Projectoproep: voorbeeldscholen en expertisecentra voor begeleiding van cognitief sterk functionerende leerlingen

1. Situering

Het Regeerakkoord 2019-2024 van de Vlaamse Regering besteedt expliciet aandacht aan hoogbegaafdheid:

“We hebben oog voor zeer makkelijk lerenden, hoogbegaafden en uitzonderlijk hoogbegaafden door voor hen het onderwijs voldoende uitdagend te maken. Leerkrachten leren deze kinderen zo vroeg mogelijk herkennen en signaleren. Ook voor deze leerlingen moeten leraren een beroep kunnen doen op ondersteuning en moeten deze leerlingen gebruik kunnen maken van hulpmiddelen om het lesaanbod op hun specifieke behoeften te kunnen afstemmen. Hiertoe passen we de regelgeving aan.”

Naar boven

2. Het project 'Voorbeeldscholen op het vlak van begeleiding van cognitief sterk functionerende leerlingen' met wetenschappelijke ondersteuning

De Vlaamse minister bevoegd voor het onderwijs lanceert een oproep tot scholen voor gewoon basisonderwijs, gewoon secundair onderwijs en wetenschappelijke expertisecentra tot het indienen van een projectvoorstel met een looptijd van maximaal 24 maanden (2 projectjaren).  

2.1. Doelstellingen van het project

Doel van het project is om voorbeeldscholen uit het gewoon basis- en secundair onderwijs te selecteren.

De geselecteerde scholen:

  • beschrijven en documenteren in het eerste projectjaar het beleid en de praktijk op de eigen school ten aanzien van cognitief sterk functionerende leerlingen en identificeren de domeinen waarop nog vooruitgang kan geboekt worden en zetten in op de verdere ontwikkeling ervan;
     
  • werken vanuit die opgedane expertise samen met de andere geselecteerde scholen voorstellen uit voor disseminatie van inhoud en proces naar andere scholen (olievlekprincipe) en ondernemen daartoe in de tweede helft van het eerste projectjaar al concrete acties (bv. sensibilisering via een studiedag, adviseren en ondersteunen op maat…);
     
  • wenden in het tweede projectjaar hun middelen aan voor de ondersteuning en coaching van nieuwe scholen die een beleid en praktijk voor cognitief sterk functionerende leerlingen willen uitbouwen binnen een breed uitgewerkt zorgbeleid op school; 
     
  •  doen samen voorstellen voor professionalisering van diverse stakeholders (lerarenopleiding en bijscholing, CLB, PBD, inspectie) op het vlak van onderwijs aan cognitief sterk functionerende leerlingen;
     
  • engageren zich om samen te werken en een herkenbaar netwerk te vormen van goedepraktijkvoorbeelden die inspirerend kunnen zijn voor andere scholen. Ze betrekken daarbij de pedagogische begeleidingsdiensten.
     

Naast de voorbeeldscholen zoeken we een expertisecentrum of samenwerkingsverband van expertisecentra voor wetenschappelijke begeleiding en monitoring van het project.

Het centrum of samenwerkingsverband:

  • ondersteunt en coacht de voorbeeldscholen bij de uitvoering van de hierboven geformuleerde opdrachten;
     
  • zorgt voor het evidence-based versterken van het beleid en de praktijk van de scholen;
     
  • monitort het beleid en de praktijk van de scholen en identificeert op basis van wetenschappelijke analyse goede praktijken, maatregelen en materialen en draagt die breder uit naar het onderwijsveld via deling op een online kennisplatform;
     
  • zorgt voor een beschrijving van kwaliteitsindicatoren en -beelden (insteek voor een referentiekader onderwijskwaliteit en referentiekader kwaliteitsvolle ondersteuning) voor beleid en praktijk ten aanzien van de begeleiding van cognitief sterk functionerende leerlingen;
     
  • ontwikkelt samen met de scholen strategieën voor disseminatie en ondersteunt hen in hun disseminatieactiviteiten naar andere scholen waardoor het netwerk van goedepraktijkvoorbeelden kan groeien.
     

Als output van het project beogen we onder andere:

  • een beschrijving van het beleid en de praktijk in de betrokken voorbeeldscholen;
     
  • een inventaris van maatregelen, werkwijzen en voorbeelden van succesvolle disseminatie van expertise naar andere scholen, die structureel kunnen verankerd worden en ook meegenomen kunnen worden in het zorgbeleid van scholen alsook in het begeleidingsdecreet en de organisatiestructuren die dan voorhanden zijn;
     
  • een online kennisplatform waarop ontwikkelde methodieken en materialen worden gedeeld (bv. via project Talent of Klascement) zodat ze duurzaam en breed beschikbaar worden voor andere scholen en geïnteresseerden;
     
  • een beschrijving van kwaliteitsindicatoren en -beelden om beleid en praktijk in scholen te kunnen beoordelen zodat een link kan gelegd worden met kwaliteitstoezicht door de onderwijsinspectie en integratie van de verworven inzichten in het beleid op leerlingenbegeleiding van een school op alle fases van het zorgcontinuüm;
     
  • een identificatie van de noden die er zijn in scholen en bij begeleidende actoren (CLB en PBD) en een beschrijving van de wijze waarop daaraan via professionalisering kan worden tegemoet gekomen.
     

2.2. Subsidiebudget en subsidiabele onkosten

Er is een projectsubsidiebudget van 500.000 euro ter beschikking waarbij indicatief:

  • 440.000 euro wordt voorzien voor de participerende scholen voor gewoon basisonderwijs en/of gewoon secundair onderwijs;
  • 60.000 euro wordt gereserveerd voor de ondersteuning door de wetenschappelijke expertisecentra;

Naargelang de kwaliteit van de aanvragen zal de selectiecommissie een aantal scholen per onderwijsniveau selecteren en een budget per school voorstellen. Er kan maar 1 expertisecentrum of samenwerkingsverband van expertisecentra aangeduid worden.
In de projectbegroting kunnen enkel loon- en werkingskosten worden voorzien met een overhead t.b.v. 10%. Het deelbudget voor de werkingskosten kan maximaal 10% bedragen van het deelbudget loonkosten.

Naar boven

3. Hoe verloopt de aanvraag- en beslissingsprocedure?


3.1. Ontvankelijkheid

Een aanvraag is slechts ontvankelijk als:

  • de school een door het ministerie van onderwijs erkende en gesubsidieerde of gefinancierde school voor gewoon basisonderwijs of gewoon secundair onderwijs is die:
     
    • de doelgroep van cognitief sterk functionerende leerlingen benadert binnen de context van een bredere leerlingenpopulatie en zorgbeleid op school;
    • niet selectief is in het aantrekken van leerlingen op school en reeds enkele jaren ervaring en een herkenbaar beleid en praktijk heeft t.a.v. de doelgroep van cognitief sterk functionerende leerlingen;
  • het expertisecentrum een centrum of onderzoeksgroep is met een aantoonbare ervaring en expertise in onderzoek omtrent onderwijs aan cognitief sterk functionerende leerlingen binnen de context van een bredere leerlingenpopulatie en binnen de context van een schoolbeleid i.f.v. die brede leerlingenpopulatie;
     
  • de aanvraag binnen de vooropgestelde timing is ingediend.
     

3.2. Een projectvoorstel indienen

Rekening houdend met de doelstellingen die voor het project zijn geformuleerd (zie 2.1.) stelt elke geïnteresseerde school of expertisecentrum een projectvoorstel op.

Het projectvoorstel bevat ten minste de volgende elementen:

  • Gegevens van de aanvrager:
    • Naam van de instelling
    • Instellingsnummer (indien van toepassing)
    • Adres
    • E-mailadres
    • Rekeningnummer (IBAN, BIC)
    • BTW-nummer
  • Gegevens van de contactpersoon:
    • Naam van de contactpersoon
    • Functie in de instelling
    • Telefoonnummer
    • E-mailadres
  • Beschrijving van het project:
    • Titel van het project
    • Inhoudelijke beschrijving van het project in relatie tot de doelstellingen beschreven in punt 2.1
    • Aantal cognitief sterk functionerende leerlingen op de totale leerlingenpopulatie (voor scholen)
    • De expertise die de instelling bezit met betrekking tot het onderwijs aan cognitief sterk functionerende leerlingen. Hoe is de expertise opgebouwd? Wat was de meerwaarde voor de school, de leerkracht, de leerling en de ouders (output)?
    • De beleidsvisie met betrekking tot cognitief sterk functionerende leerlingen
    • Wijze waarop de beleidsvisie in praktijk wordt gebracht: impact op organisatie, leerlingengroepering, pedagogische en didactische aanpak (voor scholen)
    • Reeds uitgevoerd onderzoek en ondersteuning met verwijzing naar relevante bronnen (voor expertisecentra)
    • Beschrijving van de output die met het project wordt beoogd
    • Formeel engagement tot samenwerking met de andere goedgekeurde projecten. We geven voorrang aan samenwerkingsverbanden.
  • Begroting van het project: loon- en werkingskosten met een overhead van max. 10%. De werkingskosten mogen niet meer bedragen dan 10% van de loonkosten.
     

3.3. Dien het dossier ten laatste op 27 september 2020 in

  • Het projectvoorstel kan enkel digitaal worden ingediend, te sturen naar de contactpersonen vermeld in punt 4.
  • Het projectvoorstel moet alle vereiste elementen vermeld in 3.2 bevatten.
     

3.4. Beoordeling van de voorstellen

De beoordeling van de projectvoorstellen en de selectie van de scholen en expertisecentrum/-centra gebeurt door een selectiecommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van het Departement Onderwijs en Vorming en de Onderwijsinspectie. Voor de selectie van de scholen wordt de commissie aangevuld met een of meer onafhankelijke experts. De commissie wordt samengesteld door de secretaris-generaal van het Departement Onderwijs en Vorming.

De commissie houdt bij haar beoordeling onder andere rekening met de volgende beoordelingscriteria:

  • Het projectvoorstel is duidelijk omschreven en voldoende uitgewerkt.
  • Het projectvoorstel is relevant en zet in op de in de oproep geformuleerde doelstellingen met de beoogde output (zie 2.1.).
  • Het projectvoorstel omvat de vereiste elementen (zie 3.2).
  • Het projectvoorstel is concreet, haalbaar en realistisch.
  • Het projectvoorstel voorziet in een passende aanpak om de gevraagde valorisatie te realiseren (beschreven praktijkvoorbeelden, voorstellen voor disseminatie en professionalisering).
  • Het projectvoorstel bevat een formeel engagement tot samenwerking met de andere geselecteerde scholen en expertisecentrum/-centra.
  • De budgettaire doelmatigheid van het projectvoorstel.
     

3.5. Toekenning en opvolging

De toekenning van de facultatieve projectsubsidie aan de door de selectiecommissie positief beoordeelde scholen en het expertisecentrum (of samenwerkingsverband van expertisecentra) gebeurt bij besluit van de Vlaamse Regering. De betrokken scholen en centrum (centra) ontvangen een afschrift van dit besluit.

De subsidie kan door de scholen en de wetenschappelijke instelling(en) aangewend worden voor loonkosten en werkingskosten die gemaakt worden voor de uitvoering van het project zoals beschreven in het goedgekeurde projectvoorstel.  
De toegekende subsidie wordt uitbetaald in twee schijven: 80% bij de start van het project en het saldo van 20% na goedkeuring van de jaarlijkse inhoudelijke en financiële  eindrapporten door de leidend ambtenaar van het Departement Onderwijs en Vorming op advies van de commissie (stuurgroep). De stuurgroep kan de projectverantwoordelijken doorheen het schooljaar samenroepen voor het bespreken van het verloop van het project. De selectiecommissie fungeert ook als stuurgroep om het verloop en de resultaten van het project op te volgen.

Uiterlijk 1 maand na afloop van het project maakt elke instelling en het expertisecentrum/-centra een inhoudelijk verslag op en uiterlijk na 3 maanden een financieel verslag dat elektronisch wordt ingediend bij de contactpersonen vermeld in punt 4. Het inhoudelijk verslag bevat de rapportage van de mate waarin en de wijze waarop de projectdoelstellingen zijn gerealiseerd. Het financiële luik geeft een verantwoording van de gemaakte kosten en staaft dit met de nodige bewijsstukken.

Naar boven

4. Contactgegevens
 

Basisonderwijs

Secundair onderwijs

Naar boven