Toelatingsvoorwaarden buitengewoon basisonderwijs

Leeftijdsvoorwaarden

Buitengewoon kleuteronderwijs

Kleuters vanaf 2,5 jaar kunnen naar het buitengewoon kleuteronderwijs. De instapdagen uit het gewoon kleuteronderwijs gelden niet; de kleuter kan elke dag instappen. De leerling blijft in principe in het kleuteronderwijs tot en met het schooljaar dat start in het jaar waarin de leerling 5 jaar wordt.

Verlengd verblijf

Leerlingen die 6 jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar, mogen tijdens dat schooljaar nog in het kleuteronderwijs blijven (verlengd verblijf). Die afwijking kan voor 1 schooljaar verlengd worden.

De ouders beslissen of hun kind al dan niet nog 1 of 2 jaar langer in het buitengewoon kleuteronderwijs blijft. De klassenraad en het CLB geven hen daar advies over. Als directeur bespreek je dat advies met de ouders.

Buitengewoon lager onderwijs

Toelatingsvoorwaarden voor 5-jarigen

Worden leerlingen 5 jaar voor 1 januari van het lopende schooljaar, dan kunnen de ouders beslissen hun kind in te schrijven in het buitengewoon lager onderwijs. De ouders krijgen daarover advies van de klassenraad en het CLB. Als directeur bespreek je dat advies met de ouders.

Toelatingsvoorwaarden voor 6-jarigen

Leerlingen die 6 jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar, kunnen naar het buitengewoon lager onderwijs.

Verlengd verblijf

Tijdens het schooljaar dat start in het jaar waarin leerlingen 13 worden, mogen ze nog 1 extra jaar in het buitengewoon lager onderwijs blijven (verlengd verblijf). Die afwijking kan voor 1 schooljaar verlengd worden.

De ouders beslissen of hun kind al dan niet nog 1 of 2 jaar langer in het buitengewoon lager onderwijs blijft. De klassenraad en het CLB geven hen daar advies over. Als directeur bespreek je dat advies met de ouders.

Naar boven

Verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs

Naast de leeftijdsvoorwaarden is een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs (hierna ‘verslag’) vereist om toelating te krijgen tot het buitengewoon basisonderwijs.

  • Het CLB stelt het verslag op.
  • Het verslag bestaat uit een protocol ter verantwoording en een attest.
  •  Voeg het originele verslag toe aan het leerlingendossier. Verlaat de leerling de school? Geef het verslag dan aan de ouders terug en bezorg er een kopie van aan de nieuwe school.

Leerlingen die voor type 5 willen inschrijven, hebben geen verslag van het CLB nodig. In dat geval volstaat een attest.

Leerlingen met een verslag hebben ook het recht om zich in te schrijven in het gewoon onderwijs. Ze volgen daar dan een individueel aangepast curriculum (IAC). Meer informatie: Grote lijnen van het M-decreet

Voorlopig verslag type 3

In uitzonderlijke situaties van een vermoeden van een ernstig gedrags- of emotioneel probleem bij een leerling in het gewoon onderwijs kan er dringend nood zijn aan een gepast aanbod in het buitengewoon onderwijs type 3.

In die situaties kan het CLB na het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject een voorlopig verslag type 3 opmaken, zonder dat er al een psychiatrische diagnose is gesteld. Het CLB moet daarna wel de nodige stappen zetten voor de vereiste diagnose opdat de leerling in het buitengewoon onderwijs type 3 ingeschreven kan blijven.

Onenigheid over het verslag

Bestaat er onenigheid over de noodzaak of de inhoud van een verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs? Dan bemiddelt de Vlaamse Bemiddelingscommisie op vraag van de ouders, het CLB of de school.

Naar boven