. Als het een extra kwalificatie wil halen en bepaalde vakken al eerder gevolgd heeft, kan de directeur vrijstellingen toestaan.
  • Je school kan het lesprogramma ook aanpassen als je kind bijvoorbeeld om medische redenen het gewone programma niet kan volgen. Maar je kan die aanpassing niet afdwingen. De beslissing ligt bij de klassenraad. Aan de eigenheid van de studierichting mag de school alleszins niet raken.
     

Extra informatie

Websites

Leerplannen zoeken op websites van onderwijskoepels